Beleidsregels plaatsing Laadpalen Gemeente Hulst 2026
Beleidsregels plaatsing Laadpalen Gemeente Hulst 2026 Het college besluit. 1.De beleidsregels voor het plaatsen van laadpalen, aan te halen als "Beleidsregels plaatsing Laadpalen Gemeente Hulst 2026" vast te stellen Beleid tot uitwerking van de bevoegdheid van het college tot het aanwijzen van elektrische laadpalen. Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder: a.Aanvraag: de bij de gemeente ingediende aanvraag voor toestemming tot het plaatsen van een laadpaal op grond die in eigendom is van de gemeente; b.Aanvrager: toekomstig eigenaar/exploitant van de laadpaal; c.Elektrische voertuig: een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c van de Wegenverkeerswet 1994 dat bij de RDW staat geregistreerd als auto en geheel of gedeeltelijk door een elektromotor wordt aangedreven waarvoor de elektrische energie geleverd wordt door een batterij en waarvan de batterij (mede) kan worden opgeladen door middel van een oplaadpunt; d.Laadpaal: openbare voorziening, inclusief alle daarbij behorende en achterliggende installaties, waar een elektrische auto kan worden opgeladen: een laadpaal kan één of meer oplaadpunten bevatten; e.Oplaadlocatie: locatie in de openbare ruimte waar een laadpaal en één of meer parkeerplaatsen uitsluitend ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen aanwezig zijn; f.Oplaadpunt: een op de laadpaal aanwezige voorziening waarmee de houder van een elektrisch voertuig deze van stroom kan voorzien; g.Opladen: het gedurende een aaneengesloten periode opladen van een elektrisch voertuig bij een openbaar toegankelijke laadpaal; h.Bewoner: degene die werkelijk woonachtig is in de gemeente Hulst, blijkens inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; i.Houder van een motorvoertuig: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt: 1)degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven, of 2)degene die een leasecontract heeft met een erkend autoverhuurbedrijf dan wel in dienst is/eigenaar is van een bedrijf op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven en die in het bezit is van dat motorvoertuig of een leasecontract heeft met een erkend autoverhuurbedrijf, of 3)degene die een contract heeft met het — erkende — autoverhuurbedrijf. Het autoverhuurbedrijf moet dan wel eigenaar zijn. j.Exploitant: Het bedrijf waar gemeente Hulst een overeenkomst mee heeft gesloten voor het plaatsen, onderhouden en exploiteren van elektrische laadpalen in de openbare ruimte. Artikel 2 Elektrisch voertuig a.Op een aanvraag wordt toestemming verleend als als de laadpaal bedoeld is voor een voertuig zoals bedoeld in artikel 1, lid c. b.Een elektrisch voertuig mag niet met inbegrip van de lading een lengte hebben van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,50 meter, en mag geen woonwagen, , aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig zijn dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd. In dit artikel is beoogd een afbakening te maken voor de voertuigen die gebruik mogen maken van de voorzieningen die worden getroffen in het kader van het elektrisch rijden. Niet meegenomen zijn snorfiets, scooter, bromfiets en andere (tweewielige) motorvoertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 45 km/uur. Verondersteld wordt dat in de meeste gevallen deze voertuigen op eigen terrein kunnen worden opgeladen en er geen voorzieningen nodig zijn in de openbare ruimte. Alleen volledig elektrische en hybride plug-in voertuigen mogen op een oplaadlocatie parkeren. Artikel 3 Parkeergelegenheid op eigen terrein Op een aanvraag wordt géén toestemming verleend wanneer de aanvrager: a.Over een privéparkeergelegenheid op het woonadres kan beschikken. Dit is het