Subsidieregeling non-formele en informele volwasseneneducatie 2027, regio Zuid-Holland Centraal
Subsidieregeling non-formele en informele volwasseneneducatie 2027, regio Zuid-Holland Centraal Subsidieregeling Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) 2027, regio Zuid-Holland Centraal. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer; overwegende dat het gemeentebestuur van Zoetermeer als centrumgemeente voor de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal jaarlijks budget ontvangt vanuit de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) voor het stimuleren van activiteiten voor het bevorderen van basisvaardigheden voor volwassen, niet inburgeringsplichtige inwoners in de regio; gelet op de Algemene subsidieverordening Zoetermeer 2016; besluit vast te stellen de Subsidieregeling non-formele en informele volwasseneneducatie 2027, regio Zuid-Holland Centraal. H1 Algemene bepalingen Artikel 1 Wat willen we bereiken De gemeente Zoetermeer is door het Rijk aangewezen als centrum/contactgemeente voor de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal voor de uitvoering van de Wet Educatie en Beroepseducatie (WEB). De regio bestaat uit de gemeenten Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Voorschoten, Wassenaar en Zoetermeer. De gemeente Zoetermeer ontvangt ieder jaar de regionale financiële middelen vanuit de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). Dit budget is bedoeld voor het verminderen van laaggeletterdheid en het stimuleren van activiteiten voor basisvaardigheden voor volwassenen. Onder basisvaardigheden wordt verstaan: lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Vanuit het budget wordt formeel, non-formeel en informeel aanbod bekostigd voor volwassen, niet inburgeringsplichtige inwoners (NT1 en NT2) van de regio (zie artikel 2, definities). Deze regeling is bedoeld voor het non-formele en informele aanbod, waarmee de basisvaardigheden van laaggeletterde inwoners wordt verhoogd, wat moet zorgen voor een duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, zelfredzaamheid en sociale inclusie. Hier kan ook analfabeten- en camouflageaanbod onder vallen. Een deel van het budget wordt apart via formeel aanbod aanbesteed. Dit formeel educatieaanbod omvat de thema’s opleiding, participatie en werk. In alle regiogemeenten is minimaal één locatie met formeel aanbod beschikbaar. Wanneer van toepassing kan overig formeel aanbod ingekocht worden. Dit kan alleen wanneer dit aanbod aantoonbaar afwijkt van de formele trajecten zoals aanbesteed, omdat het aanbod van dusdanige specifieke aard is dat deze buiten het standaard formele aanbod valt, en de organisatie voor formeel onderwijs dit aanbod niet kan bieden. Deze subsidieregeling moet bijdragen aan de doelen gesteld in het Regioplan ‘Aanpak Laaggeletterdheid & Basisvaardigheden, 2026-2030 - regio Zuid-Holland Centraal’ (hierna Regioplan). Ook draagt de regeling bij aan het bereiken van de juiste doelgroepen zoals gesteld in het Regioplan. Deze subsidieregeling vormt het kader voor subsidieaanvragen voor het jaar 2027. Aanvragen voor 2027 richten zich op onderstaande thema en doelstelling: Basisvaardigheden A.Het bevorderen van basisvaardigheden van volwassen inwoners die niet inburgeringsplichtig zijn in de regio Zuid-Holland Centraal. Artikel 2 Definities - Analfabeet: mensen die analfabeet zijn kunnen niet lezen of schrijven. Dit kunnen zowel Nederlandstaligen als anderstaligen zijn. Analfabetisme is niet hetzelfde als laaggeletterdheid. - Asv: Algemene Subsidieverordening Zoetermeer 2016. - Awb: Algemene wet bestuursrecht. - Basisvaardigheden: Taalvaardigheid, rekenvaardigheid en digitale vaardigheden. Ook omvat dit voldoende zelfredzaam zijn. - Camouflage-aanbod: lesaanbod waarbij aandacht voor basisvaardigheden niet expliciet als doel wordt genoemd. Het leren van taal is verweven in andere thema’s. Dit kan zowel in non-formele als in informeel lesaanbod aangeboden worden. - Centrum- of contactgemeente: De contactgemeente coördineert namens de regio en is aanspreekpunt voor het Rijk. Gemeente Zoetermeer is door het Rijk aangewezen als contactgemeente voor de regio bij de