Algemene legesverordening Amsterdam 2026
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Algemene legesverordening Amsterdam 2026 in verband met de wijziging van de legestarieven van hoofdstuk 3 – Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 juni 2026, gelet op artikel 216 en artikel 229 van de Gemeentewet, besluit: Artikel I De Algemene legesverordening Amsterdam 2026 wordt als volgt gewijzigd: A HOOFDSTUK 3 – DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET van Bijlage 1. Legestabel 2026 komt te luiden: 3.1 HOOFDSTUK 3 – DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET 3.1 Definities 3.1.1 Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3.1.2 In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3.1.3 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan; b. binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij afwijkingsbevoegdheid: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan, maar die toelaatbaar is op grond van een afwijkingsbevoegdheid zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; c. binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die mogelijk is op grond van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; d. buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar waarbij de beoordelingsregels geen ruimte bieden om deze vergunning te verlenen. Het gaat om activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan en die niet vallen onder een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in bijlage II; e. kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar die van beperkte aard is en geen wezenlijke strijd oplevert met de ruimtelijke regels. De specifieke activiteiten die hieronder vallen, zijn opgenomen in bijlage II; f. integrale tafel: een overleg in het kader van een conceptverzoek waarbij ten minste drie verschillende vakdisciplines gelijktijdig betrokken zijn bij de beoordeling van een initiatief, waaronder in ieder geval ruimtelijke ordening en ten minste twee van de volgende disciplines stedenbouw, milieu, verkeer, erfgoed of juridische zaken; g. zelfwerkzaamheid: het door of namens de aanvrager uitvoeren van werkzaamheden als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingsregeling. 3.1.4 Bouwkosten betreffen, in aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip bouwkosten: a. de onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567; b. de onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie van het bouwwerk; c. de onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting. 3.1.5 Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt, wordt onder bouwkosten verstaan de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft. 3.1.6 Onder conceptverzoek wordt mede verstaan vooroverleg en omgevingsoverleg. 3.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. conceptverzoek; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; d. een wijziging van maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften van een omgevingsvergunning; e. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; f. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; g. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met f. 3.3 Bepalen tarief 3.3.1 De in artikel 3.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 3.3.2 Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3.3.3 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten (zoals bedoeld in paragraaf 3.18, bijvoorbeeld aanvullende beoordelingen, adviezen of procedures die onderdeel uitmaken van de aanvraag). 3.3.4 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.19. 3.3.5 Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 3.4 VOORFASE 3.4 Conceptverzoek Als de aanvraag betrekking heeft op het indienen van een conceptverzoek voor een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: 3.4.1 voor een beoordelend overleg in het kader van een conceptverzoek, gericht op het bespreken van de wenselijkheid en haalbaarheid van een voorgenomen initiatief, waarbij geen sprake is van een integrale tafel: € 350,00 3.4.2 voor een beoordelend overleg in het kader van een conceptverzoek, gericht op het bespreken van de wenselijkheid en haalbaarheid van een voorgenomen initiatief, waarbij sprake is van een integrale tafel: € 500,00 3.5 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN 3.