Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op30 oktober 2026
Gepubliceerd doorProvincie Overijssel

Wijzigingbesluit Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022 Gedeputeerde Staten van Overijssel delen mee dat het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022 als volgt is gewijzigd: Artikel I Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022 2.4 Flexpools versnellen woningbouw Artikel 2.4.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling '2026' wordt vervangen door 2027 Artikel 2.4.12 Looptijd '2026' wordt vervangen door 2027 3.3 Energiebesparende maatregelen (geld terug actie) Artikel 3.3.6 Hoogte van de subsidie Lid 2: ‘€ 2.500,-’ wordt vervangen door: € 3.550,- Lid 3: ‘€ 400,-’ wordt vervangen door: € 570,- 3.6 Lokale energie-initiatieven 5.0 Artikel 3.6.4 Verkennend adviesgesprek Lid 1: na: ‘Op regelen.overijssel.nl zijn de contactgegevens van de LEI-coach te vinden’ wordt toegevoegd: Minimaal het volgende wordt met de LEI-coach besproken en is onderdeel van het advies van de LEI-coach: a.de noodzaak tot het doen van onderzoek; b.de opzet van het haalbaarheidsonderzoek; c.hoe de kennis die wordt opgedaan met het haalbaarheidsonderzoek actief wordt gedeeld met andere lokale energie-initiatieven in Overijssel. Lid 2. In de laatste zin wordt na ‘projectleider’ toegevoegd: te Artikel 3.6.7 komt als volgt te luiden: Artikel 3.6.7 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal 80% van de subsidiabele kosten en maximaal: a.€ 5.000,- voor elektriciteitsproductie door zonne-energie; b.€ 15.000,- voor elektriciteitsproductie door windenergie; c.€ 15.000,- voor kleinschalige warmtenetten; d.€ 10.000,- voor lokale energiesystemen. 2.Het lokale energie-initiatief mag per kalenderjaar maximaal één keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Artikel 3.6.9 Aanvraag Lid 4 wordt toegevoegd: 4.De aanvrager stuurt aanvullend het schriftelijke advies van de LEI-coach mee. Artikel 3.6.10 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling ‘2026’ wordt vervangen door: 2027 Artikel 3.6.13 Looptijd ‘2026’ wordt vervangen door: 2027 3.11 Kleine mestvergister op boerderijen Artikel 3.11.13 Looptijd '2026' wordt vervangen door 2027 4.2 Meer bos in Overijssel Artikel 4.2.1 Betekenis van de begrippen Het begrip ‘Functieverandering’ komt als volgt te luiden: verandering van de huidige gebruiksfunctie van grond naar functie bos of natuur. Artikel 4.2.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 1, onderdeel b: het woord ‘functie’ wordt vervangen door: gebruiksfunctie Lid 4 Onderdeel b komt als volgt te luiden: b.het bos bestaat uit minimaal 3 verschillende boomsoorten, waarbij 1 soort niet meer dan 60% van de te beplanten grond beslaat. Onderdeel i komt als volgt te luiden: i.de huidige gebruiksfunctie van de grond verandert naar gebruiksfunctie natuur of bos; Lid 5. Onderdeel a. ‘functie’ wordt vervangen door: gebruiksfunctie Artikel 4.2.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 1 komt als volgt te luiden; 1.Voor het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan zijn de volgende kosten subsidiabel: kosten van derden en personeelskosten van een terreinbeherende organisatie als deze de eigenaar is van het te beplanten terrein. Voor de realisatie van de aanplant zijn personeelskosten subsidiabel voor een bedrag van € 40,- per uur. De ureninzet moet in de bedrijfsadministratie verifieerbaar zijn. Paragraaf 4.3 van het hoofddocument van de Catalogus Groenblauwe Diensten is van toepassing. Dit hoofddocument is te vinden op Catalogus raadplegen – BIJ12 4.9 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen Artikel 4.9.8 komt als volgt te luiden: Artikel 4.9.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt: a.voor de jaren 2025 tot en met 2026; b.voor het jaar 2027. Artikel 4.9.11 Looptijd '2026’ wordt vervangen door: 2027 4.14 Gemeentelijk soortenmanagementplan voor natuurvriendelijk isoleren Artikel 4.14.8 Beschikbaar budget ‘2027’ wordt vervangen door: 2028 Artikel 4.14.9a Aanvullende verplichtingen| Onderdeel c komt te vervallen. 4.20 Uitvoering ontwikkelopgave Natura 2000 De tekst van artikel 4.20.6 komt als volgt te luiden: Artikel 4.20.6 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten. 2.In afwijking van artikel 1.3.3 lid 4 of 1.2.20 lid 5 kan de verleende subsidie verhoogd worden als gevolg van een stijging van kosten of extra activiteiten gedurende de subsidieperiode. Hiervoor dient een verzoek tot wijziging te worden ingediend, voorzien van een door de programmaleider van de Ontwikkelopgave Natura 2000 ondertekend toets formulier. 4.22 Wolf- en goudjakhals preventieve middelen Artikel 4.22.16 Looptijd ‘2026’ wordt vervangen door: 2027 4.23 Samenwerking (voor)verkenningsfase koploperprojecten maatregelpakketten Overijssel 2025 De titel van deze paragraaf komt als volgt te luiden: 4.23 Samenwerking (voor)verkenningsfase en planuitwerkingsfase koploperprojecten maatregelpakketten Overijssel Artikel 4.23.1 Betekenis van de begrippen Na ‘kernteam maatregelpakketten’ wordt toegevoegd: -Planuitwerkingsfase: de fase na de verkenning en de haalbaarheidscheck waarin de als uitvoerbaar beoordeelde maatregelen van het plan van aanpak verder worden uitgewerkt. In de planuitwerking staat welke maatregelen zullen worden uitgevoerd, wanneer dat gebeurt en wie daarvoor verantwoordelijk is. Ook staat erin wat die maatregelen kosten en hoe en door wie de kosten worden betaald. Artikel 4.23.2 Doel van de subsidieregeling Na ‘te verkennen’ wordt toegevoegd: en een definitief plan te maken Artikel 4.23.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 1 komt als volgt te luiden: 1.De subsidie wordt verleend voor: a.het uitvoeren van een voorverkenning of een verkenning waarmee de betrokken initiatiefnemers zich kunnen voorbereiden en kunnen positioneren op het eventueel opstarten van een planuitwerkingsfase van een gebiedsproces; b.de volgende activiteiten binnen de planuitwerkingsfase: 1.het opstellen van een definitief plan voor de realisatie van maatregelen, al dan niet door inzet van juridische instrumenten zoals projectbesluit of (inrichtings)programma; 2.het uitvoeren van onderzoeken, zoals technische, hydrologische, ecologische of landbouwkundige onderzoeken die noodzakelijk zijn voor uitvoering; 3.het uitwerken van ontwerpen, schetsen en inrichtingsplannen; 4.eigen uren inzet voor het voorbereiden van benodigde vergunningen en toestemmingen; 5.het (laten) opstellen van overeenkomsten; 6.het maken van kostenramingen, businesscases en financieringsplannen; 7.het voorbereiden van aanbestedingen of opdrachten; 8.het uitvoeren van draagvlak- en participatieactiviteiten voor de geselecteerde maatregelen; 9.het opstellen van een uitvoeringsagenda inclusief planning, fasering en verantwoordelijkheden; 10.treffen van voorbereiding voor de borging van de maatregelen; 11.andere noodzakelijke activiteiten om tot realisatie van de maatregelen te kunnen overgaan. Na lid 3 wordt lid 4 toegevoegd: 4.De planuitwerkingsfase voldoet aanvullend aan de volgende voorwaarden: a.de activiteiten zijn gericht op het uitwerken van een definitief plan voor de uitvoering van de maatregelen die uit de haalbaarheidscheck als uitvoerbaar zijn aangeduid en het nemen van de benodigde stappen om voor die maatregelen te kunnen starten met de realisatiefase; b.in het plan worden uitsluitend maatregelen uitgewerkt waarvan naar het oordeel van Gedeputeerde Staten de juridische, financiële en inhoudelijke haalbaarheid voldoende aannemelijk is, zoals blijkt uit de door de provincie uitgevoerde haalbaarheidscheck; c.de planuitwerkingsfase resulteert in een uitvoering-gereed plan voor de betreffende maatregelen; d.maatregelen die afhankelijk zijn van besluitvorming door een ander bevoegd gezag en die buiten de invloedssfeer van het gebiedsproces of de deelnemende partijen liggen, komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 4.23.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 2 onderdeel b: ‘€ 100,-’ wordt vervangen door: € 110,- Lid 3: na ‘kosten’ wordt toegevoegd: van de voorverkenning en de verkenning Lid 4 wordt toegevoegd: 4.De kosten van de planuitwerkingsfase die gemaakt zijn voor ontvangst van de subsidieaanvraag zijn wel subsidiabel, maar alleen vanaf 1 september 2026. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing. Artikel 4.23.6 komt als volgt te luiden: Artikel 4.23.6 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor: a.de voorverkenning is maximaal 100% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 50.000,- per voorverkenning. Elk koploperproject zoals beschreven in de bijlage van deze subsidieregeling, mag maximaal eenmaal een subsidie voor een voorverkenning ontvangen. b.de verkenning is maximaal 100% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 150.000,- per verkenning. Elk koploperproject zoals beschreven in de bijlage van deze subsidieregeling, mag maximaal eenmaal een subsidie voor een verkenning ontvangen. c.de planuitwerkingsfase is maximaal 80% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 70.000,- per koploperproject. De maximale subsidie kan door Gedeputeerde Staten worden verhoogd als zij van oordeel zijn dat een hoger provinciaal subsidiebedrag noodzakelijk is om de volledige planuitwerkingsfase te doorlopen en aan alle eisen in 4.23.3, lid 3, te voldoen. Elk koploperproject zoals beschreven in de bijlage van deze subsidieregeling, mag maximaal eenmaal een subsidie voor een voorverkenning, verkenning en planuitwerking ontvangen. 2.De subsidie wordt niet verleend als een voorverkenning, verkenning of een planuitwerkingsfase op een andere wijze is gefinancierd. Artikel 4.23.7 Subsidieaanvraag Lid 2: na ‘(voor)verkenningsfase’ wordt toegevoegd: en planuitwerkingsfase Artikel 4.23.8 komt als volgt te luiden: Artikel 4.23.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling 1.Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 tot en met 2028. 2.Er geldt een deelplafond voor: a.de voorverkenning en verkenning; en b.de planuitwerkingsfase. Artikel 4.23.9 komt als volgt te luiden: Artikel 4.23.9 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: a.de verkenning en de voorverkenning uiterlijk 30 oktober 2027 gerealiseerd te hebben; b.de planuitwerking uiterlijk binnen 12 maanden na subsidieverlening gerealiseerd te hebben. Artikel 4.23.10 Vaststelling Huidige tekst wordt omgenummerd tot lid 1 en lid 2 wordt toegevoegd: 2.Voor de subsidie voor de planuitwerkingsfase geldt dat bij de aanvraag voor de subsidievaststelling het uitgewerkte plan wordt ingeleverd. Artikel 4.23.11 Geen staatssteun Huidige tekst wordt omgenummerd tot lid 1 en lid 2 wordt toegevoegd: 2.Als in de planuitwerkingsfase een maatwerkadvies of onderzoek wordt uitgevoerd voor een individuele (landbouw)onderneming, wordt de subsidie verstrekt met toepassing van de Algemene de-minimisverordening of, indien van toepassing, de Landbouw de-minimisverordening. Artikel 4.23.12 Looptijd ‘2026’ wordt vervangen door: 2028 4.24 Proefproject belonen duurzame landbouwers Overijssel 2025-2028 Artikel 4.24.6 Selectie van deelnemers Lid 5: ‘10%’ wordt vervangen door: 15% 4.27 Alternatieve verblijfplaatsen beschermde diersoorten Artikel 4.27.8 Beschikbaar budget voor de regeling '2028’ wordt vervangen door: 2030 Artikel 4.27.11 Looptijd '2029’ wordt vervangen door: 2030 4.28 Ondersteunen van Overijsselse aandachtsoorten Artikel 4.28.