Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op10 september 2026
Gepubliceerd doorProvincie Zeeland

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 8 september 2026, kenmerk 835931, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 Gedeputeerde staten van Zeeland, -Gelet op artikel 7 en 8 aanhef, onderdeel d, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023; -Overwegende dat op 26 juni 2020 de Staat der Nederlanden, de provincie Zeeland, gemeente Vlissingen en waterschap Scheldestromen een bestuurlijk akkoord sloten over het compensatiepakket dat door het Rijk aan Zeeland is aangeboden voor het niet realiseren van een marinierskazerne in Vlissingen; -Overwegende dat de afgesproken maatregelen zijn beschreven in de fiches 1A tot en met 1F van het Advies Speciaal Adviseur dat als bijlage A (Wind in de zeilen) deel uitmaakt van het bestuursakkoord; -Overwegende dat op 17 juni 2021, de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Regeling specifieke uitkeringen Wind in de Zeilen heeft vastgesteld houdende regels met betrekking tot de verstrekking van eenmalige specifieke uitkeringen in het kader van het Bestuursakkoord Compensatiepakket Marinierskazerne; -Overwegende dat de subsidieregeling in dit nieuwe hoofdstuk van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 invulling geeft aan de doelen van fiche 1F: Bereikbaarheid. Besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023: Artikel I Onder vernummering van hoofdstuk 49 tot hoofdstuk 50, de paragrafen 49.1 en 49.2 tot 50.1 en 50.2 en de artikelen 49.1.1 en 49.2.1 tot 50.1.1 en 50.2.1, wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende: Hoofdstuk 49 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie om binnen het Living lab slimme mobiliteit innovatieve mobiliteitsoplossingen in Zeeland te stimuleren Artikel 49.1 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014; b. bestuursakkoord: Bestuursakkoord Compensatiepakket Marinierskazerne dat op 26 juni 2020 is gesloten door de Staat der Nederlanden, de provincie Zeeland, de gemeente Vlissingen en het waterschap Scheldestromen (Kamerstukken II 2019/20, 33 358, nr. 28, bijlage); c. experimentele ontwikkeling: activiteiten als bedoeld in artikel 2, onder 86 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, die zijn gericht op het ontwikkelen en technisch verbeteren van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten, waaronder begrepen (i) prototyping, demonstraties, pilotontwikkeling, testen en validatie in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren onder reële omstandigheden, voor zover het gaat om producten, procedés of diensten waarvan de technische kenmerken nog niet grotendeels en (ii) de ontwikkeling van een commercieel bruikbaar prototype of een pilot, indien dit prototype of deze pilot noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct vormt en de productie daarvan te kostbaar is om uitsluitend voor demonstratie- of validatiedoeleinden plaats te vinden; d. fiche: fiche van het Advies van de Speciaal Adviseur, dat als Bijlage A onderdeel uitmaakt van het bestuursakkoord; e. kleine onderneming: kleine onderneming als bedoeld in bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; f. Living lab slimme mobiliteit: een praktijkgerichte experimenteeromgeving gericht op een betere personenmobiliteit in een dunbevolkt gebied, waarin overheden, bedrijven, kennisinstellingen en gebruikers gezamenlijk innovaties ontwikkelen, testen en evalueren die moeten leiden tot de vernieuwing van het mobiliteitssysteem van Zeeland en de verbetering of doorontwikkeling van het publiek vervoer in Zeeland; g. middelgrote onderneming: middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; h. onderneming: een onderneming die economische activiteiten verricht als bedoeld in onderdeel 2.2 tot en met 2.6 van de Mededeling van de Commissie betreffende het begrip staatssteun (2016/C 262/01), PBEU 2016, C262/1; i. Regionale Mobiliteitsstrategie: de door 13 Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland in 2022 vastgesteld op 17 december 2021 in de vergadering van Provinciale Staten, besluitnummer 103445. Artikel 49.2 Doel Doel van dit hoofdstuk is het stimuleren van toepassing van innovaties op het gebied van mobiliteit die bijdragen aan de bereikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen voor uiteenlopende doelgroepen in Zeeland en aan de Regionale mobiliteitsstrategie, bedoeld in fiche 1F (Bereikbaarheid), onderdeel Living Lab Slimme Mobiliteit. Artikel 49.3 Subsidiabele activiteiten 1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het doel als omschreven in artikel 49.2, en bestaan uit of bijdragen aan: a.de ontwikkeling van een nieuw, hoog-innovatief mobiliteitsaanbod; b.de totstandbrenging van de digitale randvoorwaarden die daarvoor noodzakelijk zijn; of c.de ontwikkeling van private dienstverlening die uit dat mobiliteitsaanbod kan ontstaan, een en ander zoals omschreven in fiche 1F, onderdeel Living Lab Slimme Mobiliteit. 