Algemeen controleplan Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente West Betuwe

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op8 september 2026
Gepubliceerd doorGemeente West Betuwe

Algemeen controleplan Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente West Betuwe 11 augustus 2026 Zaaknummer: 2720416 1. Inleiding De gemeenten in de regio Rivierenland werken sinds de invoering van de decentralisaties in 2015 samen op het gebied van de inkoop, contractering en het contractmanagement van jeugdhulp op grond van de Jeugdwet en maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Aan deze samenwerking namen aanvankelijk zes gemeenten deel. Per juli 2023 zijn ook de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel aangesloten, waardoor de regionale samenwerking verder is uitgebreid en versterkt. Voor de uitvoering van deze werkzaamheden hebben de deelnemende gemeenten een dienstverleningsovereenkomst gesloten met de Serviceorganisatie Regio Rivierenland (hierna: RR). Op grond van deze overeenkomst voert RR namens de gemeenten werkzaamheden uit op het gebied van inkoop, aanbesteding, contractering, contractbeheer, leveranciersmanagement, administratieve en financiële afhandeling en de uitvoering van controles die samenhangen met de Jeugdwet, de Wmo 2015 en de met aanbieders gesloten overeenkomsten. De controles die RR namens de gemeenten uitvoert omvatten onder meer verantwoordingsprocessen, formele controles, materiële controles, detailcontroles en fraudeonderzoeken. RR verricht deze werkzaamheden in opdracht van de deelnemende gemeenten ter ondersteuning van hun wettelijke verantwoordelijkheid voor een rechtmatige, doelmatige en kwalitatief verantwoorde uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015. Hoewel binnen de regionale samenwerking sinds de decentralisaties diverse controleactiviteiten worden uitgevoerd, is niet eerder een algemeen controleplan vastgesteld. Met dit Algemeen Controleplan (hierna controleplan) worden de uitgangspunten, bevoegdheden, werkwijzen en controleprocessen voor het eerst op een uniforme en transparante wijze vastgelegd. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt hoe invulling wordt gegeven aan de controle op de rechtmatige en doelmatige besteding van publieke middelen binnen de Jeugdwet en, voor zover van toepassing, de Wmo 2015. Dit controleplan beschrijft hoe de gemeente West Betuwe invulling geeft aan de uitvoering van controles op grond van de Regeling Jeugdwet en, voor zover van toepassing, de Wmo 2015. Het plan legt de uitgangspunten, werkwijzen en controleprocessen vast en biedt daarmee een transparant kader voor de waarborging van de rechtmatige en doelmatige uitvoering van deze wettelijke taken. De uitvoering van formele controles, materiële controles, detailcontroles en fraudeonderzoeken vindt plaats met inachtneming van paragraaf 6b van de Regeling Jeugdwet, waaronder de artikelen 6b.1 tot en met 6b.8. Daarnaast is een integraal Fraude- en Handhavingsbeleidsplan Jeugdwet en Wmo 2015 in ontwikkeling. Dit beleidsplan beschrijft de beleidsmatige uitgangspunten op het gebied van fraudepreventie, toezicht, handhaving en sanctionering binnen het sociaal domein. Waar het Fraude- en Handhavingsbeleidsplan het strategische kader vormt, beschrijft dit controleplan de operationele uitvoering van controles en onderzoeken. Het algemene kwaliteitstoezicht op jeugdhulp is belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Daarnaast kunnen gemeenten toezichthouders aanwijzen die toezicht houden op de rechtmatigheid en doelmatigheid van verstrekte jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Dit controleplan laat de wettelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden van deze toezichthouders onverlet en ziet primair op de uitvoering van controles in het kader van contractbeheer, rechtmatigheid en fraudepreventie. 