uitvoering van de WEB, en onder andere verantwoordelijk voor de financiering en dient daarbij de regiogemeenten te betrekken. Via de door de contactgemeente aangestelde regiocoördinator worden taken uitgevoerd zoals budgetbewaking, subsidieverlening, bestedingsplannen en SISA-verantwoording. - College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer. - Daadwerkelijk bereik: Het aantal unieke inwoners met beperkte basisvaardigheden dat gedurende het subsidietijdvak deelneemt aan of direct wordt bereikt met een gesubsidieerde activiteit, vastgesteld aan de hand van registratie of andere betrouwbare gegevens. - DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs): Uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die binnen de WEB verantwoordelijk is voor onder andere de bekostiging, registratie, gegevensverwerking. - Deelnemer: Een inwoner met beperkte basisvaardigheden die daadwerkelijk deelneemt aan of direct wordt bereikt met een activiteit, zoals bedoeld in deze subsidieregeling. - Factoren: Risico , beschermende en positieve factoren die volgens wetenschappelijke inzichten van invloed zijn op het realiseren van de maatschappelijke doelen, zoals benoemd in deze subsidieregeling. - Formele trajecten/formeel leren: Bij formeel leren werkt de deelnemer toe naar een certificaat of diploma, wordt de deelnemer begeleid door een gediplomeerde docent en wordt de voortgang systematisch bijgehouden door middel van een intake en toetsen. Het formele deel van onderwijs aan laaggeletterde volwassenen vindt plaats binnen een omgeving die ontworpen is om te leren. - Informele trajecten/leren: Laagdrempelig aanbod. Onbedoeld leren, kan zowel in een georganiseerde leersetting plaatsvinden als daarbuiten. Dit leren is vaak deels een ‘bijproduct’ van andere activiteiten. - Interventie: Een afgebakende, doelgerichte en systematische methode met een duidelijke werkwijze, doelgroep en beoogd effect, gericht op het beïnvloeden van één of meer bepalende factoren. - Laaggeletterd(heid): mensen die laaggeletterd zijn kunnen wel lezen en schrijven, maar op een zeer laag niveau (onder niveau B1/2F). Laaggeletterden hebben daarnaast vaak moeite met rekenen en digitale vaardigheden. - Non-formeel type 1 trajecten/leren: Systematisch, doelgericht en gestructureerd leren via een gediplomeerde docent binnen een omgeving die ontworpen is als leeromgeving, die niveau verhogend werkt, maar niet hoeft te leiden tot een erkend diploma of certificaat. - Non-formeel type 2 trajecten/leren: Laagdrempelig aanbod. Er is sprake van doelgericht en georganiseerd leren, maar minder gestructureerd en systematisch in vergelijking tot Formeel leren of Non-formeel type 1. Het is niet gericht op het behalen van een erkend diploma of certificaat en de omgeving is niet per se ontworpen als leeromgeving. Denk bijvoorbeeld aan cursussen in een bibliotheek, wijkcentrum of werkplek. - NT1: Nederlands als eerste taal. De term verwijst naar volwassenen die Nederlands als moedertaal hebben en naar het lees- en schrijfonderwijs aan deze groep mensen. - NT2: Nederlands als tweede taal. De term verwijst naar volwassenen die een andere taal dan Nederlands als moedertaal hebben en naar het Nederlandse taalonderwijs aan anderstaligen inwoners. - Potentieel bereik: Het totaal aantal inwoners dat op basis van de kenmerken van de doelgroep in aanmerking kan komen voor deelname aan een activiteit, zonder dat dit betekent dat zij daadwerkelijk deelnemen. - Regioplan: Regioplan ‘Aanpak Laaggeletterdheid & Basisvaardigheden, 2026-2030 – regio Zuid-Holland Centraal’ - Regio Zuid-Holland Centraal: Bestaat uit de gemeenten Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Voorschoten, Wassenaar en Zoetermeer. - Samenwerkingspartner: Een organisatie of instelling waarmee de subsidieaanvrager afspraken heeft gemaakt over de uitvoering, inhoud en/of financiering van (onderdelen van) de gesubsidieerde activiteiten. - Thema: Thema's waar deze subsidieregeling zich op richt zijn: (het bevorderen van ) basisvaardigheden; Hieronder wordt verstaan lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden en algemene zelfredzaamheid. - WEB/Wet educatie en beroepsonderwijs: