Kermisreglement gemeente Sluis 2020
Kermisreglement gemeente Sluis 2020 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis; Gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, Gemeentewet, artikel 4 Kermisverordening gemeente Sluis 2020; Overwegende dat het wenselijk is om nadere regels te stellen met betrekking tot de uitvoering van de kermisverordening en een ordelijk verloop van de kermissen; BESLUIT: Vast te stellen: het Kermisreglement gemeente Sluis 2020. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen De in artikel 1 van de Kermisverordening gemeente Sluis 2020 opgenomen begripsbepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op het Kermisreglement gemeente Sluis 2020. Artikel 2. Aanvangs- en sluitingstijden 1.De openingstijden van de kermis zijn vastgesteld van 13.00 uur tot 01.00 uur. 2.Buiten de in het vorige lid genoemde tijdstippen mag er geen publiek in de kermisinrichting aanwezig zijn. 3.Voor consumptiezaken geldt een sluitingstijd van 02.00 uur. Het college kan de vergunninghouder van een consumptiezaak toestemming verlenen om geopend te zijn vanaf 11.00 uur. 4.Het college kan de vergunninghouder van een kindervermaakzaak toestemming verlenen om ten hoogste om 23.00 uur te sluiten. 5.De bepalingen van de Zondagswet zijn onverminderd van toepassing. Hoofdstuk 2. Vergunningen Artikel 3. Aanvragen vergunning 1.De aanvraag voor standplaatsen voor kermisinrichtingen geschiedt via een door het college vastgesteld aanvraagformulier of op het door de kermisbonden uitgegeven aanvraagformulier, mits dit formulier dezelfde informatie bevat als het door het college vastgesteld formulier. 2.Het aanvraagformulier beperkt zich tot één kermisinrichting, maar kan betrekking hebben op een vergunning voor een standplaats op meerdere locaties. 3.Het aanvraagformulier voor een standplaats moet uiterlijk 1 januari van het jaar waarvoor de aanvraag geldt zijn ontvangen. 4.Een aanvraag, waarbij wordt aangegeven “zonder concurrentie“ of “onder voorbehoud” wordt met inachtneming van artikel 4:5 Awb niet in behandeling genomen. Artikel 4. Vereisten 1.De aanvrager is verplicht het risico van aansprakelijkheid, waaronder begrepen zowel wettelijke als contractuele aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen, evenals de daaruit voortvloeiende schade, direct of indirect verband houdende met de exploitatie van de kermisinrichting, te verzekeren. De aanvrager is op gelijke wijze als voor eigen handelen aansprakelijk voor schade die ontstaat door handelen van zijn personeel en van de door hem bij de exploitatie ingeschakelde derden. 2.De kermisexploitant van een kermisinrichting waarop het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (Was) van toepassing is, dient bij het innemen van de standplaats te beschikken over een geldig keuringscertificaat. Hoofdstuk 3. Bepalingen over het gebruik van de standplaats Artikel 5. Inrichting kermisterrein 1.Voor elke kermis stelt het college voor het kermisterrein een situatietekening op, waarop de standplaatsen en de locatie voor stroomaggregaten en compressoren zijn aangegeven. Zo nodig vindt overleg plaats met de kermisexploitanten en/of vertegenwoordigers van de kermisbonden. 2.Het college zorgt dat het kermisterrein voor aanvang van de opbouw van de kermis toegankelijk is voor de kermisexploitanten door het nemen van de benodigde verkeersbesluiten/maatregelen. 3.Het college richt het kermisterrein zodanig in dat alle kermisinrichtingen in voldoende mate onder de aandacht van het publiek komen. 4.Het college houdt bij de inrichting van het kermisterrein rekening met de eisen, zoals gesteld in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Artikel 6. Innemen standplaats 1.De vergunninghouder mag de standplaats niet eerder innemen dan ten hoogste twee werkdagen voorafgaande aan de aanvang van de kermis. 2.Het opbouwen van de kermisinrichting mag niet plaatsvinden op erkende zon- en feestdagen. 3.Met het opbouwen van de kermisinrichting mag niet eerder worden begonnen, indien van toepassing, dan na afloop van de weekmarkt. 4.De vergunninghouder die op de werkdag, voorafgaande aan de aanvang van de kermis, om 16.00 uur nog geen aanvang heeft gemaakt met het opbouwen van de kermisinrichting, verliest zonder enige ingebrekestelling alle rechten op de vergunde standplaats en heeft het college het recht over de standplaats te beschikken. 5.De vergunninghouder volgt bij het innemen van de standplaats de aanwijzingen van de toezichthouder en andere, daartoe door het college aangewezen medewerkers van de gemeente op. Artikel 7. Innemen andere standplaats 1.Het is verboden een andere standplaats in te nemen dan de door of namens het college vergunde standplaats. 