2. Begrippenkader In dit controleplan wordt verstaan onder: Aanbieder De jeugdhulpaanbieder, de aanbieder van preventie en de gecertificeerde instelling als bedoeld in de Jeugdwet en de Regeling Jeugdwet, alsmede de aanbieder als bedoeld in artikel 1.1.1 Wmo 2015. Toezichthouder Een door het college aangewezen toezichthouder. 3. Reikwijdte en doelstellingen 3.1 Reikwijdte Dit Algemeen controleplan (verder controleplan) is van toepassing op de uitvoering van formele controles, materiële controles, detailcontroles en fraudeonderzoeken met betrekking tot aanbieders waarmee de gemeente West Betuwe, al dan niet via de Serviceorganisatie Regio Rivierenland (RR), overeenkomsten heeft gesloten voor de levering van jeugdhulp op grond van de Jeugdwet en, voor zover van toepassing, ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het controleplan heeft tevens betrekking op declaraties, verantwoordingen en andere gegevens die voortvloeien uit deze overeenkomsten en die noodzakelijk zijn voor het toetsen van de rechtmatigheid, doelmatigheid, kwaliteit en continuïteit van de geleverde hulp en ondersteuning. Wettelijke grondslag Voor de uitvoering van controles op grond van de Jeugdwet vormt de Regeling Jeugdwet, in het bijzonder paragraaf 6b, het primaire normenkader. Voor de Wmo 2015 bestaat geen met paragraaf 6b van de Regeling Jeugdwet vergelijkbaar uitgewerkt controlekader. De in de Regeling Jeugdwet opgenomen uitgangspunten en waarborgen ten aanzien van risicoanalyse, proportionaliteit, subsidiariteit, dataminimalisatie en de gefaseerde inzet van controle-instrumenten worden daarom door de gemeente overeenkomstig toegepast bij controles ten aanzien van aanbieders van ondersteuning op grond van de Wmo 2015, voor zover dit past binnen de wettelijke kaders van de Wmo 2015, de Algemene Verordening Gegevensbescherming, overige toepasselijke wet- en regelgeving en de met aanbieders gesloten overeenkomsten. In artikel 6.1 lid 1 Wmo 2015 is de wettelijke grondslag van de toezichthoudende taak vanuit gemeenten vastgelegd. Op grond van artikel 6.1 lid 1 Wmo wijzen gemeenten personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van de Wmo. Deze toezichthouders hebben bevoegdheden zoals opgenomen in de artikelen 5:11 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid door gemeenten wordt omschreven in paragraaf 6b. van de Regeling Jeugdwet. Het toezicht vindt ook plaats op grond van de gemeentelijke verordeningen en de met de aanbieders gesloten overeenkomsten. Zo gelden de nadere regels met betrekking tot (misbruik/oneigenlijk gebruik van) maatwerkvoorzieningen of pgb in de verordeningen van de 8 gemeenten en de bepalingen zoals vastgelegd in de met de aanbieders gesloten overeenkomsten en de daaruit voortvloeiende verplichtingen ex titel 5 van Boek 6 BW. Voor zover bij de uitvoering van controles persoonsgegevens worden verwerkt, vindt deze verwerking plaats binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders, waaronder artikel 7.4.0 van de Jeugdwet, paragraaf 6b van de Regeling Jeugdwet en, voor zover het ondersteuning op grond van de Wmo 2015 betreft, artikel 6.1 van de Wmo 2015. 3.2 Doel van de controles Met de uitvoering van controles beoogt de gemeente West Betuwe de rechtmatige, doelmatige en kwalitatief verantwoorde uitvoering van de Jeugdwet en, voor zover van toepassing, de Wmo 2015 te bevorderen. De controles zijn gericht op: •het bevorderen van naleving van wet- en regelgeving; •het bevorderen van naleving van contractuele afspraken; •het voorkomen en bestrijden van fouten, oneigenlijk gebruik, misbruik en fraude; •het beperken van financiële en maatschappelijke risico's; •het waarborgen van de kwaliteit en continuïteit van hulp en ondersteuning; •het bevorderen van een rechtmatige en doelmatige besteding van publieke middelen. 4. Organisatie van toezicht en controle 4.1 Regionale samenwerking De deelnemende gemeenten hebben gezamenlijk overeenkomsten gesloten met aanbieders van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Deze samenwerking vormt de basis voor een uniforme en risicogerichte controleaanpak binnen de regio Rivierenland. 