Beleidsregels Kinderopvang op basis van Re-integratie, SMI, Peuteropvang en VVE 2027
Beleidsregels Kinderopvang op basis van Re-integratie, SMI, Peuteropvang en VVE 2027 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta gelet op het bepaalde in: - Artikel 1.6 en 1.13 van de Wet Kinderopvang; overwegende dat: We het belangrijk vinden dat alle inwoners binnen hun mogelijkheden kunnen meedoen. We daarbij de regie zoveel mogelijk bij de inwoner laten; het uitgangspunt is, dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor de zorg, opvang en opvoeding van hun kinderen; We voor gezinnen of alleenstaande ouders, die als gevolg van sociale en/ of medische redenen tijdelijk niet in staat zijn om voor de kinderen te zorgen, de kinderopvang financieel toegankelijk willen laten zijn; Van de alleenstaande ouder of het gezin waarvoor we een re-integratie- of inburgeringsvoorziening inzetten, niet kan worden verwacht dat zij voor extra kosten komt te staan als gevolg van noodzakelijke kinderopvang; Het gewenst is ter invulling van de beleidsruimte van het college procedurele en inhoudelijke voorwaarden te formuleren met het oog op de beoordeling van aanvragen Sociaal Medische Indicatie en re-integratie; Het voor kinderen van belang is gestimuleerd te worden in hun ontwikkeling en met andere kinderen te spelen. Kinderopvang hier een belangrijke rol in kan spelen. We zoveel mogelijk streven naar (financiële) gelijkstelling van alle gemeentelijke kind-regelingen: voorschoolse educatie, niet-kinderopvangtoeslag peuter, Sociaal Medische Indicatie en re-integratie. Met andere woorden: het moet voor een ouder vanuit financieel oogpunt geen verschil maken voor welke kindregeling men in aanmerking komt; Het daarom noodzakelijk is om de Beleidsregels Kinderopvang op basis van Re-integratie, Sociaal Medische Indicatie, Peuteropvang en Voor- en vroegschoolse educatie 2027 vast te stellen. besluit: Artikel 1 Begripsbepalingen 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a.Aanvraag: een verzoek van een ouder om een gemeentelijke (aanvullende) tegemoetkoming (subsidie) in de kosten van kinderopvang; b.JGZ: jeugdgezondheidszorg 0-18 jaar; c.Kansshop: het digitale platform waar inwoners van Eemsdelta met een inkomen tot 120% van het minimuminkomen terecht kunnen voor financiële regelingen. d.Kind: een kind als bedoeld in artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) in de leeftijd van o jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor het kind begint; e.Kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang (Wko); f.Niet-KOT peuter: peuter 2-4jaar wiens ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; g.Ondersteuningsplan: een plan dat door de regievoerder SMI en de ouder(s) samen wordt opgesteld, waarin de ondersteuning en de stappen die ouders hierin zetten wordt beschreven; h.Ouder: de in de gemeente Eemsdelta woonachtige gezaghebbende ouder(s)/ pleegouder(s)/ verzorger(s) van het kind die voldoet/voldoen aan de begripsbepaling in de Wko; i.Re-integratie: stappen die bijdragen aan deelname aan de arbeidsmarkt, waaronder begrepen sociale activering, stage en scholing, nader omschreven in de Re-integratieverordening Eemsdelta. Hiermee gelijkgesteld is de inburgeringsplicht; j.Sociaal Medische Indicatie (SMI): toestemming voor het inzetten van een vergoeding voor kinderopvang vanwege sociale en/of medische redenen en waarvoor geen tegemoetkoming kan worden aangevraagd via de Belastingdienst; k.Sterke lokale teams: het netwerk van uitvoeringsspecialismen in het sociaal domein. De teams hebben de taak passende ondersteuning te bieden aan inwoners en/ofte zorgen dat inwoners passende ondersteuning krijgen, te signaleren en in te zetten op preventie. l.TJJ: Team Jeugd en Jongeren van de gemeente. Aanmeldingen voor zorg lopen via het aanmeldteam van Team Jeugd en Jongeren. m.VVE: voor- en vroegschoolse educatie, waarvoor de indicatie wordt gegeven door het consultatiebureau; n.Wko: de Wet kinderopvang; Artikel 2 Doel De beleidsregels hebben tot doel de kinderopvang financieel toegankelijk te laten zijn, voor gezinnen of alleenstaande ouders: a.die deelnemen aan een re-integratie-, scholings- of inburgeringsvoorziening, of; b.die als gevolg van sociale en/ of medische redenen tijdelijk niet in staat zijn om voor de kinderen te zorgen, of; c.van peuters van 2 tot 4 jaar