Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023
Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 3 november 2026, nummer 846134, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 Gedeputeerde Staten van Zeeland, -overwegende dat: -energiehubs passen binnen het bredere energie- en klimaatbeleid van de Provincie Zeeland, dat gericht is op het realiseren van klimaatdoelen richting 2050 en het verduurzamen van de regionale energievoorziening; -energiehubs tegelijkertijd economische ontwikkeling ondersteunen, ruimte bieden voor verdere verduurzaming van bedrijventerreinen en logistieke knooppunten en de samenwerking tussen overheden, netbeheerders en bedrijven versterken; -Gedeputeerde Staten op basis hiervan de ontwikkeling van energiehubs in de provincie Zeeland wensen te ondersteunen met subsidie; -hiertoe bijzondere bepalingen in het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 benodigd zijn en het wenselijk is een nieuw hoofdstuk toe te voegen aan het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023; -gelet op artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023; besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023: Artikel I Onder vernummering van hoofdstuk 50 tot hoofdstuk 51, de paragrafen 50.1 en 50.2 tot 51.1 en 51.2 en de artikelen 50.1.1 en 50.1.2 tot 51.1.1 en 51.2.1, wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende: Hoofdstuk 50 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie om het ontwerp van Energiehubs in Zeeland te stimuleren Artikel 50.1 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. bedrijventerrein: een terrein van ten minste één hectare bruto dat planologisch bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening of industrie; b. consortium: een samenwerkingsverband van tenminste drie ondernemingen die allen over rechtspersoonlijkheid beschikken met als doel de ontwikkeling van een energiehub; c. de-minimis verordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving (PB L, 2023/2831, 15.12.2023, ELI: Externe link:http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2831/oj); d. energiehub: een samenwerkingssysteem tussen meerdere bedrijven waarbij lokaal opgewekte of gebruikte energie wordt gedeeld, opgeslagen of slim aangestuurd m et als doel de energie-infrastructuur efficiënter te benutten en de CO₂-uitstoot te verminderen; e. ontwerpfase: de fase waarin de technische, juridische, financiële en organisatorische vormgeving van de energiehub wordt uitgewerkt; f. penvoerder: de door een consortium aangewezen rechtspersoon die als gemachtigde van het samenwerkingsverband optreedt; g. pre-realisatiefase: de fase waarin voorbereidingen voor de uitvoering van de energiehub plaatsvinden, waaronder vergunningaanvragen en aanbestedingen. Artikel 50.2 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een project dat gericht is op de realisatie van een energiehub, dat zich bevindt in de: a.ontwerpfase; of b.pre-realisatiefase. Artikel 50.3 Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door een consortium waarvan de leden niet behoren tot de agrarische sector. Artikel 50.4 Subsidievereisten 1.Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: a.de in het consortium samenwerkende ondernemingen zijn gevestigd op een Zeeuws bedrijventerrein en binnen hetzelfde rail van het elektriciteitsnet; b.uit de nettoets of netburenscan blijkt dat: i.de ondernemingen complementaire energieprofielen hebben; ii. flexibiliteit aanwezig is of kan worden gecreëerd; iii. de energiehub netcongestie voorkomt of vermindert; en iv. het initiatief aantoonbaar bijdraagt aan CO2 reductie of het ontsluiten lokale duurzaam opgewekte energie. 2.Voor zover sprake is van staatssteun wordt subsidie slechts verstrekt indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in de de-minimisverordening Artikel 50.5 Aanvraag 1.De aanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier Subsidie stimulering ontwerp energiehubs in Zeeland. 2.De aanvraag wordt ingediend door een penvoerder. 