Gemeente Amstelveen – Ter inzage legging voorgestelde wijzigingen APV

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op11 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente Amstelveen

Gemeente Amstelveen – Ter inzage legging voorgestelde wijzigingen APV Zaaknummer: Z26-131563 Burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen hebben besloten de voorgestelde wijzigingen van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Amstelveen ter inzage te leggen. Deze liggen ter inzage van 9 september t/m 21 oktober 2026. Inzage vanaf 9 september 2026 De voorgestelde wijzigingen zijn als bijlage bij deze bekendmaking opgenomen. Een digitale reactie op de voorgestelde wijzigingen kunt u tot uiterlijk 21 oktober 2026 richten aan Postbus Juridische zaken, e-mail adres: jz@amstelveen.nl Amstelveen, 8 september 2026. De secretaris, Bert Winthorst De burgemeester, Tjapko Poppens De Was / wordt lijst Amstelveen en wijziging toelichting zijn ook als pdf-bijlage(n) toegevoegd bij deze publicatie Was/ wordt lijst Amstelveen In de 'bestaande tekst' zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. * Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:24 Begripsomschrijving 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid aanhef en onder g van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening. 2.Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd; e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag; f. een snuffelmarkt; g. de door de burgemeester aan te wijzen categorieën van vechtsportwedstrijden en gala’s. 3. Onder klein evenement wordt verstaan: een evenement dat geclassificeerd is als Klasse 0 volgens het risicoanalysemodel. 4. Onder regulier evenement wordt verstaan: een evenement dat geclassificeerd is als Klasse A volgens het risicoanalysemodel. 5. Onder aandacht evenement wordt verstaan: een evenement dat geclassificeerd is als Klasse B volgens het risicoanalysemodel. 6. Onder risico evenement wordt verstaan: een evenement dat geclassificeerd is als Klasse C volgens het risicoanalysemodel. Nieuwe tekst Artikel 2:24 Begripsomschrijving 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid aanhef en onder g van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd; e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag; f. een snuffelmarkt; g. de door de burgemeester aan te wijzen categorieën van vechtsportwedstrijden en -gala’s. 3. De burgemeester stelt een risicoscan vast voor de beoordeling en categorisering van evenementen in de categorieën A, B en C. 4. De burgemeester past de risicoscan toe bij de behandeling van aanvragen, de advisering, het verbinden van voorschriften aan vergunningen, de toezichtsinzet en bestuurlijke opschaling. De risicoscan laat de vergunningplicht op grond van artikel 2:25 onverlet. De burgemeester stelt mede op basis van de risicoscan de categorie vast. 5. A-evenement: regulier evenement met beperkt risico, zoals volgt uit de vastgestelde risicoscan. 6. B-evenement: aandachtevenement waarbij extra advies of aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals volgt uit de vastgestelde risicoscan. 7. C-evenement: risico-evenement met aanzienlijke risico's voor openbare orde, veiligheid, gezondheid, verkeer, leefbaarheid of milieu, zoals volgt uit de vastgestelde risicoscan. Artikel 2.25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a. er een organisator is; b. de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan via een volledig ingevuld formulier melding klein evenement. 3. De burgemeester kan na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu nadere regels stellen ten aanzien van evenementen. 5. De burgemeester kan besluiten een aanvraag voor een regulier evenement te weigeren als minder dan 8 weken voorafgaand aan de eerste dag van het evenement geen volledige aanvraag is ingediend. 6. De burgemeester kan besluiten een aanvraag voor een aandacht evenement te weigeren als minder dan 12 weken voorafgaand aan de eerste dag van het evenement geen volledige aanvraag is ingediend. 7. De burgemeester kan besluiten een aanvraag voor een risico evenement te weigeren als: a. het risico evenement niet door de organisator daarvan voor 1 december van het voorafgaande jaar en tot 1 jaar voorafgaand aan het evenement is gemeld via het meldingsformulier risico evenement; b. minder dan 26 weken voorafgaand aan de eerste dag van het evenement geen volledige aanvraag is ingediend. 8. Onverminderd artikel 1:8 kan een vergunning voor vechtsportwedstrijden en -gala’s geweigerd worden als de natuurlijke personen die het evenement organiseren in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. 9. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 10. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Nieuwe tekst Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. De burgemeester kan categorieën evenementen aanwijzen waarvoor geen vergunning en geen melding is vereist, mits wordt voldaan aan de bij of krachtens dit artikel gestelde regels en voorschriften. 3. De burgemeester kan categorieën evenementen aanwijzen waarvoor geen vergunning, maar wel een melding is vereist, mits wordt voldaan aan de bij of krachtens dit artikel gestelde regels en voorschriften. 4. De melding wordt gedaan op een door de burgemeester vastgestelde wijze en binnen een door de burgemeester vastgestelde termijn. 5. De burgemeester kan na ontvangst van de melding besluiten een evenement als bedoeld in het derde lid te verbieden, indien: 1. a. op hetzelfde tijdstip of in dezelfde periode een ander evenement op dezelfde locatie plaatsvindt; 2. b. er aanleiding bestaat te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 6. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu, de bereikbaarheid, de brandveiligheid en de bescherming van het woon- en leefklimaat nadere regels stellen ten aanzien van evenementen. 7. De burgemeester kan algemene voorschriften vaststellen die van toepassing zijn op het organiseren van evenementen. 8. Het is verboden te handelen in strijd met de bij of krachtens het tweede, derde, zesde of zevende lid gestelde regels, voorwaarden of algemene voorschriften. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een evenement dat is ingedeeld in categorie A-evenement te weigeren als minder dan 8 weken voorafgaand aan de eerste dag van het evenement geen volledige aanvraag is ingediend. 10. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een evenement dat is ingedeeld in categorie B-evenement te weigeren als minder dan 12 weken voorafgaand aan de eerste dag van het evenement geen volledige aanvraag is ingediend. 11. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een evenement dat is ingedeeld in categorie C-evenement te weigeren als: 1. het evenement niet uiterlijk vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het evenement en niet eerder dan 1 jaar voorafgaand aan het evenement is aangemeld voor de regionale evenementenkalender op een door de burgemeester vastgestelde wijze; 2.minder dan 26 weken voorafgaand aan de eerste dag van het evenement geen volledige aanvraag is ingediend. 12. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de burgemeester een vergunning weigeren indien het aangevraagde evenement wegens een samenloop met een ander evenement op hetzelfde tijdstip en locatie is aangevraagd of verleend. 13. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan een vergunning voor vechtsportwedstrijden en -gala’s geweigerd worden als de natuurlijke personen die het evenement organiseren in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. 14. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 15. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:28: Exploitatie openbare inrichting 1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de exploitant of de leidinggevende van de openbare inrichting in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. het terras: i. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg; ii. de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; iii. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 4.Geen vergunning is vereist voor door de burgemeester aan te wijzen categorieën van openbare inrichtingen die naar zijn oordeel geen invloed hebben op de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en geen risico vormen voor de openbare orde. 5.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Nieuwe tekst Artikel 2:28: Exploitatie openbare inrichting 1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b.de exploitant of de leidinggevende van de openbare inrichting in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. het terras: i. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg; ii. de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; 4.Geen vergunning is vereist voor door de burgemeester aan te wijzen categorieën van openbare inrichtingen die naar zijn oordeel geen invloed hebben op de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en geen risico vormen voor de openbare orde. 5.