2.Subsidie aan een onderneming, voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid, kan uitsluitend worden verstrekt voor een experimentele ontwikkeling. Artikel 49.4 Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door: a.publiekrechtelijke rechtspersonen; b.vervoersbedrijven die openbaar vervoer aanbieden of gaan aanbieden in de provincie Zeeland; c.samenwerkingsverbanden van de onder a en b van dit artikel genoemde rechtspersonen. Artikel 49.5 Weigeringsgronden 1.Onverminderd artikel 1.2.1, wordt subsidie niet verstrekt indien: a.de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, punt achttien, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; b.met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten is begonnen vóór de datum van indiening van een subsidieaanvraag; c.de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de algemene groepsvrijstellingsverordening; d.voor dezelfde activiteiten reeds een provinciale subsidie of een andere provinciale financiële bijdrage is verstrekt; e.de aangevraagde subsidie meer dan € 1.000.000 bedraagt. 2.In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, onder d, wordt een subsidie niet verstrekt indien de aangevraagde subsidie minder dan € 400.000,- bedraagt. Artikel 49.6 Subsidievereisten Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: a.minimaal 50 % van de projectkosten worden gemaakt in Zeeland; b.uit het projectplan blijkt naar het oordeel van gedeputeerde staten voldoende dat de activiteit bijdraagt aan het doel zoals bepaald in artikel 49.2; c.uit het projectplan blijkt dat het project technisch, organisatorisch en financieel uitvoerbaar is; en d.de aanvrager maakt aannemelijk dat toepassing of opschaling van het project financieel en organisatorisch haalbaar is binnen Zeeland. Artikel 49.7 Indieningsvereisten 1.De aanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier Living lab slimme mobiliteit. 2.Bij de aanvraag wordt overgelegd: a.een projectplan als bedoeld in artikel 1.4.2, tweede lid, van maximaal 8 pagina’s a4, waarin ten minste het volgende wordt beschreven: 1°. de opzet, doelgroep en uit te voeren activiteiten van het project; 2°. de wijze waarop het project bijdraagt aan het doel, bedoeld in artikel 49.2, waarbij onderscheid wordt gemaakt in innovatie, bijdrage aan de bereikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen en bijdrage aan de Regionale Mobiliteitsstrategie; 3°. de plaats waar de activiteiten worden uitgevoerd; 4°. de wijze waarop toepassing of opschaling van het project financieel en organisatorisch haalbaar is binnen Zeeland; 5°. de projectorganisatie, waaruit blijkt wie de betrokken partijen zijn en, indien sprake is van een samenwerkingsverband, de rol en bijdragen van de deelnemers aan het samenwerkingsverband; 6°. indien de aanvraag door een samenwerkingsverband wordt ingediend, een door alle deelnemers ondertekende samenwerkingsovereenkomst; 7°. een realistische (meerjaren)planning; en 8°. een lijst van de projectkosten. b.onverminderd onderdeel a, bevat de aanvraag, indien de subsidie wordt aangevraagd door of namens een onderneming: 1°. de naam en de grootte van de onderneming; 2°. een onderbouwing van de wijze waarop het eigen aandeel in de projectkosten door de aanvrager wordt gefinancierd; 3°. een onderbouwing waaruit blijkt dat de experimentele ontwikkeling door de aanvrager uitgevoerd kan worden, gelet op onder meer de kennis en ervaring en capaciteit van de aanvrager; en 4°. indien de aanvraag door een samenwerkingsverband wordt ingediend, een verdeling van de werkzaamheden, kosten en financiering tussen de deelnemers. Artikel 49. 8 Beslistermijn 1.In afwijking van artikel 1.5.2 beslissen gedeputeerde staten op de aanvraag binnen 10 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2.Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Artikel 49.9 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten 1.Onverminderd § 1.3, komen voor een subsidie op grond van dit hoofdstuk aan een publiekrechtelijke rechtspersoon alle voor de te subsidiëren activiteit noodzakelijke kosten in aanmerking. 2.Onverminderd § 1.3, komen voor een subsidie op grond van dit hoofdstuk aan een onderneming de volgende kosten in aanmerking: a.personeelskosten van onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel; b.kosten afschrijving van apparatuur en uitrusting voor zolang zij worden gebruikt voor het project. c.kosten derden voor advies en onderzoek; d.kosten aanschaf materiaal en software. 3.In afwijking van de voorgaande leden komen niet in aanmerking voor subsidie op grond van dit hoofdstuk: a.kosten van aanleg en onderhoud van infrastructurele maatregelen; b.kosten van operationele dag-tot-dag ritten of dag-tot-dag vaarten; c.kosten van aanleg en onderhoud van een hub of een halte; d.kosten van aanleg, afschrijving of onderhoud van gebouwen of grond. Artikel 49.10 Subsidiehoogte 1.De subsidie aan een publiekrechtelijke rechtspersoon bedraagt maximaal 100 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1.000.000,-. 