Subsidieregeling energie Noord-Brabant

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op6 november 2026
Gepubliceerd doorProvincie Noord-Brabant

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 27 oktober 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling energie Noord-Brabant in verband met het vaststellen van een nieuw aanvraagtijdvak en subsidieplafond en enkele aanpassingen van technische aard in paragraaf 4 (Negentiende wijziging van de Subsidieregeling energie Noord-Brabant) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling energie Noord-Brabant te wijzigen in verband het vaststellen van een nieuw aanvraagtijdvak en subsidieplafond en enkele aanpassingen van technische aard in paragraaf 4; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel I Wijziging Subsidieregeling energie Noord-Brabant De Subsidieregeling energie Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd: A. In artikel 4.1 vervalt de begripsbepaling van “experimentele ontwikkeling”. B. Artikel 4.4 wordt als volgt gewijzigd: 1.In de aanhef wordt na “doorbraakprojecten” ingevoegd “die bestaan uit procesinnovatie of organisatie-innovatie en”. 2.De onderdelen c en d vervallen, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door een punt. C. Na artikel 4.4 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 4.4a Europees toetsingskader Gedeputeerde Staten passen op de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 4.4, de vrijstellingsbepaling van artikel 29 van de algemene groepsvrijstellingsverordening toe. D. Aan artikel 4.5 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende: g.een project alleen bijdraagt aan de strategie “hoogwaardige verwerking” als bedoeld in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2025. E. Artikel 4.6 wordt als volgt gewijzigd: 1.Onderdeel c komt te luiden: c. de samenwerking is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die in ieder geval bevat: 1°. de instemming van alle partners over de aanwijzing van de penvoerder om de subsidieaanvraag in te dienen; 2°.de instemming van alle partners met het project; 3°.de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen betreffende de baten en lasten van de partners; 4°.de bevestiging dat elke projectpartner financieel en inhoudelijk verantwoordelijk is voor haar eigen onderdeel, inclusief begroting en financiering, in het project; 5°.een gezamenlijk gedragen financiële verdeling waarbij iedere partner minimaal 30% van de kosten draagt; 2.Onderdeel f vervalt. 3.Onderdeel g komt te luiden: g. het project is gericht op fundamentele verandering, blijkend uit een omschrijving waarin de aanvrager ingaat op de impact en haalbaarheid van het project en onderbouwt dat het project: 1°. past in een van de volgende strategieën als bedoeld in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2025: i.substitutie; ii.levensduurverlenging; of iii.efficiënter grondstoffengebruik; 2°. resulteert in minimaal 25% CO2-reductie en 25% vermindering van het grondstoffenverbruik; 3°. opschaalbaar en toepasbaar is buiten de projectcontext; 4°. een systeemverandering en keteneffect oplevert; 4.Onderdeel h komt te luiden: h. het project is gericht op kennisdeling, blijkend uit een omschrijving die aantoont dat kennisdeling bijdraagt aan: 1°. verspreiding van inzichten; of 2°.lessen en toepasbare resultaten binnen de relevante sector of productketen, met het oog op opschaling en systeemverandering; 5.Onderdeel k, onder 3°, vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel 2° door een punt. F. Aan artikel 4.9 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende: d.11 januari 2027 tot en met 28 mei 2027. G. Aan artikel 4.10 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende: d.€ 500.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder d. H. In artikel 4.11 komen het eerste en tweede lid te luiden: 1.De hoogte van de subsidie voor een MKB-onderneming bedraagt maximaal 50% van de begrote subsidiabele kosten, tot een maximum van € 100.000 per project. 