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 2 Onderdeel n wordt omgenummerd naar q Onderdeel o wordt omgenummerd naar r Onderdeel p wordt omgenummerd naar s Een nieuw onderdeel n wordt toegevoegd dat luidt: n.bij het rooien van bomen (verbetering bosrand, ontwikkeling heidecorridor of loo-bos) moet een kapmelding worden gedaan bij de provincie. Daarbij moet worden aangegeven wat de geschatte ouderdom van de te rooien bomen is; Een nieuw onderdeel o wordt toegevoegd dat luidt: o.bij het terugzetten van een bosrand mag maximaal 60% van de bomen in een strook van 10 m breed gerooid worden; Een nieuw onderdeel p wordt toegevoegd dat luidt: p.beeldbepalende bomen en bomen die ouder worden geschat dan 50 jaar worden zoveel mogelijk behouden. 4.29 Omschakeling naar biologische landbouw Artikel 4.29.7 Subsidieaanvraag Lid 1: ‘2026’ wordt vervangen door 2028 Artikel 4.29.13 Looptijd ‘2027’ wordt vervangen door 2028 4.31 Stimuleren Agroforestry Artikel 4.31.9 Beschikbaar budget voor de regeling ‘2026’ wordt vervangen door: 2027 Artikel 4.31.12 Looptijd '2026,' wordt vervangen door 2027 4.33 Natuur voor Elkaar inwonersinitiatieven Artikel 4.33.2 Doel van de subsidieregeling De tekst komt als volgt te luiden: Met deze subsidieregeling wil de provincie bevorderen dat lokale groepen zich verantwoordelijk voelen voor de eigen natuurlijke leefomgeving en zelf een actieve bijdrage leveren aan de realisatie van beleefbaar en waar mogelijk biodivers groen. Specifieke aandacht gaat uit naar groen ten behoeve van het tegengaan van de negatieve effecten van klimaatverandering. En naar groenbeleving door kinderen en mensen die weinig toegang of afstand hebben tot de natuur, bijvoorbeeld mensen die zorg nodig hebben of een fysieke, mentale of sociale beperking ervaren. Artikel 4.33.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 1 Een nieuw onderdeel g wordt toegevoegd, dat luidt: g.Maatregelen voor drempelvrije natuurbeleving. Lid 2, onderdeel f komt als volgt te luiden: f.met uitzondering van de activiteiten als genoemd in artikel 4.33.3 lid 1 onder categorieën E en G, vergroot het initiatief de algehele biodiversiteit op de locatie ten opzichte van de huidige situatie; Lid 9 wordt ongenummerd naar lid 10 Lid 9 komt als volgt te luiden: 9.De activiteiten in arrangement g (Drempelvrije Natuurbeleving) voldoen aan de volgende aanvullende voorwaarden: a.de aanvrager realiseert maatregelen waardoor de al aanwezige natuur beleefbaar(der) wordt; b.de aanvrager realiseert maatregelen waardoor de al aanwezige natuur toegankelijk(er) wordt; c.de aanvrager werkt met minimaal 2 andere partijen (niet zijnde ingehuurde partijen) samen; d.het terrein waar de maatregelen plaatsvinden, biedt aantoonbare natuurwaarde door de aanwezigheid van bomen, struiken, planten en/of andere natuurlijke elementen; een uitsluitend uit gras bestaand terrein voldoet hier niet aan; e.de maatregelen vinden buiten plaats; f.de aanvraag scoort minimaal 30 punten op basis van tabel 8 en het aantal punten dat is opgenomen als minimaal benodigde punten per onderdeel op basis van scoretabel 8. Artikel 4.33.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen Dit artikel komt als volgt te luiden: 1.Alleen kosten die toerekenbaar, aantoonbaar en doelmatig zijn, zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing. 2.Maximaal 50% van de totale begrote kosten mag bestaan uit grondwerk, bemesting of grondverbetering of uit halfverharding. Halfverharding is daarbij alleen subsidiabel als deze wordt ingezet voor de natuurbeleving of klimaatadaptatie. Dit geldt niet voor arrangement f (Sportterreinen vergroenen) en g (Drempelvrije natuurbeleving). 3.Kosten voor onderhoud en beheer komen niet voor de subsidie in aanmerking. 4.Kosten voor gebruikelijke vervangingen van ‘versleten’ goederen door identieke middelen, komen niet in aanmerking voor de subsidie. 5.Kosten voor de aanschaf van materieel en gereedschap dat gebruikt wordt voor aanleg, beheer en onderhoud, zijn niet subsidiabel. Hieronder wordt niet verstaan kosten voor lesmateriaal; lesmateriaal is wel subsidiabel. 6.Maximaal 25% van de totale begrote kosten mag bestaan uit vrijwilligersuren. Dit moeten uren zijn die worden besteed aan de realisatie van het project. Deze uren mogen op de begroting worden opgevoerd aan zowel de kostenkant als aan de inkomstenkant voor een vast bedrag van € 15,- per uur. Voor categorie d (Inwoners voor Soorten) geldt dat als de aanvraag een particulier erf of terrein betreft, de vrijwilligersuren niet subsidiabel zijn. Artikel 4.33.6 Hoogte van de subsidie Lid 2, een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd, dat luidt: d.initiatief G: minimaal € 2.000,- en maximaal € 30.000,-. Tabel 1: de titel komt als volgt te luiden: Tabel 1: Algemene scoretabel voor alle arrangementen, met uitzondering van categorie E, F en G. Een nieuwe tabel 8 wordt toegevoegd: Tabel 8: Aanvullende scoretabel voor arrangement g (Drempelvrije natuur) Wegingscriteria Beoordeling 1. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan natuurbeleving. Minimaal aantal benodigde punten: 5 Onvoldoende: 0 punten Voldoende: 5 punten Goed: 10 punten 2. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan betere fysieke toegankelijkheid van natuur op betreffende locatie. Minimaal aantal benodigde punten: 5 Onvoldoende: 0 punten Voldoende: 5 punten Goed: 10 punten 3. Mate waarin de activiteit invulling geeft aan de wensen en behoefte van de doelgroep. Onvoldoende: 0 punten Voldoende: 5 punten Goed: 10 punten 4. De mate waarin het gebruik van de activiteit door de doelgroep is geborgd en er over wordt gecommuniceerd. Onvoldoende: 0 punten Voldoende: 5 punten Goed: 10 punten 4.34 Natuur voor Elkaar Creatie en Innovatie Artikel 4.34.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen Aan lid 1 wordt achteraan de zin toegevoegd: en daaraan gekoppelde impactdoelen: Lid 2 onderdeel h. ‘één’ wordt vervangen door: twee Een nieuw lid 3 wordt toegevoegd dat luidt: 3.De activiteit is afgestemd met een medewerker van het programmateam Natuur voor Elkaar. Een nieuw lid 4 wordt toegevoegd, dat luidt: 4.Als de aanvrager een onderneming is of als het perceel of de percelen waarop de activiteiten plaatsvinden eigendom zijn van een onderneming, dan moeten de activiteiten aantoonbaar bijdragen aan de impactdoelen 3, 4 en 5 zoals benoemd in artikel 4.34.3 lid 2 onderdeel h. Een nieuw artikel 5 wordt toegevoegd, dat luidt: 5.Als de activiteiten toegepast worden op één enkele fysieke locatie en in hoofdzaak fysieke vergroening betreffen, dan moeten de activiteiten aantoonbaar bijdragen aan de impactdoelen 3, 4 en 5 zoals benoemd in artikel 4.34.3 lid 2 onderdeel h. Een nieuw lid 6 wordt toegevoegd dat luidt: 6.Als de aanvrager een ondernemer is, dan wordt de aanvraag getoetst aan het deelplafond als opgenomen in artikel 4.38.8 lid 2 onderdeel d. Artikel 4.34.6 Hoogte van de subsidie Lid 1 komt als volgt te luiden: 1.Voor de uitvoering van de activiteit in artikel 4.34.3 lid 1 onderdeel a is de subsidie maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 300.000,- per aanvraag. Een nieuw lid 5 wordt toegevoegd, dat luidt: 5.De subsidie aan een onderneming of voor een perceel of percelen die eigendom is of zijn van een onderneming, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 150.000,-. Een nieuw lid 6 wordt toegevoegd, dat luidt: 6.De subsidie voor activiteiten die worden toegepast op één enkele locatie en in hoofdzaak fysieke vergroening betreffen, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 150.000,-. Een nieuw lid 7 wordt toegevoegd, dat luidt: 7.Aanvragers van subsidie voor projecten die niet tot de eerstelijns-ondersteuning behoren, kunnen maximaal 2 keer subsidie ontvangen op basis van deze regeling. Artikel 4.34.7 Subsidieaanvraag Een nieuw lid 4 wordt toegevoegd, dat luidt: 4. Als de subsidieaanvraag in hoofdzaak fysieke vergroening op een specifieke locatie betreft, levert de aanvrager een ontwerp voor de aanpassing van locatie en een beplantingsplan in. Artikel 4.34.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Lid 2, een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd, dat luidt: d.de uitvoering van natuurinclusief ondernemen en vergroenen. 4.39 Beleid transformatie agrarische bebouwing, erven en gronden Artikel 4.39.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 2 onderdeel b komt te luiden: vervallen Lid 3 Een nieuw onderdeel c wordt toegevoegd, dat luidt: c.een deel van de subsidie wordt ingezet voor personeelskosten van alle deelnemende gemeenten, zodat opgedane kennis binnen de gemeentelijke organisatie blijft. Artikel 4.39.7 Subsidieaanvraag Lid 1 komt te luiden: 1.De aanvraag kan worden ingediend vanaf 3 maart 2025 9.00 uur en tot en met 31 december 2027. Artikel 4.39.8 Beschikbaar budget voor de regeling ‘en 2026’ wordt vervangen door: tot en met 2027. De tekst van artikel 4.39.9 komt als volgt te luiden: Artikel 4.39.9 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de gemeentelijke bouwsteen voor 31 december 2028 ontwikkeld te hebben en ter besluitvorming voorgelegd te hebben aan het gemeentebestuur. Voor een programma geldt dat dit voor 31 december 2030 moet zijn gedaan. Artikel 4.39.11 Looptijd ‘2026,’ wordt vervangen door: 2027 4.45 Woningverduurzaming met bescherming van de meervleermuis Artikel 4.45.11 Looptijd Dit artikel wordt omgenummerd naar Artikel 4.45.12 Looptijd Een nieuw artikel 4.45.11 wordt toegevoegd dat luidt: Artikel 4.45.11 Staatssteun De subsidie aan particulieren is geen staatssteun. 4.49 Pilot geborgde emissiereductie Overijssel Artikel 4.49.1 Begripsbepalingen PAS-melder komt als volgt te luiden: -PAS-melder: een onderneming die tussen 1 juli 2015 en 29 mei 2019 een PAS-melding heeft ingediend bij het Rijk onder het Programma Aanpak Stikstof. 5.5 Verduurzamen mobiliteitsbeleid werkgevers Artikel 5.5.7 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling '2026' wordt vervangen door: 2027 Artikel 5.5.10 Looptijd '2026' wordt vervangen door: 2027 5.9 Stimulering elektrische bakfiets Artikel 5.9.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling '2026' wordt vervangen door: 2027 Artikel 5.9.12 Looptijd '2026' wordt vervangen door: 2027 5.13 Ondersteuning inzet Stichting 365 dagen fietsen in Overijssel in 2026 en 2027 Artikel 5.13.7 Subsidieaanvraag Lid 1 komt als volgt te luiden: 1.De aanvraag kan ingediend worden vanaf 2 november 2026 om 9.00 uur en moet voor 20 december 2026 17.00 uur ontvangen zijn. 5.15 Samenwerking Logistics Overijssel 2026-2027 Artikel 5.15.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. -Logistics Overijssel: de provinciale netwerkorganisatie waarin ondernemers, kennisinstellingen, overheden en logistieke netwerkorganisaties samenwerken aan een toekomstbestendige logistieke sector in Overijssel. -Netwerkorganisatie: een organisatie die deelneemt aan Logistics Overijssel, waaronder Port of Zwolle, Port of Twente, het Logistiek Netwerk Stedendriehoek, Port of Deventer, kennisinstellingen, brancheorganisaties of vergelijkbare samenwerkingsverbanden. Artikel 5.15.2 Doel van de subsidieregeling De subsidie heeft als doel netwerkorganisaties binnen Logistics Overijssel te ondersteunen bij activiteiten die bijdragen aan een sterke, slimme en toekomstbestendige logistieke sector in Overijssel. Artikel 5.15.