geval indien: -men beschikt over een oprit of de mogelijkheid heeft een oprit te realiseren. -men beschikt over een garage -bij appartementen die gerealiseerd zijn incl. parkeergelegenheid in/bij het gebouw die gehuurd, geleased of gekocht kunnen worden b.Beschikt over voldoende ruimte om op eigen grond een inrit te realiseren, conform de beleidsregels voor het maken of veranderen van een uitweg. c.Feitelijk niet op het opgegeven adres woont en als zodanig in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) is geregistreerd. d.Feitelijk niet op het opgegeven adres in het register van de Kamer van Koophandel is geregistreerd (zakelijk-belanghebbende). Artikel 4 Eén laadpaal per perceel of woning Per perceel of woning geldt een maximum van één laadpunt in de openbare ruimte. Artikel 5 Locatiebepaling a.Op een aanvraag wordt geen toestemming verleend indien er een openbaar toegankelijk oplaadpunt is binnen maximaal 250 meter (vogelvlucht) van het perceel of de woning van de aanvrager b.Een laadpaal wordt indien mogelijk binnen een straal van 250 m (vogelvlucht) van de aanvrager geplaatst bij aanwezige dwarsparkeervakken, dus niet per se voor de deur van de aanvrager; c.Als adres van de woning geldt voor een bewoner-belanghebbende het adres zoals bedoeld in artikel 3 sub c; d.Als adres van het perceel geldt voor een zakelijk-belanghebbende het adres zoals bedoeld in artikel 3 sub d; e.De gemeente geeft de voorkeur aan de plaatsing op een goed zichtbare locatie; f.Mocht er zich een situatie voordoen waarbij er meer dan 4 aanvragen zijn binnen het gebied zoals te bepalen conform artikel 5 sub b., kan overwogen worden een tweede paal te plaatsen indien het gebruik van de reeds aanwezige paal zo groot is, dat het aannemelijk is dat een gebruiker niet de mogelijkheid heeft om zijn/haar auto op te laden. CPO levert hiervoor de benodigde data over de belasting van de laadpunten. g.Voor een aanvraag voor een laadpaal in de binnenstad geldt dat deze enkel gesitueerd mag worden op de bolwerken, dwarsparkeervakken in de Lange Bellingstraat, parkeervakken in de Piersensstraat, de Paardenmarkt, het ’s Gravenhofplein, het Smedenlein of het Brouwersplein. Gekozen zal worden voor de locatie dichtst bij de woonlocatie van de burger waarvoor de aanvraag wordt ingediend en er nog geen laadpunt aanwezig is binnen het gebied zoals te bepalen conform artikel 5 sub b.Indien het parkeervak dat aangewezen wordt voor het laden van elektrische voertuigen, binnen een gebied valt waar betaald parkeren is ingesteld, blijft dit vak ook betaald parkeren. h.De gemeente heeft de laatste keuze over de uiteindelijke locatie. Artikel 6 Plaatsen laadpaal Een elektrische laadpaal mag alleen in de openbare ruimte geplaatst worden door een bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst tot het plaatsen van laadpalen heeft afgesloten. Aanvragen van particulieren voor het plaatsen van een eigen laadpaal op gemeentelijke grond worden niet toegestaan. De argumentatie hierachter is: a.De eisen die gesteld worden voor laadpalen, en directe omgeving, in openbaar gebied zijn strenger dan die voor palen voor particulieren op eigen grond. b.Het plaatsen van laadpalen door particulieren betekent een grotere, ongewenste verscheidenheid aan laadpalen, wat de eenduidigheid niet ten goede komt. c.Aan de plaatsing van de laadpaal zijn de volgende voorwaarden van toepassing: -tussen de voorkant van de laadpaal en de achterkant van de band isminimaal 30 cm ruimte. -Bij plaatsing in het trottoir dient min. 1,0 m vrije doorloop ruimte aanwezig te blijven -Indien nodig geacht dient een aanrijbeveiliging t.b.v. bescherming van de laadpaal te worden aangebracht. d.Particulieren mogen wel gebruik maken van een VPA onder de voorwaarden