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. In Hoofdstuk 2 wordt de titel van Afdeling 13 als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 13. Consumentenvuurwerk Nieuwe tekst Afdeling 13. (Vervallen) Artikel 2:71 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:71 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik Nieuwe tekst Artikel 2:71 (Vervallen) Artikel 2:72 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen (Vervallen) Nieuwe tekst Artikel 2.72 (Vervallen) Artikel 2:73 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst.Artikel 2.73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats 2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken 3. De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht Nieuwe tekst Artikel 2.73 (Vervallen) Artikel 2:74 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaald in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop lijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Nieuwe tekst Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaald in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop lijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Afdeling 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 5 …. Nieuwe tekst Afdeling 5 Escortbedrijven Artikel 3:16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3:16: Vervallen Nieuwe tekst Artikel 3:16: Vergunning van een escortbedrijf Onverminderd het overige bepaalde in hoofdstuk 3 van deze verordening, geldt ten aanzien van de vergunning zoals bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, die ziet op een escortbedrijf, het volgende: Het bevoegd bestuursorgaan verleent uitsluitend vergunning voor een escortbedrijf dat naar zijn oordeel voldoende aan een vast adres is gebonden. Artikel 3:16a wordt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:16a: Exploitatie van een escortbedrijf Onverminderd het overige bepaalde in hoofdstuk 3 van deze verordening, geldt ten aanzien van het exploiteren van een escortbedrijf het volgende: 1.De exploitant van een escortbedrijf is gebonden aan het adres dat op de vergunning is vermeld. 2.De exploitant of leidinggevende van een escortbedrijf maakt bij de werving van klanten alleen gebruik van de op de exploitatievergunning vermelde telefoonnummers, niet zijnde 06- nummers zonder abonnement. Artikel 3:17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3:17: Vervallen Nieuwe tekst Artikel 3:17: Nadere regels escortbedrijf Het bevoegd bestuursorgaan kan voor escortbedrijven nadere regels stellen in het belang van de vrijheid, de veiligheid, de gezondheid, het voorkomen van strafbare feiten, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat. Na artikel 3:17 wordt toegevoegd Afdeling 6: Overige bepalingen (Het huidige artikel 3.18 komt nu dus te staan in afdeling 6: Overige bepalingen) Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 6: Overige bepalingen Was/ wordt lijst inhoudelijke wijzigingsvoorstellen in de artikelsgewijze toelichting APV Amstelveen In de 'bestaande tekst' zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en - als het een facultatieve bepaling betreft - eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de 'niwue tekst'zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. * De toelichting bij artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst bij artikelsgewijze toelichting Artikel 2:24 Begripsbepaling Eerste lid In artikel 2:24 is gekozen voor de zogenaamde negatieve benaderingsmethode ten aanzien van de definiëring van het begrip evenement. Uitgaande van een algemeen geldend criterium (“namelijk elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak”) wordt vervolgens een aantal evenementen opgesomd dat niet onder de werking van de bepalingen valt. a. In de eerste plaats is dit het geval bij bioscoopvoorstellingen. b. Daarnaast gelden de bepalingen niet voor warenmarkten. Indien het college op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet een (waren-)markt heeft ingesteld, kan de gemeenteraad hiervoor regels vaststellen in een marktverordening. c. De Wet op de kansspelen kent een eigen toezichtregime. d. Dansen in een DHW-inrichting is uitgezonderd van het evenementenbegrip omdat dit in het algemeen niet als een evenement kan worden gezien. Een andere, meer incidenteel plaatsvindende activiteit dan het gelegenheid geven tot dansen (bijv. het optreden van een band, een houseparty, of een kooigevecht) kan wel als evenement worden aangemerkt. Zie verder hieronder onder feest. e. Betogingen, samenkomsten en vergaderingen zijn al geregeld in de WOM. f. Onder f is ten slotte van de evenementenbepaling uitgezonderd 2:39 (Speelgelegenheden). Dit gebeurt uiteraard om dubbele regelgeving te voorkomen. Tweede lid Herdenkingsplechtigheid Omdat een herdenkingsplechtigheid doorgaans wel voor publiek