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) 3.5.1 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. indien de bouwkosten niet meer dan € 75.000 bedragen: 0,76% van de bouwkosten, met een minimum van: € 100,00 b. indien de bouwkosten meer dan € 75.000 en niet meer dan € 250.000 bedragen: € 570,00 vermeerderd met: 1,05% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 75.000 te boven gaat; c. indien de bouwkosten meer dan € 250.000 en niet meer dan € 500.000 bedragen: € 2.407,50 vermeerderd met: 1,02% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 250.000 te boven gaat; d. indien de bouwkosten meer dan € 500.000 en niet meer dan € 1.000.000 bedragen: € 4.957,50 vermeerderd met: 0,89% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 500.000 te boven gaat; e. indien de bouwkosten meer dan € 1.000.000 en niet meer dan € 5.000.000 bedragen: € 9.407,50 vermeerderd met: 0,87% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 1.000.000 te boven gaat; f. indien de bouwkosten meer dan € 5.000.000 en niet meer dan € 15.000.000 bedragen: € 44.207,49 vermeerderd met: 0,72% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 5.000.000 te boven gaat; g. indien de bouwkosten meer dan € 15.000.000 en niet meer dan € 25.000.000 bedragen: € 116.207,48 vermeerderd met: 0,70% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 15.000.000 te boven gaat; h. indien de bouwkosten meer dan € 25.000.000 en niet meer dan € 35.000.000 bedragen: € 186.207,48 vermeerderd met: 0,68% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 25.000.000 te boven gaat; i. indien de bouwkosten meer dan € 35.000.000 en niet meer dan € 50.000.000 bedragen: € 254.207,47 vermeerderd met: 0,50% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 35.000.000 te boven gaat; j. indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen € 329.207,46 vermeerderd met: 0,18% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 50.000.000 te boven gaat. 3.5.2 In afwijking van artikel 3.5.1 bedraagt het tarief, indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een civieltechnisch werk als bedoeld in artikel 3.5.3, en voor zover sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 3.5.1, 0,6975% van de bouwkosten, met een minimum van: € 100,00 3.5.3 Onder civieltechnische werken wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: a.een bouwwerk dat geen gebouw is als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet, een openbare en/of maatschappelijke functie vervult en tevens is opgenomen in de volgende limitatieve opsomming: 1. spoor- en weginfrastructuur inclusief de bijbehorende kunstwerken zoals wegen, tunnels, bruggen, viaducten en geluidsschermen; 2. waterinfrastructuur zoals havens, kanalen, rivieren, sluizen, aquaducten, duikers, stuwen, gemalen, steigers, kademuren en keermuren; b. de terreinvoorbereiding behorend bij de bouwwerken zoals genoemd onder a; c. de openbare terreininrichting behorend bij de bouwwerken zoals genoemd onder a; d. installaties benodigd voor een goede werking van de infrastructuur, genoemd onder a, waaronder tevens wordt begrepen een bedieningsgebouw voor zover de functie van het gebouw ziet op de bediening van de benodigde installaties. 3.5.4 Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 3.5.1 en gedeeltelijk betrekking heeft op een civieltechnisch werk, kan de aanvrager de bouwkosten gemotiveerd uitsplitsen tussen het deel dat betrekking heeft op het civieltechnisch werk en het deel dat geen betrekking heeft op het civieltechnisch werk. De uitsplitsing kan als bijlage aan het vergunningdossier worden toegevoegd. In dat geval worden de tarieven, genoemd in artikel 3.5.1, berekend over het totaal van de bouwkosten verminderd met het deel van de bouwkosten dat betrekking heeft op het civieltechnisch werk. Het tarief, bedoeld in artikel 3.5.2, wordt berekend over de bouwkosten die betrekking hebben op het civieltechnisch werk. 3.5.5 Indien een van de in artikel 3.5.4 bedoelde werken tevens een omgevingsvergunning vereist voor een andere activiteit dan de bouwactiviteit als bedoeld in artikel 3.5.1, zijn voor die andere activiteit leges verschuldigd overeenkomstig het tarief dat in deze verordening voor die activiteit is opgenomen. 3.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. indien de bouwkosten niet meer dan € 75.000 bedragen: 1,81% van de bouwkosten, met een minimum van: € 233,00 b. indien de bouwkosten meer dan € 75.000 en niet meer dan € 250.000 bedragen: € 1.357,50 vermeerderd met: 2,44% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 75.000 te boven gaat; c. indien de bouwkosten meer dan € 250.000 en niet meer dan € 500.000 bedragen: € 5.627,50 vermeerderd met: 2,38% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 250.000 te boven gaat; d. indien de bouwkosten meer dan € 500.000 en niet meer dan € 1.000.000 bedragen: € 11.577,50 vermeerderd met: 2,06% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 500.000 te boven gaat; e. indien de bouwkosten meer dan € 1.000.000 en niet meer dan € 5.000.000 bedragen: € 21.877,50 vermeerderd met: 2,03% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 1.000.000 te boven gaat; f. indien de bouwkosten meer dan € 5.000.000 en niet meer dan € 15.000.000 bedragen: € 103.077,48 vermeerderd met: 1,67% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 5.000.000 te boven gaat; g. indien de bouwkosten meer dan € 15.000.000 en niet meer dan € 25.000.000 bedragen: € 270.077,46 vermeerderd met: 1,64% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 15.000.000 te boven gaat; h. indien de bouwkosten meer dan € 25.000.000 en niet meer dan € 35.000.000 bedragen: € 434.077,45 vermeerderd met: 1,59% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 25.000.000 te boven gaat; i. indien de bouwkosten