Peilbesluit Hoge Boezem Snelle Sluis (gedeeltelijke herziening peilbesluit Zuidplaspolder)

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op22 oktober 2026
Gepubliceerd doorWaterschap Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Peilbesluit Hoge Boezem Snelle Sluis (gedeeltelijke herziening peilbesluit Zuidplaspolder) De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard 7 oktober 2026, •gelet op het bepaalde in artikel 2.41 van de omgevingswet (2024) en artikel 7.5 van de Provinciale Omgevingsverordening (2024), •overwegende dat het peilbesluit Zuidplaspolder Zuidoost (november 2022) voor het peilgebied GPG-1352 niet meer actueel is. besluit: op voordracht van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van 23 juni 2026: 1.Het vigerende peilbesluit Zuidplaspolder-zuidoost in te trekken voor enkel het oppervlak van peilgebied GPG-1352, 2.De oppervlaktwaterpeilen en peilgebiedgrenzen voor het peilgebied GPG-1489 (voorheen GPG-1352) vast te stellen zoals aangegeven in onderstaande tabel, op de bijbehorende peilbesluitkaart en beschreven in de toelichting. Peilgebiedcode 2026 Naam peilgebied Vigerend Peilbesluit (2022) [m NAP] Nieuw Waterpeil (2026) [m NAP] Schouwpeil (2026) [m NAP] GPG-1489 Hoge Boezem Snelle Sluis -3,72 -3,92 tot -3,72 -3,92 Het schouwpeil is het referentieniveau van het water voor het voeren van de schouw, het afhandelen van vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen. De peilen als genoemd in dit besluit en aangegeven op de bijbehorende kaart worden nagestreefd met inachtneming van de volgende bepalingen: a.Afwijkingen in het oppervlaktewaterpeil kunnen voorkomen door watertransport en weersomstandigheden. Het is daarom niet mogelijk het beschreven peil altijd overal te handhaven. De fluctuaties variëren van plaats tot plaats, door onder meer verhang, opwaaiing, en weerstand door plantengroei. Rekening dient te worden gehouden met tijdelijke peilfluctuaties rondom het na te streven peil. b.Voor toepassing van dit besluit geldt het Normaal Amsterdams Peil (NAP) als referentiepeil. Dit peilbesluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking ervan. Rotterdam, 8 oktober 2026 Namens de verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard, secretaris, drs. N.T.C.M. Dukkersecretaris-directeur voorzitter, drs. P.H. van de Stadtdijkgraaf Toelichting partiële herziening peilbesluit Peilgebied 'Hoge Boezem Snelle Sluis' 1. Inleiding 1.1 Aanleiding In de Omgevingsverordening Zuid-Holland (2024) is bepaald dat voor alle wateren binnen het beheersgebied van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) peilbesluiten moeten worden vastgesteld. In een peilbesluit legt het waterschap vast welke waterstanden het in een gebied wil voeren. Het waterschap heeft de inspanningsverplichting om het peilbeheer zo goed mogelijk overeen te laten komen met het peilbesluit. In 2022 is door HHSK het peilbesluit voor het Zuidoostelijk deel van de Zuidplaspolder vastgesteld. Onderdeel hiervan was ook de direct aan de Zuidplaspolder grenzende Snelle Polder, inclusief een klein gebied dat ooit onderdeel was van de Snelle polder maar tegenwoordig een geïsoleerd peilgebied is: de polder tussen de Snelle Sluis en gemaal Abraham Kroes, in voorliggend document verder aangeduid als ‘Hoge Boezem Snelle Sluis’. In het peilbesluit in 2022 is dit ‘GPG-1352 Bemaling pompsloot Ringvaart’ genoemd. Bij evaluatie blijkt in het peilbesluit in 2022 geen passende waterstand voor dit gebied zijn opgenomen. Omdat het gebied zelfstandig bemalen wordt en geen interactie heeft met de Zuidplaspolder of Snelle Polder, kan een eigenstandige afweging worden gemaakt voor de waterstand in dat gebied. Dit gebeurt in voorliggende partiele (gedeeltelijke) herziening van het peilbesluit Zuidplaspolder Zuidoost. Het doel van het peilbesluit is het vastleggen van waterpeilen die zo goed mogelijk voldoen aan de aanwezige of geplande belangen. Een vastgesteld peilbesluit biedt aan belanghebbenden duidelijkheid en rechtszekerheid. Het doel van deze toelichting is inzicht te geven in de afweging van de waterpeilen en het peilbeheer in dit peilgebied. 