Besluit cameratoezicht Polderweg e.o.
Besluit cameratoezicht Polderweg e.o. De burgemeester van Amsterdam Overwegende: dat de burgemeester van Amsterdam op grond van artikel 2.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), juncto artikel 151c Gemeentewet, de bevoegdheid heeft om te kunnen besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als dat naar haar oordeel noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde; Proportionaliteit Uit informatie van het stadsdeel en de politie blijkt dat er op de Polderweg e.o sprake is van overlast. Er is met name sprake van jeugdoverlast. Daarnaast zijn er meldingen van brandstichting, openlijk drugsgebruik en wapenincidenten. Uit de cijfers van de politie blijkt dat het aantal registraties in 2026 is toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. Daarnaast laten de politiecijfers ook zien dat relatief vaak sprake is van ruzie/twist, verdachte situaties, jeugdoverlast, diefstal en overlast veroorzaakt door mensen met onbegrepen gedrag. Subsidiariteit / andere maatregelen Ter voorkoming en bestrijding van overlast en criminaliteit en ter handhaving van de openbare orde rondom de Polderweg e.o. zijn de volgende maatregelen getroffen: -De Polderweg e.o. is aangewezen als hotspotlocatie. -Er is intensieve inzet van straatcoaches en THOR. -Er is een integraal kernteam ingericht met betrokken partners. -Er worden fysieke, groepsgerichte en persoonsgerichte interventies ingezet. -Er zijn bestuurlijke waarschuwing opgelegd en er wordt ingezet op gebiedsverboden. -Er wordt ingezet op activiteiten voor jongeren en op het signaleren en begrenzen van ongewenst gedrag. -Er wordt een locatiegerichte aanpak uitgevoerd gericht op toezicht, fysieke inrichting, leefbaarheid en normstelling. -De fysieke toegang tot het schoolterrein wordt verder beperkt door aanpassingen aan de afzetting, slagboom en het hekwerk. Belangenafweging Het inzetten van cameratoezicht is in aanvulling op de bestaande maatregelen noodzakelijk ter handhaving van de openbare orde. De burgemeester heeft het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde enerzijds en de daarmee gepaard gaande mogelijke inperking van het recht op privacy anderzijds tegen elkaar afgewogen. In die afweging moet aan het algemene belang om de verstoring van de openbare orde te herstellen meer gewicht worden toegekend dan aan het belang om geen inmenging te dulden in de privacy. De burgemeester volgt de (verstoringen van de) openbare orde in de omgeving Polderweg e.o. permanent en het besluit tot het instellen van cameratoezicht zal onmiddellijk worden ingetrokken indien het cameratoezicht niet meer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde. Besluit Gelet op artikel 151c Gemeentewet juncto artikel 2.24 APV; Brengt ter algemene kennis dat zij op 29 oktober 2026 heeft besloten: 1.Op de Polderweg e.o. cameratoezicht in te stellen. De begrenzing van het gebied waar de camera’s worden ingezet is aangegeven in bijgevoegde plattegrond; 2.Te bepalen dat dit besluit geldt voor de periode van 29 oktober 2026 tot en met 1 januari 2028; 3.Te bepalen dat dit besluit wordt bekend gemaakt in het Gemeenteblad en in werking treedt op 29 oktober 2026. Femke Halsema Burgemeester van Amsterdam Op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht kan binnen zes weken na publicatie van dit besluit een bezwaarschrift worden ingediend bij de Burgemeester. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. U kunt een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (schorsing) indienen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam, Sector Bestuursrecht, Postbus 75850, 1070 AW Amsterdam.
Meer informatie