Verkeersbesluit instellen tijdelijk stilstaan verbod 2e Hogenbanweg, tussen Rotterdamse Rijweg en Torenlaan te Rotterdam
Verkeersbesluit instellen tijdelijk stilstaan verbod 2e Hogenbanweg, tussen Rotterdamse Rijweg en Torenlaan te Rotterdam Rotterdam, Overschie 26/0011540 De directeur van cluster Stadsontwikkeling, overwegende, dat de Torenlaan en 2e Hogenbanweg gelegen zijn in het gebied Overschie van de gemeente Rotterdam; dat de Torenlaan en 2e Hogenbanweg erftoegangswegen betreffen waar een maximumsnelheid van 30 km/u geldt; dat op de locatie van de voormalige tennisbanen aan de Torenlaan het nieuwbouwproject Park OverdeSchie wordt gerealiseerd; dat gedurende de uitvoering van dit nieuwbouwproject bouwverkeer gebruik zal maken van de 2e Hogenbanweg en de Torenlaan; dat de aan- en afvoerroute voor het bouwverkeer loopt vanaf de A13 via de Burgemeester de Josselin de Jonglaan, de Burgemeester Baumannlaan, de 2e Hogenbanweg en de Torenlaan richting de bouwplaats; dat het bouwverkeer via dezelfde route van de bouwplaats afrijdt; dat het bouwverkeer op het laatste gedeelte van de bouwroute gebruikmaakt van de aansluiting van de 2e Hogenbanweg op de Torenlaan; dat de inrit vanaf de 2e Hogenbanweg naar de Torenlaan is uitgevoerd als drempelconstructie en in stand blijft; dat voor de aan- en afvoer van bouwmateriaal gebruik wordt gemaakt van zwaar bouwverkeer, waaronder trailers met een lengte van circa 18 meter; dat deze voertuigen bij het in- en uitrijden van 2e Hogenbanweg en de Torenlaan voldoende manoeuvreerruimte nodig hebben; dat in de huidige situatie langs de 2e Hogenbanweg en de Torenlaan motorvoertuigen geparkeerd staan, waardoor de beschikbare rijbaanbreedte plaatselijk wordt beperkt; dat de 2e Hogenbanweg en de Torenlaan ter plaatse een rijbaanbreedte van circa 5 meter heeft en de nodige rijbaanbreedte voor geparkeerde motorvoertuigen circa 3 meter bedraagt; dat de 2e Hogenbanweg en de Torenlaan in twee richtingen wordt bereden en de resterende rijbaanbreedte onvoldoende ruimte biedt om bouwverkeer en overig verkeer elkaar op een veilige wijze te laten passeren; dat geparkeerde voertuigen nabij de aansluiting met de 2e Hogenbanweg bovendien de benodigde draaicirkel en manoeuvreerruimte van het bouwverkeer kunnen beperken; dat hierdoor het risico ontstaat dat bouwverkeer bij het in- en uitrijden van de 2e Hogenbanweg en de Torenlaan moet uitwijken naar de berm of in conflict komt met tegemoetkomend verkeer; dat het daarom noodzakelijk is om aan de 2e Hogenbanweg, over een lengte van circa 30 meter vanaf de aansluiting met de Rotterdamse Rijweg een stilstaan verbod in te stellen; dat met deze maatregel wordt voorkomen dat stilstaande dan wel geparkeerde voertuigen de voor de bouwverkeer benodigde manoeuvreerruimte voor bouwverkeer en beschikbare rijbaanbreedte beperken; dat ter ondersteuning van de draaibewegingen van het zware bouwverkeer de aanwezige dunne betontegels in de binnenbocht van de aansluiting wordt vervangen voor betonplaten; dat hiermee wordt voorkomen dat de bestaande verharding door het zware bouwverkeer wordt beschadigd en de bocht op een veilige wijze kan worden bereden; dat langs de Torenlaan twee passeerstroken worden aangebracht om bouwverkeer en overig verkeer gelegenheid te bieden elkaar te passeren; dat deze passeerstroken ieder circa 7 meter lang en circa 2 meter breed worden uitgevoerd met graskeien; dat voor graskeien is gekozen om de invloed van de passeerstroken op de aanwezige bomen zoveel mogelijk te beperken en deze niet worden ingegraven, zodat aantasting van de wortels wordt voorkomen; dat de aanwezige trottoirband ter plaatse van de passeerstroken wordt gehandhaafd en met koud asfalt overrijdbaar wordt gemaakt; dat onder de Spaanse Brug een fietsverbinding uitkomt op of nabij de route die door het bouwverkeer wordt gebruikt; dat door de ruimtelijke inrichting en de aansluiting van deze fietsverbinding fietsers vanuit de onderdoorgang de bouwroute kunnen naderen; dat hierdoor een potentieel conflictpunt bestaat tussen de fietsers die de onderdoorgang verlaten en het bouwverkeer; dat bij de uitgang van de onderdoorgang onder de Spaanse Brug het daarom wenselijk is de snelheid van fietsers bij het verlaten van de onderdoorgang te beperken, zonder de doorgang voor fietsers volledig af te sluiten; dat hiertoe bij de uitgang van de onderdoorgang fietsbeugels worden geplaatst, zodat fietsers worden afgeremd en worden geattendeerd op de aansluiting met de route van het bouwverkeer; dat hiermee de kans op conflicten tussen fietsers en bouwverkeer wordt verkleind en de verkeersveiligheid ter