meer dan € 35.000.000 en niet meer dan € 50.000.000 bedragen: € 593.077,43 vermeerderd met: 1,16% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 35.000.000 te boven gaat; j. indien de bouwkosten meer dan € 50.000.000 bedragen € 767.077,42 vermeerderd met: 0,43% van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 50.000.000 te boven gaat. 3.7 Afwijken van het (tijdelijke) omgevingsplan (met of zonder bouwactiviteit) 3.7 Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan: € 339,40 b. voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid of aan een uitwerkingsplicht wordt voldaan in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan: € 452,40 c. voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is met toepassing van een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in bijlage II: € 565,50 d. voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is in andere gevallen dan genoemd in de onderdelen a tot en met c: € 5.655,00 e. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is, indien de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op het afwijken van de standaardregels voor het saneren van de bodem en/of het graven in de bodem: € 387,40 3.8 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 3.9, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 280,10 3.9 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT CULTUREEL ERFGOED EN WERELDERFGOED 3.9 Monumenten, archeologie en cultureel erfgoed (Omgevingsplanactiviteit en Rijksmonumentenactiviteit) 3.9.1 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, en deze activiteit betrekking heeft op een gemeentelijk of provinciaal monument (waaronder voorbeschermde monumenten), een beschermd stads- of dorpsgezicht of op cultureel of werelderfgoed waarvoor het omgevingsplan een vergunningplicht bevat, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk: € 262,00 3.9.2 Als de aanvraag betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk: € 262,00 3.9.3 Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid, mede betrekking heeft op een archeologisch monument, worden de genoemde tarieven verhoogd met: € 131,00 3.9.4 De eerste drie leden zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen met betrekking tot monumenten of archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening, zolang in het omgevingsplan nog geen functieaanduiding is opgenomen of voorbeschermingsregel geldt als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit. 3.9.5 In afwijking van artikel 3.9, eerste tot en met derde lid, worden voor de omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op cultureel erfgoed geen leges geheven, indien de aanvraag om een omgevingsvergunning tevens betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet. 3.10 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN 3.10.1 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een milieubelastende activiteit bedraagt het tarief, onverminderd het elders in deze tarieventabel bepaalde als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 1.920,90 3.10.2 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op één of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit één of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a voor één milieubelastende activiteit: € 2.987,60 b voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.489,70 c voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.991,80 3.10.3 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op één of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit één of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a voor één milieubelastende activiteit: € 2.987,60 b voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.489,70 c voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.991,80 3.10.4 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op één of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit één of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a voor één milieubelastende activiteit: € 2.987,60 b voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.489,70 c voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.991,80 3.10.5 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op één of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit één of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten a voor één milieubelastende activiteit: € 2.987,60 b voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.489,70 c voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.991,80 3.10.6 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit uit de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 2.987,60 3.10.7 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit één of meer activiteiten uit de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a voor één milieubelastende activiteit: € 2.987,60 b voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.489,70 c voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 1.991,80 3.10.8 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 2.987,60 3.10.9 