3.Onverminderd artikel 1.4.2, tweede lid, bevat een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 50.2: a.een door het consortium ondertekende intentie- of samenwerkingsovereenkomst; b.een uitwerkt en door consortium geaccordeerd plan voor de ontwikkeling van een energiehub; c.een verklaring dat er tijdens de planvorming afstemming met de gemeente is geweest waar de energiehub wordt ontwikkeld. d.een nettoets of netburenscan van de netbeheerder; e.een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring; f.gegevens over de deelnemers van het consortium, inclusief per deelnemer het nummer waarmee de deelnemer is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. 4.In aanvulling op het derde lid bevat een aanvraag als bedoeld in artikel 50.2, onder b, een ontwerpschets voor realisatie van een energiehub. Artikel 50.6 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten 1.Voor subsidie als bedoeld in artikel 50.2, onder a, komen in aanmerking: a.kosten derden voor advies en onderzoek; b.kosten van begeleiding door een onafhankelijke procesregisseur of spin-in-het-web die de ontwikkeling van een energiehub initieert, organiseert en begeleidt; 2.Voor subsidie als bedoeld in artikel 50.2, onder b, komen in aanmerking: a.kosten van projectmanagement; b.kosten voor het indienen en voorbereiden van een vergunningaanvraag; c.kosten derden voor advies voor een aanbestedingsprocedure; d.kosten derden voor advies over het oprichten van een rechtspersoon voor de energiehub. 3.Niet voor subsidie op grond van deze regeling komen in aanmerking kosten voor: a.marketing en promotie; b.investering in en exploitatie van de energiehub; c.initiatie, verkenning en planvorming van een energiehub. Artikel 50.7 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000. 2.In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid onder c, bedraagt de subsidie ten minste € 20.000. 3.Onverminderd de voorgaande leden wordt, voor zover sprake is van staatssteun, maximaal slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat voor het totale bedrag aan overheidsbijdragen over een periode van drie belastingjaren het maximumbedrag aan de-minimissteun niet wordt overschreden. Artikel 50.8 Verplichtingen 1.Onverminderd het bepaalde in paragraaf 1.6 is de subsidieontvanger verplicht: a.De subsidiabele activiteiten binnen drie maanden na verlening van de subsidie te starten. b.De subsidiabele activiteiten uiterlijk binnen 18 maanden na subsidieverlening af te ronden. 2.Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, ingediend uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de in het eerste lid, onder b genoemde termijn, kunnen gedeputeerde staten deze termijn met maximaal 6 maanden verlengen. Artikel 50.9 Openstelling en subsidieplafond 1.Subsidieaanvragen worden ingediend van 9 november 2026 tot en met 31 mei 2027. 2.Gedeputeerde staten stellen het subsidieplafond voor de openstellingsperiode, bedoeld in het eerste lid, vast op € 200.000. Artikel 50.10 Wijze van verdelen 1.Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. 2.Indien een aanvraag niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als de datum van binnenkomst. 3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting. Artikel II Na de toelichting op hoofdstuk 49, wordt een toelichting toegevoegd, luidende: Toelichting op hoofdstuk 50 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie om het ontwerp van Energiehubs in Zeeland te stimuleren Algemene toelichting Beleid energiehubs in provincie Zeeland Energiehubs passen binnen het bredere energie- en klimaatbeleid van de provincie Zeeland, dat gericht is op het realiseren van klimaatdoelen richting 2050 en het verduurzamen van de regionale energievoorziening. In de Energievisie Zeeland worden energiehubs expliciet gekoppeld aan de uitvoering van de RES Zeeland 2.0 en het PMIEK 2.0, waarbij de focus ligt op een efficiënter en slimmer gebruik van het energiesysteem. Door opwek, opslag en verbruik van energie lokaal te bundelen en beter op elkaar af te stemmen, dragen energiehubs bij aan het verminderen van knelpunten zoals toenemende netcongestie en de beperkte capaciteit van de energie-infrastructuur. Tegelijk ondersteunen zij economische ontwikkeling, bieden zij ruimte voor verdere verduurzaming van bedrijventerreinen en logistieke knooppunten en versterken zij de samenwerking tussen overheden, netbeheerders en bedrijven. Zie voor meer informatie over het starten van een energiehub de website: https://energiehubs.nl Juridisch kader Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het Asb 2023. Dat betekent dat bij subsidieverstrekking ook