Verkeersbesluit: inrijverbodszone kern Didam
Verkeersbesluit: inrijverbodszone kern Didam Datum: 9 september 2026 Burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland Op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wegenverkeerswet 1994 zijn wij bevoegd dit verkeerbesluit te nemen. Vereiste van het besluit Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. Motivering Uit het oogpunt van.. •het verzekeren van de veiligheid op de weg; •het voorkomen of het beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade; •het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden. Is het gewenst om een inrijverbodszone voor gemotoriseerd verkeer, uitgezonderd bestemmingsverkeer, in te stellen voor de kern van Didam. Uit de rapportage “Verkenning doorgaand verkeer kern Didam” blijkt dat de kern van Didam structureel wordt gebruikt door verkeer dat geen herkomst of bestemming heeft binnen het gebied. De omvang van dit doorgaande verkeer bedraagt op de belangrijkste wegen in de kern circa 2.800 motorvoertuigen per etmaal, waarbij een aanzienlijk deel zich concentreert op de routes via de Singel en de Wilhelminastraat. Deze wegen zijn onderdeel van het onderliggende wegennet, waarbij de verblijfsfunctie en de ontsluiting van de directe omgeving centraal staan. Dergelijke wegen zijn niet bedoeld voor het verwerken van grote hoeveelheden doorgaand verkeer. Het huidige gebruik staat daarmee op gespannen voet met de functie en inrichting van het wegennet. De aanwezigheid van het doorgaande verkeer heeft gevolgen voor de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kern van Didam. Naarmate de verkeersintensiteit op wegen met een verblijfsfunctie toeneemt, neemt ook het aantal conflicterende verkeersbewegingen toe, met name tussen gemotoriseerd verkeer en kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers. Dit leidt tot een verhoogde kans op verkeersonveilige situaties en vermindert de kwaliteit van de openbare ruimte als verblijfsgebied. Dit geldt in sterke mate voor het centrumgebied van Didam. Tegelijkertijd zorgt het extra verkeer voor een hogere geluidbelasting, meer uitstoot van schadelijke stoffen en een aantasting van de leefkwaliteit in de kern. Uit de analyse van de verkeersstromen blijkt dat het gebruik van de kern als doorgaande route niet het gevolg is van incidenteel gedrag, maar van een structureel aantrekkelijkere routekeuze. De routes door de kern zijn in veel gevallen korter en/of even snel als de routes via de rondwegen, waardoor het voor weggebruikers aantrekkelijk is om voor deze route te kiezen. Zonder ingrijpen zal dit verkeersgedrag zich blijven voordoen en zal de huidige problematiek structureel in stand blijven. De gemeente Montferland tracht al enkele jaren om het doorgaande verkeer te weren. Hiertoe is gewerkt met omleidingsborden en tekstkarren die doorgaand verkeer over de rondweg verwezen. Ook is de ANWB-bebording aangepast zodat doorgaand verkeer over de rondweg wordt verwezen. Omdat de oorzaak van het probleem ligt in de structurele routekeuze, zijn deze minder ingrijpende maatregelen niet voldoende effectief gebleken om het ongewenste gebruik van de wegen door de kern te verminderen. Deze maatregelen nemen het onderliggende reistijd- en afstandsvoordeel niet volledig weg. Om het gebruik van de kern als doorgaande route effectief te doorbreken, is een maatregel noodzakelijk die de toegankelijkheid voor verkeer zonder herkomst of bestemming in het gebied beperkt. Echter, aanvullende maatregelen zoals fysieke afsluitingen of het instellen van eenrichtingsverkeer hebben een te grote impact op de interne bereikbaarheid van Didam. Ook de effecten van de nog te realiseren nieuwe aansluiting A12 op de Hengelderweg (aansluiting Zevenaar Oost) laten nog op zich wachten. Tegen deze achtergrond wordt het instellen van een inrijverbod voor doorgaand verkeer beschouwd als de meest geschikte maatregel. De maatregel wordt proportioneel geacht, omdat uitsluitend verkeer zonder herkomst of bestemming in de kern wordt geweerd en bestemmingsverkeer toegang behoudt. Bovendien is met de rondwegen (N813, Ruigenhoek en Hengelderweg) een volwaardig alternatief beschikbaar dat juist bedoeld is voor de afwikkeling van doorgaand verkeer. De maatregel wordt uitgevoerd in de vorm van een tijdelijke proef, zodat de effecten in de praktijk kunnen worden vastgesteld. In afwijking van situaties waarin direct wordt gehandhaafd met technische middelen, wordt tijdens deze pilotperiode