Samenloop van milieubelastende activiteiten 3.10.9.1 Als bij de toepassing van de artikelen 3.10.2 tot en met 3.10.8 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast. 3.10.9.2 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt. 3.11 AANLEGACTIVITEITEN 3.11 Omgevingsplanactiviteit: aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 311,50 3.12 OVERIGE ACTIVITEITEN 3.12 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in de vigerende artikelen van de Bomenverordening 2014 (vellen of laten vellen van een houtopstand) in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 3.12.1 voor het vellen van één tot en met vijf bomen: € 152,00 3.12.2 voor het vellen van zes tot en met tien bomen: € 304,00 3.12.3 voor het vellen van meer dan tien bomen en/of het aangaan van een jaarvergunning: € 560,20 3.13 OMGEVINGSPLANACTIVITEIT: HORECA 3.13.1 Omgevingsplanactiviteit: horecaterras Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid en onder aanhef a, van de Omgevingswet, bestaande uit een omgevingsplanactiviteit horecaterras, het bedrijfsmatig op een horecaterras voor directe consumptie ter plaatse schenken van dranken of verstrekken van etenswaren of het aanbieden van waterpijpen, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die onderdelen bedoelde activiteiten voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 610,70 3.13.2 Omgevingsplanactiviteit culturele horeca: Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid en onder aanhef a, van de Omgevingswet, bestaande uit een omgevingsplanactiviteit culturele horeca, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die onderdelen bedoelde activiteiten voor een verzoek tot maatwerk voor een aanvraag omgevingsplanactiviteit culturele horeca volgens artikel 3.68 Omgevingsplan: € 1.150,00 3.14 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan in deze paragraaf of de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld, en die activiteit is aangewezen als vergunningplichtige activiteit bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 311,50 3.15 MAATWERKVOORSCHRIFTEN OF VERGUNNINGVOORSCHRIFTEN 3.15.1 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften bij bouw- of sloopactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift dat verband houdt met een bouw- of sloopactiviteit, met uitzondering van het in onderdeel b bedoelde geval, per maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift: € 544,00 b. voor een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift dat betrekking heeft op de ingebruikname van een bouwwerk met een geringe afwijking van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geconstateerd binnen het stelsel van private kwaliteitsborging, per maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift: € 1.600,00 3.15.2 Maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 3.15.2.1 Als de aanvraag om één of meer maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op: a. één maatwerkvoorschrift of één vergunningvoorschrift bedraagt het tarief: € 1.991,80 b. twee of meer maatwerkvoorschriften of twee of meer vergunningvoorschriften; het tarief onder a, per extra maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift vermeerderd met: € 995,80 3.15.2.2 In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift die uitsluitend ziet op het afwijken van de standaardregels voor het saneren van de bodem en/of het graven in de bodem: € 387,40 3.15.2.3 De tarieven genoemd in dit artikel zijn niet van toepassing indien het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift betrekking heeft onderdeel uitmaakt van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 3.15.3 Wijzigen maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 3.15.3.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift met betrekking tot een milieubelastende activiteit bedraagt: € 1.991,80 3.15.3.2 In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift die uitsluitend betrekking heeft op het afwijken van de standaardregels voor het saneren van de bodem en/of het graven in de bodem: € 387,40 3.15.4 Maatwerkontheffing openingstijden middels maatwerkvoorschrift: Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een verzoek tot maatwerk voor een verruiming van de openingstijden volgens artikel 3.91 Omgevingsplan (subparagraaf 3.2.13.5.2): € 900,00 3.15.5 Maatwerkvoorschrift licht en geluid Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het nemen van een maatwerkvoorschrift om af te wijken van de regels zoals opgenomen in de Bruidsschat (tijdelijk deel Omgevingsplan) met betrekking tot het voorkomen van geluid- en lichthinder door horeca- sport- en recreatie activiteiten, bedraagt: € 195,60 3.15.6 Maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 3.15.1 tot en met 3.15.5, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift: € 311,50 3.16 GELIJKWAARDIGHEID 3.16 Gelijkwaardige maatregel 3.16.