Plaatsing tijdelijke camera Daalhof oktober 2026
Plaatsing tijdelijke camera Daalhof oktober 2026 De Burgemeester van Maastricht Overwegende: dat de gemeenteraad ingevolge artikel 151c van de Gemeentewet bij verordening de burgemeester de bevoegdheid kan verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn; dat de burgemeester op grond van artikel 2.81 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht (APV) de bevoegdheid heeft om overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats; dat de burgemeester de hierboven genoemde bevoegdheid tevens heeft ten aanzien van andere voor een ieder toegankelijke plaatsen: -parkeerplaatsen en parkeerterreinen; -plaatsen die vanwege doelgebonden verblijf niet onder de definitie van openbare plaats uit artikel 1 van de Wet openbare manifestaties vallen; er gedurende langere tijd sprake is van een ernstig overlast- en openbare orde probleem in de wijk Malberg, waarbij verschillende groepen jeugdigen overlast veroorzaken, welke overlast zich heeft uitgebreid naar de wijk Daalhof; deze problematiek zich in de periode van 1 oktober 2024 tot heden in de wijken Malberg en Daalhof heeft gemanifesteerd in een groot aantal openbare ordeverstoringen en incidenten; er sedert 2025 cameratoezicht wordt toegepast in Malberg; in de periode van 25 maart 2026 tot heden in de wijken Malberg en Daalhof herhaaldelijk openbare ordeverstoringen hebben plaatsgevonden; de overlast in de wijk Daalhof, met name in de directe omgeving van de Romeinsbaan nabij de Jeugd Ontmoetings Plek (JOP) in aard, omvang en hevigheid is toegenomen en onder meer bestaat uit vernielingen, baldadigheid, het afsteken van vuurwerk, geluidsoverlast, intimiderend gedrag en het achterlaten van afval; door overlastveroorzakers zwaar vuurwerk is afgestoken, waarbij dit vuurwerk gericht is gebruikt in de richting van buurtbewoners, gemeentelijke handhavers en hulpverleners; daarnaast vuurwerk is afgestoken in de richting van groenvoorzieningen en andere objecten in de openbare ruimte, waardoor brandgevaarlijke situaties zijn ontstaan; na augustus 2026 opnieuw en herhaaldelijk sprake is geweest van ernstige incidenten met vuurwerk en andere vormen van openbare ordeverstoring in Daalhof; op 16 oktober 2026 vuurwerk in de directe nabijheid van gemeentelijke handhavers is afgestoken, waarbij een handhaver lichamelijk letsel heeft opgelopen; niet langer sprake is van uitsluitend overlast, maar van structurele en ernstige verstoringen van de openbare orde; diverse bewoners hebben aangegeven zich niet langer veilig te voelen in hun woonomgeving en dat reeds confrontaties tussen bewoners en overlastveroorzakers hebben plaatsgevonden; de vrees bestaat voor verdere escalatie van de situatie en verdere verstoring van de openbare orde; de gepleegde incidenten zich met name voordoen in de openbare ruimte en veelal plaatsvinden op specifieke locaties en tijdstippen in de omgeving van de Romeinse Baan nabij de JOP; voor de handhaving van de openbare orde behoefte bestaat aan aanvullende mogelijkheden om incidenten waar te nemen, de aard en omvang van de problematiek vast te stellen, daders te identificeren en politie en handhaving effectief aan te sturen; cameratoezicht een geschikt en proportioneel middel wordt geacht om de openbare orde te handhaven, verdere escalatie tegen te gaan, een preventieve werking te hebben en de veiligheid van bewoners, bezoekers, hulpverleners en handhavers te vergroten; minder ingrijpende maatregelen, waaronder intensivering van toezicht en handhaving, onvoldoende effect hebben gehad om de openbareordeproblematiek duurzaam te beëindigen; gelet op de ernst, duur, frequentie en voortdurende aard van de incidenten sprake is van een situatie waarin het belang van de handhaving van de openbare orde de inzet van tijdelijk cameratoezicht rechtvaardigt; voor een adequate handhaving van de openbare orde de noodzaak bestaat om het aangewezen gebied voor een periode van zes maanden aan te wijzen als gebied waar cameratoezicht als bedoeld in artikel 151c van de Gemeentewet kan worden toegepast dat cameratoezicht bovenop de reeds genomen maatregelen de mogelijkheid biedt om vroegtijdige aansturing van politie en handhaving te realiseren; dat door het plaatsen van een camera een beter zicht ontstaat op de genoemde locatie; dat daarmee de hulpdiensten in geval van calamiteiten ook beter in staat worden gesteld hun werk te doen; dat de genoemde locatie niet onder het reeds voor cameratoezicht aangewezen gebied in de gemeente Maastricht valt; gelet op artikel 151c Gemeentewet juncto 2.81 van de APV Maastricht: Besluit: 1.Het navolgende gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen en daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water aan te wijzen als gebied waar cameratoezicht plaatsvindt: - Romeinsebaan (JOP/Basketbalveld) als aangeduid op de bij dit besluit behorende kaart (bijlage 1). 2.De plaatsing van deze camera te laten duren van maandag 26 oktober 2026 tot en met dinsdag 26 januari 2027. 3.Dat in het belang van de handhaving van de openbare orde gedurende de periode als genoemd onder 2 daadwerkelijk gebruik van de camera’s wordt gemaakt en de met de camera gemaakte beelden rechtstreeks worden bekeken. 4.Dit besluit in werking te laten treden op het moment van bekendmaking hiervan op de bewuste locaties op maandag 26 oktober 2026. Maastricht, 26 oktober 2026 Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 23 oktober 2026 De Secretaris a.i. ,G.G.H.M Haanen De Burgemeester,W.A.G. Hillenaar Voor de goede orde deel ik u, onder verwijzing naar de artikelen 7:1 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht, nog mede dat u, binnen zes weken na de dag van verzending/uitreiking van dit besluit, een gemotiveerd bezwaarschrift kunt indienen bij de burgemeester van Maastricht. U kunt tevens, gelet op artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de voorzieningenrechter van de Arrondissementsrechtbank te Maastricht verzoeken om een voorlopige voorziening in deze.
Meer informatie