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie is mogelijk voor de volgende activiteiten: a.samenwerking voor slim en betrouwbaar goederenvervoer; b.kennisuitwisseling over duurzaamheid, circulariteit, arbeidsmarkt en onderwijs; c.gezamenlijke promotie van de logistieke sector en het aantrekken van nieuwe bedrijven en investeringen; d.het organiseren van netwerk- en themabijeenkomsten op het gebied van arbeidsmarkt en onderwijs, ruimte en bereikbaarheid en duurzaamheid en circulariteit. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: a.er is regionaal draagvlak voor de activiteiten. Dit blijkt uit: 1.een financiële bijdrage van gemeenten, regio's of andere publieke partners; en/of 2.een financiële bijdrage van ondernemers, bijvoorbeeld via een lidmaatschap van een vereniging of netwerkorganisatie; b.kennis en ervaringen worden gedeeld binnen Logistics Overijssel; c.de activiteiten zijn in het belang van de logistieke sector in Overijssel; d.de activiteiten dragen bij aan het versterken van de samenwerking tussen ondernemers, overheden en onderwijs- en kennisinstellingen; e.de activiteiten dragen bij aan de doelen van het programma Werken aan Logistics Overijssel 2024-2027. Deze is te vinden via overijssel.notubiz.nl. 3.Subsidie wordt niet verleend voor commerciële activiteiten. Artikel 5.15.4 Aanvrager De aanvrager is een stichting of een vereniging en is een netwerkorganisatie voor de logistieke sector in Overijssel. Artikel 5.15.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Personeelskosten en kosten van derden zijn subsidiabel. Artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. 2.De kosten zijn subsidiabel vanaf 1 juli 2026 tot en met uiterlijk 31 december 2027. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a. Artikel 5.15.6 Hoogte van de subsidie De subsidie is maximaal 75% van de subsidiabele kosten. Artikel 5.15.7 Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar ingediend worden. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Samenwerking Logistics Overijssel 2026-2027. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. 4.De aanvrager levert aanvullend een activiteitenplan voor de jaren 2026 en 2027 in. Hierin is ten minste opgenomen: a.een beschrijving van de activiteiten; b.de bijdrage van de activiteiten aan de doelstellingen van Logistics Overijssel; c.een beschrijving van de betrokken partijen en de wijze van samenwerking; d.een onderbouwing van het regionale draagvlak, inclusief bijdragen van gemeenten, regio's en/of ondernemers; e.de wijze waarop kennisdeling en netwerkvorming worden georganiseerd. Artikel 5.15.8 Beschikbaar budget voor de regeling 1.Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027. 2.Er geldt een deelplafond voor Twente, Stedendriehoek en West Overijssel. Artikel 5.15.9 Geen staatssteun De subsidie levert geen staatssteun op. Artikel 5.15.10 Looptijd De subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur. Paragraaf 5.16 wordt toegevoegd: 5.16 Mobiliteitskaarten openbaar vervoer werkgevers Artikel 5.16.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel wordt een vaker voorkomen begrip uitgelegd. -Mobiliteitskaart inclusief declaratietool: een geïntegreerde voorziening waarmee een medewerker zakelijke reizen en woon-werkverkeer met het openbaar vervoer kunnen maken en declareren via een digitaal systeem. Artikel 5.16.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling stimuleert de provincie werkgevers met een werklocatie in Overijssel om een mobiliteitskaart inclusief declaratietool voor hun medewerkers aan te schaffen. Hiermee draagt de provincie bij aan het verbeteren van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer op financieel vlak met abonnementen. Artikel 5.16.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Subsidie is mogelijk voor de aanschaf van een mobiliteitskaart inclusief declaratietool voor medewerkers. De mobiliteitskaart komt voort uit de vooraf verplicht in te vullen inventarisatietools die Overijssel Onderweg gratis aanbiedt: de Mobiliteitsindex en de MobilityAnalyst. 2.De mobiliteitskaart inclusief declaratietool voldoet aan de volgende voorwaarden: a.Het wordt geactiveerd en gebruiksklaar gemaakt voor minimaal 20 medewerkers. b.Het is aangeschaft op of na 10 november 2026. Mobiliteitskaarten die vóór 10 november 2026 zijn aangeschaft, komen niet voor subsidie in aanmerking. Voor de beoordeling wordt uitgegaan van de factuurdatum. c.Het is gedurende minimaal twaalf maanden beschikbaar voor de betreffende medewerkers. d.Het is voor medewerkers die werkzaam zijn op een werklocatie met een fysieke vestiging in de provincie Overijssel. Artikel 5.16.4 Aanvrager De aanvrager is een organisatie die werk laat verrichten door een werknemer. De aanvrager is geen medeoverheid. Artikel 5.16.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen De subsidie is een vast bedrag. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 zijn niet van toepassing. Artikel 5.16.6 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is een vast bedrag van € 50,- per aangeschafte mobiliteitskaart. 2.De subsidie is maximaal € 25.000,- per aanvraag en per aanvrager. 3.De aanvrager mag maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Als de aanvrager onderdeel is van een verbonden onderneming of als de aanvrager meerdere vestigingen of werklocaties heeft, dan wordt dit aangemerkt als één onderneming. Artikel 5.16.7 Subsidieaanvraag 1.De subsidieaanvraag kan het hele jaar door ingediend worden. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Mobiliteitskaarten openbaar vervoer werkgevers. 3.De aanvrager levert een factuur in met een opgave van het aantal kaarten en medewerkers waarvoor de mobiliteitskaart inclusief declaratietool is aangeschaft. 4.Het is niet nodig om een begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. Artikel 5.16.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027. Artikel 5.16.9 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan een kwalitatieve evaluatie van deze subsidieregeling, bijvoorbeeld in de vorm van een interview. De resultaten hiervan kunnen worden gebruikt om andere werkgevers te informeren en te stimuleren (ambassadeurschap). Artikel 5.16.10 Directe vaststelling Er hoeft geen verantwoording over de uitgevoerde activiteiten en de kosten daarvan ingediend te worden bij de provincie. Voor de subsidie van € 25.000,- is artikel 1.2.19 van toepassing. Artikel 5.16.11 Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel 5.16.12 Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027, om 17.00 uur. 6.2 MIT-Haalbaarheidsprojecten Artikel 6.2.11 Looptijd '2026' wordt vervangen door 2027 6.3 MIT-R&D-samenwerkingsprojecten Artikel 6.3.13 Looptijd '2026' wordt vervangen door 2027 6.4 Cofinanciering Europese programma’s Artikel 6.4.1 Doel van de subsidieregeling ‘respectievelijk thematische fondsen’ komt te vervallen Artikel 6.4.2 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 1: ‘regelingen voor thematische fondsen, inclusief de programma’s Interreg-B en Interreg Europe' wordt vervangen door: de regeling Interreg-B. Lid 2 onderdeel a: ‘programma’s of thematische fondsen’ wordt vervangen door: programma Artikel 6.4.4 Aanvraag, verlening en vaststelling van de subsidie Lid 1: ‘programma’s of thematische fondsen’ wordt vervangen door: programma Lid 3: ‘programma’s of thematische fondsen’ wordt vervangen door: programma 6.14 Regio Deal Twente 2023-2029 Artikel 6.14.1 Betekenis van begrippen -Regio Deal-project: ‘door de Twente Board goedgekeurd’ komt te vervallen. ‘Twente Board’ komt als volgt te luiden: -Twente Board: de stichting die toetst of het projectvoorstel voldoet aan de Regio Deal Twente en de KRACHT-criteria zoals genoemd in artikel 6.14.3 lid 4 en beoordeelt welke maximale rijksbijdrage vanuit de Regio Deal Twente passend is. Artikel 6.14.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 1 komt als volgt te luiden: 1.De subsidie wordt verstrekt voor: a.Regio Deal-projecten; b.voorbereiding, administratie en toezicht door de Twente Board. Lid 2 eerste zin komt als volgt te luiden: 2.De uitvoering van de activiteiten mag gestart zijn nadat het project is aangemeld bij de Twente Board. Artikel 6.14.4 Aanvrager Lid 1: vervallen Artikel 6.14.6 komt als volgt te luiden: Artikel 6.14.6 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten. 2.Gedeputeerde Staten kunnen een lager of hoger percentage subsidie verlenen dan gevraagd, als dit in het kader van de Regio Deal Twente mogelijk is of als een lager percentage of lager subsidiebedrag is voorgeschreven op basis van de staatssteunregels. Artikel 6.14.7 Pretoets door de Twente Board Lid 1 komt als volgt te luiden: 1.Voordat een aanvraag kan worden ingediend wordt het project voorgelegd aan de Twente Board. Artikel 6.14.8 Subsidieaanvraag Lid 3 komt als volgt te luiden: 3.Het is verplicht om de volgende stukken mee te sturen: a.een projectplan en een samenvatting ervan. De aanvrager is verplicht om het beschikbaar gestelde format te gebruiken. Dit is een afwijking van artikel 1.2.1 lid 2 onderdeel c; b.de uitkomst van de pre-toets door Twente Board. 6.15 Ons toeristisch Mkb: groen, digitaal en toegankelijk Artikel 6.15.4 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 2: de volgende zin wordt toegevoegd: Bij een tweede aanvraag van dezelfde aanvrager mogen de subsidiabele kosten van de eerste aanvraag worden betrokken bij de vaststelling of aan de minimale begrote subsidiabele kosten zoals hiervoor genoemd. 6.22 Provinciale cofinanciering Regio Deal ‘Sterker in 3D’- tweede tranche Artikel 6.22.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 1 onderdeel c komt als volgt te luiden: c.regionale (kennis)ontwikkeling en/of samenwerking, waaronder gebundelde aanvragen voor meerdere projecten (spoor 7). Lid 2 onderdeel a komt als volgt te luiden: a.de activiteiten vinden plaats in Overijssel. Als dat niet het geval is, zijn de effecten van de activiteit helemaal of voor het grootste deel merkbaar in Overijssel. Als de aanvrager de Regiokassier is, vinden de activiteiten plaats binnen de Regio Stedendriehoek. Lid 2 onderdeel a en artikelen 1.2.1 lid 4 zijn dan niet van toepassing. Artikel 6.22.4 Aanvrager Huidige tekst wordt omgenummerd tot lid 1 en lid 2 wordt toegevoegd: 2.De aanvrager voor de subsidie regionale (kennis)ontwikkeling en/of samenwerking (spoor 7) is de regiokassier. Artikel 6.22.6a Aanmelding cofinancieringsverklaring Lid 4 komt als volgt te luiden: 4.De provincie verstrekt de cofinancieringsverklaring uiterlijk op 23 november 2026 Artikel 6.22.7 Subsidieaanvraag Lid 1 komt als volgt te luiden: 1.De subsidieaanvraag kan ingediend worden vanaf 24 november 2026 om 9.00 uur en moet uiterlijk 11 december 2026 voor 17.00 uur ontvangen zijn. Lid 4 wordt toegevoegd: 4.Lid 3 is niet van toepassing als de aanvrager de regiokassier is. Als de aanvrager de regiokassier is dan levert de aanvrager een projectplan en bijbehorende begroting in. Uit de begroting moet duidelijk blijken wat de gevraagde cofinanciering op basis van deze subsidieregeling is. 6.24 Ondersteuningsstructuur ondernemingen Overijssel 2026-2027 Artikel 6.24.6 Hoogte van de subsidie Onderdeel a: ‘€ 677.563,-’ wordt vervangen door: ‘€ 727.563,-’ 6.28 Slimmer werken: vaardighedenscan en praktische ondersteuning Artikel 6.28.1 Betekenis van de begrippen ‘Industrie’ komt als volgt te luiden: -Industrie: ondernemingen met een fysiek voortbrengingsproces waarbij fysieke producten, halffabricaten, modules, onderdelen, technische systemen of bouwwerken worden vervaardigd, verwerkt, samengesteld, geassembleerd, geïnstalleerd, gedemonteerd, gerepareerd, opgeknapt (refurbished), gerecycled of anderszins hergebruikt. 