Nadere regels seksinrichtingen gemeente Deventer
Nadere regels seksinrichtingen gemeente Deventer Burgemeester en wethouders van Deventer, Gelet op de overwegingen beschreven in nota nr. 2026-376 BESLUITEN 1.De 'Regels seksinrichtingen' met datum 1 januari 2008 in te trekken; 2.De 'Nadere regels seksinrichtingen gemeente Deventer' vast te stellen. gelet op artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening Deventer PARAGRAAF 1: ALGEMEEN Artikel 1.1 Begripsomschrijving In deze nadere regels wordt verstaan onder: a)APV: Algemene plaatselijke verordening Deventer b)Dagverblijf: een verblijfsruimte voor sekswerkers waar geen seksuele dienstverlening plaatsvindt c)Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving d)Seksbedrijf: een seksbedrijf als bedoeld in artikel 3.2 van de APV e)Seksinrichting: een seksbedrijf als bedoeld in artikel 3.2 van de APV f)Escortbedrijf: een seksbedrijf als bedoeld in artikel 3.2 van de APV g)Verblijfsruimte: een verblijfsruimte als bedoeld in artikel 1.1 van het Bbl en bijlage 1 van het Bbl; h)Vitrine: ruimte met één of meer ramen van waarachter de sekswerker probeert de aandacht van passanten op zich te vestigen i)Werkruimte: een verblijfsruimte waar de feitelijke seksuele dienstverlening plaatsvindt. PARAGRAAF 2: TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN Artikel 2.1 Afmeting en inrichting werkruimte en kleedruimte 1.De werkruimte moet een oppervlakte hebben van ten minste 10 m², een breedte van ten minste 1,80 meter en een hoogte van ten minste 2,10 meter.2.In iedere werkruimte is een bed of rustbank aanwezig.3.In een seksinrichting moet een afzonderlijke kleedruimte voor de sekswerkers of een voor iedere sekswerker afsluitbare hang-/legkast in de werkruimte aanwezig zijn.4.De kleedruimte in het derde lid heeft een oppervlakte van ten minste 10 m² , een breedte van ten minste 1,80 meter en een hoogte van ten minste 2,10 meter. In deze kleedruimte moet voor iedere sekswerker een afsluitbare hang-/legkast aanwezig zijn. Artikel 2.2 Afmeting en gevelbeslag vitrine 1.Een vitrine wordt aangemerkt als een “winkelfunctie” als bedoeld in het Bbl.2.Als een vitrine aanwezig is dan heeft deze per sekswerker een vrije ruimte van ten minste 4 m², een gevelbeslag van ten minste 1,50 meter en een hoogte van ten minste 2,10 meter . Artikel 2.3 Dagverblijf en keuken 1.In een seksinrichting met vijf of meer werkruimten moet een dagverblijf voor de sekswerker aanwezig zijn. Het dagverblijf heeft een oppervlakte van ten minste 16 m², een breedte van ten minste 3,35 meter en een hoogte van ten minste 2,10 meter.2.In een seksinrichting met vijf of meer werkruimten moet een keuken voor het bereiden van maaltijden aanwezig zijn. De keuken heeft een oppervlakte van ten minste 10 m², een breedte van ten minste 1,80 meter en een hoogte van ten minste 2,10 meter.3.Een dagverblijf en een keuken (al dan niet gecombineerd) worden aangemerkt als een “winkelfunctie” als bedoeld in het Bbl.4.Het dagverblijf en de keuken mogen worden samengevoegd tot één ruimte. In dat geval kan het college ontheffing verlenen tot een minimale gezamenlijke oppervlakte van 20 m². Artikel 2.4 Temperatuur en luchtverversing 1.In de seksinrichting moet voor de in het gebouw aanwezige verblijfsruimten en –indien aanwezig - vitrines tenminste één opstelplaats voor een stooktoestel in een afsluitbare stookruimte aanwezig zijn die is afgestemd op de daarin aanwezige verwarmingsapparatuur.2.Een verblijfsruimte, toilet of badkamer binnen een seksinrichting heeft een afdoende voorziening voor toevoer van verse lucht, de afvoer van binnenlucht en doorspuibaarheid. Artikel 2.5 Wasbakken en badruimten 1.In de werkruimte is een wasbak van minimaal 0,40 bij 0,60 meter met warm en koud stromend water aanwezig. De wasbakken hebben voldoende vrije ruimte.2.In een seksinrichting is tenminste één gemeenschappelijke badruimte aanwezig. Hieronder wordt mede verstaan een doucheruimte en één toilet of een combinatie van badruimte met toilet.3.In een seksinrichting met meer dan vijf werkruimten, moeten minimaal twee badruimten aanwezig zijn. In een seksinrichting met meer dan 10 werkruimten, moet het aantal badruimten per vijf werkruimten worden vermeerderd met één. Voor de berekening van het aantal badruimtes wordt het aantal