Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Eersel 2026

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op29 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Eersel

Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Eersel 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eersel, gelet op de artikelen 44 en 66 van de Gemeentewet en de artikelen 3.3. 2, 3.3.3, tweede lid en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.8 van de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers; besluit vast te stellen: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Eersel 2026. b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Eersel 2026 Artikel 1. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing 1. De burgemeester of de wethouder die een vergoeding wil ontvangen in verband met de deelname aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie (zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers), dient vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de gemeentesecretaris. 2. Bij deze aanvraag worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald. 3. Jaarlijks wordt voor scholing een vergoeding vastgesteld van maximaal 2,25% van de loonkosten. Van deze maximale vergoeding kan uitsluitend bij besluit van de gemeentesecretaris worden afgeweken. 4. Het verzoek wordt uitgevoerd nadat het is getoetst aan de kaders van deze regeling, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 2. Informatie- en communicatievoorzieningen 1. De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer, mits de gemeente bereid is de informatie- en communicatievoorzieningen af te stoten. Artikel 3. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 4. Reiskosten woon-werkverkeer burgemeester 1. De burgemeester heeft recht op een vergoeding van de kosten voor woon-werkverkeer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.2.9 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.6 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. 2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt als een vaste maandelijkse vergoeding verstrekt, voor zover dit voldoet aan de fiscale voorwaarden voor vaste reiskostenvergoedingen zoals die gelden op grond van de wet- en regelgeving inzake de loonheffingen. Artikel 5. Reiskosten woon-werkverkeer wethouders 1. De wethouder heeft recht op een vergoeding van de kosten voor woon-werkverkeer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.2.9 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.6 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. 2. Er bestaat maximaal twee keer per dag recht op een enkele reisvergoeding woon-werkverkeer. 3. De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel 6. Zakelijke reiskosten 1. De burgemeester of de wethouder heeft recht op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.2.9 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.6 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. 2. De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel 7. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van onkosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur; of b. betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken over te leggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door de burgemeester of wethouder ingediend bij de gemeentesecretaris. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan burgemeester of wethouder binnen 2 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel 8. Buitenlandse (dienst)reis 1. Als de burgemeester of de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maken worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. 2. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. 3. Burgemeester en wethouders zijn verplicht de werktelefoon mee te nemen tijdens buitenlandse (dienst)reizen. Kosten die voortvloeien uit excessief privégebruik van de werktelefoon buiten het Europese roaminggebied worden aan de betreffende burgemeester of wethouder in rekening gebracht. Artikel 9. Titel en inwerktreding 1.Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de bekendmaking. 2.Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Eersel 2026. Aldus besloten in de vergadering van het college van Eersel op 13 oktober 2026;burgemeester en wethouders van Eersel,de secretaris, ing. H.M.L. Offermansde burgemeester, drs. W.A.C.M. Wouters

Meer informatie