toegankelijk is, maar uiteraard niet als een verrichting van vermaak kan worden aangemerkt, wordt ze als evenement genoemd. Braderie Omdat een braderie van korte duur is en niet met een bepaalde regelmaat terugkeert, wordt deze activiteit niet als jaarmarkt of gewone markt aangemerkt in de zin van artikel 160 Gemeentewet. Omdat een braderie een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak is, is het een evenement. Optochten Het houden van optochten, zoals carnavals- en Sinterklaasoptochten, bloemencorso’s enz., die niet opgevat kunnen worden als een middel tot het uiten van een mening of gedachten of gevoelens, valt niet onder de bescherming van de Grondwet, het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) of andere internationale verdragen die de vrijheid van meningsuiting waarborgen. Evenmin is hierop de Wet openbare manifestaties (WOM) van toepassing. Feest, muziek Wanneer een feest voor publiek toegankelijk is, is er sprake van een vergunningplichtige activiteit omdat het valt onder de reikwijdte van de begripsomschrijving van artikel 2:24, eerste lid. Het feest kan als een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak worden aangemerkt. Besloten feesten daarentegen vallen niet onder de reikwijdte van de evenementenbepaling omdat deze activiteit niet een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak is. Wanneer een feest al dan niet besloten “op of aan de weg” plaats vindt, is dit een vergunningplichtige activiteit omdat het plaats vindt op doorgaans voor publiek toegankelijk gebied. Het feit dat het feest besloten is, dus niet voor publiek toegankelijk, doet daar niets aan af. Optreden van muziekkorpsen, muziekbandjes, etc. die voor iedereen toegankelijk zijn (zowel in een inrichting als in de buitenlucht) vallen onder de vergunningplicht van artikel 2:25. Voorschriften met betrekking tot geluid in een inrichting zijn opgenomen in het activiteitenbesluit milieubeheer. De artikelen 4:2 en 4:3 van de APV geven het college de bevoegdheid om ontheffing te verlenen voor geluidshinder in een inrichting. Wedstrijd Voor wedstrijden is een vergunning van de burgemeester vereist, krachtens het bepaalde in het eerste lid, van artikel 2:25 en artikel 2:24, tweede lid, onder d. Straatfeest of buurtbarbecue Voor het organiseren van kleine evenementen zoals de barbecue en/of straatfeest is in het kader van de vermindering van administratieve lasten voor de burger gekozen voor een meldingsplicht. Een klein evenement valt onder het begrip evenement, maar onder voorwaarden is er geen vergunning vereist. Snuffelmarkt De laatste tijd komt het in steeds meer plaatsen voor dat particulieren markten organiseren in grote (doorgaans leegstaande) gebouwen. Hoofdzakelijk worden daar “ongeregelde” zaken verkocht. Bij “ongeregelde” zaken kan met name worden gedacht aan incourante goederen, dat wil zeggen goederen, die in de regel niet meer langs normale handelskanalen het publiek bereiken, zoals bijvoorbeeld beschadigde artikelen, artikelen die uit de mode zijn, restanten en zaken van een te liquideren onderneming. Van de snuffelmarkt te onderscheiden zijn: - de weekmarkt in de zin van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet Het begrip “markt” is niet nader omschreven in de Gemeentewet. In de regel worden op een weekmarkt “geregelde” waren verkocht, dat wil zeggen: geen tweedehands goederen. Indien de te verwachten concentratie van een aantal standplaatsen zo hoog is, dat het uiterlijk de karakteristieken van een markt krijgt, mag niet meer worden volstaan met het verlenen van standplaatsvergunningen, maar dient het college een besluit te nemen over het instellen van een markt. De weekmarkt wordt in Amstelveen gereguleerd door een marktverordening. De grens tussen een braderie, jaarmarkt en snuffelmarkt is in de praktijk erg dun. Regelmatig is er daarom discussie over of bijvoorbeeld een boekenbeurs een evenement of snuffelmarkt is. In de APV Amstelveen is er daarom voor gekozen om snuffelmarkten aan te merken als evenement. Vechtsportwedstrijden en -gala’s. Vechtsportwedstrijden en -gala’s worden expliciet genoemd, zodat voor vechtsportevenementen altijd een vergunning is vereist. In het aanwijzingsbesluit Risicocategorie vechtsportwedstrijden en - gala's wordt verwezen naar dit artikel. Klein evenement, Regulier evenement, Aandacht evenement, Risico evenement In de APV worden evenementen beoordeeld op risico. Via een risicoanalysemodel, dat bij de aanvraag van een vergunning door de aanvrager digitaal moet worden ingevuld, wordt bepaald onder welke definitie het evenement valt. Conform die benadering worden in dit