die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, of; d.waarvan de peuters van 2,5 tot 4 jaar in aanmerking komen voor voorschoolse educatie (VVE) als dit voor de peuterontwikkeling noodzakelijk en/of wenselijk is in geval van een (risico op) een ontwikkelingsachterstand. Artikel 3 Doelgroep Re-integratie Het college verleent een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang aan de ouder(s), woonachtig in de gemeente Eemsdelta, die recht heeft/hebben op een kinderopvangtoeslag en die: a.algemene bijstand ontvangt, of een niet-uitkeringsgerechtigde ouder, die wordt ondersteund bij re-integratie; b.algemene bijstand ontvangt en een verplichte inburgeringscursus volgt; c.een inburgeringscursus volgt en een partner heeft met inkomen uit arbeid niet hoger of gelijk aan de van toepassing zijnde bijstandsnorm; d.tegenwoordige arbeid verricht waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001wordt genoten en die aanvullende algemene bijstand ontvangt; e.studeert en hiervoor studiefinanciering ontvangt; f.de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, algemene bijstand ontvangt en schoolgaand is, waarbij deze situatie een noodzaak tot kinderopvang met zich meebrengt. Artikel 4 Doelgroep SMI Het college verleent op sociale en/of medische indicatie een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang aan de ouder, woonachtig in de gemeente Eemsdelta: a.voor wie is vastgesteld dat één of meer lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen van de ouder opvang van het kind noodzakelijk maken, of; b.van wie is vastgesteld dat een sociale reden opvang van het kind noodzakelijk maakt, of; c.waarbij sprake is van een crisissituatie waardoor hij/ zij tijdelijk niet in staat is de verzorging van het kind op zich te nemen, of; d.waarbij is vastgesteld dat de veiligheid van het kind in het geding is, of; e.waarbij de opvang van het kind in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind noodzakelijk is. Artikel 5 Doelgroep peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Het college verleent een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang aan de ouder, woonachtig in de gemeente Eemsdelta: a.wiens peuter van 2 tot 4 jaar deelneemt aan peuteropvang en die geen recht heeft op kinderopvangtoeslag (niet-KOT); b.wiens peuter van 2,5 tot 4 jaar deelneemt aan voorschoolse educatie en de indicatiestelling VVE is afgegeven door het consultatiebureau. c.Voor peuteropvang en VVE wordt de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang door de gemeente rechtstreeks voldaan aan de kinderopvangorganisatie; d.waarbij in geval van peuteropvang max 320 uur per kalenderjaar wordt vergoed, met een ouderbijdrage op basis van de VNG tabel peuteropvang; e.in geval van voorschoolse educatie max 320 uur per kalenderjaar volledig wordt vergoed en max 320 uur per kalenderjaar wordt vergoed, met een ouderbijdrage op basis van de VNG tabel peuteropvang; Artikel 6 Melding van doelgroep re-integratie en SMI a.Een melding kan schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal bij de gemeente worden ingediend. De melding wordt doorgestuurd naar de regievoerder. b.De gemeente treft in spoedeisende gevallen zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel. Artikel 7 Indicatiestelling SMI Voor de indicatiestelling SMI: a.zal de gemeente de melding voor SMI doorzetten naar de regievoerder SMI voor een advies over de noodzaak van SMI; b.brengt de regievoerder SMI advies uit over de noodzaak van inzet SMI en doet aanbevelingen hiervoor in het ondersteuningsplan; c.kan de gemeente aanvullende expertise of een onafhankelijk adviseur inschakelen om te kunnen beoordelen of een ouder behoort tot de doelgroep; d.is de geldigheidsduur van de indicatie maximaal 24 maanden en daarbinnen niet langer dan nodig; Artikel 8 De aanvraag doelgroep Re-integratie en SMI 1.Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang wordt door de ouder een aanvraag gedaan bij het college. 2.Als de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag medeondertekend door de partner. 