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet bedraagt per maatregel: a. indien deze betrekking heeft op een milieubelastende activiteit: € 1.936,80 b. indien deze uitsluitend betrekking heeft op het afwijken van de standaardregels voor het saneren van de bodem en/of het graven in de bodem: € 387,40 3.16.2 indien deze betrekking heeft op een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a en b: € 803,40 3.16.3 Het tarief behorend bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop de gelijkwaardige maatregel betrekking heeft onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 3.17 OVERIGE TARIEVEN 3.17.1 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om het verlengen van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit, bedraagt, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 3.5.1 en 3.5.2, indien de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op het verlengen van de termijn, zonder andere wijzigingen van de vergunning en voor zover de aanvraag in overeenstemming is met het omgevingsplan, 20% van het bedrag dat verschuldigd zou zijn voor een vergunning op grond van de tarieven in de artikelen 3.5.1 en 3.5.2 geldend in het jaar van aanvraag van de verlenging. Bij de vaststelling van het verschuldigde bedrag wordt een minimumtarief van € 100 en een maximumtarief van €25.000 gehanteerd. 3.17.2 Wijzigen omgevingsvergunning 3.17.2.1 Bij een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, waarbij sprake is van een wijziging van één of meerdere onderdelen van een eerder vergund bouwplan die afzonderlijk beoordeeld kunnen worden, wordt het tarief berekend overeenkomstig de artikelen 3.5 en 3.6, waarbij als bouwkosten gelden de bouwkosten van de gewijzigde onderdelen van het bouwplan, met dien verstande dat het te betalen legesbedrag nooit minder is dan: € 100,00 3.17.2.2 In afwijking van het eerste lid wordt bij een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit het tarief bepaald overeenkomstig de tarieven die in dit hoofdstuk zijn opgenomen voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. 3.17.3 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 3.18.2 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. 3.17.4 Wijzigen van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan: € 7.765,70 3.17.5 Inzageverzoek Verzoek tot het doen van nasporingen in een bouwdossier, dossier Wabo, dossier Wet Milieubeheer of dossier Omgevingswet, per adres € 25,00 3.17.6 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 311,50 3.18 MODALITEITEN 3.18.1 Uitgebreide voorbereidingsprocedure 3.18.1.1 Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: € 2.421,10 b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 1.415,40 c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: € 1.415,40 3.18.1.2 In afwijking van het eerste lid wordt het tarief, bedoeld in de onderdelen b en c, niet in rekening gebracht indien de uitgebreide voorbereidingsprocedure door het bevoegd gezag van toepassing wordt verklaard, zonder dat de aanvrager daarom heeft verzocht. 3.18.2 Beoordeling onderzoeksrapporten 3.18.2.1 Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 339,40 b. voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: € 339,40 c. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): € 7.747,20 d. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: € 339,40 3.18.3 Advies 3.18.3.1 Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: € 339,40 b. voor een advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage: het bedrag van de kosten dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager is meegedeeld. c. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a en b: het bedrag van de kosten dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager is meegedeeld. 3.18.3.2 Als het bedrag, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aan de aanvrager ter kennis is gebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde dag na de dag waarop het bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 3.18.3.3 Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag vóór deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 3.18.4 Instemming 3.18.4.1 Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 3.18.4.2 Als het bedrag, als bedoeld in het eerste lid, aan de aanvrager ter kennis is gebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde dag na de dag waarop het bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 3.19 VERMINDERING 3.19 Vermindering na conceptverzoek 3.19.1 Als een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.2, aanhef en onderdeel b, en nader omschreven in de paragrafen 3.3 tot en met 3.6, 3.8 en 3.9, 3.15 en 3.16 wordt ingediend na een conceptverzoek als bedoeld in artikel 3.4 waarop de aanvraag betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag verschuldigde leges, waarbij de voor het conceptverzoek geheven leges op grond van artikel 3.4 in mindering worden gebracht op de voor de aanvraag verschuldigde leges. 3.19.2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a.voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het conceptverzoek betrekking had b. in overeenstemming met de uitkomsten van het conceptverzoek c. binnen 26 weken na het laatste conceptverzoek of, indien het conceptverzoek volgens afspraak heeft geleid tot een schriftelijke kennisgeving aan de aanvrager, binnen twaalf maanden na de dagtekening van die kennisgeving. 