2.In afwijking van het eerste lid bedraagt de hoogte van de subsidie voor een grote onderneming maximaal 15% van de begrote subsidiabele kosten. I. In artikel 4.14, komt de onderdeel a te luiden: a.een officiële uitnodiging voor een bijeenkomst voor kennisdeling over het project; Artikel II Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. ’s-Hertogenbosch, 27 oktober 2027 Gedeputeerde Staten voornoemd, de voorzitter, mr. I.R. Adema de secretaris,drs. G.H.E. Derks MPA Toelichting behorende bij de Negentiende wijziging van de Subsidieregeling energie Noord-Brabant I. Algemeen De onderhavige regeling strekt tot wijziging van paragraaf 4 van de Subsidieregeling energie Noord-Brabant. Naast het openstellen van een nieuw aanvraagtijdvak voor subsidie en het wijzigen van het subsidieplafond worden onder meer wijzigingen aangebracht in de subsidiabele activiteiten alsmede de subsidievereisten en weigeringsgronden. Hiermee sluit deze paragraaf beter aan bij de “Uitvoeringsagenda Economie, Kennis & Talentontwikkeling 2024-2027” van de Provincie Noord-Brabant. De afgelopen drie subsidierondes is ruimte geboden aan projecten die zich hoofdzakelijk bevonden in de pilot- of experimenteerfase. Om opschaling te bewerkstelligen, is het van belang om niet enkel in deze fases te blijven werken, maar aandacht te geven aan projecten die substantieel bijdragen aan procesinnovatie en organisatie-innovatie, met als doel deze innovaties uiteindelijk te institutionaliseren en te stabiliseren in de circulaire economie (zie figuur 1). Een verandering die tot doel heeft het bestendigen van circulaire initiatieven in de Brabantse industrie. Zulke initiatieven zijn nodig om te laten zien dat de circulaire economie een haalbare economie is en voor het afbouwen van de lineaire processen. Daarbij draait het hoofdzakelijk om het gebruik van primaire abiotische grondstoffen sterk te reduceren en tevens de CO2-uitstoot aanzienlijk te verlagen. Figuur 1. X-curve van drift. De regeling sluit aan bij de vier strategieën uit het vernieuwde Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2025: vermindering van grondstoffengebruik, substitutie van grondstoffen, levensduurverlenging en hoogwaardige verwerking. Deze strategieën zijn afkomstig van het Planbureau voor de Leefomgeving en zijn in feite een vereenvoudigde weergave van de R-ladder (zie figuur 2). Vermindering van grondstoffengebruik Bovenaan de R-ladder staat het verminderen van grondstoffengebruik voor producten. Door bijvoorbeeld producten te delen met anderen, of door minder grondstoffen te gebruiken in het productieproces. Deze strategie gaat over het efficiënt en innovatief omgaan met grondstoffen, waarbij wordt afgestapt van producten of materialen die eigenlijk niet nodig zijn. Vanuit inkoop- én productieperspectief. Substitutie van grondstoffen Ook primaire grondstoffen vervangen staat hoog op de ladder. Niet-hernieuwbare grondstoffen worden bijvoorbeeld vervangen door duurzame biogrondstoffen. Of er worden andere beschikbare grondstoffen gebruikt met minder milieudruk. Levensduurverlenging Producten en onderdelen worden langer en intensiever gebruikt door hergebruik en reparatie. De levensduur van producten wordt verlengd door ze op te knappen (refurbishment) of te moderniseren. Of door een product, of een deel ervan, te gebruiken in een nieuw product met een andere functie. Dit maakt de vraag naar nieuwe grondstoffen steeds kleiner. Hoogwaardige verwerking Dit betreft het verwerken van grondstoffen en materialen uit afval tot grondstoffen van hoge kwaliteit die opnieuw zijn te gebruiken, om zo grondstoffen in de keten te kunnen houden. Hierbij kan worden gedacht aan het verwerken en hergebruiken van grondstoffen en reststromen of afval, zoals gras, afvalhout en koffiedik. Verliezen in de afvalfase tegengaan, vermindert de vraag naar grondstoffen. Materialen die niet zijn te recyclen, zijn soms bijvoorbeeld geschikt als energiebron. Door de toepassing van alleen de strategie van hoogwaardige verwerking uit te sluiten, wordt bewust gestuurd op initiatieven die niet alleen het produceren van hoogwaardige secundaire grondstoffen beogen, maar ook daadwerkelijk het gebruik daarvan. Figuur 2. R-ladder met strategieën voor circulariteit. II. Artikelsgewijs Artikel I Wijziging Subsidieregeling energie Noord-Brabant Onder A, B, C, E en H (staatssteun) Onder A (Artikel 4.1 Begripsbepalingen) Doordat activiteiten gericht op experimentele ontwikkeling niet langer subsidiabel zijn, is de begripsbepaling van "experimentele ontwikkeling" (artikel 2, onderdeel 86, AGVV) vervallen. Onder B (Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten) De aanhef verduidelijkt dat doorbraakprojecten uitsluitend nog voor subsidie in aanmerking komen als deze kwalificeren als procesinnovatie (artikel 2, onderdeel 97, AGVV) of organisatie-innovatie (artikel 2, onderdeel 96, AGVV). Onder C (Artikel 4.4a Europees toetsingskader) Met artikel 4.4a wordt expliciet vastgelegd dat op de subsidiabele activiteiten de vrijstellingsbepaling van artikel 29 AGVV (proces- en organisatie-innovatie) van toepassing is. Onder E (Artikel 4.6 Subsidievereisten) Onderdeel c Op grond van artikel 29 lid 2 AGVV is steun aan een grote onderneming slechts vrijgesteld indien deze samenwerkt met een MKB-onderneming die ten minste 30% van de subsidiabele kosten draagt. Dit vereiste is aan artikel 4.6, onderdeel c, toegevoegd, waarbij van de gelegenheid gebruik is gemaakt om de onderverdeling van onderdeel c in letters te wijzigen in een onderverdeling in cijfers. Onderdeel f is geschrapt, omdat experimentele ontwikkeling vervalt. In het verlengde hiervan is ook onderdeel k, onder 3°, vervallen: grote ondernemingen hoeven hun begroting niet langer op te splitsen tussen experimentele ontwikkeling en proces- of organisatie-innovatie. Onder H (Artikel 4.11 Subsidiehoogte) Artikel 4.11 is afgestemd op de maximale steunintensiteiten van artikel 29 lid 4 AGVV. Onder B (artikel 4.4) Van de vier in artikel 4.4 genoemde thema’s zijn de thema’s “meer circulariteit in de maakindustrie” en “circulaire strategieën voor bouw en infra” dominant in grondstofstromen. Van de thema’s wordt bijna 90 procent van de grondstoffen binnen die thema’s gebruikt. Met het oog op zichtbare stap in het primaire grondstoffengebruik is ervoor gekozen om de focus te leggen bij deze thema’s en de thema’s “van fossiele naar hernieuwbare grondstoffen” en “verminderen van het gebruik van kunststoffen en consumptiegoederen” te laten vervallen. Onder D (artikel 4.5) In het NPCE 2025 wordt onder hoogwaardige verwerking verstaan dat grondstoffen en materialen uit afval worden gerecycled en verwerkt tot hoogwaardige grondstoffen die opnieuw kunnen worden ingezet. Bij hoogwaardige verwerking wordt gestreefd naar het sluiten van kringlopen met zo min mogelijk kwaliteitsverlies en het minimaliseren van afvalverbranding en storting van recyclebaar afval. De hoogwaardige verwerking tot hoogwaardige grondstoffen heeft alleen nut als er vervolgens ook een concrete toepassing plaatsvindt. De toegevoegde weigeringsgrond in onderdeel g ziet op de situatie dat alleen sprake is van verwerking tot een hoogwaardige grondstof. Hoogwaardige verwerking dient derhalve altijd plaats te vinden in combinatie met één van de drie strategieën substitutie, levensduurverlenging of efficiënter grondstoffengebruik. Onder E (artikel 4.6) Onderdeel c, onder 5° Van de bij het project betrokken partners wordt een investering gevraagd van minimaal 30%. Zo wordt een gezonde samenwerking gestimuleerd en wordt voorkomen dat projecten opgepakt worden waarbij één partij het leeuwendeel voor zijn rekening neemt en het belang van een partner te klein wordt. Het streven is een goede samenwerking tussen partijen, hetgeen ook vraagt om een gedeeld financieel belang. Onder g en h De onderdelen g en h zijn aangescherpt. Een fundamentele verandering kan zijn dat primaire grondstoffen vervangen worden door secundaire grondstoffen. Dat wil echter nog niet zeggen dat daarmee een CO2-verlaging of vermindering van het grondstoffenverbruik gaat optreden, terwijl dat wel het streven is. In de regeling was hoogwaardige verwerking niet expliciet uitgesloten om daarmee een verandering te weeg te brengen, terwijl de wens is om in de circulaire economie meer in te zetten op substitutie, levensduurverlenging en efficiënter grondstoffengebruik (hogere treden op de R-ladder). Dit is nu zo opgenomen in onderdeel g, onder 1°. Onderdeel g, onder 3°, moet ervoor zorgen dat een versnelling ontstaat op activiteiten die niet meer in de projectcontext bedreven kunnen worden, maar die een duurzame (stabiele en bestendige) constructie opleveren en een stevige positie krijgt in de maak of de bouw. Met onderdeel g, onder i4° wordt om een onderbouwing gevraagd dat het project een systeemverandering en keteneffect opleveren. Die zaken, met name de systeemverandering, zijn feitelijk gekoppeld aan de CO2 en grondstoffenreductie en in samenhang met de positie op de R-ladder. Een logisch gevolg is dat daarmee een bestaande keten gedestabiliseerd wordt en een nieuwe keten gestabiliseerd. Onder I (artikel 4.14) Onder a Kennisdeling van successen (maar ook minder succesvolle ontwikkelingen) zijn belangrijk om de transitie in de circulaire economie sneller te laten verlopen. Het delen van resultaten met stakeholders of andere geïnteresseerden helpt in de transitie om het lerend vermogen te vergroten. Door deze resultaten te delen, kunnen keuzes en beleid voor het aanjagen van de circulaire economie daarop worden aangepast. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter, mr. I.R. Adema de secretaris, drs. G.H.E. Derks MPA

Meer informatie