2.De subsidie aan een onderneming bedraagt maximaal 25 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1.000.000,-. 3.Het subsidiepercentage bedoeld in het tweede lid, kan worden verhoogd met: a.10 % voor een subsidie aan een middelgrote onderneming; b.20 % voor een subsidie aan een kleine onderneming; c.15 %, indien: 1°. het project een daadwerkelijke samenwerking behelst tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een kleine of middelgrote onderneming is, en geen van de ondernemingen meer dan 70 % van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt; en 2°. de projectresultaten ruim worden verspreid via conferenties, publicaties, open access repositories, of gratis of opensource-software. 4.In afwijking van het tweede en derde lid, wordt de subsidie zodanig beperkt dat deze niet hoger is dan de maximale steunintensiteiten en steunbedragen die zijn toegestaan op grond van hoofdstuk I en artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 5.Indien toepassing van de voorgaande leden tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 400.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt. Artikel 49.11 Openstelling en subsidieplafond 1.Subsidieaanvragen worden van 1 oktober 2026 tot en met 15 november 2026 bij gedeputeerde staten ingediend. 2.Gedeputeerde staten stellen het subsidieplafond voor de openstellingsperiode, bedoeld in het eerste lid, vast op € 1.650.000,--. Artikel 49.12 Verdeelmethode 1.Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 2.Indien een aanvraag niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst. 3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting. 4.In het geval een subsidie niet volledig verleend kan worden als gevolg van het bereiken van het subsidieplafond, vindt verlening plaats ter hoogte van het nog beschikbare bedrag. 5.Indien naar het oordeel van gedeputeerde staten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager na gedeeltelijke verlening van de subsidie de activiteiten uit zal voeren, zijn gedeputeerde staten bevoegd de subsidie te weigeren en de subsidie aan de eerstvolgende in de rangschikking te verlenen. Artikel 49.13 Subsidieverplichtingen Onverminderd het bepaalde in § 1.6, is de subsidieontvanger verplicht: a.de subsidiabele activiteiten uiterlijk binnen drie maanden na subsidieverlening te starten; b.de subsidiabele activiteiten uiterlijk 31 december 2027 af te ronden; c.op verzoek medewerking te verlenen aan een door gedeputeerde staten ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek; d.in zijn bekendmakingen of publiciteitsuitingen te vermelden dat het project mede mogelijk is gemaakt door Wind in de Zeilen en het logo te tonen. Artikel 49.14 Subsidievaststelling en verantwoording 1.In afwijking van artikel 1.9.4, eerste lid, dient de subsidieontvanger uiterlijk tien weken na afloop van de activiteit waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling in. 2.In afwijking van artikel 1.9.6, stellen gedeputeerde staten binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling de subsidie vast. Artikel II Na de toelichting op hoofdstuk 48, wordt een toelichting toegevoegd, luidende: Toelichting op hoofdstuk 49 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie om binnen het Living lab slimme mobiliteit innovatieve mobiliteitsoplossingen in Zeeland te stimuleren I. Algemene toelichting Van 1 oktober tot en met 15 november 2026 is het mogelijk om een aanvraag in te dienen voor de Subsidieregeling Living Lab Slimme Mobiliteit. Er is voor deze openstelling in totaal €1.650.000,-- beschikbaar en het minimale aanvraag bedrag is €400.000,--. Deze subsidieregeling is bedoeld voor het stimuleren van toepassing van innovaties op het gebied van publieke mobiliteit die bijdraagt aan de bereikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen in Zeeland en voor uiteenlopende doelgroepen en bijdraagt aan de Regionale Mobiliteit Strategie. De aanvragen worden beoordeeld op een ‘first come, first served’-basis. Informatie hierover en over de subsidieregeling is binnenkort terug te vinden op de website van de Provincie Zeeland. Aanvragen kunnen per 1 oktober 2026 worden ingediend middels het aanvraagformulier. Juridisch kader Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het Asb 2023. Dat betekent dat bij subsidieverstrekking ook de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Asb 2023 en de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023 (Asv 2023) van toepassing zijn. De bepalingen van de Asv 2023 en hoofdstuk 1 van het Asb 2023 gelden in aanvulling op het onderhavige hoofdstuk. Zo bevat § 1.3 van het Asb 2023 een aantal bepalingen over subsidiabele