1.2 Procedure Het peilbesluit heeft de openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht (AWB) gevolgd. Het ontwerp peilbesluit is van 21 april tot en met 4 juni 2026 ter inzage gelegd. Tijdens deze periode konden belanghebbenden zienswijzen indienen op het ontwerp peilbesluit. Er is geen zienswijze ingediend. Vervolgens is het peilbesluit door het Algemeen Bestuur (Verenigde Vergadering) van HHSK behandeld. 1.3 Participatie Tijdens de totstandkoming van het ontwerp peilbesluit zijn belanghebbenden in het plangebied geraadpleegd. Omdat er slechts drie belanghebbenden zijn, is dit op individuele basis gebeurd. 2. Situatiebeschrijving 2.1 Ligging en ruimtegebruik In het zuiden van de gemeente Zuidplas, tussen Schielands Hoge Zeedijk, Ringvaart, gemaal Abraham Kroes en de Snelle Sluis ligt een perceel dat in de jaren ’70 is afgesneden van de Snelle Polder bij de omligging van de Ringvaart t.b.v. de realisatie van gemaal Abraham Kroes. Dit perceel ligt lager dan de aangrenzende Ringvaart en Hollandsche IJssel, en wordt daarom omgeven door waterkeringen. Het grondgebruik van het perceel bestaat grotendeels uit bos. Aan de noordkant van het perceel bevindt zich een woning. Deze woning was historisch de sluiswachterswoning. Tot voor kort bevonden zich aan de zuidkant van perceel, nabij de dijk ook de dieselopslagtanks voor het gemaal. Deze zijn in 2024 verwijderd. Planologisch is het in het vigerende bestemmingsplan ‘Restveen en Groene Waterparel’ (2008) aangeduid als ‘maatschappelijke functie’, vanwege de aanwezigheid van de voormalige bedrijfswoning en (destijds) de dieselolieopslag. 2.2 Bodem en watersysteem De ondergrond van het perceel bevat veen. Verwacht mag worden dat de bodem hier gestaag daalt. Doordat het gebied sterk begroeid is, is dit lastig uit meetdata (bv. vanuit de lucht bepaalde hoogtes) af te leiden. Figuur 1: bovenaanzicht perceel Op het perceel bevindt zich een watergang aan de westkant van het terrein. Deze watergang wordt bemalen door een pomp (klein gemaal), die in beheer is van HHSK. De waterstand op het perceel is lager dan dat van de Ringvaart. In het peilbesluit (vastgesteld eind 2022) is een waterstand van NAP -3,72 opgenomen. Dit is gelijk aan het peilbesluit uit 2012. In peilbesluit 1994 is een waterstand van NAP -3,70 m opgenomen. Rekening houdend met een uitgevoerde NAP-correctie is dit hetzelfde waterpeil. Dit houdt in dat de waterstand in het peilbesluit al tenminste 30 jaar gelijk is. Figuur 2: luchtfoto perceel. Het water tussen de bomen betreft geen 'oppervlaktewater', maar hemelwater dat niet afstroomt De maaiveldhoogte binnen het gebied is variabel, zowel als gevolg van de bodemgesteldheid als door verdichting door belasting van werkverkeer. Lage delen bevinden zich op ca NAP -3,90 m, waardoor daar in natte periodes permanent water staat doordat het water niet afwatert naar de watergang. Doordat het bos gestaag vernat, worden de volgende gevolgen ervaren: -Risico’s op wateroverlast bij de woning en tuin -Stank doordat op het perceel langdurig water met veel organisch materiaal aanwezig is, wat leidt tot rottingsprocessen. -Toenemend risico op omvallende bomen. Ook zijn (grond)waterstanden rondom maaiveld in veengebied niet optimaal met oog op de uitstoot van broeikasgassen, doordat er in deze situatie methaan geproduceerd wordt. 