plaatse gewaarborgd blijft; dat de bouwplaatsinrichting voorziet in gescheiden bewegingen voor bouwverkeer dat de bouwplaats inrijdt en bouwverkeer dat de bouwplaats verlaat; dat langs de bouwroute waarschuwingsborden worden geplaatst waarmee weggebruikers worden geattendeerd op de aanwezigheid en de in- en uitritten van bouwverkeer; dat ter hoogte van de toegang richting de Rotterdamse Rijweg, nabij huisnummer 93, tijdelijke bebording wordt geplaatst, zodat wordt voorkomen dat bouwverkeer van de vastgestelde bouwroute afwijkt; dat het bouwverkeer daarmee wordt geleid via de daarvoor beoogde en ingerichte bouwroute; dat met het instellen van het stilstaan verbod, de waarschuwingsborden en de fysieke maatregelen een herkenbare en verkeersveilige situatie voor bouwverkeer en overige weggebruikers ontstaat; dat hiermee de voor het bouwverkeer benodigde manoeuvreerruimte wordt gewaarborgd en wordt voorkomen dat bouwverkeer bij het in- en uitrijden van de 2e Hogenbanweg en de Torenlaan gebruik moet maken van de berm; dat hiermee tevens de verkeersveiligheid op de 2e Hogenbanweg, bij de aansluiting met de Torenlaan en nabij de onderdoorgang onder de Spaanse Brug wordt bevorderd; dat het wenselijk is deze verkeersmaatregel in te stellen ter bevordering van de verkeersveiligheid, de bescherming van weggebruikers, de doorstroming en de bruikbaarheid van de weg; dat bovengenoemde verkeersmaatregel zal duren voor een periode van twee jaar vanaf het moment van publicatie van dit besluit, of zoveel korter als mogelijk of langer indien voor de bouwwerkzaamheden noodzakelijk is; dat de maatregel, gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw, besluit van 21 april 1994, Staatsblad (Stb.) 1994, 475, zoals nadien gewijzigd), strekt tot: •het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; •het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer; •het verzekeren van de veiligheid op de weg; •het beschermen van weggebruikers en passagiers; dat de weg onder beheer is van de gemeente Rotterdam; dat in het kader van artikel 24 sub a. van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW, besluit van 26 juli 1990, 460, of zoals nadien gewijzigd) wel overleg heeft plaatsgevonden met de Politie, eenheid Rotterdam, waarbij de Politie positief heeft geadviseerd. Gelet op artikel 18 aanhef en onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, nr. 475, zoals nadien gewijzigd), het bepaalde in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer en daartoe bevoegd krachtens door het college van Burgemeester en Wethouders verleend mandaat in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2022 (gemeenteblad 2022-187, zoals nadien gewijzigd); Besluit: namens het college van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, Tot het instellen van een stilstaan verbod op de 2e Hogenbanweg, over een lengte van circa 30 meter, vanaf de aansluiting met de Rotterdamse Rijweg, middels •het plaatsen van de borden E02 zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990. Bovengenoemde verkeersmaatregel zal duren voor een periode van twee jaar vanaf het moment van publicatie van dit besluit, of zoveel korter als mogelijk of langer indien voor de bouwwerkzaamheden noodzakelijk is De directeur van Cluster Stadsbeheer wordt belast met de uitvoering van dit besluit. Dit besluit wordt zowel in het Gemeenteblad als op de voor de gemeente gebruikelijke wijze gepubliceerd. Rotterdam, 4 september 2026 Namens het college van Burgemeester en Wethoudersde directeur van het cluster Stadsontwikkeling,voor deze, het hoofd Mobiliteit, Remco de GoederenHoofd van de afdeling Mobiliteit Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit binnen zes weken na datum van publicatie, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders. Dit bezwaarschrift moet ondertekend zijn en moet ten minste bevatten: - naam en adres van de indiener - datum bezwaarschrift - de gronden van het bezwaar - een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt. Het bezwaarschrift moet worden gezonden naar: Het college van burgemeester en wethouders, t.a.v. de Algemene Bezwaarschriftencommissie, postbus 1011, 3000 BA te ROTTERDAM. Faxnummer Algemene Bezwaarschriftencommissie: (010) 2676300. U kunt uw bezwaarschrift ook digitaal indienen op: www.rotterdam.nl/bezwaar U kunt, indien u een bezwaarschrift bij het college heeft ingediend, een verzoek om voorlopige voorziening (o.a. schorsing) indienen bij: Rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, postbus 50951, 3007 BM te ROTTERDAM. Voor een dergelijk verzoek is griffiegeld verschuldigd.
Meer informatie