2.Afstand en overdracht van het recht op de vergunde standplaats en ruiling of verwisseling van vergunde standplaatsen is uitsluitend toegestaan met toestemming van het college. Artikel 8. Ontruiming standplaats 1.De vergunninghouder is verplicht de standplaats minimaal een half uur na de sluiting van de kermis tot uiterlijk één dag na de sluiting van de kermis te (doen) ontruimen. 2.2.Het afbreken van de kermisinrichting moet, indien van toepassing, gereed zijn voor 6.00 uur voorafgaand aan de weekmarkt. 3.Het afbreken van de kermisinrichting mag niet plaatsvinden op erkende zon- en feestdagen. 4.De vergunninghouder laat na het afbreken van de kermisinrichting de standplaats achter in de staat waarin deze bij aanvang van de kermis aan hem ter beschikking is gesteld. Artikel 9. Verzorging van de standplaats 1.De vergunninghouder of de bedrijfsleider, zoals bedoeld in artikel 8 Kermisverordening is verplicht om tijdens de kermis: a.gedurende de openingstijden van de kermis geopend te zijn en in de kermisinrichting aanwezig te zijn; b.er zorg voor te dragen dat zijn standplaats een goed verzorgd aanzien biedt, zulks ter beoordeling van het college; c.zijn afval, verpakkingsmateriaal e.d. zelf in te zamelen; d.voor het verlaten van het kermisterrein zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon achter te laten. Artikel 10. Voorzieningen 1.Het college draagt zorg voor het plaatsen voldoende wateraftapplaatsen en het plaatsen van containers voor het storten van huisvuil op of in de onmiddellijke nabijheid van de standplaatsen en de locaties voor rij- en voertuigen en woonwagens. 2.Het college draagt zorg voor het plaatsen van voldoende elektriciteitskasten voor de kermisinrichtingen. Indien dit niet mogelijk blijkt, is het plaatsen van geluidgedempte stroomaggregaten toegestaan. Hoofdstuk 4. Overige verboden Artikel 11. Geluidsoverlast 1.Op het kermisterrein mag door of vanwege de vergunninghouder geen overlast veroorzakende muziek of ander geluid ten gehore worden gebracht. 2.De geluidsinstallatie van een kermisinrichting, inclusief de luidsprekers, bevindt zich binnen de kermisinrichting, waarbij de voorzijde van de luidsprekers uitsluitend gericht mag zijn op het centrum van de kermisinrichting. De luidsprekers mogen in geen geval zijn gericht op de omringende woningen. 3.De geluidsinstallatie van een kermisinrichting moet zodanig zijn afgesteld dat op één meter van de kermisinrichting wordt voldaan aan de geluidsnorm van 70 dB (A). 4.Het gebruik van niet-geluidgedempte stroomaggregaten is niet toegestaan. 5.Het is de vergunninghouder verboden om: a.muziek te maken buiten de openingstijden van de kermis, behoudens voor het afstellen of testen gedurende een half uur voor aanvang van de kermis; b.gebruik te maken van sirenes, hoorns en dergelijke instrumenten, anders dan om begin en einde van een rit aan te kondigen, alsook van andere overmatig lawaaimakende apparaten; c.in verkoopzaken gebruik te maken van versterkers. Artikel 12. Aanbieden van waren Het is vergunninghouders verboden om: a.in vermaakzaken consumptieartikelen of andere voorwerpen te verkopen of uit te geven; b.vanuit speelgoedkramen goederen met suikerwaren of snoepgoed in welke vorm dan ook, al dan niet aangehecht of gevuld, te verkopen; c.in nougatkramen speelgoed in welke vorm dan ook aangehecht met snoepgoed, behalve de zogenaamde vulartikelen, zoals trompetten, wandelstok, paraplu en flesjes met speen, te verkopen; d.in kermisinrichtingen nepwapens in welke vorm dan ook aanwezig te hebben voor verkoop en/of als prijs beschikbaar te stellen. e.vóór het sluitingsuur van de kermis de kermisinrichting te sluiten of onverlicht te laten, behoudens in bijzondere gevallen. Dit ter beoordeling door of namens het college. Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 13. Overgangsbepalingen Toewijzingen, vergunningen en ontheffingen, hoe ook genaamd, verleend op grond van de Kermisverordening gemeente Sluis 2016 en het daarop gebaseerde inrichtingsplan blijven, indien en voor zover het gebod of verbod waarop de toewijzing, vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat in dit reglement en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken na de inwerking van dit reglement van kracht. Artikel 14. Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op de 8e dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Artikel 15. Citeertitel Dit reglement wordt aangehaald als Kermisreglement gemeente Sluis 2020. Aldus besloten in de vergadering van 8 oktober 2019.Burgemeester en wethouders van Sluis,De secretaris de burgemeester,S.I. de Kievit-Minnaert mr. M.M.D. Vermue
Meer informatie