De Nederlandse wet die de organisatie, inrichting, kwaliteit, bekostiging en het toezicht op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en delen van de volwasseneneducatie regelt. De doelstellingen van het onderwijs gegeven onder de WEB dragen bij aan de persoonlijke ontplooiing van deelnemers en hun functioneren in beroep, maatschappij en vervolgonderwijs. De doelgroep van de WEB zijn laaggeletterde volwassenen, die niet (meer) inburgeringsplichtig zijn. Formeel is iemand laaggeletterd als zijn/haar/hun niveau onder het eindniveau van het vmbo ligt, te weten onder referentieniveau 2F. Artikel 3 Toepassingsbereik 1.Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies onder de WEB door het college voor de in artikel 5 bedoelde activiteiten. 2.De Asv is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken. H2 Subsidieaanvraag Artikel 4 Wie kan subsidie aanvragen? Het WEB-subsidiebudget wordt uitsluitend verstrekt aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die: 1.activiteiten uitvoert in de regio Zuid-Holland Centraal, voor de inwoners woonachtig in deze regio; 2.geen winstoogmerk heeft voor de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd; 3.kennis heeft van de regionale situatie en binding heeft met de regio door een relevant lokaal of regionaal netwerk of samenwerking met relevante partners. Daarnaast wordt het WEB-subsidiebudget alleen beschikbaar gesteld aan organisaties met aantoonbare ervaring met de doelgroep of organisaties met nieuwe initiatieven voor de doelgroep, waarbij zij kunnen aantonen dat zij voldoende kennis bezitten om effectief aanbod aan te kunnen bieden. Dat zijn in ieder geval: 1.Taalaanbieders; 2.Vrijwilligersorganisaties; 3.Wijkgerichte bewoners- of belangenorganisaties; 4.Sociaal ondernemers en professionele organisaties die actief zijn binnen de samenleving; 5.Een samenwerkingsverband tussen bovengenoemde organisaties. Artikel 5 Welke activiteiten komen voor subsidie in aanmerking? Er kan subsidie worden aangevraagd voor subsidiabele activiteiten die zich richten op een of meerdere van onderstaande factoren en die daarmee bijdragen aan de doelen binnen het thema: Basisvaardigheden A.Het bevorderen van basisvaardigheden van volwassen inwoners die niet inburgeringsplichtig zijn in de regio Zuid-Holland Centraal. Factor Definitie Subsidiabel Nederlandse Taalvaardigheid De mate waarin iemand de Nederlandse taal kan begrijpen en gebruiken om effectief te communiceren, op het gebied van spreekvaardigheid, schrijfvaardigheid, leesvaardigheid en luistervaardigheid. Ook spelen woordenschat en grammaticale kennis een belangrijke rol. Activiteiten op Non-formeel type 1 of 2 of informeel aanbod gericht op het verbeteren van taalvaardigheid van volwassenen, niet inburgeringsplichtige inwoners van de regio Zuid-Holland Centraal. Rekenvaardigheid De mate waarin iemand getallen, rekenkundige bewerkingen en wiskundige concepten begrijpt en kan toepassen om problemen op te lossen en situaties uit het dagelijks leven te interpreteren. Activiteiten op Non-formeel type 1 of 2 of informeel aanbod gericht op het verbeteren van rekenvaardigheid van volwassenen, niet inburgeringsplichtige inwoners van de regio Zuid-Holland Centraal. Digitale vaardigheid De mate waarin iemand digitale technologieën en informatie effectief, kritisch, veilig en verantwoord kan gebruiken om te communiceren, samen te werken, te leren en taken uit te voeren, en deel te kunnen nemen aan de samenleving. Activiteiten op Non-formeel type 1 of 2 of informeel aanbod gericht op het verbeteren van de digitale vaardigheid van volwassenen, niet inburgeringsplichtige inwoners van de regio Zuid-Holland Centraal. Zelfredzaamheid De mate waarin iemand zelfstandig kan functioneren, eigen zaken kan regelen, adequaat kan omgaan met de uitdagingen van het dagelijks leven en verantwoordelijkheid kan nemen voor het eigen functioneren en welzijn. Zelfredzaamheid omvat onder andere zelfstandig handelen, besluitvorming, hulp kunnen organiseren en maatschappelijke participatie. Activiteiten op Non-formeel type 1 of 2 of informeel aanbod gericht op het verbeteren van de zelfredzaamheid van volwassenen, niet inburgeringsplichtige inwoners van de regio Zuid-Holland Centraal. NB: Activiteiten gericht op zelfredzaamheid onder deze subsidieregeling moeten altijd gekoppeld zijn aan, of verweven zijn met educatie aangeboden vanuit één van de bovenstaande factoren taal, rekenen en/of digitale vaardigheid. Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van activiteiten die bijdragen aan de gestelde doelen. Artikel 7 Aanvraag In aanvulling op artikel 4 van de Asv moet een subsidieaanvraag voldoen aan de volgende voorwaarden: -Een subsidieaanvraag bevat minimaal één activiteit maar kan meerdere activiteiten bevatten. -De activiteiten worden ingezet voor niet-inburgeringsplichte volwassen inwoners van de regio Zuid-Holland Centraal, die aantoonbaar moeite hebben met de basisvaardigheden lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden en hierdoor minder zelfredzaam zijn. oDe aanvraag houdt aantoonbaar rekening met de doelgroepen gesteld in het Regioplan ‘Aanpak Laaggeletterdheid & Basisvaardigheden, 2026-2030 – regio Zuid-Holland Centraal’, en laat zien hoe de doelgroepen omschreven in het Regioplan bereikt worden; oDe aanvraag laat zien hoe de doelgroep(en) bereikt wordt, met onderscheid tussen NT1- en NT2-deelnemers; oDe aanvraag houdt aantoonbaar rekening met het potentieel bereik en het daadwerkelijke bereik. -Voor alle activiteiten waarvoor u op basis van deze regeling voor subsidie in aanmerking wil komen, vraagt u gelijktijdig subsidie aan. Als het budget het toe laat, is het toegestaan om een aanvullende subsidieaanvraag in te dienen gedurende het subsidiejaar. -Een activiteit dient minimaal binnen één factor te vallen, maar kan meerdere factoren beslaan. -De subsidie kan worden ingezet voor non-formele en informele trajecten basisvaardigheden. Camouflageaanbod, analfabetenaanbod zijn toegestaan. Kosten voor randvoorwaarden zoals communicatie, locatie en coördinatie-uren zijn met aantoonbare onderbouwing toegestaan. oAanbod gericht op zelfredzaamheid moet altijd gekoppeld zijn aan, of verweven zijn met educatieaanbod vanuit één van de factoren taal, rekenen en/of digitale vaardigheid. -De aanvraag moet bijdragen aan de doelen gesteld in het Regioplan. -Als een aanvraag betrekking heeft op activiteiten die samen met samenwerkingspartner(s) worden uitgevoerd, maakt de aanvrager hierover afspraken. Deze afspraken, inclusief financiële afspraken moeten in de subsidieaanvraag worden opgenomen. -De subsidieaanvraag wordt schriftelijk ingediend door het invullen van het aanvraagformulier op de gemeentelijke website van de gemeente Zoetermeer. Dit geldt ook voor aanvragen voor WEB-aanbod in andere gemeenten van de regio Zuid-Holland Centraal. oVerwijzingen in het aanvraagformulier op de gemeentelijke website van de gemeente Zoetermeer mogen vertaald worden naar de desbetreffende andere regiogemeente waarvoor de aanvraag van toepassing is. -Bij de subsidieaanvraag word(t)(en) in aanvulling op artikel 4 lid 2 van de Asv de volgende bijlage(n) meegezonden: oVragenlijst per activiteit. oBegroting: u dient een duidelijke begroting in voor de totale aanvraag met een heldere uitsplitsing naar de verschillende activiteiten waarvoor u een vragenlijst heeft toegevoegd. oU geeft aan of de activiteiten volledig uit de aangevraagde subsidie worden bekostigd of dat zij (deels) op een andere wijze worden bekostigd (en op welke wijze). Denk daarbij bijvoorbeeld aan fondsen, andere subsidies, eigen bijdragen of eigen reserves. -De volgende bijlagen zijn optioneel: oOndertekende samenwerkingsovereenkomst; oEen (niet gepubliceerd) onderzoeksrapport dat u gebruikt voor de onderbouwing van de effectiviteit van de activiteit; oEen lokaal plan van de gemeente waarvoor de aanvraag van toepassing is. -Overige bijlagen en links worden niet meegenomen in de beoordeling. -Alle deelnemende organisaties die gebruik maken van de subsidie, zijn verplicht om deel te nemen aan de monitoring WEB – regio Zuid-Holland Centraal en deze in te vullen. Artikel 8 Aanvraagtermijn Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 5, eerste lid, van de Asv, ingediend voor 01 december 2026. Aanvullende subsidieaanvragen of nieuwe aanvragen