3. Beleidskaders peilbeheer Het beheer van het waterpeil is op basis van de Omgevingswet een van de kernactiviteiten van HHSK. In dit hoofdstuk wordt een kort overzicht gegeven van de voor dit peilbesluit relevante beleidskaders. Deze beleidskaders gelden in principe voor het gehele beheergebied van HHSK. In hoofdstuk 4 zijn naar een peilafweging voor dit peilgebied. 3.1. Beleid provincie Zuid-Holland De omgevingsvisie Zuid-Holland (PZH, 2024) en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (PZH, 2021) bevatten de provinciale beleidskaders welke beschrijven hoe HHSK het peilbeheer moet uitvoeren. De provincie Zuid-Holland stelt in de omgevingsvisie dat de kwaliteit en functionaliteit van water optimaal moeten zijn en daarom permanent om verbetering en bescherming vragen. Bij aanpassingen aan het watersysteem gelden twee uitgangspunten: de maatregelen zijn klimaatbestendig en de natuurlijke processen krijgen, waar dat kan, meer ruimte, of worden beter benut. Het provinciaal beleid bevat geen richtlijnen voor de drooglegging of andere technisch-inhoudelijke criteria voor het peilbeheer. De functietoekenning op verschillende kaarten zoals ‘natuur’ en ‘archeologie’ dient te worden meegenomen in de peilafweging. Het instrument voor de peilafweging is het peilbesluit. In de Omgevingsverordening is bepaald dat voor alle wateren binnen het beheersgebied van HHSK, een peilbesluit moet worden vastgesteld: “Het algemeen bestuur draagt zorg voor de actuele peilbesluiten, die in ieder geval toegesneden zijn op veranderingen in zowel de omstandigheden ter plaatse als de aanwezige functies en belangen” (PZH, 2021). 3.2. Doelen van het peilbeheer In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (HHSK, 2022) heeft HHSK als doel opgenomen: “Wij voorkomen en beperken, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem en vervulling van maatschappelijke functies door het watersysteem”. Een belangrijk middel om dit doel te bereiken is peilbeheer. HHSK heeft in de beleidsuitwerking peilbeheer (2026) de volgende doelstellingen vastgelegd: -Het mogelijk maken van de gebruiksfunctie(s) van het gebied; -Het beschermen en zo mogelijk verbeteren van de ecologische kwaliteit van het water en de oevers; -Het beperken en voorkomen van verdrogingsschade; -Het beperken en voorkomen van vernattingsschade; -Bescherming van het grondwater (hoeveelheid en kwaliteit); -De integriteit en stabiliteit van de waterkering en peilscheidingen; -Het beperken van bodemdaling; -Het beperken van ongewenste kwel en bodeminstabiliteit; -Beperken van versnippering van peilgebieden; -Beperking van kosten; -Beperken van aan- en afvoer van water bij het uitvoeren van het beheer. Deze doelen worden onder meer vormgegeven in peilbesluiten. Hierin hanteren we voor de waterpeilen en drooglegging strategieën die zo goed mogelijk aansluiten bij het gebruik en de diverse functies van het water en het gebied, ook op de lange termijn. 3.3. Omgang met maaivelddaling In een groot deel van het beheergebied van HHSK, ook in het plangebied van dit peilbesluit, daalt de bodem. Beleid op dit gebied is vastgelegd in de visie op Bodemdaling (HHSK, 2018) en de Beleidsuitwerking Peilbeheer (HHSK, 2026) HHSK hanteert voor de waterpeilen en drooglegging strategieën die zo goed mogelijk aansluiten bij het gebruik en de diverse functies van het water en het gebied, ook op de langere termijn. Om het gebruik van gebieden op de langere termijn te blijven ondersteunen, geldt het volgende uitgangspunt: Peilaanpassingen in verband met de bodemdaling beperken we met het oog op de lange-termijn effecten tot een verantwoord minimum. Wat een verantwoord minimum is, hangt onder meer samen met functie van het gebied, bodemgesteldheid en actuele drooglegging. Voor veenweidegebieden wordt peilaanpassing in verband met de bodemdaling overwogen om een zekere minimale drooglegging in stand te houden. Randvoorwaarden hierbij zijn dat niet leidt tot onaanvaardbare, onomkeerbare schade en effecten als bodeminstabiliteit, tot een sterke toename van kwel met een ongewenste samenstelling of tot een onevenredige toename van de kosten. Bij bebouwing in (peil-)gebieden met een andere hoofdfunctie dan bebouwing is de hoofdfunctie in de eerste plaats bepalend voor het peilregime. 