geen actieve handhaving met camera’s of andere vormen van intensieve controle toegepast. De pilot heeft namelijk primair tot doel inzicht te verkrijgen in de mate waarin het verkeersgedrag verandert als gevolg van de maatregel. Wel werkt de gemeente samen met TripService, dat er zorg voor draagt dat de maatregelen op een juiste manier worden doorgevoerd in de navigatiediensten. De maatregel wordt gedurende een periode van zes maanden gemonitord en geëvalueerd. Daarbij wordt onderzocht in welke mate het doorgaande verkeer daadwerkelijk afneemt, wat de effecten zijn op de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kern en in hoeverre sprake is van verschuiving van verkeersstromen naar omliggende wegen. Tevens worden de ervaringen van bewoners en ondernemers betrokken bij de evaluatie. Op basis van deze evaluatie kan besloten worden of het verkeersbesluit wordt aangepast of ingetrokken. Met het instellen van het inrijverbod wordt beoogd het doorgaande verkeer in de kern substantieel te reduceren, hetgeen naar verwachting zal leiden tot een afname van verkeersintensiteiten op de meest belaste routes, minder conflicterende verkeersbewegingen en daarmee een verbetering van de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kern van Didam. Het verkeer dat geen bestemming heeft in de kern zal zich naar verwachting verplaatsen naar de rondwegen, die qua inrichting en functie beter geschikt zijn om deze verkeersstromen te verwerken. Gehoord Overeenkomstig artikel 23 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is het openbaar lichaam dat het beheer heeft over de weg gehoord. Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is overleg gepleegd met de gemandateerd verkeersadviseur van Politie Oost Nederland, District noord- en oost Gelderland. Ten aanzien van de maatregel adviseert de politie negatief. De politie geeft daarbij aan dat een onderbord met de tekst "uitgezonderd bestemmingsverkeer Didam" in de praktijk beperkt handhaafbaar is, omdat niet eenduidig kan worden vastgesteld of sprake is van bestemmingsverkeer. Hoewel de gemeente dit standpunt onderkent, is zij van oordeel dat dit niet in de weg staat aan het uitvoeren van de voorgestelde pilot. Met het instellen van het inrijverbod wordt beoogd het aandeel niet-bestemmingsverkeer in de kern Didam te verminderen en daarmee de leefbaarheid en verkeersveiligheid te verbeteren. Daarbij mag worden aangenomen dat digitale routenavigatiesystemen en routeplanners het ingestelde verkeersregime verwerken in hun routeadviezen, waardoor doorgaand verkeer dat van deze systemen gebruikmaakt niet meer via de kern Didam zal worden geleid. Daarnaast ondersteunt de maatregel de bestaande omleidingsadviezen, waarbij doorgaand verkeer via bebording en tekstkarren wordt verwezen naar de rondweg. De pilot is juist bedoeld om vast te stellen of deze maatregel, ondanks de beperkte handhaafbaarheid, leidt tot een aantoonbare afname van ongewenst doorgaand verkeer. Gedurende de pilotperiode worden de verkeerseffecten gemonitord en geëvalueerd. Indien uit deze evaluatie blijkt dat de maatregel onvoldoende effect heeft, zal de pilot worden beëindigd. Gelet op het voorgaande acht de gemeente het gerechtvaardigd om de pilot uit te voeren en wordt het negatieve advies van de politie niet gevolgd. Belangenafweging (Awb procedure) De bekendmaking van de terinzagelegging van het besluit met de daarop betrekking hebbende stukken en de mogelijkheid om bezwaar in te dienen, werd op 9 september 2026 gepubliceerd in het Montferland Journaal. Bij het nemen van dit verkeersbesluit is een afweging gemaakt tussen de belangen van verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kern van Didam enerzijds en de belangen van weggebruikers en omwonenden anderzijds. De maatregel leidt naar verwachting tot een substantiële afname van het doorgaande verkeer in de kern van Didam. Uit de analyse blijkt dat momenteel circa 2.800 motorvoertuigen per etmaal zonder herkomst of bestemming gebruik maken van de kern als doorgaande route. Door het instellen van een inrijverbod wordt beoogd dit verkeer grotendeels weg te nemen, wat leidt tot minder verkeersdruk, minder conflicterende verkeersbewegingen en daarmee een verbetering van de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kern. Tegenover deze positieve effecten staat dat doorgaand verkeer moet uitwijken naar het hoofdwegennet. Dit kan leiden tot een beperkte toename van reistijd en afstand. Deze nadelen worden