werkruimten naar boven toe afgerond op een veelvoud van vijf.4.De badruimten moeten een vloeroppervlakte hebben van tenminste 1,2 m², een breedte van tenminste 0,8 meter en een hoogte van minimaal 2,10 meter. Als de badruimte is samengevoegd met een toiletruimte moet de oppervlakte van deze samengevoegde ruimte minimaal 2,2 m² bedragen.5.De badruimten moeten beschikken over warm en koud stromend water, handdoeken, een afgesloten wasmand en doucheproducten indien gewenst door de sekswerkers. Artikel 2.6 Toiletten 1.In een seksinrichting moet ten minste één toilet zijn. Het toilet is afsluitbaar, voldoende geventileerd en moet schoon worden gehouden. 2.In een seksinrichting met vijf of meer werkruimten zijn tenminste twee toiletten aanwezig. Het aantal aanwezige toiletten wordt per vijf werkruimten vermeerderd met één. Voor de berekening van het aantal toiletten wordt het aantal werkruimten naar boven afgerond op een veelvoud van vijf.3.De toiletten hebben een vloeroppervlakte van tenminste 0,9 x 1,20 meter en een minimale hoogte van 2,10 meter.4.In of in de onmiddellijke nabijheid van de toiletten moet een voldoende aantal wasbakken aanwezig zijn (dat wil zeggen één wasbak per twee tot drie toiletvoorzieningen). De wasbakken moeten schoon worden gehouden en beschikken over stromend water, een zeepdispenser, papieren wegwerphanddoeken (of stoffen doeken die na ieder gebruik worden vervangen). Artikel 2.7 Ontvluchtings- en alarmeringsgelegenheid 1.In iedere werkruimte is een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig.2.Verblijfsruimten in de seksinrichting zijn voorzien van een duidelijk aangegeven vluchtroute naar buiten. Deze vluchtroute moet worden vrijgehouden van obstakels en deuren.3.De toegangsdeur(en) van een werkruimte en uitgangen op de vluchtroute zijn altijd van binnenuit te openen met een vluchtveilige ontsluiting.4.De toegangsdeur(en) van een werkruimte zijn van buitenaf alleen met gebruikmaking van losse voorwerpen te openen door de sekswerker of de beheerder.5.Een werkruimte waarvan de toegangsdeur is gelegen aan de weg moet in open verbinding staan met andere ruimten.6.Als het niet mogelijk is aan het bepaalde in het vijfde lid te voldoen of als dit niet in redelijke mate van de exploitant kan worden gevergd, neemt de exploitant maatregelen waardoor de veiligheid van de sekswerkers op een andere manier wordt gewaarborgd. Artikel 2.8 Overige brandveiligheidsvoorschriften Seksinrichtingen dienen te voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk 2 tot en met 6 van het Bbl. Artikel 2.9 Overig toezichtarrangement 1.Bij het voor de bouwactiviteit omgevingsvergunningvrij verbouwen van een seksbedrijf of het wijzigen van de indeling van een seksbedrijf informeert een exploitant het college binnen vier weken over deze verbouwing of wijziging met een situatietekening met een schaal van ten minste 1:1000, en per bouwlaag een plattegrondtekening met een schaal die niet kleiner is dan 1:100. Op de plattegrondtekening of een bijlage daarvan is aangegeven: i.vloeroppervlakte, per ruimte ii.hoogte van de vloer boven meetniveau, per bouwlaag iii.gebruiksfunctie iv.brand- en/of rookwerende scheidingsconstructies v.vluchtroutes vi.brandslang haspels en mobiele brandblusapparaten (indien aanwezig) PARAGRAAF 3: GESCHIKTHEIDSVERKLARING Artikel 3.1 1.Het is verboden om zonder of in afwijking van een geschiktheidsverklaring van het college een gebouw als seksinrichting in te nemen, te hebben of te houden.2.Een geschiktheidsverklaring wordt afgegeven indien wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in paragraaf 2. Artikel 3.2 1.Het college beslist op een aanvraag om een geschiktheidsverklaring binnen dertien weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.2.Het college kan haar beslissing eenmaal voor ten hoogste dertien weken verdagen.3.In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid houdt het college de beslissing op de aanvraag aan indien op de seksinrichting een aanschrijving rust wegens strijd met de voorschriften van het Bbl en aan die aanschrijving (nog) niet is voldaan. Artikel 3.3 Het college kan een geschiktheidsverklaring intrekken of wijzigen indien: a.blijkt dat zij de verklaring ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens hebben afgegeven; b.blijkt