van nieuwe partners kunnen, in overleg met de gemeente en afhankelijk van het beschikbare budget, ook gedurende 2027 worden ingediend. Hiervoor gelden de aanvraagdeadlines van 01 maart, 01 juni, 01 september en 01 november 2027. H3 Subsidieverdeling Artikel 9 Hoeveel subsidie is er? 1.Aan deze regeling is een voorlopig subsidieplafond verbonden. Dit bedrag wordt jaarlijks bepaald aan de hand van het beschikbare budget vanuit het Rijk en een daarbij horende verdeelsleutel per gemeente. De voorlopige toekenning van het budget van het Rijk wordt jaarlijks uiterlijk eind oktober/ begin november verwacht bij de centrumgemeente. De regio Zuid-Holland Centraal heeft het budget ontschot en het is dus mogelijk om boven het bedrag van de verdeelsleutel per regiogemeente aan te vragen. Het is echter niet zeker dat een bedrag boven de gemeentelijke verdeelsleutel kan worden toegekend. Dit kan alleen als er budget overblijft op het moment dat andere regiogemeenten onder hun verdeelsleutel hebben aangevraagd. Als alle regiogemeenten boven de verdeelsleutel aanvragen, kan de centrumgemeente alleen het bedrag tot de verdeelsleutel toekennen.2.Het college stelt voor de looptijd van deze regeling een voorlopig subsidieplafond vast van € 1.420.178 De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft voor 2027 een totaalbedrag van € 1.980.178 voorlopig toegekend aan de gemeente Zoetermeer voor educatie onder de WEB voor de regio Zuid-Holland Centraal. Van dit bedrag is € 560.000 al bestemd voor een Europese aanbesteding (2026-010163) op formele educatie. Het resterende bedrag van € 1.420.178 vormt de basis van het voorlopige subsidieplafond. Daarbovenop komen nog: • Indexering van loon- en prijsontwikkelingen (jaarlijks verwacht in juli/augustus van het subsidiejaar). • Eventuele onderbesteding van het voorgaande subsidiejaar, waarvan maximaal 25% mag worden meegenomen naar het huidige subsidiejaar. De definitieve hoogte hiervan is normaliter aan het begin van het derde kwartaal van het subsidiejaar bekend, nadat de beoordelingen van de subsidieverantwoordingen van het voorgaande subsidiejaar zijn afgerond. Het uiteindelijke subsidieplafond bestaat dus concreet uit € 1.980.178 minus € 560.000 = € 1.420.178 (het resterende bedrag), plus de verwachte indexatie en eventuele onderbesteding. Artikel 10 Hoe beoordelen wij de aanvragen en verdelen wij de subsidie? 1.Alle activiteiten benoemd in artikel 5, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, worden eerst beoordeeld op maatschappelijke impact en efficiëntie. Dit gebeurt voor elke activiteit met een beoordelingskader (bijlage 1) dat bestaat uit de volgende elementen: A.Relevantie B.Samenwerking en lokale of regionale binding C.Bijdrage aan factoren D.Effectiviteit E.Meten, leren en verbeteren F.Doorverwijzingen De maatschappelijke impact en efficiëntie-score van een activiteit is de som van de scores op de onderdelen A tot en met F (A+B+C+D+E+F). Als op onderdeel A of D 0 (nul) punten worden behaald of het totale puntenaantal lager dan 50 punten is, komt de betreffende activiteit niet voor subsidie in aanmerking.2.Als het subsidieplafond is bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van rangschikking zoals genoemd in lid 1 van dit artikel. De hoogst gerangschikte activiteit komt het eerst in aanmerking voor subsidie en daarna in aflopende volgorde de opeenvolgende gerangschikte activiteiten, tot het subsidieplafond wordt bereikt. Dit geldt als bij het bereiken van het subsidieplafond voor het totaal van alle activiteiten wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.Voor elke factor zijn de in artikel 5 genoemde subsidiabele activiteiten voorzien, tenzij hierop geen aanvraag is ingediend of een aanvraag een score 0 heeft behaald op onderdeel A of D; 3.Als het subsidieplafond wordt bereikt zonder dat aan de voorwaarden uit lid 2 van dit artikel wordt voldaan, kunnen we: a.Het volume (aantal keer dat een activiteit wordt uitgevoerd) van één of meerdere activiteiten verlagen, zodat de voorwaarden uit lid 2 van dit artikel wel behaald worden. Als het volume per activiteit verlaagd wordt, dan gebeurt dat als eerst bij de activiteiten met de laagste score. Er wordt in dat geval overlegd met de subsidieaanvrager over de haalbaarheid van het verlagen van het volume; b.Lager scorende activiteiten voorrang geven, in aflopende volgorde van hoge naar lage rangschikking, zodat de voorwaarden uit lid 2 wel behaald worden. 