kosten en § 1.4 een aantal vereisten waar de aanvraag aan moet voldoen. § 1.6 bevat een aantal verplichtingen die de subsidieontvanger in acht moet nemen, waaronder de meldingsplicht indien hij verwacht de activiteiten niet (geheel) te zullen verrichten of niet (geheel) aan zijn verplichtingen te zullen voldoen. Daar waar hoofdstuk 49 afwijkt van hoofdstuk 1 van het Asb 2023, wordt dit expliciet aangegeven. Staatssteun Subsidie op basis van dit hoofdstuk kan staatssteun inhouden als de subsidie wordt verstrekt aan een onderneming. Om de subsidie rechtmatig te kunnen verstrekken, wordt gebruik gemaakt van de vrijstelling in artikel 25 Algemene groepsvrijstellingsverordening voor experimentele ontwikkeling. II. Artikelsgewijze toelichting Artikel 49.1 Begripsbepalingen Een publiekrechtelijke rechtspersoon kan onder meer een gemeente of Gemeenschappelijke Regeling zijn. De definitie van experimentele ontwikkeling is overgenomen uit artikel 2, onder 86 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; Artikel 49.2 Doel Het living lab beoogt bij te dragen aan gebruiksvriendelijke, flexibele en comfortabele overstappen tussen verschillende mobiliteitsvormen voor toeristen, studenten, forenzen en inwoners, mede door inzet op versnelling van het openbaar vervoer, realtime informatievoorziening, Mobility-as-a-Service en innovatieve koppelingen tussen personenvervoer, logistiek en stadsdistributie. Voorbeelden van (maatschappelijke) voorzieningen zijn gezondheid, onderwijs, werklocaties en recreatie. Artikel 49.4 Doelgroep Binnen de omschrijving van de doelgroep kan worden gedachte aan de gemeente Vlissingen, of een andere Zeeuwse gemeente, de Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland zijn, Westerschelde Ferry B.V. (WSF B.V.), EBS Public Transportation BV (EBS) of een andere onderneming die openbaar vervoer aanbiedt binnen Zeeland of gaat aanbieden. EBS is per december 2026 de concessiehouder voor openbaar vervoer binnen Zeeland. Artikel 49.5 Weigeringsgronden Het eerste lid, onderdeel d, beoogt activiteiten die eerder onvoldoende resultaat opleverden niet nogmaals te steunen. Projecten waar eerder binnen een Living Lab in Zeeland subsidie voor is verstrekt en waarvoor mogelijkheden worden gezien om die activiteit door te ontwikkelen komen wel voor subsidie in aanmerking mits deze activiteiten bijdragen aan het doel zoals bepaald onder artikel 49.2. Artikel 49.7 Indieningsvereisten Overeenkomstig artikelen 1.4.1 en 1.4.2, eerste lid wordt de aanvraag voor subsidie ten minste 8 weken voor het begin van de activiteit met gebruikmaking van het daartoe beschikbare digitale aanvraagformulier ingediend. De aanvraag bevat tenminste een projectplan en een sluitende (meerjaren)begroting. In dit artikel zijn daarnaast aanvullende indieningsvereisten gesteld. Artikel 49.9 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten Overeenkomstig artikel 1.3.1 zijn alleen de noodzakelijke kosten voor de activiteit, zoals bedoeld in artikel 49.3, subsidiabel als die aantoonbaar rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de betreffende activiteit. De in rekening te brengen BTW die kan worden verrekend of gecompenseerd komt niet voor subsidie in aanmerking. In artikelen 1.3.2 en 1.3.3 is bepaald op welke wijze personeelskosten en kosten derden subsidiabel zijn. Artikel 49.9 geeft in aanvulling op deze artikelen aan welke kosten voor deze regeling subsidiabel en niet-subsidiabel zijn. Artikel 49.13 Verplichtingen In gevolge artikel 1.5.4 zijn op een subsidie verstrekt aan een overheidsinstelling in het kader van een specifieke uitkering, waarop de beginselen van Single information, Single audit van de artikelen 17a en 17b van de Financiële verhoudingswet van toepassing zijn, verplichtingen en voorwaarden betreffende de subsidieverstrekking zoals bepaald in de artikelen 17a en 17b van de Financiële verhoudingswet van toepassing. In artikel 49.13 worden in aanvulling op paragraaf 1.6, zoals bijvoorbeeld de meldingsplicht als bedoeld in artikel 1.6.2 en de verplichtingen omtrent de activa aangeschaft met een subsidie als bedoeld in artikel 1.6.3, verplichtingen gesteld aan de subsidieontvanger. Artikel 49.14 Subsidievaststelling en verantwoording Op subsidies vanaf € 50.000,- is § 1.9 Arrangement 3, van toepassing. In afwijking van artikel 1.9.4, eerste lid, dient een aanvraag tot vaststelling te worden ingediend binnen 10 weken na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend. In artikel 1.9.5 van deze regeling is beschreven waaraan deze aanvraag dient te voldoen. In afwijking van artikel 1.9.6 stellen gedeputeerde staten de subsidie vast binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling. Artikel III Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst. Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 8 september 2026, H.M. de Jonge, voorzitterDrs. M.C.J. Franken, secretaris

Meer informatie