4.2 Rol van de Serviceorganisatie Regio Rivierenland RR voert namens en in opdracht van de deelnemende gemeenten werkzaamheden uit op het gebied van contractmanagement, leveranciersmanagement, risicoanalyse, controle en onderzoek. RR kan namens de gemeenten controles uitvoeren en voorbereiden. De wettelijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015, alsmede de besluitvorming over eventuele maatregelen, blijft bij de afzonderlijke gemeenten berusten. 4.3 Relatie met toezicht en handhaving Dit controleplan heeft betrekking op de uitvoering van controles in het kader van rechtmatigheid, doelmatigheid, contractbeheer en fraudepreventie. De uitkomsten van controles kunnen aanleiding geven tot toezicht- of handhavingsmaatregelen. De beleidsmatige uitgangspunten daarvoor worden nader uitgewerkt in het Fraude- en Handhavingsbeleidsplan Jeugdwet en Wmo 2015. 5. Controleaanpak 5.1 Controleprocessen De gemeente past ten aanzien van declaraties en verantwoordingen verschillende controleprocessen toe. Deze worden risicogericht en gefaseerd ingezet, waarbij de intensiteit van de controle kan oplopen van algemeen naar specifiek en van licht naar zwaar. 5.2 Algemene risicoanalyse De gemeente en/of RR kan naar aanleiding van signalen, trends, analyses of andere risico-indicatoren een algemene risicoanalyse uitvoeren ten aanzien van een specifieke aanbieder of groep van aanbieders. Doel hiervan is inzicht te verkrijgen in de aard, omvang en waarschijnlijkheid van risico's die gevolgen kunnen hebben voor de rechtmatigheid, doelmatigheid of kwaliteit van de verleende hulp en ondersteuning. De algemene risicoanalyse als bedoeld in dit controleplan sluit aan bij het begrip algemene risicoanalyse zoals opgenomen in artikel 1 van de Regeling Jeugdwet en vormt de basis voor besluitvorming over de inzet van materiële controles en fraudeonderzoeken. De algemene risicoanalyse vindt plaats zonder verwerking van naar individuele cliënten herleidbare bijzondere persoonsgegevens. 5.3 Formele controle De formele controle betreft een onderzoek naar de rechtmatigheid van declaraties. Daarbij wordt onder meer beoordeeld of: •de prestatie betrekking heeft op een cliënt waarvoor de gemeente financieel verantwoordelijk is; •de prestatie valt binnen de reikwijdte van de Jeugdwet of Wmo 2015; •de declaratie is ingediend door een bevoegde Jeugdhulpaanbieder; •de declaratie overeenkomt met contractuele afspraken, subsidievoorwaarden of geldende tarieven; •sprake is van een toegestane verrekening. De formele controle wordt uitgevoerd overeenkomstig de definitie van formele controle als opgenomen in artikel 1 van de Regeling Jeugdwet. De formele controle vindt waar mogelijk geautomatiseerd plaats binnen het declaratie- en verantwoordingsproces. 5.4 Materiële controle Een materiële controle richt zich op de vraag of de gedeclareerde hulp of ondersteuning daadwerkelijk is geleverd en of deze aansluit bij de wettelijke grondslag waarop de levering berust. Voor de Jeugdwet wordt onder meer onderzocht of de geleverde hulp aansluit bij een beschikking, verwijzing, mandaat, maatregel van een gecertificeerde instelling of rechterlijke beslissing. Voor de Wmo 2015 wordt beoordeeld of de ondersteuning overeenkomstig de gemaakte afspraken is geleverd. De materiële controle wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 6b.2 van de Regeling Jeugdwet. Daarbij wordt onderzocht of de gedeclareerde prestatie daadwerkelijk is geleverd en of deze aansluit bij de wettelijke grondslag voor de inzet van jeugdhulp. 5.5 Detailcontrole Indien de formele controle, materiële controle of risicoanalyse daartoe aanleiding geeft, kan een detailcontrole worden uitgevoerd. Een detailcontrole betreft een verdiepend onderzoek naar specifieke declaraties of dossiers op individueel niveau. Persoonsgegevens worden uitsluitend verwerkt indien dit noodzakelijk, proportioneel en subsidiair is voor het bereiken van het controledoel. De detailcontrole wordt uitsluitend toegepast overeenkomstig de voorwaarden van de artikelen 6b.4 tot en met 6b.6 van de Regeling Jeugdwet. Daarbij wordt steeds beoordeeld of het controledoel niet kan worden bereikt met minder ingrijpende controlemiddelen. 