Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026 - 2027
Wijzigingsbesluit Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026-2027 Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en het bepaalde in de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2023 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 25 augustus 2026 hebben vastgesteld: Wijzigingsbesluit Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026-2027 Artikel I Wijziging Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026-2027 (Provinciaal blad 2026, 6286) De Nadere subsidieregels Sprintsubsidie 2026-2027 (Provinciaal blad 2026, 6286) worden als volgt gewijzigd: A. In artikel 1 (Begripsomschrijvingen), eerste lid, onder b, wordt het gestelde: ‘b. zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).’ In zijn volledigheid vervangen door: ‘b. eenmanszaken, of rechtspersonen, die niet gedurende ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraagdatum aantoonbaar ten minste 0,5 fte aan personeel in loondienst hebben gehad, anders dan de ondernemer, bestuurder of directeur-grootaandeelhouder zelf.’ B. In artikel 1 (Begripsomschrijvingen), vierde lid: In artikel 1, vierde lid, wordt na onderdeel 4 een nieuw onderdeel 4a toegevoegd, luidende: ‘4a. Configuratie: het inrichten, aansluiten of parametriseren van een bestaand platform of bestaande software binnen de bedrijfsprocessen van de aanvrager, zonder dat hierbij nieuwe functionaliteit, modellen of programmatuur worden ontwikkeld die niet reeds als zodanig beschikbaar zijn bij de leverancier.’ C. In artikel 1 (Begripsomschrijvingen), negende lid: In artikel 1, negende lid, wordt na sub c een nieuw onderdeel d toegevoegd, luidende: ‘d. de deelnemende partijen niet in een onderlinge opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie ten aanzien van het project staan.’ D. in artikel 1 (Begripsomschrijvingen), tiende lid wordt het gestelde: ‘10. Verbonden organisatie: van een verbonden organisatie is in ieder geval sprake indien tussen de partijen, direct of indirect: a.sprake is van een fiscale eenheid of doorslaggevende zeggenschap; b.overlap bestaat in bestuur, directie of toezichthoudende organen; c.een financieel belang of feitelijke invloed kan worden uitgeoefend op elkaar besluitvorming’ In zijn volledigheid vervangen door: ‘10. verbonden organisatie: van een verbonden organisatie is in ieder geval sprake indien tussen de aanvrager en een andere partij, direct of indirect: a.sprake is van een fiscale eenheid of doorslaggevende zeggenschap; b.overlap bestaat in bestuur, directie of toezichthoudende organen; c.een financieel belang of feitelijke invloed kan worden uitgeoefend op elkaar besluitvorming. Dit begrip is van overeenkomstige toepassing op de artikelen 1, negende lid en artikel 9, tweede lid onder h.’ E. In artikel 6 (Afwijzingsgronden), onder g wordt het gestelde: ‘g. het project primair of in overwegende mate is gericht op onderzoek, ontwikkeling, experimenten of productinnovatie, en niet op de implementatie van een bestaande oplossing binnen de eigen onderneming;’ In zijn volledigheid vervangen door:‘g. het project primair of in overwegende mate is gericht op onderzoek, ontwikkeling, experimenten of productinnovatie, en niet op de implementatie van een bestaande oplossing binnen de eigen onderneming; het enkele gebruik van praktijkgegevens van de aanvrager voor het trainen, valideren of verbeteren van een model of algoritme wordt aangemerkt als ontwikkeling in de zin van dit onderdeel, ongeacht of dit gepaard gaat met configuratie als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder 4a;’ F. In artikel 6 (afwijzingsgronden): In artikel 6 wordt na onderdeel h een nieuw onderdeel i toegevoegd, luidende: "i. de subsidieaanvraag ziet op investeringen in energie-infrastructuur of gebouwgebonden installaties, zoals batterijopslagsystemen, zonnepanelen, warmtepompen, isolatie, klimaatinstallaties of laadinfrastructuur, voor zover deze zijn gericht op de ruimteverwarming, ruimtekoeling, isolatie of energievoorziening van het bedrijfspand als zodanig, ook indien deze investeringen onderling aan elkaar zijn gekoppeld, slim worden aangestuurd, of gepaard gaan met een meetbare energiebesparing; met dien verstande dat deze afwijzingsgrond niet van toepassing is voor zover de aanvrager aantoonbaar en specifiek onderbouwt dat de investering een rechtstreeks, fysiek onderdeel vormt van een productie-, dienstverlenings- of ander bedrijfsproces, zoals koeling of klimaatbeheersing die functioneel noodzakelijk is voor het productieproces zelf, dan wel energielevering die rechtstreeks een specifieke productiemachine of -installatie aandrijft." G. In artikel 9 (Subsidiabele en niet subsidiabele kosten), eerste lid wordt het gestelde: ‘b. kosten voor de aanschaf van apparatuur, software, machines of systemen die de bestaande oplossing vormen of die noodzakelijk zijn voor de implementatie daarvan.’ In zijn volledigheid vervangen door: ‘b. kosten voor de aanschaf van apparatuur, software, machines of systemen die de bestaande oplossing vormen of die noodzakelijk zijn voor de implementatie daarvan, met dien verstande dat: i.voor zover deze kosten betrekking hebben op apparatuur, machines of systemen die na afloop van het project een duurzaam bedrijfsmiddel van de aanvrager blijven, deze uitsluitend subsidiabel zijn via afschrijving, berekend conform de Nadere regels subsidiabele kosten in het kader van het verstrekken van projectsubsidie 2017, naar rato van de periode waarin het project wordt uitgevoerd; ii.ii. voor zover deze kosten betrekking hebben op doorlopende SaaS- of licentiekosten, deze uitsluitend subsidiabel zijn voor het gedeelte dat naar rato toerekenbaar is aan de periode waarin het project wordt uitgevoerd, berekend naar de mate van overlap tussen de abonnementsperiode en de projectperiode, met dien verstande dat kosten voor het gebruik van de software na afloop van de projectperiode niet subsidiabel zijn.’ H. In artikel 9 (Subsidiabele en niet subsidiabele kosten), eerste lid, onder c wordt het gestelde: ‘kosten voor begeleiding, configuratie, training of technische ondersteuning die rechtstreeks en aantoonbaar verband houden met de implementatie van de bestaande oplossing, en niet behoren tot reguliere scholing of algemene opleiding van personeel;’ In zijn volledigheid vervangen door:‘kosten voor begeleiding, configuratie (als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder 4a), training of technische ondersteuning die rechtstreeks en aantoonbaar verband houden met de implementatie van de bestaande oplossing, en niet behoren tot reguliere scholing of algemene opleiding van personeel;’ I. In artikel 9 (Subsidiabele en niet subsidiabele kosten), eerste lid, onder d wordt het gestelde: d. kosten voor tijdelijke of eenmalige aanpassingen aan productieprocessen, werkplekken of software, en materiaalkosten die noodzakelijk zijn voor het operationeel maken, testen, afstellen of inregelen van de bestaande oplossing en die geen onderdeel vormen van reguliere productie of handelsvoorraad.’ In zijn volledigheid vervangen door:‘d. kosten voor tijdelijke of eenmalige aanpassingen aan productieprocessen, werkplekken of software, en materiaalkosten die noodzakelijk zijn voor het operationeel maken, testen, afstellen of inregelen van de bestaande oplossing en die geen onderdeel vormen van reguliere productie of handelsvoorraad; hieronder worden mede verstaan eenmalige koppel- of integratiewerkzaamheden tussen bestaande systemen, technologieën of platformen, voor zover het resultaat daarvan geen zelfstandige functionaliteit, product of dienst oplevert die de aanvrager ook aan anderen zou kunnen aanbieden of buiten de eigen specifieke implementatie zou kunnen hergebruiken.’ J. In artikel 9 (Subsidiabele en niet subsidiabele kosten), tweede lid, wordt na onderdeel g een nieuw onderdeel h toegevoegd, luidende: ‘h. kosten voor diensten of leveringen van een verbonden organisatie als bedoeld in artikel 1, tiende lid, tenzij de aanvrager deze verbondenheid bij de aanvraag expliciet heeft vermeld en de kosten marktconform zijn onderbouwd.’ K. In artikel 10 (Indienen aanvraag), wordt na het tweede lid een nieuw derde lid toegevoegd, luidende: ‘3. De aanvrager verklaart bij de aanvraag dat wordt voldaan aan het gestelde in artikel 1, eerste lid, onder b. Gedeputeerde Staten kunnen de aanvrager verzoeken deze verklaring nader te onderbouwen met een loonaangifte, loonstroken of een vergelijkbaar bewijsstuk, waaruit blijkt dat gedurende zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraagdatum aantoonbaar ten minste 0,5 fte aan personeel in loondienst is geweest, anders dan de ondernemer, bestuurder of directeur-grootaandeelhouder zelf.’ Artikel II Overgangsrecht 1.Voor besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingen blijven de bepalingen van de Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026-2027 (Provinciaal blad 2026, 6286) van kracht zoals die golden vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject. 2.Aanvragen die op basis van de Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026-2027 (Provinciaal blad 2026, 6286) zijn ingediend en waarover bij inwerkingtreding van deze wijzigingen nog niet is beslist, worden geacht op basis van de Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026-2027 met inachtneming van deze wijzigingen te zijn ingediend, tenzij Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat de aanvrager in zijn belangen wordt geschaad. In dat laatste geval handelen Gedeputeerde Staten overeenkomstig de Nadere subsidieregels Sprintsubsidie MKB 2026-2027 zoals deze golden voor de inwerkingtreding van deze wijzigingen (Provinciaal blad 2026, 6286. Artikel III Inwerkingtreding Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Provinciaal Blad. Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten, gehouden op 1 september 2026. Gedeputeerde Staten voornoemd de voorzitter, dhr. E.G.M. Roemer secretarisdhr. D. Timmer
Meer informatie