3.Een aanvraag bevat in elk geval: a.Naam, adres en BSN van de ouder en, indien van toepassing, naam, adres en BSN van de partner; b.Naam, adres, BSN en geboortedatum van het kind of de kinderen waarvoor de aanvraag kinderopvang geldt; c.Offerte/ plaatsingsbewijs van de kinderopvang waar de opvang plaatsvindt. Hierin moet in ieder geval worden vermeld: het aantal uren opvang, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; d.Geldig identiteitsbewijs van de ouder en, indien van toepassing, van de partner; e.Inkomensgegevens; f.De datum en handtekening; g.Overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag. 4.Het college neemt uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een besluit. 5.Het college kan de in het vierde lid vermelde termijn met maximaal vier weken verlengen. Artikel 9 De voorwaarden 1.De kinderopvang locatie moet gevestigd zijn in de gemeente, tenzij het op grond van re-integratie of SMI meer in de rede ligt om gebruik te maken van een voorziening buiten de gemeente. 2.Aan het recht op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van re-integratie is de voorwaarde verbonden dat de ouder valt onder de doelgroep als bedoeld in artikel 3, onderdelen a, b, c, d, een f van deze beleidsregels. Er is toestemming van een werkcoach nodig. Het verwijtbaar niet meewerken of stopzetten van stappen richting arbeidsparticipatie is een reden om de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang te weigeren of te stoppen. 3.Aan het recht op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van SMI kan de voorwaarde worden verbonden dat professionele begeleiding wordt ingezet om de problematiek weg te nemen. Het verwijtbaar niet inzetten of stopzetten van professionele begeleiding is een reden om de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang te weigeren of te stoppen. 4.Voor deelname aan VVE is een indicatie van het consultatiebureau van de GGD nodig. 5.Als de kinderopvang niet of niet meer wordt afgenomen, is de kinderopvang verplicht dit per direct door te geven aan de gemeente. Het teveel aan betaalde tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang zal worden teruggevorderd. Artikel 10 Voorliggende voorzieningen Het college weigert een tegemoetkoming in de kosten voor de kinderopvang als er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend: a.De kinderopvang die de ouder op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van derde personen uit het sociaal netwerk kan organiseren; b.De tegemoetkoming van de Belastingdienst voor de kosten kinderopvang (kinderopvangtoeslag); c.Een tegemoetkoming voor kinderopvang op basis van de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg. Artikel 11 Ingangsdatum 1.De gemeente verstrekt een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang vanaf de datum waarop de aanvraag bij de gemeente is gedaan. Wordt op die datum nog geen kinderopvang afgenomen, dan geldt de datum waarop de kinderopvang start. 2.In geval van een melding van een spoedsituatie als bedoeld onder artikel 5, kan de gemeente de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang vanaf deze datum verstrekken. 3.Vergoeding peuteropvang en voorschoolse educatie start op de datum dat het kind op de opvang begint. Artikel 12 Hoogte van de vergoeding 1.Bij het bepalen van de hoogte van de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang, als bedoeld onder artikel 3 van deze beleidsregels (re-integratie), wordt aangesloten bij de berekeningssystematiek kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Het college komt de ouder tegemoet in de vergoeding van de 4% eigen bijdrage; het gedeelte wat niet onder de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst valt. 2.De tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang, als bedoeld onder artikel 4 (SMI) van deze beleidsregels, wordt vergoed op basis van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van de systematiek van de Belastingdienst. Voor ouders met een (gezamenlijk) inkomen tot 120% van het minimuminkomen, wordt de ouderbijdrage voor kinderopvang op basis van een SMI indicatie volledig vergoed. Voor pleegouders wordt de ouderbijdrage volledig vergoed. 3.De gemeente gaat bij het bepalen van de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang, als bedoeld onder lid 1 en 2, uit van het daadwerkelijke uurtarief, welke door de kinderopvangorganisatie in rekening is gebracht, tot maximaal een euro boven het WKO uurtarief. Indien het tarief dat de kinderopvang rekent hoger ligt, kan van een andere opvang gebruik gemaakt worden of de ouders kiezen ervoor het prijsverschil zelf te betalen; een hogere ouderbijdrage dus. 4.De tegemoetkoming in de kosten van de peuteropvang, als bedoeld onder artikel 5 van deze beleidsregels, wordt vergoed op basis van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van de VNG tabel peuteropvang. Voor ouders met een (gezamenlijk) inkomen tot 120% van het minimuminkomen, wordt de ouderbijdrage voor peuteropvang volledig vergoed. Voor pleegouders wordt de ouderbijdrage volledig vergoed. 