5.6 Fraudeonderzoek Indien concrete aanwijzingen bestaan voor onrechtmatigheden, misbruik of fraude, kan de gemeente een fraudeonderzoek instellen of laten uitvoeren. Onder fraudeonderzoek wordt verstaan: een onderzoek waarbij het college of een door het college aangewezen persoon nagaat of degene die bij de gemeente een bedrag in rekening brengt, valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering pleegt of tracht te plegen ten nadele van de gemeente, met het doel een betaling of ander voordeel te verkrijgen waarop hij geen recht heeft of kan hebben. Deze definitie is ontleend aan artikel 1 van de Regeling Jeugdwet. Fraudeonderzoeken worden uitgevoerd overeenkomstig de Jeugdwet, de Wmo 2015, de Regeling Jeugdwet, de Algemene verordening gegevensbescherming en de contractuele afspraken met aanbieders. Voor zover bij fraudeonderzoeken persoonsgegevens worden verwerkt, vindt deze verwerking plaats binnen de wettelijke kaders van artikel 7.4.0 Jeugdwet, paragraaf 6b van de Regeling Jeugdwet en artikel 6.1 Wmo 2015, waarbij uitsluitend persoonsgegevens worden verwerkt die noodzakelijk zijn voor het onderzoeksdoel. Aanleiding voor een fraudeonderzoek kan onder meer bestaan uit: •signalen van cliënten, jeugdigen, ouders, jeugdhulpaanbieders, gemeenten of ketenpartners; •bevindingen uit formele controles, materiële controles of detailcontroles; •uitkomsten van risicoanalyses; •signalen van toezichthouders, opsporingsinstanties of het Informatieknooppunt Zorgfraude; •andere concrete aanwijzingen van mogelijke fraude of onrechtmatig handelen. De uitkomsten van een fraudeonderzoek kunnen aanleiding geven tot: •contractuele maatregelen; •terugvordering van ten onrechte betaalde gelden; •opschorting van betalingen; •beëindiging of ontbinding van overeenkomsten; •bestuursrechtelijke handhaving; •civielrechtelijke maatregelen; •het doen van aangifte bij opsporingsinstanties. 6. Selectie van (jeugdhulp-)aanbieders voor controles en onderzoeken 6.1 Risicogerichte selectie De selectie van aanbieders voor controles en onderzoeken vindt plaats op basis van een algemene risicoanalyse. Deze analyse is gericht op het identificeren van risico's die van invloed kunnen zijn op de rechtmatigheid, doelmatigheid, kwaliteit en continuïteit van de geleverde hulp en ondersteuning. Op basis van de uitkomsten kan worden besloten een aanbieder te onderwerpen aan een materiële controle, detailcontrole of fraudeonderzoek. Een materiële controle of fraudeonderzoek wordt voorafgegaan door een algemene risicoanalyse als bedoeld in artikel 6b.2 respectievelijk artikel 6b.7 van de Regeling Jeugdwet. 6.2 Bronnen voor de risicoanalyse 6.2.1 Bottom-up signalen Bij de risicoanalyse kunnen onder meer de volgende signalen worden betrokken: •signalen van jeugdigen, cliënten, ouders of verzorgers; •signalen van gemeenten, toezichthouders en ketenpartners; •signalen van IGJ, Nederlandse Zorgautoriteit, zorgverzekeraars en het Informatieknooppunt Zorgfraude; •signalen afkomstig uit contractmanagement en leveranciersmanagement; •signalen vanuit toegang, administratie en uitvoeringsprocessen; •openbare informatie, media-uitingen en jaarverantwoordingen; •uitkomsten van cliënt- en ervaringsonderzoeken; •bevindingen uit eerdere controles. 6.2.2 Top-down analyses RR kan namens de deelnemende gemeenten gegevens- en risicoanalyses uitvoeren. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van: •benchmarking; •datamining; •praktijkvariatie-analyses; •spiegelinformatie; •financiële analyses; •declaratieanalyses. Deze analyses kunnen afwijkingen zichtbaar maken in bijvoorbeeld declaratiegedrag, zorgintensiteit, behandelduur, verwijspatronen, productgebruik en omzetontwikkeling. 