artikel de definities gegeven voor de verschillende categorieën evenementen. Nieuwe tekst Artikel 2:24Begripsomschrijving Eerste lid In artikel 2:24 is gekozen voor de zogenaamde negatieve benaderingsmethode ten aanzien van de definiëring van het begrip evenement. Uitgaande van een algemeen geldend criterium (“namelijk elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak”) wordt vervolgens een aantal evenementen opgesomd dat niet onder de werking van de bepalingen valt. a.In de eerste plaats is dit het geval bij bioscoopvoorstellingen. b.Daarnaast gelden de bepalingen niet voor warenmarkten. Indien het college op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet een (waren-)markt heeft ingesteld, kan de gemeenteraad hiervoor regels vaststellen in een marktverordening. c.De Wet op de kansspelen kent een eigen toezichtregime. d.Dansen in een Alcoholwet-inrichting is uitgezonderd van het evenementenbegrip omdat dit in het algemeen niet als een evenement kan worden gezien. Een andere, meer incidenteel plaatsvindende activiteit dan het gelegenheid geven tot dansen (bijv. het optreden van een band, een houseparty, of een kooigevecht) kan wel als evenement worden aangemerkt. Zie verder hieronder onder feest. e.Betogingen, samenkomsten en vergaderingen zijn al geregeld in de WOM. f.Onder f is ten slotte van de evenementenbepaling uitgezonderd 2:39 (Speelgelegenheden). Dit gebeurt uiteraard om dubbele regelgeving te voorkomen. Tweede lid Herdenkingsplechtigheid Omdat een herdenkingsplechtigheid doorgaans wel voor publiek toegankelijk is, maar uiteraard niet als een verrichting van vermaak kan worden aangemerkt, wordt ze als evenement genoemd. Braderie Omdat een braderie van korte duur is en niet met een bepaalde regelmaat terugkeert, wordt deze activiteit niet als jaarmarkt of gewone markt aangemerkt in de zin van artikel 160 Gemeentewet. Omdat een braderie een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak is, is het een evenement. Optochten Het houden van optochten, zoals carnavals- en Sinterklaasoptochten, bloemencorso’s enz., die niet opgevat kunnen worden als een middel tot het uiten van een mening of gedachten of gevoelens, valt niet onder de bescherming van de Grondwet, het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) of andere internationale verdragen die de vrijheid van meningsuiting waarborgen. Evenmin is hierop de Wet openbare manifestaties (WOM) van toepassing. Feest, muziekvoorstelling Een feest valt onder het evenementenbegrip als het voor publiek toegankelijk is en bestaat uit vermaak. Besloten feesten vallen in beginsel niet onder het evenementenbegrip, omdat zij niet voor publiek toegankelijk zijn. Vindt een feest op of aan de weg of in de openbare ruimte plaats, dan kan artikel 2:25 van toepassing zijn. De vraag of een vergunning, melding of geen melding nodig is, volgt uit artikel 2:25 en de daarop gebaseerde aanwijzing en nadere regels. Geluid binnen een gebouw of op een locatie kan ook onder regels uit het omgevingsplan, het Besluit activiteiten leefomgeving of andere milieuregels vallen. Geluid buiten een inrichting of buiten een locatie waarop milieuregels van toepassing zijn, kan via de evenementenvergunning, algemene voorschriften of nadere regels worden begrensd. Wedstrijd Een wedstrijd kan een evenement zijn als zij voor publiek toegankelijk is of op of aan de weg plaatsvindt. De vergunningplicht volgt niet rechtstreeks uit artikel 2:24, maar uit artikel 2:25 en de daarop gebaseerde uitzonderingen. Voor wedstrijden op of aan de weg geldt geen evenementenvergunningplicht als artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994 daarin voorziet. Straatfeest of buurtbarbecue Een straatfeest of buurtbarbecue kan onder het evenementenbegrip vallen. De burgemeester kan categorieën aanwijzen waarvoor geen vergunning en geen melding vereist is, of waarvoor een melding volstaat. De voorwaarden worden uitgewerkt in de Regeling vergunningvrije en meldingsplichtige evenementen Amstelveen 2026. Daarmee blijft ruimte voor kleine buurtactiviteiten en blijft sturing mogelijk als openbare orde, veiligheid, gezondheid, milieu, bereikbaarheid of leefbaarheid dat vragen. Snuffelmarkt De grens tussen een braderie, jaarmarkt en snuffelmarkt is in de praktijk dun. In de APV Amstelveen is ervoor gekozen om snuffelmarkten aan te merken als evenement. De concrete route volgt uit artikel 2:25 en de daarop gebaseerde besluiten. Vechtsportwedstrijden en -gala’s Artikel 2:24, tweede lid, onder g, geeft de burgemeester de bevoegdheid om categorieën vechtsportwedstrijden en -gala’s als evenement aan te wijzen. Het bestaande