3.19.3 Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd: € 100,00 3.20 TERUGGAAF 3.20.1 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag om een omgevingsvergunning vaststelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, worden voor die aanvraag geen leges geheven. Indien reeds leges in rekening zijn gebracht, bedraagt de teruggaaf: 100% 3.20.2 Teruggaaf als aanvraag buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, wordt voor het in behandeling nemen van de aanvraag een lager bedrag aan leges in rekening gebracht. De teruggaaf bedraagt: 85% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. 3.20.3 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of een aanvraag om een maatwerkvoorschrift geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarop nog geen besluit heeft genomen, wordt de teruggaaf als volgt vastgesteld: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag op 100% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking vanaf vier weken na de indiening van de aanvraag op 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. 3.20.4 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning weigert, wordt de teruggaaf vastgesteld op: 25% b. Onder een weigering wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. c. Indien voor dezelfde activiteit binnen zes maanden na de weigering een nieuwe aanvraag wordt ingediend en de grondslag voor de eerdere weigering is opgeheven, bedraagt de teruggaaf: 25% 3.20.5 Minimumbedrag voor teruggaaf Een vermindering of teruggaaf op grond van dit hoofdstuk wordt niet toegepast indien het te verminderen of terug te geven bedrag minder bedraagt dan: € 150,00 3.21 LEGESKORTING BIJ DUURZAAM VERBOUWEN 3.21.1 Voor zover een aanvraag betrekking heeft op duurzaam verbouwen bestaat er onder de in 3.21.2 genoemde voorwaarden recht op een korting op de hiervoor in dit hoofdstuk vermelde tarieven. De korting bestaat uit het toepassen van een nihiltarief op en in afwijking van de tarieven zoals genoemd in de onderdelen 3.4 t/m 3.9 en 3.11, 3,12 en 3.16 De totale korting op alle hiervoor genoemde tarieven tezamen bedraagt maximaal € 25.000. De vermindering kan nooit meer zijn dan de verschuldigde leges. De korting wordt als eerste toegepast op het tarief van 3.5 en vervolgens op de daarna opgenomen tarieven totdat het maximum van € 25.000 is bereikt. 3.21.2 De voorwaarden voor toepassing van de in 3.21.1 genoemde korting zijn: 1. De korting geldt uitsluitend voor aanvragen duurzaam verbouwen van bestaande gebouwen voor zover het gaat om de in lid 3.21.3 genoemde verduurzamingsmaatregelen. 2. De aanvrager toont (desgevraagd) aan welke bouwkosten betrekking hebben op de in 3.21.3 genoemde verduurzamingsmaatregelen. De aanvrager volgt hierbij de door de gemeente gegeven instructies op. 3. Voor de belastbare feiten zoals genoemd in de onderdelen 3.4 t/m 3.9 en 3.11, 3.12 en 3.16 geldt dat de korting wordt toegepast als het betreffende belastbare feit uitsluitend betrekking heeft op de activiteit duurzaam verbouwen. 3.21.3 De volgende verduurzamingsmaatregelen geven recht op de in 3.21.1 genoemde korting: a het plaatsen van een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking, inclusief de benodigde bouwkundige voorzieningen hiervoor b het plaatsen van nieuw glas, al dan niet in combinatie met kozijnvervanging, bij een woning of utiliteitsbouw, indien de warmtedoorgangswaarde (na vervanging) een U-waarde (U glas) van het HR++ of HR+++ (triple) glas van maximaal 1,1 W/m²K heeft. Indien monumentenglas vereist is geldt een U-waarde (U glas) van maximaal 2,0 W/m²K c het plaatsen van isolerende kozijnen, al dan niet in combinatie met plaatsen van nieuw glas, bij een woning of utiliteitsbouw, indien de warmtedoorgangswaarde (na vervanging) een U-waarde (U raam) van maximaal 1,5 W/m²K heeft d het isoleren van de buitengevel van een woning waarbij de isolatiewaarde van de gevel ná isolatie een waarde heeft van minimaal Rc ≥ 3,5 m²K/W e het isoleren van de buitengevel van een utiliteitsgebouw waarbij de isolatiewaarde van de gevel ná isolatie een waarde heeft van minimaal Rc ≥ 5 m²K/W f het isoleren van de binnengevel van een woning waarbij de isolatiewaarde van de gevel ná isolatie een waarde heeft van minimaal Rc ≥ 3 m²K/W g het isoleren van de binnengevel van een utiliteitsgebouw waarbij de isolatiewaarde van de gevel ná isolatie een waarde heeft van minimaal Rc ≥ 5 m²K/W h het isoleren van het dak van een woning, al dan niet in combinatie met het verhogen van de dakrand, dakgoot of nok waarbij de isolatiewaarde van het dak ná isolatie minimaal Rc ≥ 5,0 m²K/W bedraagt i het isoleren van het dak van een utiliteitsgebouw, al dan niet in combinatie met verhogen van de dakrand, dakgoot of nok waarbij de isolatiewaarde van het dak ná isolatie minimaal Rc ≥ 6,0 m²K/W bedraagt j het plaatsen van een lucht-water- of