Bijzondere subsidieverordening decentrale politieke partijen Heemstede 2026
Bijzondere subsidieverordening decentrale politieke partijen Heemstede 2026 De raad van de gemeente Heemstede; gelet op het voorstel van het college van 15 september 2026; gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en (onder meer) de artikelen 1, 3 en 4 van de geldende Algemene subsidieverordening Heemstede; besluit vast te stellen de volgende verordening: Bijzondere subsidieverordening decentrale politieke partijen Heemstede 2026 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -Asv: geldende Algemene subsidieverordening Heemstede; -college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede; -decentrale politieke partij: a.vereniging die met haar conform artikel G 3 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente Heemstede, waarbij aan die lijst ten minste één zetel is toegewezen; of b.orgaan zonder rechtspersoonlijkheid dat blijkens de statuten deel uitmaakt van een vereniging die met haar conform artikel G 1 of G 2 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente Heemstede, waarbij aan die lijst ten minste één zetel is toegewezen; -gift: door een decentrale politieke partij aanvaarde handeling, niet zijnde subsidie, die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een decentrale politieke partij ten koste van zijn eigen vermogen verrijkt; -zetel: zetel in de gemeenteraad van de gemeente Heemstede. Artikel 2 Toepassingsbereik Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 5 bedoelde activiteiten. Artikel 3 Doel van de subsidie Het doel van deze verordening is de gemeentelijke democratie te ondersteunen en financiële en organisatorische transparantie van decentrale politieke partijen te bevorderen. Artikel 4 Doelgroep Subsidie op grond van deze verordening wordt uitsluitend verstrekt aan een decentrale politieke partij. Artikel 5 Subsidiabele activiteiten 1.De subsidie wordt verleend voor uitgaven die direct samenhangen met de volgende activiteiten: a.politieke vormings- en scholingsactiviteiten; b.informatievoorziening; c.het onderhouden van contacten met zusterpartijen buiten Nederland en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van die partijen; d.politiek-wetenschappelijke activiteiten; e.activiteiten ter bevordering van de politieke participatie van jongeren en andere ondervertegenwoordigde groepen; f.het werven van leden; g.het betrekken van niet-leden bij activiteiten van de politieke partij; h.werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers; of i.activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes. 2.De in het eerste lid genoemde activiteiten komen alleen voor subsidie in aanmerking voor zover zij plaatsvinden binnen of gericht zijn op het gebied van de gemeente Heemstede. Artikel 6 Subsidietermijn De subsidie wordt vastgesteld voor de periode 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar. Artikel 7 Subsidiebedrag 1.De hoogte van de subsidie die aan een decentrale politieke partij wordt toegekend, is afhankelijk van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze decentrale politieke partij geregistreerde aanduiding, of een afkorting daarvan, heeft gestaan. 2.Als bij de laatstgehouden verkiezingen één of meer zetels zijn toegewezen aan een lijst waarop artikel H 3, derde lid, van de Kieswet is toegepast, wordt voor de vaststelling van het aantal zetels, als bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van een daartoe strekkende gezamenlijke verklaring van de betreffende decentrale politieke partijen over de toerekening van de toegekende zetels bij de laatstgehouden verkiezingen aan deze partijen. 3.Als een decentrale politieke partij, als bedoeld in het eerste lid, fuseert in de zin artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wordt de som van het aantal zetels als bedoeld in het eerste lid aan de nieuwe decentrale politieke partij toegerekend, met dien verstande dat door de rechtsvoorganger niet al subsidie op basis van de betreffende zetel(s) is aangevraagd. 4.De subsidie bedraagt € 488 per zetel voor de in artikel 6 genoemde periode van één jaar. Artikel 8 Subsidieaanvraag 1.Een decentrale politieke partij kan subsidie aanvragen voor de in artikel 5 genoemde activiteiten bij het college. 