7. Uitvoering van controles 7.1 Algemene uitgangspunten Bij de uitvoering van controles en fraudeonderzoeken handelt de gemeente overeenkomstig de Jeugdwet, de Wmo 2015, de Regeling Jeugdwet, de Algemene verordening gegevensbescherming en overige toepasselijke wet- en regelgeving. Voor zover persoonsgegevens worden verwerkt, geschiedt dit uitsluitend voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken van de gemeente als bedoeld in artikel 7.4.0 Jeugdwet en artikel 6.1 Wmo 2015. RR en de gemeenten zetten steeds eerst de minst ingrijpende controlemiddelen in die noodzakelijk zijn om het controledoel te bereiken. 7.2 Algemene controle-instrumenten 7.2.1 Logica- en verbandscontroles Administratieve gegevens kunnen met elkaar worden vergeleken om onwaarschijnlijke of afwijkende patronen zichtbaar te maken. 7.2.2 Procescontroles Bij procescontroles wordt onderzocht op welke wijze een aanbieder zijn administratieve organisatie, interne beheersing en zorgprocessen heeft ingericht. Daarbij kunnen documenten worden opgevraagd, vragen worden gesteld en gesprekken worden gevoerd met de aanbieder. 7.2.3 Onderzoek naar bedrijfsvoering en organisatie Onderzoek kan plaatsvinden naar aspecten zoals: •governance; •financiële continuïteit; •kwaliteitsbeleid; •doelgroepenbeleid; •bedrijfsvoering; •zorginhoudelijke werkwijze. 7.2.4 Vervolgcontroles Indien met de algemene controle-instrumenten onvoldoende zekerheid wordt verkregen, kan worden overgegaan tot een materiële controle, detailcontrole of fraudeonderzoek. 7.3 Uitvoering van materiële controles Voorafgaand aan een materiële controle worden aanbieders geïnformeerd over: •de aanleiding van de controle; •het controledoel; •de onderzoeksobjecten; •de controle-instrumenten; •de uitvoerende partij. De uitvoering van materiële controles vindt plaats volgens het stapsgewijze controleproces zoals beschreven in artikel 6b.2 van de Regeling Jeugdwet, waarbij eerst minder ingrijpende controlemiddelen worden ingezet alvorens tot meer diepgaande onderzoeksmaatregelen wordt overgegaan. De aanbieder is gehouden medewerking te verlenen voor zover dit voortvloeit uit wetgeving en contractuele verplichtingen. 7.4 Uitvoering van detailcontroles 7.4.1 Specifieke risicoanalyse Voorafgaand aan een detailcontrole wordt overeenkomstig artikel 6b.4 van de Regeling Jeugdwet een specifieke risicoanalyse uitgevoerd. 7.4.2 Specifiek controledoel en controleplan Indien uit de specifieke risicoanalyse blijkt dat een detailcontrole noodzakelijk kan zijn, stelt de gemeente overeenkomstig artikel 6b.5 van de Regeling Jeugdwet een specifiek controledoel en een specifiek controleplan vast. In het specifieke controleplan wordt gemotiveerd: •welke risico's uit de specifieke risicoanalyse naar voren zijn gekomen; •welk controledoel met de detailcontrole wordt beoogd; •waarom dit controledoel niet kan worden bereikt met minder ingrijpende controlemiddelen; •welke persoonsgegevens voor het onderzoek noodzakelijk zijn; •waarom de voorgenomen verwerking van persoonsgegevens proportioneel en subsidiair is; •op welke wijze de uitvoering van de detailcontrole plaatsvindt. Een detailcontrole waarbij persoonsgegevens worden verwerkt vindt uitsluitend plaats indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6b.5 van de Regeling Jeugdwet. 7.4.3 Detailcontrole zonder dossierinzage Detailcontrole kan plaatsvinden zonder inzage in cliëntdossiers, bijvoorbeeld door het opvragen van registraties, planningsgegevens of aanvullende verklaringen. 7.4.4 Detailcontrole met dossierinzage Indien noodzakelijk kan detailcontrole plaatsvinden met inzage in cliëntdossiers. Dossierinzage vindt uitsluitend plaats indien: •een specifieke risicoanalyse is uitgevoerd; •een specifiek controledoel is vastgesteld; •een specifiek controleplan is vastgesteld; •is gemotiveerd dat het controledoel niet kan worden bereikt met minder ingrijpende controlemiddelen; •de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk, proportioneel en subsidiair is. De inzage wordt beperkt tot die gegevens die noodzakelijk zijn voor het bereiken van het controledoel. Daarbij wordt het beginsel van dataminimalisatie toegepast en worden niet meer persoonsgegevens verwerkt dan strikt noodzakelijk. 