7.2 Restauratie Rijksmonumenten De tekst van artikel 7.2.8 komt als volgt te luiden: Artikel 7.2.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode die is opgenomen in artikel 7.2.7 lid 1. 7.3 Erfgoed ‘Het verhaal van Overijssel wordt vervolgd...’ Artikel 7.3.8 Subsidieaanvraag Lid 1 komt als volgt te luiden: 1.De subsidieaanvraag kan ingediend worden vanaf 16 januari 2026 9.00 uur en moet 27 november 2026 voor 17.00 uur zijn ontvangen. Artikel 7.3.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Lid 1 komt als volgt te luiden: 1.Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode die is opgenomen in artikel 7.3.8 lid 1. 7.5 Overijssel in beweging Artikel 7.5.11 Looptijd '2026' wordt vervangen door 2027 7.23 Kader cultuur en erfgoed 2025-2028 De tabel in bijlage 1 wordt vervangen door de volgende tabel: Organisatie en onderdeel artikel 7.23.3 Totale maximale subsidiebedrag 2025-2028 Maximale subsidiebedrag 2025 Maximale subsidiebedrag 2026 Maximale subsidiebedrag 2027 Maximale subsidiebedrag 2028 A: BIS Phion € 4.525.592,00 € 1.131.398,00 € 1.131.398,00 € 1.131.398,00 € 1.131.398,00 Nederlandse Reisopera € 821.600,00 € 205.400,00 € 205.400,00 € 205.400,00 € 205.400,00 Theater Sonnevanck € 1.304.766,53 € 326.191,63 € 326.191,63 € 326.191,63 € 326.191,63 De Nieuwe Oost € 1.848.600,00 € 462.150,00 € 462.150,00 € 462.150,00 € 462.150,00 Oostpool € 434.215,60 € 108.553,90 € 108.553,90 € 108.553,90 € 108.553,90 Introdans € 434.215,60 € 108.553,90 € 108.553,90 € 108.553,90 € 108.553,90 Tetem € 616.200,00 € 154.050,00 € 154.050,00 € 154.050,00 € 154.050,00 Planetart (Gogbot) € 234.600,00 € 58.650,00 € 58.650,00 € 58.650,00 € 58.650,00 B: Fonds podiumkunsten De Jonge Honden € 336.000,00 € 84.000,00 € 84.000,00 € 84.000,00 € 84.000,00 Jansen en de Boer € 200.000,00 € 50.000,00 € 50.000,00 € 50.000,00 € 50.000,00 Theater producties Twente € 200.000,00 € 50.000,00 € 50.000,00 € 50.000,00 € 50.000,00 Nederlands Bach Consort € 200.000,00 € 50.000,00 € 50.000,00 € 50.000,00 € 50.000,00 Stichting dEVENTer (Deventer op stelten) € 234.600,00 € 58.650,00 € 58.650,00 € 58.650,00 € 58.650,00 Stichting Stift International Music Festival ft Festival € 234.600,00 € 58.650,00 € 58.650,00 € 58.650,00 € 58.650,00 Stichting Britten voor jong Muziektalent € 205.200,00 € 51.300,00 € 51.300,00 € 51.300,00 € 51.300,00 Stichting Princes Christina Concours € 39.028,00 € 9.757,00 € 9.757,00 € 9.757,00 € 9.757,00 B: Mondriaanfonds Drawingcentre Diepenhem € 300.000,00 € 75.000,00 € 75.000,00 € 75.000,00 € 75.000,00 Kunstenlab Deventer € 205.400,00 € 51.350,00 € 51.350,00 € 51.350,00 € 51.350,00 L/NK Zwolle € 200.150,00 € 50.000,00 € 50.000,00 € 50,750,00 € 50,750,00 B: Fonds voor Cultuurparticipatie Theaterschip € 205.400,00 € 51.350,00 € 51.350,00 € 51.350,00 € 51.350,00 Kunstbende € 100.000,00 € 25.000,00 € 25.000,00 € 25.000,00 € 25.000,00 C: Erfgoedwet Rijksmuseum Twente € 308.100,00 € 77.025,00 € 77.025,00 € 77.025,00 € 77.025,00 D: Overig, Netwerk en erfgoedpartners Het Oversticht (archeologie Malta gelden, regionale steunfunctie monumentenzorg). € 2.736.174,48 € 684.043,62 € 684.043,62 € 684.043,62 € 684.043,62 Stichting Monumentenwacht Overijssel € 1.396.720,00 € 349.180,00 € 349.180,00 € 349.180,00 € 349.180,00 RIBO € 219.778,00 € 54.944,50 € 54.944,50 € 54.944,50 € 54.944,50 Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland € 410.800,00 € 102.700,00 € 102.700,00 € 102.700,00 € 102.700,00 Inzet Nedersaksische taal en cultuur Overijsselacademie € 2.012.920,00 € 503.230,00 € 503.230,00 € 503.230,00 € 503.230,00 Stichting Poppunt € 868.431,20 € 217.107,80 € 217.107,80 € 217.107,80 € 217.107,80 Filmkenniscentrum € 211.562,00 € 52.890,50 € 52.890,50 € 52.890,50 € 52.890,50 De Fundatie € 6.882.536,00 € 1.326.884,00 € 1.791.884,00 € 1.881.884,0 € 1.881.884,00 Cultuurprijs € 164.320,00 € 41.080,00 € 41.080,00 € 41.080,00 € 41.080,00 Stichting Rijnbrink Holding (Overijsselse Bibliotheekdienst) € 11.378.264,46 € 2.844.566,11 € 2.844.566,11 € 2.844.566,11 € 2.844.566,11 Stichting Rijnbrink Holding (Provinciale bibliotheek Amateurmuziek) € 314.864,00 € 47.465,89 € 172.465,89 € 47.465,89 € 47.465,89 OKTO € 377.716,00 € 94.429,00 € 94.429,00 € 94.429,00 € 94.429,00 Totaal € 40.163.703,00 € 9.615.551,00 € 10.205.551,00 € 10.171.301,00 € 10.171.301,00 7.31 De basisvaardigheden op orde Artikel 7.31.8 Subsidieaanvraag Lid 1 komt als volgt te luiden: 1.De aanvraag kan ingediend worden vanaf 2 november 2026 9.00 uur en moet uiterlijk 31 december 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn. Artikel 7.31.9 Beschikbaar budget voor de regeling De tekst komt als volgt te luiden: Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode die is genoemd in artikel 7.31.8 lid 1. Paragraaf 7.35 wordt toegevoegd: 7.35 Ondersteuning sportnetwerk in Overijssel Artikel 7.35.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. -Eerstelijns ondersteuning: het bieden van laagdrempelige, algemeen toegankelijke ondersteuning in de vorm van informatieverstrekking, kennisdeling, makelen en schakelen, netwerkvorming, vraagverheldering en doorverwijzing. Het gaat niet om onderneming-specifieke advisering, maatwerkbegeleiding of andere op geld waardeerbare diensten voor een individuele onderneming. -Sociale Agenda: plan voor twee jaar om het sociale beleid van de provincie Overijssel uit te voeren. De Sociale Agenda is te vinden op Externe link:2024-520 Brochure Uitvoeringsagenda sociale kwaliteit toegankelijk; Artikel 7.35.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie Overijssel bijdragen aan een vitale, gezonde, inclusieve samenleving en leefomgeving door sport, bewegen, vitaliteit en maatschappelijke participatie te stimuleren. De provincie ondersteunt daarvoor de netwerk- en kennisfunctie van Sportnetwerk Overijssel, die samenwerking tussen de 25 Overijsselse gemeenten en maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen, sportorganisaties en andere relevante regionale en landelijke partners op het gebied van sport en andere relevante beleidsterreinen versterkt door middel van kennisdeling en onderhouden van het netwerk. Het sportlandschap is complex en versnipperd. Een onafhankelijke partij is nodig als verbinder, kennisdeler en katalysator. Sportnetwerk Overijssel (SNO) vervult deze functie als onafhankelijke spin in het web. Zonder deze spilfunctie zou dit netwerk niet functioneren. Gelet op de bestaande positie, het provincie dekkende netwerk, de langdurige samenwerking met alle Overijsselse gemeenten en de onafhankelijke rol binnen het sport- en beweegdomein, beschikt Sportnetwerk Overijssel als enige over het kennis en netwerk die noodzakelijk zijn voor het realiseren van de doelstellingen van deze regeling, zoals ook blijkt uit onafhankelijk onderzoek. Artikel 7.35.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor een samenhangend pakket van de volgende activiteiten: Het uitvoeren van eerstelijns ondersteuning die bestaat uit: a.Netwerk- en regietaken 1.Onderhouden, versterken en positioneren sport(netwerk) van gemeenten, sportserviceorganisaties, sportservicepunten, onderwijsinstellingen, kennisinstellingen, zorg- en welzijnsorganisaties en landelijke koepelorganisaties. 2.Het versterken van verbindingen tussen verschillende beleidsterreinen zoals sport en bewegen en andere maatschappelijke opgaven in relatie tot gezondheid, preventie, sociale kwaliteit, inclusie, participatie, vitaliteit, leefomgeving en brede welvaart. b.Kennisdeling en inspiratie 1.Werken als eerstelijns aanspreekpunt (loket) voor gemeenten, sportserviceorganisaties, lokale sportclubs en loketten en anderen. 2.Bovenlokale vraagstukken signaleren en oppakken. 3.Op bovenlokale en provinciale schaal kennisdeling organiseren. c.Loketfunctie 1.Het initiëren, ondersteunen en versterken van lokale en regionale sportloketten en netwerkstructuren, onder andere gericht op aangepast sporten, clubadvies, vrijwilligers, preventie en gebruik van de openbare ruimte en leefomgeving. 2.Het fungeren als eerstelijns aanspreekpunt voor vragen van gemeenten, sportserviceorganisaties, sportservicepunten en andere netwerkpartners. 3.Het bevorderen van een adequate doorverwijzing van sportclubs, sportaanbieders en verenigingen naar relevante organisaties, expertise of ondersteuningsmogelijkheden. d.Onderzoek en monitoring 1.Het verzamelen, analyseren en delen van kennis en informatie over ontwikkelingen op het gebied van sport, bewegen, vitaliteit, preventie en participatie in Overijssel. En de vertaling van landelijk onderzoek naar provinciale, regionale en lokale context. 2.Het signaleren en stimuleren van onderzoeksprojecten, pilots en living labs die bijdragen aan innovatie en kennisontwikkeling op het gebied van sport, bewegen, gezondheid en leefomgeving. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: a.de activiteiten zijn aanvullend op de al door andere partijen uitgevoerde of in uitvoering zijnde activiteiten in Overijssel of landelijk op het gebied van sport, bewegen, gezondheid, vitaliteit, participatie, inclusie, preventie en de gezonde leefomgeving; b.de activiteiten worden uitgevoerd in het jaar 2027; c.ze dragen bij aan de Sociale Agenda. Artikel 7.35.4 Aanvrager De aanvrager is Stichting Sportnetwerk Overijssel. Artikel 7.35.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzondering op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten. 2.De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie: a.lidmaatschappen en contributies; b.ontwikkeling van nieuwe apps en licentiekosten voor apps; c.aankoop van apparaten, instrumenten, sportmaterialen en kleding; d.activiteiten die primair gericht zijn op winst maken. Artikel 7.35.6 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal € 300.000,-. Artikel 7.35.7 Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan worden ingediend vanaf 2 november 2026 om 9.00 uur en moet uiterlijk 28 december 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Ondersteuning sportnetwerk in Overijssel. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing. 4.De aanvrager levert aanvullend een projectplan waaruit in ieder geval blijkt op welke wijze aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 7.35.3 wordt voldaan. 