Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Steenwijkerland
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland tot wijziging van de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Steenwijkerland Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland; b e s l u i t: Artikel I De Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Steenwijkerland van 5 april 2022, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 februari 2026, wordt als volgt gewijzigd: A Aan artikel 1.1.5 wordt, na de laatste zin, het volgende toegevoegd: Dit betekent onder meer dat de beslistermijnen uit de AWB inclusief de mogelijkheden tot verlenging van toepassing zijn, tenzij de wet, de regeling of deze leidraad anders bepaalt. Voor beschikkingen op aanvraag geldt daarom een termijn van acht weken, met de mogelijkheid hiervan af te wijken door een redelijke termijn te noemen (zie artikel 4:13, 4:14 en 4:15 Awb). Voor het beslissen op bezwaarschriften geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:10 Awb). Voor het beslissen op beroepschriften bij administratief beroep geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:24 Awb). Het uitgangspunt met betrekking tot de Awb-conforme werkwijze geldt niet voor de regeling inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen (artikel 4:17 Awb). Dit laatste betekent dat bij de uitvoering van de wet de dwangsom uitsluitend van toepassing is op de volgende gevallen: -bezwaarschriften tegen beschikkingen invorderingsrente als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet; -bezwaarschriften tegen beschikkingen ambtshalve kwijtschelding als bedoeld in artikel 26a van de wet; -bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet; -bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen; -bezwaarschriften tegen beschikkingen kostenvergoeding bij een onrechtmatig opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de wet; -bezwaarschriften tegen beschikkingen bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 63b van de wet. Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke). B Artikel 14.4.14 komt te luiden: Als derdenbeslag onder de Belastingdienst wordt gelegd op een voorlopige teruggaaf, dan wordt rekening gehouden met de regeling van de beslagvrije voet. Het bedrag dat ingevolge het gelegde beslag moet worden voldaan, wordt berekend uitgaande van het termijnbedrag van de voorlopige teruggaaf. C In artikel 25.1.3, onderdeel i, wordt, onder vervanging van de puntkomma aan het einde door een punt, een zin toegevoegd, luidende: Er wordt in ieder geval vermoed sprake te zijn van structurele betalingsproblemen in het geval een eerder ingediend verzoek om uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen is afgewezen, de schulden waar dat eerdere verzoek betrekking op had (gedeeltelijk) nog openstaan en er geen sprake is van andere feiten of veranderde omstandigheden zoals vermeld in artikel 25.7.5 van deze leidraad; D Na artikel 25.4.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende: 25.4.6 Verzoek voegen nieuwe schuld gedurende de behandeling van een verzoek Wanneer de belastingschuldige gedurende de behandeling van een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen een nieuw verzoek om uitstel van betaling indient dat betrekking heeft op nieuw opgekomen of op te komen fiscale verplichtingen, voegt de ontvanger dit verzoek samen met het eerdere verzoek en behandelt hij de verzoeken gezamenlijk. E Artikel 25.7.5 wordt als volgt gewijzigd: 1.Na de tweede alinea wordt een alinea ingevoegd, luidende:Als gedurende de behandeling van het administratief beroep tegen de afwijzende beschikking op het eerdere verzoek om uitstel van betaling de belastingschuldige een nieuw verzoek om uitstel van betaling indient voor dezelfde belastingschuld, merkt de ontvanger het nieuwe verzoek om uitstel van betaling aan als aanvulling op het lopende beroep. Het college zal met inachtneming van het nieuwe verzoek om uitstel van betaling beslissen op het administratief beroep. 2.In de derde alinea (oud) wordt na “belastingschuldige” ingevoegd: behoudens de situatie als bedoeld in de vorige alinea. 3.Na de laatste alinea wordt een alinea toegevoegd, luidende:Voor de toepassing van dit artikel is slechts sprake van “andere feiten of veranderde omstandigheden”, indien: -de feiten ten tijde van de eerdere beslissing niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn; of -de omstandigheden na de eerdere beslissing zijn gewijzigd en deze relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het uitstelverzoek. F Artikel 26.3.4 wijzigt als volgt: 1.Aan de eerste alinea wordt een zin toegevoegd, luidende:De materiële belastingschuld mag ook worden betrokken in het akkoord, indien de belastingschuld in omvang bepaalbaar is en ziet op een tijdvak dat reeds is geëindigd ten tijde van indiening van het verzoek. 2.Aan het einde van het artikel wordt een alinea toegevoegd, luidende:Het voldoen van schulden aan andere handelscrediteuren met een factuurdatum die ligt na de datum van indiening van het verzoek om kwijtschelding vormt geen belemmering voor de totstandkoming van het saneringsakkoord. G De tweede en derde zin in artikel 26.3.7 vervallen. H In artikel 26.3.8 wordt na laatste gedachtestreepje een nieuw gedachtestreepje toegevoegd, luidende: -Kleine crediteuren. Onder kleine crediteuren worden verstaan: crediteuren met een zogenoemde kleine vordering. Van een kleine vordering is sprake wanneer de inspanningen om die crediteuren individueel te betrekken bij het akkoord niet in verhouding staan tot het belang van de ontvanger. Er wordt vermoed sprake te zijn van een kleine vordering als de totale vordering van de betreffende crediteur ten hoogste € 500 bedraagt. Ook hogere vorderingen kunnen door de ontvanger onder omstandigheden als klein worden aangemerkt. Daarvan kan sprake zijn wanneer de ontvanger een redelijke grond aanwezig acht als bedoeld in artikel 384, vierde lid, onderdeel b, FW. I Artikel 26.4.2 wordt als volgt gewijzigd: 1.Na de tweede alinea wordt een alinea ingevoegd, luidende:Als gedurende de behandeling van het administratief beroep tegen de afwijzende beschikking op het eerdere verzoek om kwijtschelding de belastingschuldige een nieuw verzoek om kwijtschelding indient voor dezelfde belastingschuld, merkt de ontvanger het nieuwe verzoek om kwijtschelding aan als aanvulling op het lopende beroep. Het college zal met inachtneming van het nieuwe verzoek om kwijtschelding beslissen op het administratief beroep. 2.In de derde alinea (oud) wordt na “belastingschuldige” ingevoegd: behoudens de situatie als bedoeld in de vorige alinea. 3.Na de laatste alinea wordt een alinea toegevoegd, luidende:Voor de toepassing van dit artikel is slechts sprake van “andere feiten of veranderde omstandigheden” indien: -de feiten ten tijde van de eerdere beslissing niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn; of -de omstandigheden na de eerdere beslissing zijn gewijzigd en deze relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek. J Artikel 28.8 vervalt. K Artikel 48.2 komt te luiden: Als voor een belastingaanslag ten name van een overledene niet meer tegen de gezamenlijke erfgenamen kan worden opgetreden, blijft invordering ten laste van een erfgenaam van wie minder dan € 49 moet worden ingevorderd achterwege, tenzij het de hoofdsom van de aanslag betreft. Er kan ook aanleiding bestaan een gering restbedrag op tactische gronden buiten invordering te laten. Artikel II Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. Steenwijk, 1 september 2026 Burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland, J.M. (Josée) Woertman Gemeentesecretaris H.K. (Erik) de GrootBurgemeester
Meer informatie