echter als aanvaardbaar beschouwd, omdat het verkeer gebruik kan maken van routes die specifiek zijn ingericht voor de afwikkeling van doorgaand verkeer en omdat het betreffende verkeer geen functionele binding heeft met de kern. Hierbij speelt specifiek de problematiek rondom het vrachtverkeer een rol. In de huidige situatie geldt in Didam al een inrijverbod voor vrachtverkeer, maar in de praktijk blijkt dat niet al het vrachtverkeer zich hieraan houdt. Veel vrachtwagenchauffeurs maken gebruik van navigatiesystemen die zijn ingesteld voor personenauto's. Hierdoor krijgen zij routes aangeraden die voor hen eigenlijk niet zijn toegestaan, met als gevolg dat zij de kern van Didam alsnog inrijden. Doordat met deze proef de regels voor doorgaand vrachtverkeer, landbouwverkeer en regulier autoverkeer gelijk worden getrokken, ontstaat een eenduidige situatie. Voor zowel vrachtverkeer als landbouwverkeer geldt dat zij enkel toegang behouden indien zij een bestemming hebben binnen het gebied. Het doorgaand verkeer zonder functie in het gebied wordt geweerd. De verwachting is dat deze algehele harmonisatie ertoe zal leiden dat de naleving van de verkeersregels sterk verbetert en het ongewenste gebruik van de kern door vracht- en landbouwverkeer effectief wordt tegengegaan. Voor bewoners en ondernemers blijft de bereikbaarheid behouden, aangezien bestemmingsverkeer is uitgezonderd van het inrijverbod. De verwachting is dat de maatregel juist leidt tot een verbetering van hun leefomgeving door een afname van verkeersdruk en hinder. Daarnaast kan een verschuiving van verkeersstromen optreden naar omliggende wegen. Deze wegen zijn onderdeel van de hoofdstructuur en beter geschikt om dit verkeer te verwerken, waardoor deze effecten als aanvaardbaar worden beschouwd. Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat de maatregel niet leidt tot een onevenredige benadeling van belangen en dat de verbetering van verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kern zwaarder weegt dan de nadelige effecten voor het doorgaande verkeer. Besluit Op grond van vorenstaande overwegingen besluiten burgemeester en wethouders tot het voor de duur van 6 maanden (na plaatsing bebording) instellen van een inrijverbod voor gemotoriseerd verkeer, uitgezonderd bestemmingsverkeer, voor delen van Didam en omliggend buitengebied op de wegen die gevoelig zijn voor sluip- en doorgaand verkeer. Dit wordt bewerkstelligd door: •het plaatsen van de verkeerstekens C12zb en C12ze en de daarbij behorende onderborden met de tekst ‘uitgezonderd bestemmingsverkeer Didam’ op alle toegangswegen van de kern Didam. •het plaatsen van het verkeersteken C12 en de daarbij behorende onderborden met de teksten ‘uitgezonderd bestemmingsverkeer Didam’ en ‘na 400 m’ op de Bievankweg. •te bepalen dat deze maatregel 7 dagen per week en 24 uur per dag van kracht is. •het verwijderen van het verkeersteken C7 en de daarbij behorende onderborden met de tekst ‘uitgezonderd bestemmingsverkeer’ op alle toegangswegen van de kern Didam, aangezien de nieuwe zone qua omvang hiermee overeenkomt en dit verbod door de huidige maatregel wordt afgedekt. In de bijlage bij dit verkeersbesluit is een situatietekening opgenomen. Bezwaar Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan iedereen wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken, hiertegen een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen. Dit moet dan gebeuren binnen zes weken na de dag waarop burgemeester en wethouders het besluit hebben verzonden. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan burgemeester en wethouders, adres: Bergvredestraat 10, 6942 GK Didam. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en het volgende te bevatten: a.naam en adres van de indiener; b.de dagtekening; c.een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht; d.de gronden van het bezwaar. Bij de president van de Arrondissementsrechtbank, binnen het rechtsgebied waarin de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft, kan een verzoek om voorlopige voorziening (waaronder schorsing) worden ingediend. Een dergelijk verzoek kan pas worden gedaan als het bezwaarschrift is ingediend en onverwijlde spoed, gelet op het betrokken belang, dat vereist. Voor de behandeling het verzoek wordt een bedrag aan griffierecht geheven. 9 september 2026 Namens burgemeester en wethouders van gemeente Montferland, J. Baltussen,Afdeling Ruimtelijke ontwikkeling & economie
Meer informatie