5.De aanvrager kan één keer een subsidieaanvraag indienen tijdens de looptijd van deze subsidieregeling. Artikel 7.35.8 Beschikbaar budget voor de regeling Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode genoemd in artikel 7.35.7 lid 1. Artikel 7.35.9 Staatssteun Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan de Algemene De-minimisverordening. Artikel 7.35.10 Looptijd De subsidieregeling vervalt op 1 december 2027 om 17.00 uur. Paragraaf 7.36 wordt toegevoegd: 7.36 Erfgoed als inspiratie voor ruimtelijke transitieopgaven Artikel 7.36.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. -Cultuurhistorische waarden: dit zijn historische kenmerken en betekenissen van gebouwen, landschappen of gebieden die laten zien hoe een plek in het verleden is ontstaan en ontwikkeld. Het gaat om materieel en immaterieel erfgoed. Materieel erfgoed bestaat uit tastbare elementen zoals monumenten, archeologie, historische gebouwen, landschappen en stedenbouwkundige structuren. Immaterieel erfgoed betreft gebruiken, verhalen, gewoonten en tradities die verbonden zijn aan deze fysieke elementen. Deze waarden geven een beeld van het verleden en dragen bij aan de identiteit en aantrekkelijkheid van een gebied. Ze bieden aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen en planvorming. -Erfgoedinclusieve planvorming: werkwijze waarbij cultureel erfgoed en historische waarde als uitgangspunt en inspiratiebron gebruikt wordt bij planvorming van ruimtelijke transitieopgaven. -Grondeigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op het perceel. -Ruimtelijke transitieopgaven: de grote, onderling verbonden maatschappelijke veranderingstaken in Nederland die om een ingrijpende herinrichting van de schaarse fysieke ruimte vragen. In deze regeling bedoelen wij de ruimtelijke impact van actuele transitieopgaven. Voorbeelden zijn klimaatmitigatie en -adaptatie, energietransitie, grondstoffentransitie en circulaire economie, landbouw- en voedseltransitie, versterken biodiversiteit, de grote woningbouwopgave en de daarbij behorende mobiliteit. Artikel 7.36.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het versterken van het inzicht dat erfgoed een waardevol uitgangspunt en inspiratiebron kan zijn voor ruimtelijke opgaven. Bij de grotere, actuele ruimtelijke transitieopgaven en de ruimtelijke impact daarvan, is erfgoed vaak onderbelicht. Dit vormt aan de ene kant een bedreiging voor het erfgoed zelf, terwijl aan de andere kant het erfgoed (cultuurhistorische waarden) juist kansen kan bieden wanneer het als uitgangspunt en inspiratiebron wordt genomen voor oplossingen die passen of aansluiten bij de omgeving. Deze regeling heeft tot doel een verdere impuls te geven aan erfgoedinclusieve ruimtelijke planvorming, door te stimuleren dat erfgoed als uitgangspunt en inspiratiebron wordt genomen in de integrale planvorming. Artikel 7.36.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor erfgoedinclusieve planvorming. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: a.de subsidieaanvraag betreft een locatie in Overijssel; b.de opgave waar indiener aan werkt betreft een ruimtelijke transitieopgave; c.de erfgoedinclusieve planvorming komt duidelijk tot uiting in een document. Dit is bijvoorbeeld een gebiedsvisie, een document waarin de ruimtelijke ontwerpprincipes zijn vastgelegd of een beschrijving van de kwaliteitskaders voor een specifieke locatie. Ook rapporten met resultaten van voorbereidende onderzoeken, zoals bijvoorbeeld een Cultuurhistorische waardenanalyse van een gebied of landschap, komen voor subsidie in aanmerking, als dit onderzoeksrapport als uitgangspunt en inspiratiebron wordt gebruikt bij verdere planvorming; d.als subsidie wordt gevraagd voor onderzoek, dan dient dat onderzoek aanvullend te zijn op al beschikbare kennis zoals de Cultuurhistorische Waardenkaart; e.de gemeente(n) waar het plan betrekking op heeft is of zijn betrokken bij de planvorming; f.de lokale gemeenschap wordt actief betrokken bij het opstellen van het plan; g.de grondeigenaar van het perceel of de percelen waarop de planvorming betrekking heeft, stemt in met opstellen van een plan/visie/kaders; h.de activiteiten scoren minimaal 18 punten op basis van puntentabel 1; i.voor de activiteit is geen subsidie verstrekt op basis van subsidieregelingen 7.21 Dorpsplannen, 7.22 Planvorming, uitwerking en analyses leefbaar platteland, 7.3 Erfgoed ‘Het verhaal van Overijssel wordt vervolgd...', 2.13 Langer zelfstandig wonen of een andere provinciale subsidieregeling. Artikel 7.36.4 Aanvrager De aanvrager is een Overijsselse gemeente, waterschap, maatschappelijke organisatie of projectontwikkelaar. Artikel 7.36.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De extra kosten voor de erfgoedinclusieve planvorming ten opzichte van reguliere planvorming in de vorm van kosten van derden of personeelskosten van de aanvrager, zijn subsidiabel. Dit kan bijvoorbeeld gaan om onderzoekskosten of het inhuren van een erfgoeddeskundige bij de planvorming. 2.Kosten voor fysieke realisatie komen niet in aanmerking voor de subsidie. Artikel 7.36.6 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal 75% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 20.000,- per aanvraag. 2.De aanvrager mag één keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Ook mag maximaal één keer subsidie worden ontvangen voor de locatie waarop de planvorming betrekking heeft. Artikel 7.36.7 Verplicht vooroverleg Voorafgaand aan het indienen van de aanvraag heeft afstemming plaatsgevonden met een provinciaal beleidsmedewerker erfgoed. In het vooroverleg wordt een eerste inschatting gemaakt of de aanvraag mogelijk gaat voldoen aan de voorwaarden die gelden voor deze regeling. Een aanmelding voor een vooroverleg kan via het mailadres erfgoed@overijssel.nl. Artikel 7.36.8 Eigen bijdrage 1.Minimaal 25% van de subsidiabele kosten worden betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. 2.De eigen bijdrage bestaat niet uit de inzet van grond of gebouwen. Artikel 7.36.9 Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan ingediend worden vanaf 1 maart 2027 9.00 uur en moet uiterlijk 28 mei 2027 vóór 17.00 uur ontvangen zijn. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Erfgoed als inspiratie voor ruimtelijke transitieopgaven. 3.De aanvrager levert een projectplan in, waarin ieder geval het volgende is uitgewerkt: a.aan welke ruimtelijke transitiesopgave(n) wordt gewerkt; b.welk ruimtelijk effect het werken aan de ruimtelijke transitieopgave(n) op de specifieke locatie heeft; c.welk erfgoed hoort bij de specifieke locatie en hoe dit erfgoed als uitgangspunt en inspiratiebron voor de planvorming wordt gebruikt; d.de wijze waarop de kennis en ervaring die worden opgedaan in het project, worden overgedragen aan anderen; e.met wie wordt samengewerkt en hoe de samenwerking vorm krijgt; f.in welk type document de resultaten van het onderzoek of de planvorming neergelegd worden; g.een beschrijving van het vervolgproces richting uitvoering van de ruimtelijke invulling van de locatie; h.welke extra kosten de erfgoedinclusieve planvorming met zich meebrengt ten opzichte van reguliere planvorming; i.andere informatie die van belang is voor de puntenscore als opgenomen in puntentabel 1. 4.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing. 5.De aanvrager levert de kadastrale nummers aan van het perceel of de percelen waarop de fysieke maatregelen worden uitgevoerd of waarop het plan betrekking heeft. 6.De aanvrager levert kaartinformatie in over de locatie van het perceel of de percelen waarop het plan of de fysieke maatregelen betrekking hebben. Dit wordt als volgt ingeleverd: a.een kaartbeeld (.pdf, .jpg of .txt) met daarop duidelijk herkenbaar afgetekend het gebied waarop de planvorming betrekking heeft, of; b.een shapefile (.shp) of ESRI-file geodatabase (.gdb) waarin deze begrenzing digitaal is ingetekend. 7.De aanvrager levert het door de provinciaal adviseur erfgoed ingevulde adviesformulier in. 8.Als de aanvrager niet de eigenaar van de grond is: een verklaring van de eigenaar van de grond dat deze instemt met het onderzoek en de planvorming voor zijn grond Artikel 7.36.10 Beschikbaar budget voor de regeling Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode zoals genoemd in artikel 7.36.9 lid 1. Artikel 7.36.11 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: a.de activiteiten binnen 6 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te starten; b.de activiteiten binnen 18 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te hebben uitgevoerd. Artikel 7.36.12 Staatssteun Als er sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan de Algemene De-minimisverordening, de De-minimisverordening Landbouw of aan hoofdstuk 1 en artikel 53 van de AGVV. Artikel 7.36.13 Looptijd De subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur. Puntentabel 1 Criterium Toelichting Puntenscore 1. Aansluiting bij ruimtelijke transitieopgaven De mate waarin het project of initiatief aansluit bij de transitieopgaven waarop Erfgoed in Transitie zich richt (zie tabel met thema’s en prioritaire opgaven). Bij dit beoordelingscriterium wordt onder meer gelet op de omgang met de volgende aspecten: • de mate waarin één of meer transitieopgaven centraal staan; • de mate waarin het project gericht is op de uitvoeringspraktijk. Met uitvoeringspraktijk wordt bedoeld praktijkgerichte initiatieven (“schop in de grond” en geen papieren tijgers); • de mate waarin de opgave en het project getuigen van maatschappelijke relevantie en urgentie; •de mate waarin het project gebiedsgericht is: het gaat niet over objecten maar over gebieden, ensembles, structuren waarbinnen de objecten een bepaalde waarde vertegenwoordigen. Minimaal 1, maximaal 10 2. Voorbeeldwerking en kennisdeling (leeromgeving) De mate waarin het project een inspirerend voorbeeld is voor een erfgoed inclusieve aanpak van transitieopgaven en hoe het project bijdraagt aan kennisdeling. Bij dit beoordelingscriterium wordt onder meer gelet op de omgang met de volgende aspecten: • de mate waarin de aanpak van het project voorbeeld stellend is en navolging door anderen stimuleert; • de mate waarin het project zich al dan niet onderscheidt van standaard werkwijzen in ruimtelijke processen (er sprake is van een innovatieve aanpak); • de mate waarin en de wijze waarop kennisdeling onderdeel uitmaakt van het project (welke producten of activiteiten concreet worden ingezet voor kennisdeling).; • de mate waarin het project kennis deelt met relevante en nieuwe doelgroepen zowel binnen als buiten de erfgoedsector. Minimaal 1, maximaal 10 3. Participatie en Dialoog (samenwerking) Participatie en dialoog moeten een vast onderdeel uitmaken van de projecten. Met name bij de omgang met het cultureel erfgoed is het van belang dat maatschappelijke organisaties en bewoners worden betrokken. Een manier om vorm te geven aan deze erfgoedparticipatie wordt geboden door de uitgangspunten van het Verdrag van Faro. Bij dit beoordelingscriterium wordt onder meer gelet op de omgang met de volgende aspecten: • de mate waarin er op gebiedsniveau wordt samengewerkt met andere partijen; • de mate waarin de aanvrager samenwerkt met bijvoorbeeld bewoners, ondernemers, lokale burgerinitiatieven, woningcorporaties of andere maatschappelijke organisaties; • de mate waarin kennis en verhalen van lokale (erfgoed) gemeenschappen worden benut. Minimaal 1, maximaal 5 TOTAALSCORE Minimaal benodigd: 18 punten Maximaal te behalen: 25 punten Paragraaf 7.37 wordt toegevoegd 7.37 Productieregeling cultuur Overijssel met bijzondere aandacht voor 500 jaar Overijssel Artikel 7.37.