lucht-luchtwarmtepomp, inclusief laagtemperatuur afgiftesysteem en constructieaanpassingen ten behoeve van plaatsing warmtepomp k het plaatsen van een water-water-, bodem-water- of bodem-luchtwarmtepomp in combinatie met bodembronnen, inclusief laagtemperatuur afgiftesysteem en constructieaanpassingen t.b.v. plaatsing warmtepomp of bronnen l het plaatsen van een balansventilatie systeem met warmteterugwinning met bypass in een woning, met een capaciteit van minimaal 150 m³/uur en een rendement van minimaal 90% m het plaatsen van een balansventilatie systeem met warmteterugwinning met bypass in een utiliteitsgebouw, met een capaciteit van minimaal 150 m³/uur en een rendement van minimaal 80% n het plaatsen van een groen dak, inclusief de bouwkundige voorzieningen hiervoor, met een waterbergende capaciteit van minimaal 20 liter per m² en een oppervlakte van minimaal 30 m² o het afkoppelen van hemelwater in combinatie met waterberging, inclusief buizen en bouwkundige voorzieningen hiervoor, met een bergende capaciteit van minimaal 60 mm / 24 uur of een wateropslag capaciteit van minimaal 1 m³. B Er wordt een bijlage toegevoegd luidende: Bijlage 2, behorend bij hoofdstuk 3, artikel 3.1.3 en artikel 3.7 van Bijlage 1 van de Algemene legesverordening Amsterdam 2026 Bijlage II Definitie kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 1. Functiewijzigingen (bv van kantoor/bedrijf naar woning of naar horeca); 2. Bouwwerken ten behoeve van reclame; 3. Zonwering; 4. (Horeca)terrassen; 5. Openingstijden Horeca (in verband met evenement) 6. Kunstwerken (een door kunst voorgebracht voorwerp in de openbare ruimte); 7. Dakopbouwen en dakkapellen (let op: geen dakverdieping/ bouwlaag); 8. Uitbouwen, bijgebouwen en erkers; 9. Balkons (inclusief het dichtzetten van balkons); 10. Dakterrassen; 11. Schoorstenen; 12. Wijzigingen dak (groen dak, isoleren, verhogen dakrand); 13. Ondergrondse bouwwerken (kelders, koekoeken en/of funderingsherstel); 14. Bruggen en kademuren, civiele werken; 15. Gebouw gebonden installaties (zonnepanelen, airco-units, warmtepomp etc.); 16. Woonboten/woonschepen/woonarken. Artikel II De datum van ingang van heffing is 1 oktober 2026. Artikel III Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 2 september 2026 De voorzitter Femke Halsema De raadsgriffierJolien Houtman Toelichting Algemeen deel In 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Naar aanleiding van deze wetswijziging is hoofdstuk 3 van de legestabel destijds aangepast. In de praktijk bleek de wijze waarop de tabel is herzien onvoldoende aan te sluiten bij de werkelijke gemeentelijke inzet en kosten. De legesopbrengsten zijn in de afgelopen jaren teruggelopen. De voorgestelde wijzigingen kunnen op basis van het kostprijsmodel en de huidige aannames over aanvraagvolume, bouwsommen en samenstelling van aanvragen naar verwachting tot circa € 9,1 miljoen per jaar aan extra inkomsten genereren, wat een deel van de wegvallende inkomsten opvangt Met de voorgestelde aanpassing wordt de scheefgroei in de kostendekking gecorrigeerd. Er is niet zozeer sprake van het introduceren van een volledig nieuwe systematiek, maar van het herstellen van een evenwichtiger, meer kostendekkend en juridisch houdbaarder tariefstructuur binnen de context van de Omgevingswet. Artikelsgewijze toelichting Artikel I A Veranderingen voor grote bouwprojecten De voorgestelde aanpassing van de legesstructuur leidt niet alleen tot een andere verdeling van leges tussen het ruimtelijk en technisch deel van aangevraagde bouwactiviteiten, maar ook tot een verschuiving in het moment van heffing. Doordat een groter deel van de leges wordt toegerekend aan de ruimtelijke activiteit, worden leges eerder in het vergunningentraject geheven. Veranderingen voor kleine projecten Door de veranderingen op het ruimtelijk deel zullen bouwaanvragen met een lagere bouwsom in tarief stijgen. Ondanks de lagere bouwsom kosten deze aanvragen toch nog een flink aantal uren qua inzet. Hierdoor wordt voorgesteld om ook op het ruimtelijk deel een gestaffeld tarief met percentages in te zetten. De kosten en de opbrengsten komen op dit deel zo meer in balans. Overige veranderingen In de artikelen zijn ook alle wijzigingen die voortvloeien uit de aanpassingen vanuit het Omgevingsplan meegenomen, zoals horeca gerelateerde omgevingsplanactiviteiten. Verder wordt er een onderscheid in tarief gemaakt bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) in een ‘kleine’ en ‘grote’ BOPA; de grote BOPA vergt meer inzet, wat tot een hoger tarief leidt. Ook zijn er wijzigingen voor de beoordeling van onderzoeksrapporten, de teruggaafbepalingen, een nieuw tarief voor inzageverzoeken en vervalt het tarief voor een achteraf ingediende aanvraag. Daarnaast zijn wijzingen doorgevoerd om meer in lijn te komen met de modelverordening van de VNG. Artikel I B In Bijlage II is de definitie uitgewerkt van de kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die onder een lager tarief vallen. Hieronder vallen bijvoorbeeld zonwering, kunstwerken en dakkapellen.
Meer informatie