Verkeersbesluit voor het opheffen van parkeergelegenheid voor het laden en lossen aan Zwembaan te Vlaardingen
Verkeersbesluit voor het opheffen van parkeergelegenheid voor het laden en lossen aan Zwembaan te Vlaardingen 1111645 vastgesteld hebbend, dat de bestuurlijke bevoegdheid hiertoe op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wegenverkeerswet 1994 bij het College van Burgemeester en Wethouders ligt, omdat dit verkeersbesluit betrekking heeft op een weg of gedeelte daarvan, zoals genoemd in artikel 1, eerste lid, onder b, van die wet, die onder het beheer van noch het Rijk, noch de provincie, noch het waterschap valt en is gelegen in de gemeente Vlaardingen; gezien het Mandaatbesluit Ambtenaren 2021 en het Ondermandaatbesluit Ambtenaren 2021; gelezen het advies van de politie d.d. 16 oktober 2026, die met dit besluit instemt en waarmee tevens is voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; overwegende dat op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 een verkeersbesluit moet worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd; overwegende dat op grond van artikel 15, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 een verkeersbesluit moet worden genomen voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken; gelet op artikel 37 van het BABW in verband met de tijdelijkheid van de maatregel welke naar verwachting langer gaat duren dan 4 maanden; gelet op hetgeen ten aanzien hiervan overigens in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is bepaald, alsmede op de bepalingen ter zake van de Algemene wet bestuursrecht; Het college van Burgemeester en Wethouders besluit: 1.het verkeersbesluit dat ten grondslag ligt aan de bestaande laad- en losgelegenheid ter hoogte van Zwembaan 173, voor zover dit betrekking heeft op deze laad- en losgelegenheid, in te trekken; 2.de bestaande gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen ter hoogte van Zwembaan 173 op te heffen door het verwijderen van verkeersbord E7 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 3.te bepalen dat de onder 2 genoemde maatregel wordt uitgevoerd zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende situatietekening, zie bijlage. 4.te bepalen dat dit verkeersbesluit in werking treedt op de dag van bekendmaking in het Gemeenteblad; OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN HET BESLUIT Aanleiding en bestaande situatie: •dat de Zwembaan is gelegen binnen de bebouwde kom van Vlaardingen; •dat de Zwembaan is ingericht als erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur; •dat ter hoogte van Zwembaan 173 een gedeelte van de openbare weg bij een eerder verkeersbesluit is aangewezen als gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; •dat deze laad- en losgelegenheid kenbaar is gemaakt door middel van verkeersbord E7; •dat de laad- en losgelegenheid destijds is ingesteld omdat vanwege de verblijfsfunctie van de Zwembaan het laden en lossen van goederen op de rijbaan als ongewenst werd beschouwd; •dat daarbij is meegewogen dat de rijbaan mede wordt gebruikt door fietsers en bromfietsers en dat laad- en losverkeer op de rijbaan een blokkade kan vormen en de verkeersveiligheid negatief kan beïnvloeden; •dat met het instellen van een afzonderlijke laad- en losgelegenheid werd beoogd het laden en lossen op een specifieke locatie te laten plaatsvinden, verkeershinder te beperken en onnodige blokkering van de rijbaan te voorkomen; •dat hiermee tevens werd beoogd de doorstroming van het overige verkeer, de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid in de omgeving te bevorderen; •dat de verkeerssituatie en de noodzaak van de bestaande laad- en losgelegenheid inmiddels opnieuw zijn beoordeeld; •dat naar aanleiding van deze herbeoordeling is geconcludeerd dat het niet langer noodzakelijk is om de betreffende locatie specifiek aan te wijzen als gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; •dat daarom is besloten de bestaande laad- en losgelegenheid ter hoogte van Zwembaan 173 op te heffen en het daaraan ten grondslag liggende verkeersbesluit voor deze locatie in te trekken; Verkeerskundige aspecten zijn: •dat en specifiek aangewezen laad- en losgelegenheid alleen doelmatig is wanneer voldoende noodzaak bestaat om een gedeelte van de openbare ruimte hiervoor specifiek beschikbaar te houden; •dat bij de oorspronkelijke inrichting van de Zwembaan aanleiding bestond om het laden en lossen op een daarvoor aangewezen locatie te concentreren; •dat de verkeerssituatie en de noodzaak van de laad- en losgelegenheid ter hoogte van Zwembaan 173 opnieuw zijn beoordeeld; •dat uit deze herbeoordeling volgt dat het handhaven van de specifieke laad- en losgelegenheid niet langer noodzakelijk wordt geacht; •dat door het opheffen van de laad- en losgelegenheid de betreffende openbare ruimte weer overeenkomstig de reguliere verkeers- en parkeerregeling kan worden gebruikt; •dat het daarom verkeerskundig wenselijk is de bestaande laad- en losregeling te beëindigen en het verkeersbord E7 te verwijderen; Uit het oogpunt van: •dat de maatregel (gelet op artikel lid 1 onder c van de Wegenverkeerswet 1994) strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; •dat de maatregelen (gelet op artikel 2 lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994) strekt tot het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer; Is het gewenst om: •het verkeersbesluit dat ten grondslag ligt aan de bestaande laad- en losgelegenheid ter hoogte van Zwembaan 173, voor zover dit betrekking heeft op deze laad- en losgelegenheid, in te trekken; •de bestaande gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen ter hoogte van Zwembaan 173 op te heffen; •het bijbehorende verkeersbord E7 te verwijderen; Belangenafweging: •het bij de afweging van belangen rekening is gehouden met het belang van het beschikbaar houden van een specifieke gelegenheid voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen en het belang van een doelmatig gebruik van de beschikbare openbare ruimte; •dat de verkeerssituatie en de noodzaak van de bestaande laad- en losgelegenheid opnieuw zijn beoordeeld en het specifiek beschikbaar houden van deze ruimte voor laden en lossen niet langer noodzakelijk wordt geacht; •dat het belang van een doelmatig en regulier gebruik van de openbare ruimte daarom zwaarder weegt dan het behoud van de bestaande specifieke laad- en losgelegenheid; •dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor belanghebbenden door deze maatregel onevenredig worden benadeeld; •dat de nadelige gevolgen van het besluit daarmee niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht; Zorgvuldigheid: •dat bij de voorbereiding van dit besluit dan ook gehandeld is overeenkomstig de zorgvuldigheid die op grond van artikel 3:1 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van besluiten als deze moet worden betracht; •dat met de vaststelling van dit besluit dan ook geen sprake is van een besluit met onevenredige nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht; Vlaardingen, Namens burgemeester en wethouders van Vlaardingen, B. Huzen Teammanager Beheer Openbare Ruimte MEDEDELINGEN Bezwaar Belanghebbenden kunnen ingevolge artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht tegen dit besluit binnen zes weken na bekendmaking daarvan, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen, onder vermelding van “bezwaarschrift verkeersbesluit”, Postbus 1002, 3130 EB Vlaardingen. Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en tenminste bevatten: naam en adres van belanghebbende; de dagtekening; een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt; de gronden van het bezwaar; een volmacht, indien het bezwaarschrift niet door de belanghebbende maar door een ander, namens hem, wordt ingediend. Het maken van bezwaar schorst niet de werking van dit besluit (zie artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht). De indiener van een bezwaarschrift kan ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, als onverwijlde spoed dat – gelet op de betrokken belangen – vereist, eveneens een voorlopige voorziening (waaronder schorsing) vragen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam. Afschriften Afschriften van dit verkeersbesluit zijn verzonden aan: de politie.
Meer informatie