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. -Artistieke kwaliteit: de artistieke kwaliteit van een productie blijkt uit het vakmanschap, de zeggingskracht en de oorspronkelijkheid van de productie. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het arbeids- en opleidingsniveau van de makers aan de productie, hun werkervaring en andere activiteiten die van belang zijn. -Bestaande producerende culturele instelling of bestaande individuele maker: professionele, producerende instelling of maker, die langer dan drie jaar professioneel actief is binnen de discipline(s) waarop de subsidieaanvraag zich richt. -Kunstdiscipline: specifieke categorie of vorm van kunst, in deze regeling podiumkunsten, beeldende kunst, mediakunst, film, documentaire en literaire cultuur en crossovers daarvan. -Maker(s): de artistiek leider(s) van de culturele productie of degene die een kunstwerk maakt. -Nieuwe maker of nieuwe producerende culturele instelling: instelling of maker, die op de datum van subsidieaanvraag niet langer dan 3 jaar als maker actief is. Dit blijkt uit de inschrijving bij de Kamer van Koophandel of, als de nieuwe maker hier niet is ingeschreven, uit zijn of haar cv. Een nieuwe maker kan voordat hij/zij zelfstandige werd wel al langere tijd als uitvoerder (bijv. acteur, danser, musicus) actief zijn geweest. -OKTO-theater: theater dat is aangesloten bij het Overleg van kleine(re) theaters in Overijssel (OKTO). De lijst van OKTO-theaters is te vinden op https://kleinetheatersoverijssel.nl/ -Presentatieplan: overzicht waaruit blijkt hoe, wanneer en waar de productie wordt of de producties worden vertoond aan het publiek. -Productie: het geheel van artistieke ontwikkeling, creatie en uitvoering van een nieuwe uiting in een kunstdiscipline. -Zakelijke kwaliteit: de mate waarin en de wijze waarop de aanvrager in staat is om de producties op professionele wijze te realiseren. Hierbij gaat het om de financiële haalbaarheid van de producties, een gespreide financieringsmix, de PR- en marketingstrategie en de planning. Artikel 7.37.2 Doel van de regeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het vernieuwen en ontwikkelen van cultureel aanbod. In dit geval door de ontwikkeling en vernieuwing van culturele producties in verschillende kunstdisciplines en het presenteren daarvan aan te moedigen. Hierbij wordt binnen podiumkunsten de spreiding over meerdere kleinere theaters in Overijssel extra gestimuleerd. In verband met het 500-jarig bestaan van de provincie Overijssel in 2028, is er een extra subsidiemogelijkheid voor culturele producties die bijdragen aan het stilstaan bij dit jubileumjaar. Artikel 7.37.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten: a.de ontwikkeling, het maken en de presentatie van één professionele culturele productie of; b.de ontwikkeling, het maken en de presentatie van twee professionele culturele producties; c.de ontwikkeling, het maken en de presentatie van een kleinschalige productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel; d.in aanvulling op onderdeel a, b of c: voor het presenteren van de culturele productie(s) in minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters met als doel de uitkoopsom te verlagen en zo de productie betaalbaarder en aantrekkelijker te maken voor theaters; e.de ontwikkeling, het maken en de presentatie van een grootschalige productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel. 2.De culturele productie voldoet aan de volgende voorwaarden: a.de productie betreft een kunstdiscipline; b.als er sprake is van één productie van een nieuwe maker dan scoort de aanvraag het minimale aantal punten per onderdeel, zoals verwoord in scoretabel 1 bij deze regeling; c.als er sprake is van één of twee producties van een bestaande maker dan scoort de aanvraag het minimale aantal punten per onderdeel, zoals verwoord in scoretabel 2 bij deze regeling; d.als er sprake is van twee producties dan scoort iedere productie het minimale aantal punten per onderdeel zoals verwoord in scoretabel 2 bij deze regeling; e.als er sprake is van twee producties dan worden beide producties uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van dezelfde zakelijke en artistieke leiding. f.de productie(s) worden ontwikkeld in Overijssel en ten minste gepresenteerd in Overijssel; g.een deel van de professionals die zijn betrokken bij de productie(s) zijn gevestigd of wonen in Overijssel. 3.De ontwikkeling, het maken en de presentatie van een kleinschalige productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel voldoet aan de volgende aanvullende voorwaarden: a.het minimale aantal punten per onderdeel zoals verwoord in scoretabel 3 bij deze regeling, wordt behaald; b.de presentatie van de productie vindt plaats in 2028. 4.De ontwikkeling, het maken en de presentatie van een grootschalige productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel voldoet aan de volgende aanvullende voorwaarden: a.het minimale aantal punten per onderdeel zoals verwoord in scoretabel 4 bij deze regeling, wordt behaald; b.de presentatie van de productie vindt plaats in 2028; c.de aanvrager werkt bij de productie samen met ten minste één culturele instelling die geen subsidie ontvangt op basis van subsidieregeling 7.23. Kader Cultuur en Erfgoed Overijssel 2025-2028; d.de productie wordt gepresenteerd op minimaal 3 verschillende plekken in Overijssel; e.de promotie van de productie richt zich op minimaal de gehele provincie Overijssel; f.de begrote kosten bedragen minimaal € 100.000,-. Artikel 7.37.4 Aanvrager 1.De aanvrager van subsidie voor het uitvoeren van één productie is een nieuwe maker, een nieuwe culturele instelling, een bestaande maker of een bestaande culturele instelling; 2.De aanvrager van subsidie voor het uitvoeren van twee producties is een bestaande maker of een bestaande culturele instelling. 3.De aanvrager van subsidie voor een kleinschalige productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel is een bestaande maker of een bestaande culturele instelling. 4.De aanvrager van subsidie voor het uitvoeren van een grootschalige culturele productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel is een bestaande instelling die subsidie ontvangt op basis van subsidieregeling 7.23 Kader Cultuur en Erfgoed 2025-2028. 5.De aanvrager is geen natuurlijke persoon. 6.De aanvrager ontvangt in de beleidsperiode 2025-2028 geen subsidie op basis van de subsidieregeling 7.23 Kader cultuur en erfgoed 2025-2028. Dit geldt niet voor de activiteit ‘grootschalige productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel’. Artikel 7.37.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten van artikel 1.2.5 en 1.2.6. 2.De aanvullende subsidie voor het uitvoeren van de productie bij minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters is een vast bedrag, bedoeld om de uitkoopsom te verlagen. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 zijn niet van toepassing. 3.Kosten van het drukken en/of uitgeven van een boek, muziekdrager of een dvd-uitgave komen niet in aanmerking voor de subsidie. Artikel 7.37.6 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor een nieuwe maker of een nieuwe producerende culturele instelling is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 15.000,- voor één productie. 2.De subsidie voor van een bestaande maker of bestaande culturele instelling is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 30.000,- voor één productie en maximaal € 60.000,- voor twee producties. 3.De subsidie voor het uitvoeren van de productie bij minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters is een vast bedrag van € 3.000,- voor 1 productie en € 6.000,- voor twee producties. 4.De subsidie voor een bestaande maker of bestaande culturele instelling voor een kleinschalige productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel is maximaal 60% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 40.000,-. 5.De subsidie voor een grootschalige productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel is maximaal 60% tot en maximum van € 115.000,-. Artikel 7.37.7 Eigen bijdrage Maximaal de helft van de eigen bijdrage mag bestaan uit vrijwilligersuren. Deze mogen aan de dekkingskant van de begroting worden opgevoerd voor een bedrag van € 15,- per uur. Artikel 7.37.8 Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan ingediend worden vanaf 16 november 2026 9.00 uur en moet uiterlijk 31 december 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Productieregeling Cultuur Overijssel met bijzondere aandacht voor 500 jaar Overijssel. 3.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: a.als de aanvrager een nieuwe maker is, die niet is ingeschreven bij de Kamer van koophandel: zijn/haar cv; b.een ingevuld ‘format projectplan’. Dit format is te vinden op de subsidiepagina; c.de CV’s of portfolio’s van de maker(s); d.het PR- en marketingplan (dit mag ook onderdeel zijn van het projectplan, maar moet als zodanig herkenbaar zijn) waarin in ieder geval de doelgroep(en) en het verwachte publieksbereik zijn uitgewerkt; e.als de aanvraag het uitvoeren van de productie bij minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters betreft: een intentieverklaring van of overeenkomst met minimaal 3 OKTO-theaters, waaruit blijkt dat de productie naar verwachting wordt geprogrammeerd bij het betreffende OKTO-theater. 4.De aanvrager of productie mag maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze indieningsperiode. Artikel 7.37.9 Beschikbaar budget voor de regeling 1.Het subsidieplafond geldt voor de openstellingsperiode die genoemd is in artikel 7.37.8 lid 1. 2.Er geldt een deelplafond voor: a.de subsidie voor één productie van een nieuwe maker; b.de subsidie voor één of twee culturele producties van een bestaande maker; c.presenteren van de culturele productie(s) in minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters; d.subsidie voor een grootschalige productie voor het stilstaan bij 500 jaar Overijssel. 