zoals omschreven in de “beleidsregels toestaan verlengde huisaansluitingen Gemeente Hulst” Artikel 7 Openbaarheid a.Op een aanvraag wordt geen toestemming verleend wanneer blijkt dat aanvrager niet de intentie heeft de oplaadvoorziening openbaar toegankelijk te maken voor het opladen van elektrische voertuigen. b.Het oplaadpunt moet gebruikt kunnen worden binnen de Europese afspraken op het gebied van interoperabiliteit.De laadpaal dient voorzien te zijn van de door Europa goedgekeurde en aanbevolen laadstekker of moet de mogelijkheid bieden deze te kunnen aankoppelen, zodat er geen onderscheid gemaakt kan worden voor het opladen van een verschillend merk of type elektrisch voertuig. Doel is dat ook anderen gebruik kunnen maken van voorzieningen in de (semi) openbare ruimte, ook al zijn ze geplaatst door derden. Artikel 8 Dubbele laadvoorziening Er wordt alleen toestemming verleend indien de laadpaal is voorzien of kan worden voorzien van een dubbele laadvoorziening zodat er-gelegenheid is voor het laden van twee elektrische voertuigen tegelijk. Hiermee wordt getracht de capaciteit en uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen te vergroten. Volgens deze beleidsregel wordt in principe binnen een straal van 250 meter (vogelvlucht) van één van deze laadpalen geen medewerking verleend aan een nieuwe laadpaal op gemeentelijke grond. De houder van een elektrische voertuig kan dan van deze bestaande laadpaal gebruik maken. Echter, artikel 5 sub f prefereert boven deze. Indien er leveranciers dan wel bedrijven zijn die grotere aantallen willen plaatsen op of nabij een locatie, dan zullen hier andere afwegingen moeten plaatsvinden buiten deze beleidsregel om. Hiervoor is maatwerk noodzakelijk. Artikel 9 Kosten plaatsen, onderhoud, beheer en aansprakelijkheid ten gevolge van schade door laadpaal en oplaadpunt a.Alle kosten voor het plaatsen, onderhouden, beheren van en schade veroorzaakt door de laadpaal en aan het oplaadpunt, die niet worden gedragen door degene die de laadpaal en het oplaadpunt realiseert en/of exploiteert (bijvoorbeeld de netbeheerder en/of de leverancier), zijn voor rekening van de aanvrager. b.De gemeente aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor kosten, onderhoud en schade die het realiseren en gebruiken van de laadpaal met zich mee kan brengen. c.De gemeente verleent alleen toestemming op een aanvraag wanneer in een overeenkomst met de leverancier/exploitant ervan is vastgelegd, dat alle aansprakelijkheid voor het gebruik en onderhoud van de laadpalen en oplaadpunten en eventuele schade hierdoor voor rekening van de leverancier/exploitant of de aanvrager komen. d.De kosten voor het verwijderen van een paal mocht er in de toekomst geen gebruik meer van gemaakt worden zijn voor de leverancier/exploitant. e.Om de aanleg van laadvoorzieningen te stimuleren, heft de gemeente geen leges voor het te nemen verkeersbesluit en brengt geen degeneratievergoeding in rekening voor de graafwerkzaamheden. Daarnaast stelt zij de grond ‘om niet’ ter beschikking aan de aanvrager en maakt dus geen gebruik van de mogelijkheid tot het heffen van een tarief (precariobelasting) hiervoor. De gemeente Hulst legt in een overeenkomst met de leverancier/exploitant van de oplaadpalen vast, dat alle aansprakelijkheid waaronder voor het gebruik en onderhoud van de oplaadpalen en eventuele schade bij de gebruiker van een oplaadpaal voor rekening van de leverancier/exploitant van de oplaadpalen of de aanvrager komen. De gemeente Hulst aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor het gebruik en eventuele schade door een laadpaal en oplaadpunt, ook al staat deze op gemeentelijk grondgebied. Artikel 10 Realisatie Om voor toestemming op een aanvraag in