4. Peilafweging 4.1 Afweging waterstand Het waterpeil van NAP -3,72 m zorgt ervoor dat er grote delen van het jaar geen afwatering van het perceel naar het oppervlaktewater mogelijk is, en er op delen van het terrein permanent water is. Dit past niet bij het grondgebruik. Gezien het feit dat in het gebied ‘Hoge Boezem Snelle Sluis’: -De drooglegging (verschil tussen slootpeil en maaiveld) bij het peil van NAP -3,72m voor flinke delen van het perceel nabij of onder 0 is en daarbij niet past bij het grondgebruik. -Al tenminste ruim 30 jaar de waterstand conform peilbesluit ongewijzigd is gebleven; -Verwacht mag worden dat de bodem in die periode ca 20 cm is gedaald. Op plaatsen waar met zwaar materieel is gereden vermoedelijk meer. -De huidige geringe drooglegging ook vanuit het oogpunt van bosbeheer en beperken van uitstoot van broeikasgas uit veen niet optimaal is (i.v.m. methaanproductie); wordt voorgesteld om de waterstand in natte tijden te verlagen en een flexibel peil met een bandbreedte van ca. 20 cm te hanteren. Daarbij is het voorstel dat de bovenkant van de bandbreedte het in het peilbesluit vastgelegde peil van het huidige NAP -3,72 m is, en de onderkant 20 cm lager, namelijk NAP -3,92 m. Een grotere peilfluctuatie dan 20 centimeter wordt als niet passend bij dit venige gebied gezien, onder meer doordat het kan leiden tot versnelde oeverafkalving. Gezien de diverse belangen bij het waterbeheer ligt het voor de hand dat HHSK hier het peilbeheer blijft uitvoeren, net als nu al het geval is. Omdat de laagtes lokaal zijn, zullen er ook bij een waterstand van NAP –3,92 er natte gebieden in het bos aanwezig blijven. Eventuele veranderingen op dit gebied moeten worden gezocht in terreinbeheer. 4.3 Effect peilbesluit In deze paragraaf worden de effecten van de voorgestelde waterstandswijziging besproken Effecten op waterkwaliteit Het peilgebied bevat slechts één watergang. Naar verwachting heeft het peilbeheer weinig invloed op de fysisch-chemische waterkwaliteit van deze watergang Effect op het waterbeheer De wijziging in onderkant bandbreedte heeft ook tot gevolg dat het schouwpeil (het referentie-peil voor onderhoud aan watergangen) wijzigt. Dit kan betekenen dat er bij het eerstvolgende groot onderhoud (baggeren) er meer waterbodemslib verwijderd dient te worden. Het voorgestelde peilbeheer is met de huidige bemaling te realiseren, en vraagt geen verdere aanpassing aan gemaal of watergangen. Effect op bodemdaling en broeikasgasuitstoot veengebieden In het peilgebied is veen aanwezig. Voor veengebieden worden grondwaterstanden in een zone van 20-40 centimeter onder maaiveld als een optimum gezien tussen het beperken van uitstoot van broeikasgas en het mogelijk houden van grondgebruik. Naar verwachting voldoet het voorgestelde peilregime, met een wat hogere slootwaterstand in droge tijden (als de grondwaterstand uitzakt door verdamping) en een wat lagere in natte tijden om grote delen van het jaar grondwaterstanden in die zone hebben. 4.4 Schouwpeil In het peilbesluit vastgesteld peil dat het referentieniveau vertegenwoordigd voor het voeren van de schouw, het afhandelen vergunningen en het uitvoeren van onderhoud aan watergangen. Bij een flexibel peil wordt uitgegaan van de ondergrens. Het schouwpeil wordt daarmee NAP -3,92 m.

Meer informatie