3.Als er budget overblijft bij deelplafond a of b dan kan het resterend budget toegevoegd worden aan het budget van het andere deelplafond a of b. Artikel 7.37.10 Adviescommissie Een complete aanvraag voor subsidie wordt voorgelegd aan de Adviescommissie Cultuur. De commissie geeft advies over de toekenning van de punten die in Scoretabel 1, 2, 3 en 4 zijn genoemd op de onderdelen artistieke kwaliteit, zakelijke kwaliteit, samenwerking en presentatieplan. Artikel 7.37.11 Aanvullende verplichting De subsidieontvanger is verplicht: a.de uitvoering van de productie of het productieprogramma uiterlijk te starten in 2027; b.de activiteiten uiterlijk 31 december 2030 uitgevoerd te hebben. Dit geldt niet voor producties om stil te staan bij 500 jaar Overijssel; deze moeten in 2028 gepresenteerd worden; c.bij de uitvoering van de productie rekening te houden met de Omgevingswet. Meer informatie hierover is te vinden op: Externe link:https://regelen.overijssel.nl/Algemene_informatie/Evenenementen_en_natuur Artikel 7.37.12 Staatssteun Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan artikel 53 AGVV. Artikel 7.37.13 Looptijd De subsidieregeling vervalt op 1 december 2028. Scoretabel 1 (voor een aanvraag voor een nieuwe maker of nieuwe producerende instelling voor één productie) Criteria Te behalen punten Artistieke kwaliteit, die blijkt uit: a.vakmanschap b.oorspronkelijkheid c.zeggingskracht Uit de aanvraag blijkt duidelijk vanuit welke inhoudelijke visie de producties vorm krijgen. De combinatie van ambachtelijke vaardigheden en visie vormen het vakmanschap van de kunstenaar. Bij oorspronkelijkheid gaat het om de mate waarin de activiteiten zich in artistieke en conceptuele zin onderscheiden van het overige aanbod in de culturele sector van Overijssel. Zeggingskracht ontstaat uit het vakmanschap plus wat wel de ‘noodzaak' of ‘urgentie' van een artistieke activiteit genoemd wordt. Hierbij kan de vraag worden gesteld waarom de productie juist nu van belang is. De score wordt als volgt bepaald per onderdeel a, b en c: Uitstekend: 10 punten Goed: 5 punten Onvoldoende: 0 punten a.10 punten b.10 punten c.10 punten Voor dit gehele onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 15 punten. Maximaal te behalen: 30 punten Zakelijke kwaliteit, die blijkt uit een realistische begroting met dekkingsplan, een overtuigend presentatieplan en een realistische planning De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 10 punten Goed: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Voor dit onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 5 punten Maximaal te behalen: 10 punten Mate waarin wordt samengewerkt met andere relevante partijen. De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 10 punten Goed: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Voor dit onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 5 punten Maximaal te behalen: 10 punten Mate waarin het presentatieplan realistisch is. Dit blijkt uit toezeggingen of intentieverklaringen van presentatieplekken. De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 10 punten Goed: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Voor dit onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 5 punten Maximaal te behalen: 10 punten Totale score Minimaal benodigd: 30 punten Maximaal te behalen: 60 punten Scoretabel 2 (voor een aanvraag voor twee producties of één productie van een bestaande maker of bestaande culturele instelling. Per productie wordt een score gegeven). Criteria Te behalen punten Artistieke kwaliteit, die blijkt uit: a.vakmanschap b.oorspronkelijkheid c.zeggingskracht Uit de aanvraag blijkt duidelijk vanuit welke inhoudelijke visie de producties vorm krijgen. De combinatie van ambachtelijke vaardigheden en visie vormen het vakmanschap van de kunstenaar. Bij oorspronkelijkheid gaat het om de mate waarin de activiteiten zich in artistieke en conceptuele zin onderscheiden van het overige aanbod in de culturele sector van Overijssel. Zeggingskracht ontstaat uit het vakmanschap plus wat wel de ‘noodzaak' of ‘urgentie' van een artistieke activiteit genoemd wordt. Hierbij kan de vraag worden gesteld waarom de productie juist nu van belang is. De score wordt als volgt bepaald per onderdeel a, b en c: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten a.15 punten b.15 punten c.15 punten Voor dit gehele onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 30 punten. Maximaal te behalen: 45 punten Zakelijke kwaliteit, die blijkt uit een realistische begroting met dekkingsplan, overtuigend PR en marketingplan waarin omschrijving van beoogde (nieuwe) doelgroepen en een realistische planning De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Voor dit gehele onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 10 punten Maximaal te behalen: 15 punten Mate waarin wordt samengewerkt met andere relevante partijen. De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Minimaal benodigd aantal punten: 5 punten Maximaal te behalen: 15 punten Mate waarin het presentatieplan realistisch is. Dit blijkt uit toezeggingen of intentieverklaringen van presentatieplekken De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Minimaal benodigd aantal punten: 10 punten Maximaal te behalen: 15 punten Totale score Minimaal benodigd aantal punten: 55 punten Maximaal te behalen: 90 punten Scoretabel 3 voor de ontwikkeling, het maken en de presentatie van een kleinschalige productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel Criteria Te behalen punten Mate waarin in de productie het verhaal van 500 jaar Overijssel tot uitdrukking komt. Dit blijkt uit de mate waarin: -de productie relateert aan een historische gebeurtenis en/of maatschappelijke ontwikkeling en/of locatie die een bovenregionale rol speelde/ speelt in Overijssel. -de productie-elementen heeft die het verhaal van Overijssel in de context plaatsen van twee van de drie tijdlijnelementen: heden, verleden en/of toekomst. De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 30 punten Goed: 20 punten Voldoende: 10 punten Onvoldoende: 0 punten Voor dit onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 20 punten. Maximaal te behalen: 30 punten Artistieke kwaliteit, die blijkt uit: a.vakmanschap b.oorspronkelijkheid c.zeggingskracht Uit de aanvraag blijkt duidelijk vanuit welke inhoudelijke visie de producties vorm krijgen. De combinatie van ambachtelijke vaardigheden en visie vormen het vakmanschap van de kunstenaar. Bij oorspronkelijkheid gaat het om de mate waarin de activiteiten zich in artistieke en conceptuele zin onderscheiden van het overige aanbod in de culturele sector van Overijssel. Zeggingskracht ontstaat uit het vakmanschap plus wat wel de ‘noodzaak' of ‘urgentie' van een artistieke activiteit genoemd wordt. Hierbij kan de vraag worden gesteld waarom de productie juist nu van belang is. De score wordt als volgt bepaald per onderdeel a, b en c: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten a.15 punten b.15 punten c.15 punten Voor dit gehele onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 30 punten. Maximaal te behalen: 45 punten Zakelijke kwaliteit, die blijkt uit een realistische begroting met dekkingsplan, overtuigend PR en marketingplan waarin omschrijving van beoogde (nieuwe) doelgroepen en een realistische planning De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Voor dit gehele onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 10 punten Maximaal te behalen: 15 punten Mate waarin wordt samengewerkt met andere relevante partijen. De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Minimaal benodigd aantal punten: 5 punten Maximaal te behalen: 15 punten Mate waarin het presentatieplan realistisch is. Dit blijkt uit toezeggingen of intentieverklaringen van presentatieplekken De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Minimaal benodigd aantal punten: 10 punten Maximaal te behalen: 15 punten Totale score Minimaal benodigd aantal punten: 75 punten Maximaal te behalen: 120 punten Scoretabel 4 voor de ontwikkeling, het maken en de presentatie van een grootschalige productie om stil te staan bij 500 jaar Overijssel Criteria Te behalen punten Mate waarin in de productie het verhaal van 500 jaar Overijssel tot uitdrukking komt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de volgende kenmerken: 1.Onderwerp is exemplarisch voor een onderdeel dat bijdroeg/ bijdraagt aan wat Overijssel nu is en op meerdere plekken relevantie heeft; 2.Onderwerp is te relateren aan een maatschappelijke ontwikkeling in of van toepassing op (grote delen van) Overijssel; 3.Onderwerp laat zich vertalen naar de belevingswereld van Overijsselaars nu; 4.Onderwerp speelt zich af op of verbeeldt een (denkbeeldige) locatie(s) in het gebied wat nu of toen Overijssel is/ was; 5.Onderwerp relateert aan één van beide of beide verhaallijnen in het Plan van Aanpak 500 jaar Overijssel (Overijssel als democratisch instituut of Overijssel als gebied) of de wisselwerking tussen beide (de impact van politieke besluitvorming/ macht op de maatschappij en vice versa). 6.Onderwerp sluit aan bij de identiteit en trots van Overijssel in zijn geheel. 7.Onderwerp relateert aan tenminste twee van de drie tijdlijnelementen: heden, verleden en/of toekomst. Uitstekend: 70 punten Goed: 50 punten Voldoende: 30 punten Matig: 20 punten Onvoldoende: 0 punten Voor dit gehele onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 50 punten. Maximaal te behalen: 70 punten Artistieke kwaliteit, die blijkt uit: a.vakmanschap b.oorspronkelijkheid c.zeggingskracht Uit de aanvraag blijkt duidelijk vanuit welke inhoudelijke visie de producties vorm krijgen. De combinatie van ambachtelijke vaardigheden en visie vormen het vakmanschap van de kunstenaar. Bij oorspronkelijkheid gaat het om de mate waarin de activiteiten zich in artistieke en conceptuele zin onderscheiden van het overige aanbod in de culturele sector van Overijssel. Zeggingskracht ontstaat uit het vakmanschap plus wat wel de ‘noodzaak' of ‘urgentie' van een artistieke activiteit genoemd wordt. Hierbij kan de vraag worden gesteld waarom de productie juist nu van belang is. De score wordt als volgt bepaald per onderdeel a, b en c: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten a.15 punten b.15 punten c.15 punten Voor dit gehele onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 30 punten. Maximaal te behalen: 45 punten Zakelijke kwaliteit, die blijkt uit een realistische begroting met dekkingsplan, overtuigend PR en marketingplan waarin omschrijving van beoogde (nieuwe) doelgroepen en een realistische planning. De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 30 punten Goed: 20 punten Voldoende: 10 punten Onvoldoende: 0 punten Voor dit gehele onderdeel geldt: Minimaal benodigd aantal punten: 30 punten Maximaal te behalen: 20 punten Mate waarin wordt samengewerkt met andere relevante partijen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit: -inrichting van een duurzame samenwerking tussen partners/initiatiefnemers -mate waarin nieuwe samenwerkingen tot stand komen -mate waarin kennis en werkwijzen zijn gedeeld en worden overgenomen De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Minimaal benodigd aantal punten: 5 punten Maximaal te behalen: 15 punten Mate waarin het presentatieplan realistisch is. Dit blijkt uit toezeggingen of intentieverklaringen van presentatieplekken De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Minimaal benodigd aantal punten: 10 punten Maximaal te behalen: 15 punten Mate waarin nieuwe culturele makers zijn betrokken bij de productie. De score wordt als volgt bepaald: Uitstekend: 15 punten Goed: 10 punten Voldoende: 5 punten Onvoldoende: 0 punten Minimaal benodigd aantal punten: 10 punten Maximaal te behalen: 15 punten Totale score Minimaal benodigd aantal punten: 120 punten Maximaal te behalen: 195 punten Paragraaf 7.38 wordt toegevoegd: 7.38 Bibliotheek en samenleving Overijssel Artikel 7.38.