4.Als de uiteindelijke rangschikking, zoals bedoeld in lid 3 ertoe leidt dat de laagst gerangschikte activiteiten gelijk scoren en daarom beide binnen het plafond kunnen vallen maakt het college een keuze op basis van scores op de elementen zoals genoemd in lid 1 van dit artikel, in de volgende volgorde: a.De activiteit met de hoogste score op element D krijgt voorrang; b.De activiteit met de hoogste score op element A krijgt voorrang; c.De activiteit met de hoogste score op element E krijgt voorrang; d.De activiteit met de hoogste score op element B krijgt voorrang; e.De activiteit met de hoogste score op element F krijgt voorrang; f.De activiteit met de hoogste score op element C krijgt voorrang. 5.Als na toepassing van lid 4 nog steeds een gelijke rangschikking bestaat, dan wordt door loting bepaald welke activiteit voorrang krijgt. H4 Subsidieverlening Artikel 11 Aanvullende financiële voorwaarden 1.Bij de verlening van een subsidie kan het college rekening houden met de beschikbare reserves of eigen financiële middelen van de aanvrager. Hieronder wordt verstaan het feitelijk aanwezige vrij aanwendbare vermogen van een instelling, waaraan niet al een realistische bepaalde bestemming is gegeven.2.Een eigen financieel vermogen van maximaal 10% van de totale jaaromzet wordt als weerstandsvermogen aangemerkt en bij de beoordeling van de hoogte van het te verlenen subsidiebedrag buiten beschouwing gelaten.3.De door een subsidieaanvrager aan deelnemers of gebruikers te vragen bijdrage dienen op een naar het oordeel van het college maatschappelijk aanvaardbaar peil te liggen. Artikel 12 Accommodatie 1.De aanvrager kan verplicht worden de activiteiten uit te voeren in een gemeentelijke of eigen accommodatie. Dat is het geval als de aanvrager voor zijn activiteiten huisvesting nodig heeft en de lasten daarvoor onderdeel zijn van de aan te vragen subsidie. Dit geldt voor zover de gemeentelijke of eigen accommodatie geschikt is om deze activiteiten uit te oefenen, dan wel daartoe redelijkerwijs geschikt te maken is. Artikel 13 Verantwoording 1.Voor 1 mei van het opvolgende kalenderjaar dient de verantwoording over de besteding van het budget aan de gemeente Zoetermeer beschikbaar gesteld te zijn. beschikbaar te zijn. Bij de verantwoording dient de aanvrager de volgende zaken aan te tonen: a.Een overzicht van de gerealiseerde activiteiten/projecten; b.Een overzicht van de bereikte doelen en effecten; c.Een overzicht van de gerealiseerde kosten; d.Een ingevulde monitor ‘WEB – regio Zuid-Holland Centraal’. Deze wordt meegezonden door de gemeente Zoetermeer samen met de voorlopige toekenningsbeschikking. e.Ondertekende en goedgekeurde accountantsverklaring bij subsidies verstrekt vanaf €100.000. H5 Slotbepaling Artikel 14 Hardheidsclausule Het college kan de artikelen 7 en 8 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van het verminderen van basisvaardigheden leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel 15 Slotbepalingen 1.De ‘Bijzondere Subsidieregeling Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) 2025, regio Zuid-Holland Centraal’ wordt ingetrokken. 2.Deze subsidieregeling treedt in werking op 27 oktober 2026. Deze subsidieregeling vervalt op 01 juni 2028 (na de vaststelling van de subsidies). Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling non-formele en informele volwasseneneducatie 2027, regio Zuid-Holland Centraal. Bijlage 1: Beoordelingskader We berekenen de score per activiteit met de formule A+B+C+D+E+F. Als bij onderdeel A of D 0 (nul) punten gescoord wordt, wordt de subsidieaanvraag voor deze activiteit niet gehonoreerd. De maximaal te behalen score is 150 punten een aanvraag moet minimaal 50 punten hebben om subsidiabel te zijn. Score bij A ‘Relevantie’ + score bij B ‘Samenwerking en lokale en/of regionale binding’ + score bij C ‘Bijdrage aan factoren’ + score bij D ‘Effectiviteit’ + score bij E ‘Meten, leren en verbeteren’ + score bij F ‘Doorverwijzen’ = maatschappelijke impact en efficiëntie Voor de beoordeling wordt gekeken naar antwoorden op de vragen over het betreffende onderdeel in de vragenlijst. Onderdeel Beoordeling en score Score A: Relevantie •De relevantie van de activiteit voor de doelgroep en de deelnemende gemeenten of regio is aannemelijk gemaakt •De relevantie is onderbouwd met cijfers •De behoefte van de laaggeletterde inwoner is aannemelijk gemaakt •De organisatie heeft kennis van de lokale of regionale situatie en kennis van de regionale en lokale doelen en dit vertaald naar de aanvraag. •De aanvraag staat in verhouding tot het potentieel en daadwerkelijk bereik van de doelgroep Voldoet aan 4 criteria: 30 punten Voldoet aan 3 criteria: 15 punten Voldoet aan 2 criteria: 10 punten Voldoet aan 1 criterium: 5 punten Voldoet aan geen criterium: 0 punten Score B: Samenwerking en lokale en/of regionale binding •Er zijn vastgelegde samenwerkingsafspraken en/of aantoonbare samenwerkingen met relevante partners •Afstemming van doelen en activiteiten staat beschreven •De binding met de gemeente of regio of relevante partners is aangetoond Voldoet aan 3 criteria: 10 punten Voldoet aan 2 criteria: 6 punten Voldoet aan 1 criterium: 3 punten Voldoet aan geen criterium: 0 punten Score C: Onderbouwing van impact: bijdrage aan factoren Hoe beter de kwaliteit van de literatuur, hoe hoger de beoordeling. •De kwaliteit is goed bij onderbouwing met officieel gepubliceerd relevant onderzoek zoals meta-analyses, Randomized Controlled Trials (RCT’s), systematische reviews, longitudinaal onderzoek en crossectioneel onderzoek •De kwaliteit is voldoende bij onderbouwing met relevante grijze literatuur of eigen onderzoek. Een onderbouwing van een aantoonbaar goed uitgevoerd (eigen) (evaluatie)onderzoek of tevredenheidsmeting met voldoende deelnemers en duidelijk start- en eindresultaten wordt geaccepteerd •De kwaliteit is onvoldoende bij een ontbrekende of geen relevante onderbouwing met literatuur Goed: 15 punten Voldoende: 10 punten Onvoldoende: 0 punten Score D: Onderbouwing of bewijs van effectiviteit Hoe beter het bewijs dat de activiteit werkt, hoe hoger de beoordeling. • Zeer goed: Sterke of goede aanwijzingen voor effectiviteit op basis van effectonderzoek naar deze activiteit • Goed: Eerste aanwijzingen voor effectiviteit op basis van effectonderzoek naar deze activiteit • Ruim voldoende: Theoretische onderbouwing met literatuur • Voldoende: Theoretische onderbouwing zonder literatuur • Onvoldoende: geen aanwijzingen voor effectiviteit en geen theoretische onderbouwing Zeer goed: 40 punten Goed: 30 punten Ruim voldoende: 15 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Score E: Meten, leren en verbeteren Aan hoe meer criteria wordt voldaan, hoe hoger de beoordeling. •Beschrijving van kwantitatieve metingen van het doel bij de doelgroep, voor, na en eventueel tijdens de activiteit, met een meetinstrument •Beschrijving van kwalitatieve metingen van waarom de activiteit werkt •Beschrijving van proces van meten, leren en verbeteren Eventuele eerdere resultaten en data van de door de regio verplicht gestelde meetinstrument ‘monitor WEB – regio Zuid-Holland Centraal’ mogen worden gebruikt, alsook de uitleg hoe dit meetinstrument bijdraagt in het proces van meten, leren en verbeteren. Voldoet aan 3 criteria: 30 punten Voldoet aan 2 criteria: 20 punten Voldoet aan 1 criterium: 10 punten Voldoet aan geen criterium: 0 punten Score F: Doorverwijzen Hoe beter u aantoont hoe u een doorlopende leerlijn voor de deelnemers bevorderd, en doorverwijst naar een volgend aanbod in de regio als uw aanbod is uitgenut of niet passend is bij de leerbehoefte van de deelnemer, hoe hoger de beoordeling. •Beschrijving van hoe u doorverwijst en hiermee de doorlopende leerlijn voor de deelnemers bevorderd •Het succes van effectief doorverwijzen is onderbouwd met cijfers en data van eerdere doorverwijzingen •Aantoonbaar bekend met samenwerkingspartners en met passend/ aansluitend educatieaanbod Voldoet aan 3 criteria: 25 punten Voldoet aan 2 criteria: 10 punten Voldoet aan 1 criteria: 5 punten