aanwijzingsbesluit voor vechtsportwedstrijden en - gala’s blijft onderdeel van het evenementenstelsel. Deze evenementen vallen niet onder de lichte vergunningvrije of meldingsplichtige categorieën. Derde en vierde lid De burgemeester stelt de risicoscan vast. De risicoscan ondersteunt de risicogerichte behandeling van evenementen. De risicoscan wordt gebruikt voor categorisering, advisering, het bepalen van benodigde stukken, het verbinden van vergunningvoorschriften, toezichtsinzet en bestuurlijke opschaling. De risicoscan bepaalt niet zelfstandig of een evenement vergunningvrij, meldingsplichtig of vergunningplichtig is. Die vraag wordt beantwoord op grond van artikel 2:25 en de daarop gebaseerde aanwijzing, nadere regels en algemene voorschriften. Hiermee blijft de bestuurlijke flexibiliteit bij de burgemeester en wordt voorkomen dat de risicoscan de APV vervangt. Vijfde tot en met zevende lid Op basis van de risicoscan worden evenementen ingedeeld in categorieën. De toelichting bij artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:25 Evenementenvergunning Algemeen De bevoegdheid van de burgemeester in het kader van het toezicht op evenementen stoelt op artikel 174 Gemeentewet. In het derde lid van dit artikel is aangegeven dat de burgemeester belast is met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Het begrip “toezicht” is ruimer dan alleen de handhaving van de openbare orde. Het gaat hier ook om de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de burger in incidentele gevallen en op bepaalde plaatsen. In het geval van een klein evenement kan volstaan worden met een melding. Het is dan niet per se noodzakelijk en proportioneel om een vergunning te eisen. Eerste lid Bij het beoordelen van een aanvraag wordt gekeken of de vergunning al dan niet geweigerd wordt aan de hand van de in artikel 1:8 genoemde criteria. Eerste lid De burgemeester is bevoegd voorschriften te verbinden aan het houden van een evenement. Voor de toelaatbaarheid van de voorschriften geldt een aantal voorwaarden: • 1. a. De voorschriften mogen niet in strijd zijn met enige wettelijke regeling. •1. b. De voorschriften moeten redelijkerwijs nodig zijn in verband met het voorkomen van aantasting van de openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid, zie de artikelen 1:4 en 1:8. • 1. c. De voorschriften mogen niet in strijd komen met enig beginsel van behoorlijk bestuur. Niet nakoming van voorschriften die aan de vergunning verbonden zijn kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning dan wel voor toepassing van andere sancties. In artikel 1:6 is de intrekkingsbevoegdheid vastgelegd. Evenementenbeleid Aan de hand van de motieven, neergelegd in de weigeringsgronden kan de burgemeester beleidsregels vaststellen. Het doel van een evenementenbeleid is enerzijds het vastleggen van wat er met betrekking tot evenementen in een gemeente wordt nagestreefd, in relatie tot de APV en onder welke voorwaarden dit is toegestaan. Anderzijds behelst het beleid de afstemming van processen binnen de vergunningverlening zodat deze zo efficiënt en goedkoop mogelijk kan plaatsvinden. Tweede lid Voor kleine evenementen volstaat een meldingsplicht. Het blijft verboden om zonder melding zo’n evenement te houden, zodat de gemeente kan optreden als zonder deze melding het klein evenement wordt georganiseerd De organisator stelt de burgemeester tenminste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement in kennis van het evenement. De Drank- en Horecawet bepaalt dat er geen vergunning of ontheffing nodig is als: a. er een besloten feest wordt gehouden, waar b. geen entree wordt gevraagd en waar c. gratis alcohol wordt geschonken. Er moet dan wel voldaan worden alle drie vereisten, Derde lid Er kan aanleiding zijn om het organiseren van een klein evenement te verbieden. Dit is alleen mogelijk, als de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Vierde lid Dit lid geeft de juridische basis aan de burgemeester om extra regels te stellen aan evenementen. Deze nadere regels worden gesteld in het uitvoeringskader evenementen, waarin per categorie evenement aparte voorwaarden worden gesteld. Vijfde en zesde lid In deze leden zijn de aanvraagtermijnen vastgesteld. Zevende lid Conform het uitvoeringskader is opgenomen dat de burgemeester een vergunning buiten behandeling kan stellen als niet minimaal 26 weken voorafgaand aan het evenement een volledige aanvraag is ingediend. De inzet op evenementen door de politie wordt aan het begin van het kalenderjaar gedaan. Als aan het begin van een kalenderjaar niet bekend is dat een Risico evenement plaatsvindt