dat de houder van de verklaring niet of niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan aan een aan deze verklaring verbonden voorwaarde; c.het belang op grond waarvan de verklaring is afgegeven dit vereist op grond van een verandering van de inzichten met betrekking tot de bescherming van de sekswerker en de verbetering van hun positie, opgetreden na het afgeven van de verklaring. PARAGRAAF 4: GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Artikel 4.1 Het gebruik van de ruimten 1.Sekswerk is verboden in andere ruimten dan de werkruimten. Het bed of de rustbank in iedere werkruimte is schoon en in een goede en veilige staat. De werkruimten moeten voldoende zijn verwarmd.2.De ruimten in de seksinrichting en het daarin aanwezige meubilair moet schoon en zoveel mogelijk vrij van stof worden gehouden.3.Besloten ruimten in de seksinrichting die regelmatig door de sekswerker worden gebruikt, moeten gedurende de aanwezigheid van de sekswerker voldoende en op veilige wijze zijn verwarmd.4.Het gebruik van verplaatsbare ruimteverwarmingstoestellen is toegestaan, mits deze door een erkende keuringsinstantie zijn goedgekeurd.5.Het is niet toegestaan de seksinrichting te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven voor woondoeleinden waaronder in ieder geval wordt verstaan het gebruik als overnachtingsgelegenheid. Artikel 4.2 Bed- en handlinnen 1.Het linnengoed waarop seksuele activiteiten worden uitgevoerd, moet na elk gebruik worden verschoond.2.Het handlinnen moet na gebruik door schoon handlinnen worden vervangen. Artikel 4.3 Hulp bij ongevallen 1.Voor het verlenen van eerste hulp bij ongevallen moeten voldoende middelen beschikbaar en direct voor gebruik bereikbaar zijn.2.Op de trommels, kisten of kasten waarin de middelen verpakt zijn, staat duidelijk door een opschrift of door een gebruikelijk kenteken aangegeven dat zij middelen voor eerste hulp bij ongevallen bevatten. Artikel 4.4 Gezondheid 1.De exploitant van een seksinrichting verleent medewerking aan voorlichtingsactiviteiten van de GGD en van andere hulpverleningsinstellingen gericht op verbetering van de gezondheidssituatie van de bij hem werkzame sekswerkers.2.De seksinrichting voldoet aan alle normen zoals vermeld in de meest actuele hygiënerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers van het LCHV.3.Het is verboden door middel van handelsreclame kenbaar te maken dat de in de seksinrichting werkzame sekswerkers niet geïnfecteerd zijn met een seksueel overdraagbare aandoening.4.In geval van besmetting van de seksinrichting met ongedierte neemt de exploitant meteen alle noodzakelijke maatregelen ter beëindiging van die besmetting. Artikel 4.5 Consult seksuele gezondheid 1.De exploitant stelt de bij hem werkzame sekswerkers in de gelegenheid zich geregeld geneeskundig op seksueel overdraagbare aandoeningen en overige aan het beroep gerelateerde klachten door de GGD of een andere arts te laten onderzoeken.2.Als een arts vast verbonden is aan een seksinrichting, geeft de exploitant schriftelijk naam en adres van die arts door aan de GGD.3.Het college kan nadere regels stellen voor de wijze waarop de arts bedoeld in het tweede lid het geneeskundig onderzoek op seksueel overdraagbare aandoeningen bij een sekswerker moet verrichten. Artikel 4.6 Vrijheid van de sekswerker 1.De exploitant is verplicht een bedrijfsbeleid te voeren waarin de toepassing van veilige sekstechnieken en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerker centraal staan.2.Het bedrijfsbeleid voldoet in ieder geval niet aan deze uitgangspunten als in het bedrijfsbeleid is opgenomen dat: a.de sekswerker geen klanten en (seksuele) handelingen mag weigeren; b.verplicht is met klanten alcohol, drugs of soortgelijke middelen te gebruiken; c.verplicht is om, als daarom wordt verzocht, zonder condoom te werken. PARAGRAAF 5: SLOTBEPALINGEN Artikel 5.1 Vrijstelling Het college kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van deze nadere regels. Artikel 5.2 Toegang Toezichthouders van de gemeente, medewerkers van politie, brandweer, prostitutie maatschappelijk werk en GGD moeten op elk moment ongehinderd en vrije toegang tot de seksinrichting hebben. Artikel 5.3 Overgangsbepaling Op vergunningen voor een seksinrichting die zijn verleend vóór de inwerkingtreding van deze (nieuwe) nadere regels, blijven de (oude) Nadere regels seksinrichtingen zoals in werking getreden op 1 januari 2008 van toepassing tot het moment waarop die vergunningen eindigen, worden ingetrokken, gewijzigd of verlengd. Artikel 5.4 Slotbepaling 1.De Nadere regels seksinrichtingen worden ingetrokken.2.Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.3.Dit besluit kan worden aangehaald als: Nadere regels seksinrichtingen gemeente Deventer. Aldus besloten in de vergadering van 25 augustus 2026 Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris,J.P. Wassens de burgemeester,R.C. König Toelichting Nadere regels sekswerk gemeente Deventer PARAGRAAF 1 ALGEMEEN In artikel 1.1 wordt een aantal begrippen dat in de Nadere regels sekswerk gemeente Deventer wordt gehanteerd, gedefinieerd. Dit zijn voornamelijk begrippen die hun herkomst vinden in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), aangevuld met begrippen die specifiek van toepassing zijn op seksinrichtingen. PARAGRAAF 2: TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN Artikel 2.1 tot en met 2.9 zien toe op bouwtechnische regels met betrekking tot de afmetingen van de vitrine, werkruimte, kleedruimte, dagverblijf, keuken, badruimte en toiletten. Het uitgangspunt hierbij is dat het aansluiting vindt bij het Bbl. Alle regels met betrekking tot hoogte en oppervlakte sluiten hier bij aan. Ook zijn regels gesteld met betrekking tot ontvluchting, alarmering en brandveiligheid. Deze zijn in lijn met opgehaalde adviezen van de brandweer. De regels die gaan over inrichting van de verschillende ruimtes, zoals het beschikken over warm en koud stromend water, linnengoed, een afgesloten wasmand en doucheproducten, zijn gebaseerd op adviezen van de GGD. PARAGRAAF 3: GESCHIKTHEIDSVERKLARING Artikel 3.1 tot en met 3.3 beschrijft het verbod op het gebruiken, hebben of houden van een seksinrichting zonder geschiktheidsverklaring van het college. Ook wordt benoemd wat de vereisten zijn voor een geschiktheidsverklaring. De geschiktheidsverklaring wordt afgegeven als de seksinrichting voldoet aan de nadere regels. Een seksinrichting kan alleen geëxploiteerd worden als er een geschiktheidsverklaring is afgegeven. Wordt niet langer voldaan aan de nadere regels dan kan de geschiktheidsverklaring ingetrokken worden als de vastgestelde tekortkomingen niet worden verholpen door de exploitant. PARAGRAAF 4: GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Artikel 4.1 tot en met 4.6 bevatten regels die zijn opgesteld in het kader van hygiëne en gezondheid. In artikel 4.4 tweede lid wordt verwezen naar de meest actuele richtlijnhygiënerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers van het LCHV. Daarmee zijn alle artikelen in de LCHV-richtlijn van toepassing op deze nadere regels. Ook zijn enkele artikelen uit de LCHV-richtlijn specifiek benoemd in de nadere regels op advies van de GGD. Dit zijn regels die de gemeente in het kader van hygiëne en gezondheid van de sekswerker heeft geprioriteerd en deze regels vormen een minimale basis voor de GGD om tijdens een gemeentelijke sekswerkcontrole op hygiëne en gezondheid te kunnen controleren. PARAGRAAF 5: SLOTBEPALINGEN Artikel 5.1 tot en met 5.4 zien achtereenvolgens toe op vrijstelling en toegang en bevatten een overgangs- en slotbepaling. De vrijstelling in paragraaf 5.1 maakt het mogelijk om het college, indien dit redelijk is, af te laten wijken van deze nadere regels. In paragraaf 5.2 staan de gebruikelijke (medewerkers en) organisaties benoemd die naar binnen gaan bij een gemeentelijke sekswerkcontrole, aangevuld met de GGD en prostitutie maatschappelijk werk. Met hen zijn reeds (of worden mogelijk in de toekomst) afspraken gemaakt over het meegaan op een gemeentelijke sekswerkcontrole bij een vergunde seksinrichting. In paragraaf 5.3 is gekozen voor een overgangsbepaling in verband met reeds bestaande seksinrichtingen die mogelijk (nog) niet in overeenstemming zijn met deze nadere regels. Er is niet gekozen voor een vrijstellingstermijn van bijvoorbeeld een jaar, omdat vergunningen van seksinrichtingen verleend worden voor vijf jaar. Eventuele verlenging hiervan biedt daarmee een logisch moment en redelijke termijn om aan te sluiten bij deze nadere regels.
Meer informatie