Voldoet aan geen criterium: 0 punten Toelichting onderdeel C Bijdrage aan factoren: (G) Meta-analyse: review waarin ook kwantitatieve uitkomsten worden gebundeld en nieuwe berekeningen worden gemaakt op basis van de onderliggende onderzoeken (G) RCT-onderzoek: gerandomiseerd onderzoek (per toeval toewijzen van mensen aan aparte groepen) met controlegroep voorzien van voor- en nameting plus follow-up (G) Review: bundeling van een groot aantal bestaande onderzoeken (G) Longitudinaal onderzoek: volgen van een groep mensen over tijd, met meerdere metingen in die periode (G) Overig effectonderzoek: quasi experimenteel onderzoek (oorzaak-gevolg onderzoek zonder vergelijking met controlegroep) (G) Overig extern onderzoek: cross-sectioneel onderzoek (1 meting op 1 moment), literatuuronderzoek, onderzoek met voor- en nameting (V) Eigen onderzoek of grijze literatuur: niet of minder systematisch aangeboden literatuur zoals beleidsstukken, conferentiebijdragen, interne documenten, rapporten, scripties en proefschriften (G) = Goed, (V) = Voldoende Toelichting onderdeel D Effectiviteit en kwaliteit van de activiteit: Zeer goed: Sterke of goede aanwijzingen voor effectiviteit op basis van effectonderzoek naar deze activiteit. Er is effectonderzoek gedaan naar de activiteit dat heeft aangetoond dat de activiteit effectief is. Het gaat om tenminste één studie die in Nederland is uitgevoerd, dat goedbewijs levert dat de interventie werkt. Dit kan bijvoorbeeld een Randomized Controlled Trial (RCT) zijn, waarbij er metingen voor en na de interventie zijn uitgevoerd met een controlegroep, of bijvoorbeeld een quasi-experimenteel onderzoek, wat betekent dat de onderzoekers de effecten van een interventie meten zonder willekeurige toewijzing van deelnemers aan verschillende groepen. Voeg (een link naar) het onderzoek toe. Als de activiteit in één van de landelijke databanken effectieve interventies staat als effectief, kun je die link opnemen. Let op: onderzoek naar activiteiten die lijken op uw activiteit gelden hier niet, maar kunt u vaak wel gebruiken voor een theoretische onderbouwing (categorie ‘ruim voldoende’). Let op: een evaluatieonderzoek of tevredenheidsmetingen zijn géén effectonderzoeken. Goed: Eerste aanwijzingen voor effectiviteit op basis van effectonderzoek naar deze activiteit Er is effectonderzoek gedaan naar de activiteit dat heeft aangetoond dat de activiteit effectief is. Het gaat om tenminste één studie in Nederland die redelijk bewijs levert voor de effectiviteit van de interventie. Bijvoorbeeld een onderzoek met metingen voor en na de interventie. Voeg (een link naar) het onderzoek toe. Als de activiteit in één van de landelijke databanken effectieve interventies staat als effectief, kun je die link opnemen. Let op: onderzoek naar activiteiten die lijken op uw activiteit gelden hier niet, maar kunt u vaak wel gebruiken voor een theoretische onderbouwing (categorie ‘ruim voldoende’). Ruim voldoende: Theoretische onderbouwing met literatuur Een beschrijving van de activiteit en werkzame elementen. Beschrijf het doel, de doelgroep, elementen van de aanpak en randvoorwaarden voor uitvoering. Onderbouw met literatuur waarom de activiteit werkt. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld effectonderzoek naar een activiteit met zelfde elementen. Of theorieën waarop werkzame elementen van de activiteit gebaseerd kunnen zijn, zoals de presentietheorie of cognitieve gedragstherapie. Als de activiteit in één van de landelijke databanken effectieve interventies staat als ‘goed onderbouwd’, volstaat het om die link op te nemen. Voldoende: Theoretische onderbouwing zonder literatuur Een beschrijving van de activiteit en de werkzame elementen. Beschrijf beknopt het doel, de doelgroep, elementen van de aanpak en randvoorwaarden voor uitvoering. Beschrijf waarom de activiteit werkt (u kunt hier eventueel een apart PDF voor opstellen en uploaden). Als de activiteit in één van de landelijke databanken effectieve interventies staat als ‘goed beschreven’, kun je die link gebruiken. NB: ook (eigen) interventies die niet in een databank staan kunnen (ruim) voldoende, goed of zeer goed zijn.
Meer informatie