aanmerking te komen, dient een oplaadpaal op de oplaadlocatie werkelijk te kunnen worden gerealiseerd. In dat kader wordt tevens de (technische) haalbaarheid bezien. Daarbij is de aanwezigheid van (hoofd)kabels en leidingen en het voorhanden zijn van een netwerk van belang. De technische haalbaarheid zal worden bepaald in overleg tussen leverancier/exploitant en de gemeente Hulst. Artikel 11 Juridisch kader Voor de realisatie dient de aanvraag, behalve aan de beleidsregels zoals hier omschreven, ook te voldoen aan algemene wetgeving zoals: a.Apv; Voor het openbreken van de verharding en het graven in de weg om de laadvoorziening te plaatsen en aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk, is op grond van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) artikel 2:9 lid 1 een vergunning nodig. Voor het verlenen van de vergunning zal getoetst worden aan de hiervoor gebruikelijke gemeentelijke regels. b.Wegenverkeerswet;Om er voor te zorgen dat de parkeerplaats bij een laadvoorziening enkel te gebruiken is voor het opladen van elektrische auto’s, dient de gemeente een verkeersbesluit te nemen. In het verkeersbesluit wijst het college de betreffende parkeerplaats(en) aan door middel van het (laten) plaatsen van het verkeersbord geschikt volgens het RVV om parkeervakken te reserveren voor elektrisch laden met onderbord ‘met aanduiding van de 2 vakken, middels 2 pijlen’. Het afdelingshoofd Realisatie en beheer (strategisch manager I) en de teamleiders (Tactisch leidinggevende II) zijn gemandateerd om namens het college de verkeersbesluiten te nemen. c.Privaatrechtelijke overeenkomst; In een overeenkomst tussen de gemeente en de exploitant van het laadpunt worden afspraken vastgelegd over aspecten zoals de eisen aan de laadvoorziening, eigendom en beheer, realisatie en installatie, storingen en calamiteiten, kosten, bereikbaarheid, veiligheid, aansprakelijkheid en dergelijke. Intrekken / wijzigen van vergunning en verkeersbesluit: Indien de aanvrager (exploitant) van de laadvoorziening zich niet houdt aan de voorschriften verbonden aan de vergunning, kan het de gemeente de vergunning intrekken. Het college kan in dat geval ook het verkeersbesluit, waarbij de parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen zijn aangewezen, intrekken. De vergunning en/of het verkeersbesluit kan tevens worden ingetrokken, wanneer er in de praktijk niet of nauwelijks gebruik wordt gemaakt van de laadvoorziening. Het is niet gewenst dat daardoor een of meerdere parkeerplaatsen (nagenoeg) geheel onbenut blijven. In deze gevallen heeft de aanvrager het recht en de plicht de laadvoorziening te verwijderen. De hiermee samenhangende kosten zijn voor de rekening van de leverancier/exploitant. Artikel 12 Deelauto Indien uit de aanvraag blijkt dat er meerdere gebruikers van één elektrische auto zijn (bijvoorbeeld bij een deelauto), kan in afwijking van deze regeling toestemming worden gegeven. Artikel 13 Duur toestemming De toestemming voor het realiseren van een laadpaal op grond in eigendom van de gemeente wordt verleend voor de maximale duur van vijf jaar met een stilzwijgende verlenging van telkens een jaar. Deze gaat in op de dag dat partijen de Overeenkomst hebben getekend. Artikel 14 Hardheidsclausule Er kan van deze regeling worden afgeweken wanneer toepassing ervan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel a.Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking b.Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als "Beleidsregels plaatsing Laadpalen Gemeente Hulst 2026” Aldus vastgesteld in de collegevergadering van de gemeente Hulst gehouden op 1 mei 2026, Burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst, De secretaris, De burgemeester,
Meer informatie