7.4.5 Vastlegging en bewaartermijnen De gemeente legt de specifieke risicoanalyse en de uitvoering van detailcontroles vast in haar administratie. Persoonsgegevens die in het kader van detailcontrole worden verwerkt, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk en worden uitsluitend verder verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de afhandeling van de controle of een eventueel fraudeonderzoek, overeenkomstig artikel 6b.6 van de Regeling Jeugdwet. 7.5 Uitvoering van fraudeonderzoeken Fraudeonderzoeken worden uitgevoerd overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving en de contractuele afspraken met aanbieders. De uitkomsten kunnen aanleiding geven tot: •contractuele maatregelen; •terugvordering; •bestuursrechtelijke handhaving; •civielrechtelijke maatregelen; •het doen van aangifte. 7.6 Hoor en wederhoor Voordat bevindingen uit een materiële controle, detailcontrole of fraudeonderzoek definitief worden vastgesteld, wordt de aanbieder in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van het conceptonderzoeksrapport. De aanbieder krijgt een termijn van twee weken om zijn zienswijze kenbaar te maken en feitelijke onjuistheden, onvolledigheden of misverstanden te corrigeren. Indien de aard of omvang van het onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan deze termijn gemotiveerd worden verlengd. De ontvangen reactie wordt betrokken bij de definitieve vaststelling van de onderzoeksbevindingen. 7.7 Vaststelling van onderzoeksbevindingen Na afloop van de reactietermijn stelt de gemeente of RR namens de gemeente de onderzoeksbevindingen definitief vast. In het definitieve rapport wordt gemotiveerd aangegeven: •welke bevindingen zijn vastgesteld; •welke reactie door de aanbieder is gegeven; •op welke wijze deze reactie is meegewogen; •welke conclusies uit het onderzoek worden getrokken; •welke eventuele vervolgacties worden overwogen. Het definitieve rapport wordt aan de aanbieder toegezonden. 7.8 Steekproeven en extrapolatie Indien een controle wordt uitgevoerd op basis van een steekproef, wordt de steekproef op objectieve en controleerbare wijze samengesteld. Extrapolatie van bevindingen uit een steekproef naar de volledige onderzoekspopulatie vindt uitsluitend plaats indien: •de steekproef voldoende representatief is; •de gehanteerde methode statistisch of methodologisch verantwoord is; •de gemaakte keuzes en berekeningen inzichtelijk zijn vastgelegd; •de aanbieder in de gelegenheid is gesteld hierop te reageren. De gemeente motiveert de toepassing van extrapolatie in het onderzoeksrapport. 7.9 Terugvordering en herstel Indien uit een controle blijkt dat ten onrechte betalingen hebben plaatsgevonden, wordt de aanbieder hierover schriftelijk geïnformeerd. Voordat tot terugvordering wordt overgegaan, krijgt de aanbieder de gelegenheid zijn zienswijze kenbaar te maken, tenzij spoedeisende omstandigheden zich daartegen verzetten. Een besluit tot terugvordering bevat ten minste: •de feitelijke grondslag van de terugvordering; •de wijze waarop het terug te vorderen bedrag is vastgesteld; •de eventuele toepassing van extrapolatie; •de mogelijkheden voor bezwaar of andere rechtsbescherming. 8. Samenhang met het Fraude- en Handhavingsbeleidsplan Dit controleplan beschrijft de operationele uitvoering van risicoanalyses, controles en fraudeonderzoeken binnen de regionale samenwerking van de Rivierenlandse gemeenten. De beleidsmatige uitgangspunten voor fraudepreventie, toezicht en handhaving zijn opgenomen in het Fraude- en Handhavingsbeleidsplan Jeugdwet en Wmo 2015. Beide documenten vullen elkaar aan en vormen gezamenlijk het kader voor toezicht, controle en handhaving binnen het sociaal domein.

Meer informatie