dan kan dit betekenen dat er onvoldoende capaciteit is voor dit evenement. De aanvrager van een groot evenement wordt daarom ook gevraagd om voor 1 december en een 1 jaar voorafgaand aan het evenement dit evenement te melden. Dit biedt de gemeente ook de gelegenheid om in een vroeg stadium afspraken te maken met de organisator. Achtste lid In het verleden is gebleken dat zich onwenselijke situaties kunnen voordoen bij vechtsportwedstrijden en -gala's. In de APV is daarom slecht levensgedrag van de natuurlijke personen die het evenementen organiseren opgenomen als weigeringsgrond. De gedachte hierbij is dat personen met een strafrechtelijke verleden onvoldoende in staat zijn hun bezoekers en deelnemers aan te spreken op naleving van waarden en normen. Negende lid De vergunningplicht voor een evenement geldt op grond van dit lid niet voor wedstrijden op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. Hoewel deze situaties wel degelijk als evenement worden beschouwd, geldt enkel de vergunningplicht niet voor deze situaties. Tiende lid: Lex silencio positivo Kleinere evenementen zijn al vergunningsvrij. Deze vergunning ziet derhalve op grotere evenementen. Daarbij is een lex silencio positivo niet wenselijk, gezien de impact die een groot evenement kan hebben, met name op de openbare orde. Ook vragen vele aspecten van een groot evenement, zoals brandveiligheid, geluid, aanvoer, afvoer en parkeren van bezoekers, om maatwerk dat alleen een inhoudelijke vergunningsbeschikking kan bieden. Er zijn derhalve verschillende dwingende redenen van algemeen belang, met name de openbare orde, openbare veiligheid en milieu om van een Lex silencio positivo af te zien. Paragraaf 4.1.3.3. Awb wordt niet van toepassing verklaard. Nieuwe tekst Artikel 2:25 Evenement Algemeen De bevoegdheid van de burgemeester bij evenementen sluit aan op artikel 174 van de Gemeentewet. De burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen die gaan over toezicht op openbare samenkomsten, vermakelijkheden en voor publiek openstaande gebouwen en erven. Het toezicht ziet niet alleen op openbare orde, maar ook op veiligheid, gezondheid, milieu, bereikbaarheid en leefbaarheid rond evenementen. Artikel 2:25 kiest voor risicogerichte ordening. Kleine activiteiten krijgen ruimte waar dat verantwoord is. Evenementen met meer risico of meer impact blijven vergunningplichtig. De APV geeft de hoofdstructuur; de burgemeester werkt de categorieën en voorwaarden uit in een geïntegreerde regeling. Eerste lid Het uitgangspunt blijft dat het verboden is zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. De uitzonderingen op deze vergunningplicht volgen uit het tweede en derde lid en de daarop gebaseerde besluiten. Tweede en derde lid De burgemeester kan categorieën evenementen aanwijzen waarvoor geen vergunning en geen melding vereist is. Dit is alleen bedoeld voor zeer beperkte activiteiten zonder relevante invloed op verkeer, geluid, openbare orde, veiligheid of omgeving. De burgemeester kan ook categorieën evenementen aanwijzen waarvoor geen vergunning, maar wel een melding vereist is. Voor deze categorieën gelden de voorwaarden uit de Regeling vergunningvrije en meldingsplichtige evenementen Amstelveen 2026 zodra de burgemeester deze regeling vaststelt. Voor kleine meldingsplichtige evenementen blijft de bestaande hoofdlijn het uitgangspunt: maximaal 250 personen, één dag, niet in het Stadshart, geen versterkte muziek, geen verkoop van goederen, geen alcoholverkoop, voldoende bereikbaarheid voor hulpdiensten en maximaal 25 m² aan objecten. Vierde lid De melding wordt gedaan op een door de burgemeester vastgestelde wijze en binnen een door de burgemeester vastgestelde termijn. Voor kleine meldingsplichtige evenementen geldt als uitgangspunt een termijn van 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement. Vijfde lid De burgemeester kan een gemeld evenement verbieden als openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of milieu in gevaar komt. Deze bevoegdheid blijft nodig, omdat ook een meldingsplichtig evenement door locatie, datum, samenloop met andere evenementen of gewijzigde omstandigheden alsnog risico’s kan opleveren. Zesde en zevende lid Deze leden geven de burgemeester de bevoegdheid om nadere regels en algemene voorschriften vast te stellen. De regels kunnen gaan over onder meer bezoekersaantallen, tijden, geluid, verkeer, bereikbaarheid, brandveiligheid, objecten, alcohol, verkoop, afval, op- en afbouw en informatie aan omwonenden. Achtste lid Het achtste lid maakt duidelijk dat handelen in strijd met de gestelde regels, voorwaarden of algemene