2.In afwijking van de Asv legt de aanvrager de volgende gegevens over: a.de geregistreerde aanduiding of afkorting daarvan van de aanvrager die bij de laatstgehouden verkiezing boven een lijst heeft gestaan; b.het aantal zetels dat bij de vaststelling van de verkiezingsuitslag aan de onder a. bedoelde lijst is toegewezen; c.de rechtsvorm, de statutaire naam en het vestigingsadres van de rechtspersoon namens welke de aanvraag wordt gedaan en de handtekeningen van degene(n) die bevoegd is/zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen; d.indien van toepassing: een verklaring van de politieke vereniging waarvan het orgaan zonder rechtspersoonlijkheid deel uitmaakt, waaruit blijkt dat de aanvraag is ingediend door degene(n) die bevoegd is/zijn de vereniging lokaal te vertegenwoordigen; en e.het IBAN-rekeningnummer en de tenaamstelling waarop het subsidiebedrag overgemaakt dient te worden. Artikel 9 Aanvraagtermijn De aanvraag wordt in afwijking van de Asv vóór 6 april van het subsidiejaar ingediend. Artikel 10 Beslistermijn subsidievaststelling 1.Het college besluit in afwijking van de Asv uiterlijk 30 juni van het jaar waarin de periode aanvangt waarvoor de subsidie is aangevraagd. 2.Het college gaat daarbij overeenkomstig artikel 17, derde lid, van de Asv direct over tot het nemen van het besluit tot subsidievaststelling. Artikel 11 Verplichtingen 1.De subsidieontvanger is verplicht transparant te zijn over zijn organisatie en een zodanige administratie te voeren dat deze een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij. 2.Op grond van de in het eerste lid genoemde transparantieplicht maakt de subsidieontvanger op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar: a.de statuten van de decentrale politieke partij (bijvoorbeeld de vereniging of stichting); b.een overzicht van zijn neveninstellingen, als bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering politieke partijen; c.de procedure voor de kandidaatstelling en de benoeming van de leden van het bestuur en zijn statutaire organen; d.de voorwaarden die aan het lidmaatschap en aan de benoeming in de organen, als bedoeld onder c., worden verbonden; e.de samenstelling van de onder c. bedoelde statutaire organen; f.de procedure voor de totstandkoming van kandidatenlijsten bij verkiezingen en, indien van toepassing, de criteria op basis waarvan personen daarvoor worden geselecteerd; g.uiterlijk 30 juni een financieel verslag over het voorafgaande kalenderjaar; en h.uiterlijk 31 augustus een activiteitenverslag van de met de subsidie (mede) mogelijk gemaakte activiteiten. 3.Op grond van de in het eerste lid genoemde verplichting tot het voeren van een financiële administratie, die een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij neemt de subsidieontvanger in ieder geval de volgende zaken in zijn administratie op: a.de ontvangen subsidies; b.de aanvaarde giften met een cumulatieve geldwaarde van meer dan € 250 van één donateur in het kalenderjaar, inclusief de naam en het adres van de donateur en de datum van ontvangst; c.de overige inkomsten; d.de vermogenspositie; en e.de schulden boven de € 5.000 inclusief de naam en het adres van de schuldeiser en de datum van het ontstaan en bewaart deze gedurende zeven jaar. 4.Het in het tweede lid, onder g., bedoelde financieel verslag bevat de in het derde lid genoemde informatie, met uitzondering van het adres van de donateur. Als een donateur gelet op het belang van zijn veiligheid bezwaar heeft gemaakt tegen vermelding van zijn naam, kan deze achterwege blijven, met dien verstande dat in dat geval een omschrijving wordt gegeven van de categorie van instellingen of organisaties waartoe de donateur behoort. Artikel 12 Afwijkingen termijnen eerste jaar 1.In afwijking van de in artikel 9 genoemde aanvraagtermijn kan een aanvraag worden ingediend binnen acht weken na bekendmaking van deze verordening. 2.In afwijking van de in artikel 10 genoemde uiterlijke beslisdatum, beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de in het eerste lid genoemde aanvraag. Artikel 13 Hardheidsclausule Het college kan artikelen uit deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 14 Inwerkingtreding Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 juli 2026. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Bijzondere subsidieverordening decentrale politieke partijen Heemstede 2026. Vastgesteld door de raad op 29 oktober 2026.
Meer informatie