5.Voor peuteropvang en voorschoolse educatie wordt het landelijk WKO uurtarief gehanteerd. Artikel 13 Maximaal aantal uren Het college verleent de subsidie voor het aantal uren kinderopvang: a.dat op grond van de sociaal medische indicatie, dan wel dat naar haar oordeel, redelijkerwijs noodzakelijk is, met een maximum van 3 dagen per week, tenzij er dwingende redenen (ter beoordeling aan de regievoerder) zijn om hiervan af te wijken, of; b.dat nodig is om de re-integratievoorziening naar behoren te kunnen verrichten, of; c.in geval van peuteropvang max 320 uur en in geval van voorschool se educatie max 640 uur per kalenderjaar. Artikel 14 Duur van de subsidie 1.De subsidie bij een re-integratievoorziening geldt voor de duur van de inzet van de voorziening. 2.De subsidie op grond van SMI geldt voor de periode van de indicatie. 3.De subsidie voor peuteropvang en voorschoolse educatie wordt vergoed tot het kind 4 jaar is en/of naar de basisschool gaat of eerder stopt met deelname aan de opvang. Artikel 15 Uitbetaling 1.De subsidie voor re-integratie en SMI wordt, per kalenderjaar, in de vorm van een declaratiesysteem in maandelijkse termijnen aan de opvang uitbetaald. 2.De vergoeding voor peuteropvang en voorschoolse educatie wordt per kalenderjaar betaald aan de kinderopvang in de vorm van een subsidie. Artikel 16 Inlichtingenplicht De ouder is verplicht om direct en uit eigen beweging, dan wel op verzoek van de gemeente, alle gegevens door te geven waarvan het de ouder duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een subsidie in de kosten van kinderopvang. Zoals wijzigingen in het aantal uren kinderopvang waarvan gebruik wordt gemaakt, wijzigingen in het inkomen, ed. Voor re-integratie wordt dit doorgegeven aan Kindermediair, voor SMI aan de regievoerder. Voor peuteropvang en VVE moeten wijzigingen worden doorgegeven aan de kinderopvang organisatie. De kinderopvangorganisatie geeft deze door aan de gemeente. Artikel 17 Herziening en intrekking Het college kan het recht op subsidie herzien of intrekken: a.Als het niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting heeft geleid tot een onterechte of een te hoog verstrekte subsidie; b.Als anderszins een subsidie ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt. Artikel 18 Definitieve vaststelling of afrekening Na afloop van de periode waarvoor de subsidie is verleend, stelt het college de subsidie ambtshalve binnen een jaar vast. De ouder verstrekt daartoe: a.Een overzicht van de feitelijke kosten van de kinderopvang over deze periode; b.Een jaaropgaaf van de inkomsten van de ouder. c.Voor peuteropvang en VVE, dient de kinderopvang organisatie in uiterlijk april een verantwoording in over het voorgaande kalenderjaar en wordt de subsidie vastgesteld. Artikel 19 Terugvordering 1.Als het college een besluit tot herziening of intrekking heeft genomen, wordt een ten onrechte of te hoog verstrekte subsidie teruggevorderd; 2.Wanneer bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat de definitieve hoogte van de subsidie negatief afwijkt van het betaalde voorschot, wordt een ten onrechte of te hoog verstrekt voorschot teruggevorderd. Artikel 20 Overgang bestaande SMI indicaties Voor inwoners die een bestaande SMI indicatie hebben op 1 januari 2027, blijft deze doorlopen. Op het moment dat deze afloopt of herbeoordeeld wordt, geldt het nieuwe beleid. Artikel 21 Slotbepaling en inwerkingtreding beleidsregels 1.De gemeente kan ter nadere uitvoering van deze beleidsregels uitvoeringsregels opstellen. 2.In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist de gemeente. 3.Deze beleidsregels treden in werking op 1januari 2027. Artikel 22 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als 'Beleidsregels Kinderopvang op basis van Re-integratie, SMI, Peuteropvang en VVE 2027'. Aldus vastgesteld op 6 oktober 2026.Het college van burgemeester en wethouders,B. Visser BurgemeesterK. van der WalSecretaris
Meer informatie