voorschriften verboden is. Daardoor kan de gemeente optreden als een organisator een vergunningvrij of meldingsplichtig evenement organiseert buiten de voorwaarden die daarvoor gelden. Negende tot en met elfde lid Deze leden regelen de aanvraagtermijnen voor evenementen in categorie A, B en C. De burgemeester kan een aanvraag weigeren als deze niet tijdig en volledig is ingediend. De termijnen zijn 8 weken voor categorie A, 12 weken voor categorie B en 26 weken voor categorie C. De formulering “kan weigeren” laat beoordelingsruimte voor eenvoudige aanvragen of bijzondere omstandigheden. Voor evenementen in categorie C geldt daarnaast dat het evenement uiterlijk vóor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het evenement moet zijn aangemeld voor de regionale evenementenkalender. Dit ondersteunt de planning van politie, brandweer, GHOR en gemeentelijke inzet. Twaalfde lid De burgemeester kan een vergunning weigeren als het aangevraagde evenement wegens een samenloop met een ander evenement op hetzelfde tijdstip en locatie is aangevraagd of verleend. Dertiende lid Bij vechtsportwedstrijden en - gala’s kan de vergunning worden geweigerd als de natuurlijke personen die het evenement organiseren in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. Deze bepaling blijft nodig vanwege de openbare-ordebelangen en integriteitsrisico’s die bij deze categorie evenementen kunnen spelen. De bepaling staat naast eventuele Bibob-toetsing en de eisen uit het aanwijzingsbesluit vechtsport. Veertiende lid De evenementenvergunningplicht geldt niet voor wedstrijden op of aan de weg als artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994 daarin voorziet. De activiteit kan nog steeds onder het evenementenbegrip vallen, maar de vergunningplicht van artikel 2:25 geldt dan niet. Vijftiende lid: lex silencio positivo Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanvragen om een evenementenvergunning. Een vergunning van rechtswege past niet bij evenementen waarbij openbare orde, veiligheid, brandveiligheid, geluid, verkeer, parkeren, gezondheid en milieu maatwerk vragen. De toelichting bij Afdeling 13 uit hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst bij artikelsgewijze toelichting AFDELING 13. VUURWERK Artikel 2:71 Begripsbepaling Deze afdeling geeft regels omtrent het bezigen van consumentenvuurwerk rond en tijdens de jaarwisseling, in aanvulling op het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (verder te noemen Vuurwerkbesluit). Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van vuurwerk tijdens verkoopdagen [vervallen] Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Er kunnen, ondanks dat dit alleen op oudejaarsdag is toegelaten, plaatsen zijn waar het afsteken van consumentenvuurwerk te allen tijde niet toelaatbaar moet worden geacht (bijvoorbeeld bij ziekenhuizen, bejaardentehuizen, huizen met rieten daken, in winkelstraten, bij dierenasiels enz.). Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen waar het afsteken van consumentenvuurwerk altijd verboden is. Het tweede lid maakt het mogelijk om op te treden tegen het bezigen van consumentenvuurwerk in bijvoorbeeld een promenade, een passage, een portiek of een volksverzameling. Nieuwe tekst Afdeling 13 (vervallen) Bestaande tekst bij artikelsgewijze toelichting Artikel 3.16 Overgangsbepaling [vervallen] Artikel 3.17 Kwetsing openbare zedelijkheid [vervallen] Nieuwe tekst Artikel 3:16 Dit artikel is gericht op het voorkomen van misstanden rond escortbedrijven. Elk escortbedrijf heeft een vergunning nodig. De vergunningsaanvraag wordt getoetst aan een aantal criteria, waaronder of het bedrijf gebonden is aan een vast adres, eisen aan de exploitant en de leidinggevende en de invloed op het woon- en leefklimaat. Dat het voorgenomen bedrijf gekoppeld is aan een vast adres is van belang om toezicht te kunnen houden. Artikel 3:16a Lid a: Het verplicht stellen om gebruik te maken van een vast adres en deze op de vergunning te vermelden maakt controle, toezicht en handhaving mogelijk. Lid b: een vast telefoonnummer maakt het voor de gemeente en politie makkelijker om de illegale sector te bestrijden. Door de verplichting op te nemen om gebruik te maken van vaste telefoonnummers wordt voorkomen dat steeds van (mobiel) nummer wordt gewisseld. Dit voorkomt malafide bemiddeling of escortbedrijven die anomie blijven. Artikel 3:17 Hiermee heeft het bestuursorgaan de bevoegdheid om, specifiek rond escortbedrijven, nadere regels te stellen. Met deze bevoegdheid kan het college snel en gericht inspelen op actuele ontwikkelingen en nieuwe inzichten.

Meer informatie