de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Asb 2023 en de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023 (Asv 2023) van toepassing zijn. De bepalingen van de Asv 2023 en hoofdstuk 1 van het Asb 2023 gelden in aanvulling op het onderhavige hoofdstuk. Zo bevat § 1.3 van het Asb 2023 een aantal bepalingen over subsidiabele kosten en § 1.4 een aantal vereisten waar de aanvraag aan moet voldoen. § 1.6 bevat een aantal verplichtingen die de subsidieontvanger in acht moet nemen, waaronder de meldingsplicht indien hij verwacht de activiteiten niet (geheel) te zullen verrichten of niet (geheel) aan zijn verplichtingen te zullen voldoen. In artikel 5 van de Asv 2023 en in artikel 1.2.1, tweede lid van het Asb 2023 zijn de weigeringsgronden opgenomen. Zo wordt een subsidie geweigerd indien tegen de onderneming die de subsidie aanvraagt, een bevel tot terugvordering van ongeoorloofde staatssteun uitstaat. Daar waar hoofdstuk 50 afwijkt van hoofdstuk 1 van het Asb 2023, wordt dit expliciet aangegeven. Staatssteun Subsidies voor energiehubs vallen onder de Europese regels voor staatssteun. Om de subsidie rechtmatig te kunnen verstrekken, wordt gebruik gemaakt van de algemene de-minimisverordening. Op grond van deze verordening mag een onderneming over een periode van drie jaren maximaal een bedrag ontvangen van € 300.000 aan steun, waarbij alle steunverlenende overheden worden meegerekend. Ondernemingen moeten bij hun aanvraag een de-minimisverklaring ondertekenen die betrekking heeft op eerder verleende steun. Artikelsgewijze toelichting Artikel 50.2 Subsidiabele activiteiten De regeling is bedoeld voor projecten binnen Zeeland die bijdragen aan de ontwikkeling ven energiehubs die de verkenningsfase voorbij zijn, maar nog niet zo ver zijn dat ze kunnen starten aan de realisatie van de energiehub. De projecten bevinden zich in de ontwerp- of pre-realisatiefase. In deze fase worden adviezen ingewonnen en wordt onderzoek uitgevoerd. In de ontwerpfase kunnen de activiteiten betrekking hebben op het inwinnen van: •juridisch advies: bijvoorbeeld over de samenwerkingsvorm of vergunningaanvraag; •financieel advies: over het maken van onderbouwde financiële afspraken in een financieel plan tussen de deelnemers aan een energiehub; •Organisatorisch advies: bijvoorbeeld het opstellen van een businessplan, schetsontwerp en projectmanagement. In de pre-realisatiefase kunnen de activiteiten betrekking hebben op het inwinnen van: •organisatorisch advies: bijvoorbeeld projectmanagement; •juridisch advies: bijvoorbeeld het aanvragen vergunningen of over de te volgen aanbestedingsprocedure. Artikel 50.3 Doelgroep De subsidie is bedoeld voor een consortium van minimaal drie bedrijven die al een intentie- of samenwerkingsovereenkomst hebben ondertekend, met als doel om een energiehub te realiseren. De ondernemingen moeten beschikken over rechtspersoonlijkheid en gevestigd zijn op een bedrijventerrein. Agrarische bedrijven zijn uitgezonderd. Artikel 50.4 Subsidievereisten Een energiehub is gericht op het creëren van een lokaal energiesysteem waarbij bedrijven gezamenlijk hun energieverbruik, -opwek en -opslag optimaliseren. Om voor subsidie voor het ontwerp van een energiehub in aanmerking te komen, dient voldaan te worden aan de vereisten die in dit artikel worden benoemd: •Complementaire energieprofielen: de energiehub is het meest kansrijk als deelnemers pieken op verschillende momenten hebben (bijvoorbeeld een kantoor overdag en een koelhuis 's nachts), zodat ze elkaars 'vrije' capaciteit kunnen gebruiken. •Aanwezigheid van flexibiliteit: er moet vermogen zijn dat flexibel kan worden aangestuurd, zoals batterijen, laadpalen met slimme sturing, of processen die tijdelijk afgeschakeld kunnen worden. •Netcongestie: er moet sprake zijn van actueel of dreigend tekort aan transportcapaciteit of transportbeperkingen in het gebied, en de energiehub moet dit voorkomen of verminderen. •Verduurzamingspotentieel: Het initiatief moet aantoonbaar bijdragen aan CO2-reductie of het ontsluiten van lokale duurzame opwek (zon/wind). Artikel 50.5 Aanvraag Overeenkomstig artikel 1.4.1 Asb 2023 wordt de aanvraag voor subsidie ten minste 8 weken voor het begin van de activiteit ingediend. Artikel 1.4.2 Asb 2023 bepaalt dat de aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe beschikbaar gestelde