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. -Bibliotheekinnovatie: een voor het Overijsselse bibliotheeknetwerk nieuwe of wezenlijk vernieuwde werkwijze, dienst, product of samenwerkingsvorm, waarvan de werking of toepasbaarheid binnen Overijssel nog onvoldoende is beproefd of waarvan de toepassing binnen het Overijsselse bibliotheeknetwerk nog beperkt is. -Maatschappelijke partner: een organisatie die een maatschappelijke taak heeft, wat blijkt uit de statutaire doelstelling en/of de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Artikel 7.38.2 Doel van de subsidieregeling Openbare bibliotheken zijn een fundamentele basisvoorziening voor alle inwoners van Overijssel en dragen bij aan hun educatieve, culturele en sociale ontwikkeling. De bibliotheek ontwikkelt zich steeds meer tot een ontmoetingsplaats in de lokale samenleving; een plek om te lezen én te leren voor inwoners, lokale organisaties en initiatieven. Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan de maatschappelijke betekenis en toekomstbestendigheid van bibliotheken en aan een sterk Overijssels bibliotheeknetwerk. Met deze regeling stimuleren wij bibliotheken om samen met maatschappelijke partners innovatieve werkwijzen, diensten en voorzieningen te ontwikkelen, te beproeven en toe te passen die bijdragen aan maatschappelijke opgaven. Artikel 7.38.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Subsidie wordt verstrekt voor één van de volgende activiteiten: a.het ontwikkelen en in de praktijk beproeven van een bibliotheekinnovatie; b.het verder ontwikkelen, toepassen en opschalen van een bibliotheekinnovatie. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: a.ze worden ontwikkeld en uitgevoerd door ten minste twee openbare bibliotheekorganisaties die werkzaam zijn in Overijssel, gezamenlijk met ten minste één maatschappelijke organisatie die werkzaam is in Overijssel; b.de activiteiten hebben betrekking op een maatschappelijke opgave waar de deelnemende bibliotheken en de maatschappelijke partner vanuit hun eigen kennis en expertise aan bijdragen; c.ze worden uitgevoerd in Overijssel; d.ze hebben tot doel bij te dragen aan de maatschappelijke betekenis, toegankelijkheid of toekomstbestendigheid van bibliotheken in Overijssel; e.de activiteiten dragen bij aan ten minste één van de volgende inhoudelijke ambities uit het Netwerkplan Overijssels Bibliotheeknetwerk 2025-2028: 1.Geletterde samenleving; 2.Participeren in de (informatie)samenleving; 3.Een leven lang leren. 3.Voor het ontwikkelen en in de praktijk beproeven van een bibliotheekinnovatie gelden de volgende aanvullende voorwaarden: a.de werkzame bestanddelen van pilots worden toepasbaar gemaakt voor alle bibliotheken in Overijssel; b.uitgewerkt is hoe de opgedane kennis en resultaten beschikbaar worden gesteld aan het Overijsselse bibliotheeknetwerk. 4.Voor het doorontwikkelen, toepassen en opschalen van een bibliotheekinnovatie moet aan de aanvullende voorwaarde worden voldaan dat is uitgewerkt hoe de toepassing door andere openbare bibliotheken in Overijssel wordt bevorderd. Artikel 7.38.4 Aanvrager Subsidie kan worden aangevraagd door een vereniging, stichting of Overijsselse gemeente. Artikel 7.38.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten. 2.Vergoedingen die vrijwilligers, stagiaires en meewerkende studenten ontvangen voor de gesubsidieerde activiteiten, zijn subsidiabel. Als een vrijwilligersvergoeding voor ureninzet wordt verstrekt aan de vrijwilliger, mag deze voor een uurtarief van maximaal € 15,- op de begroting worden opgenomen. 3.De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie: a.bouwkundige- of installatiewerkzaamheden of andere materiële aanpassingen aan gebouwen of regulier inventaris; b.de ontwikkeling van cultuureducatiematerialen; c.de gebruikelijke, doorlopende bedrijfsvoering en exploitatie van een bibliotheek. Artikel 7.38.6 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal 70% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000,-. 2.Voor een project mag maximaal twee keer subsidie ontvangen worden, één keer voor het ontwikkelen en in de praktijk beproeven van een bibliotheekinnovatie en één keer voor het doorontwikkelen, toepassen en opschalen van een bibliotheekinnovatie. Artikel 7.38.7 Eigen bijdrage De eigen bijdrage bestaat uit een geldbijdrage en/of inzet van uren van alle samenwerkingspartners. Artikel 7.38.8 Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend vanaf 15 november 2026 om 9.00 uur. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Bibliotheek en samenleving Overijssel. 3.De aanvrager levert een begroting in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.1 is van toepassing. 4.De aanvrager levert een door alle samenwerkingspartners ondertekende intentieverklaring in. Artikel 7.38.9 Beschikbaar budget voor de regeling Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld. Artikel 7.38.10 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: a.de activiteiten voor 31 december 2028 uit te voeren; b.de ontwikkelde producten, voor zover intellectuele-eigendomsrechten of rechten van derden zich daartegen niet verzetten, beschikbaar te stellen voor gebruik door andere Overijsselse bibliotheken. Artikel 7.38.11 Staatssteun Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan hoofdstuk 1 en artikel 53 van de AGVV. Artikel 7.38.12 Looptijd De subsidieregeling vervalt op 31 december 2028 om 17.00 uur. 8.7 Ondersteuning gemeenten bij opvang asielzoekers en statushouders Artikel 8.7.9 Looptijd ‘1 december 2026’ wordt vervangen door: 30 november 2027 8.10 Versterken weerbaarheid op scholen Artikel 8.10.6 Subsidieaanvraag Lid 4 onderdeel b komt als volgt te luiden: b.voor het inkopen en uitvoeren van interventieaanbod: een intentieverklaring(en) van het schoolbestuur of schoolleiding die deelnemen. 9.1 Maatwerkprojecten provinciale opgaven Artikel 9.1.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen Lid 1: Toevoegen onder ‘Stimuleren van energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie (prestatie 2.3.1)’. Kerntaak Vitaal Platteland -Beheer Landschap (met inzet van vrijwilligers in kaart brengen autochtone houtopstanden) (prestatie 3.2.1). Artikel 9.1.9 Beschikbaar budget voor de regeling Lid 2: Toevoegen onder ‘Stimuleren van energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie (prestatie 2.3.1)’. Kerntaak Vitaal Platteland -Beheer Landschap (met inzet van vrijwilligers in kaart brengen autochtone houtopstanden) (prestatie 3.2.1). Paragraaf 9.2 wordt toegevoegd: 9.2. Samenwerking tussen medeoverheden Artikel 9.2.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd. -Samenwerkingsovereenkomst: schriftelijke afspraak met het doel om samen te werken met één of meer andere partijen. Deze schriftelijke afspraak kan verschillende namen hebben, zoals intentieovereenkomst, bestuursovereenkomst of realisatieovereenkomst. Artikel 9.2.2. Doel van de subsidieregeling Deze subsidieregeling heeft tot doel subsidie te verstrekken voor de uitvoering van activiteiten die bijdragen aan provinciale doelen en/of opgaven en die zijn opgenomen in een samenwerkingsovereenkomst waarbij de provincie Overijssel partij is. Artikel 9.2.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die zijn opgenomen in een samenwerkingsovereenkomst en die bijdragen aan provinciale doelen en/of opgaven. 2.De samenwerkingsovereenkomst is aangegaan tussen de provincie Overijssel en minimaal één andere medeoverheid. 3.Subsidie wordt niet verstrekt als de financiering van de provincie aangemerkt wordt als een betaling voor aan de provincie geleverde of te leveren diensten of goederen. Denk bijvoorbeeld aan een jaarlijkse bijdrage aan een regionale uitvoeringsorganisatie, een omgevingsdienst, een veiligheidsregio of een ander samenwerkingsverband op grond van een Wgr. Voor dergelijke bijdragen is deze subsidieregeling niet bedoeld. 4.De activiteiten mogen gestart zijn voordat de subsidieaanvraag wordt ingediend. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3 lid 1. Artikel 9.2.4 Voorbehoud De subsidie wordt verstrekt onder het voorbehoud dat de deelnemende partijen hun volledig afgesproken bijdrage beschikbaar stellen. Artikel 9.2.5 Aanvrager De aanvrager is een medeoverheid, zijnde een gemeente, een waterschap, een provincie of het Rijk die partij is bij de samenwerkingsovereenkomst. De aanvrager kan bijvoorbeeld de penvoerder zijn. Artikel 9.2.6 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Artikel 9.2.7 Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal het in de samenwerkingsovereenkomst vastgelegde bedrag dat voor rekening van de provincie komt. Hierbij geldt dat kostenoverschrijdingen niet leiden tot een hogere subsidie, tenzij Gedeputeerde Staten anders besluiten. 2.Als de subsidie meer bedraagt dan € 1.500.000,- en doorloopt na het jaar van verlening, wordt deze verleend onder de voorwaarde dat Provinciale Staten voor de betreffende jaren begrotingsmiddelen voor de activiteiten beschikbaar stellen. Artikel 9.2.8 Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Samenwerking tussen medeoverheden. 3.In afwijking van artikel 1.2.13 is het niet nodig een afzonderlijk begrotings- en dekkingsplan in te dienen. 4.De aanvrager overlegt bij de aanvraag de door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst. De Samenwerkingsovereenkomst bevat ten minste de volgende informatie: a.de deelnemende partijen; b.de taakverdeling, verantwoordelijkheden, financiële bijdragen van iedere deelnemer en wie van de deelnemers de penvoerder is; c.een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; d.de uitvoeringsperiode of planning; e.een begroting met een specificatie van de kosten en specificatie van de dekking; f.als de uitvoering langer duurt dan twaalf maanden en de aangevraagde subsidie € 1.500.000,- of meer bedraagt: een uitgavenplanning; g.de voorwaarden waaronder de samenwerkingsovereenkomst kan worden gewijzigd, opgeschort of beëindigd; h.voor zover relevant een beschrijving van de financiële risico's, waaronder de gevolgen van een kostenoverschrijding, de partij die deze risico's draagt en de wijze waarop deze worden beheerst. i.de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd over de uitvoering van de activiteiten en de besteding van de financiële inbreng van de provincie; en j.de wijze waarop de voortgang en resultaten van de activiteiten worden gemonitord. Artikel 9.2.9 Beschikbaar budget voor de regeling In afwijking van artikel 1.2.16, eerste lid, stellen Gedeputeerde Staten voor deze subsidieregeling geen subsidieplafond vast. Artikel 9.2.10 Vaststelling 1.Als sprake is van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, vindt de verantwoording plaats overeenkomstig de SiSa-systematiek. 2.In de overige gevallen zijn de artikelen 1.2.19 tot en met 1.2.21 van toepassing. 3.Gedeputeerde Staten kunnen besluiten een subsidie van € 25.000,- of meer direct vast te stellen. Artikel 1.2.19 is dan van toepassing. Artikel 9.2.11 Looptijd De subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur. Artikel II Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie in het provinciaal blad. In afwijking hiervan werkt de wijziging van artikel 4.49.1 terug tot en met 10 augustus 2026. Gedeputeerde Staten van Overijssel

Meer informatie