digitale aanvraagformulier. De aanvraag bevat in elk geval een projectplan en een sluitende (meerjaren)begroting van de activiteit. Artikel 1.4.3 Asb 2023 vermeldt waaraan de (meerjaren)begroting moet voldoen. Daarnaast bevat de aanvraag voor de ontwerpfase een door het consortium ondertekende intentie- of samenwerkingsovereenkomst, een projectplan, een verklaring van de betreffende gemeente waarin de gemeente in principe medewerking toezegt aan de komst van een energiehub, een nettoets of netburenscan van een gecertificeerd bedrijf en een de-minimisverklaring. Een nettoets of netburenscan geeft inzicht in de energieprofielen en de kansen voor samenwerking, dankzij de complementaire profielen van de deelnemers aan de energiehub. Projecten die zich in de pre-realisatiefase bevinden dienen daarnaast een ontwerpschets van de energiehub te overleggen. Artikel 50.6 Subsidiabele kosten Eerste lid: een onafhankelijke procesregisseur of spin-in-het-web die de ontwikkeling van een energiehub initieert, organiseert en begeleidt wordt ook wel een hubregiseur genoemd. Derde lid: initiatie, verkenning en planvorming van een energiehub zijn de eerste drie stappen van het Stappenplan voor energiehubs, zoals te vinden op de website: www.energiehubs.nl. Deze stappen worden doorlopen met ondersteuning van onder andere de Taskforce Zeeuwse netoplossingen of een hubregisseur. Overeenkomstig artikel 1.3.1 Asb 2023 zijn alleen de noodzakelijke kosten subsidiabel die aantoonbaar rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de betreffende activiteit. De in rekening te brengen BTW die kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze wordt terugbetaald, komt niet voor subsidie in aanmerking. Overeenkomstig artikel 1.3.3 Asb 2023 zijn kosten van derden subsidiabel indien deze aantoonbaar aan een derde verschuldigd zijn, rechtstreeks aan de subsidiabele activiteit toe te rekenen zijn, doelmatig zijn, betrekking hebben op activiteiten die binnen de subsidieperiode uitgevoerd zijn en voor zover het uurtarief niet meer bedraagt dan de geldende norm, bedoeld in artikel 2.3 van de Wet normering topinkomens gedeeld door 1.600. Personeelskosten zijn subsidiabel: a.indien deze aantoonbaar zijn toe te rekenen aan de activiteit en daartoe bij de instelling een door de accountant controleerbare urenadministratie wordt toegepast; b.tegen een uurtarief dat overeenkomt met ten hoogste 1,2 procent van het betreffende bruto maandsalaris, in welk uurtarief worden geacht te zijn verwerkt: vakantiegeld, bijzondere uitkeringen, werkgeverslasten, feestdagen, verlof, improductieve uren, opslagen en overige directe of indirecte personeelskosten, in geval van een deeltijd dienstverband om te rekenen naar een maandsalaris bij een voltijds dienstverband; en c.tot een maximum van de in de begroting opgenomen personeelskosten. Artikel 50.8 Verplichtingen Naast de in dit artikel genoemde verplichtingen gelden de verplichtingen uit paragraaf 1.6 Asb 2023. Overeenkomstig artikel 1.6.1 Asb 2023 is het niet toegestaan de subsidie te besteden in strijd met op de aanvrager rustende wettelijke verplichtingen. De aanvrager stelt GS onverwijld in kennis zodra aannemelijk is dat de activiteit waarvoor subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht, of niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden en verplichtingen zal worden voldaan. Op grond van artikel 1.6.3 Asb 2023 dienen met subsidie aangeschafte activa met een economische gebruiksduur van minder dan vijf jaar, de gehele economische gebruiksduur beschikbaar te zijn voor het doel waarvoor deze zijn aangeschaft en activa met een economische gebruiksduur van meer dan vijf jaar, zijn gedurende vijf jaar na vaststelling van de subsidie beschikbaar voor het doel waarvoor deze zijn aangeschaft. GS verbinden aan de subsidie de verplichting dat de aanvrager in zijn bekendmakingen of publiciteitsuitingen de provincie als subsidieverstrekker vermeldt. Indien niet of niet volledig aan deze verplichting wordt voldaan dan kan het uiteindelijke subsidiebedrag ten hoogste worden verlaagd met vijf procent, met een maximum van € 5.000,-. Artikel III Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst. Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 3 november 2026. H.M. de Jonge, voorzitter Drs. M.C.J. Franken, secretaris
Meer informatie