Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024
Wijziging Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024 Bekendmaking Dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben op 20 oktober 2026 besloten het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024 te wijzigen. Besluit Dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland, gelezen het voorstel tot wijziging van het Mandaat- en Volmachtbesluit in verband met de Participatieverordening en het participatiebeleid, kenmerk 26.095085; gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en gelet op artikel 79 van de Waterschapswet; besluiten: 1.De bevoegdheid om te besluiten of participatie wordt toegepast op grond van artikel 2, eerste lid, van de Participatieverordening Hoogheemraadschap van Rijnland 2026 te mandateren aan de secretaris-algemeen directeur. En hiertoe: 2.In te voegen in het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024 een nieuw artikel 30 en als volgt vast te stellen: Artikel 30 Besluiten op grond van de Participatieverordening Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot: a. Het nemen van besluiten of participatie wordt toegepast op grond van artikel 2, eerste lid, van de Participatieverordening Hoogheemraadschap van Rijnland 2026, met inachtneming van de Participatieverordening en het Participatiebeleid Rijnland. b. Het uitvoeren van het participatieproces overeenkomstig de Participatieverordening 2026 en het Participatiebeleid Rijnland. 3.Het oude artikel 30 van het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024 te vernummeren tot artikel 31. 4.Een tekstuele wijziging aan te brengen in het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: in het eerste lid wordt na ‘die besluiten’ ingevoegd ‘te’. 5.Dit besluit in werking te laten treden één dag na bekendmaking in het Waterschapsblad. 6.Kennis te nemen van de voorgenomen wijziging van het Besluit Ondermandaten Rijnland 2024. Leiden, 20 oktober 2026Dijkgraaf en hoogheemradenR.A.M. van der Sande, dijkgraafM. Middendorp, secretaris Toelichting op wijziging Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024: 1 & 2. In het nieuwe artikel 30 mandateert D&H de bevoegdheid om te bepalen of en op welke wijze participatie wordt toegepast bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van besluiten en projecten. Met de mogelijkheid van ondermandatering (zie art. 8 Mandaat- en Volmachtbesluit). Dit besluit gaat over het mandateren van de bevoegdheid om te besluiten of participatie wordt toegepast en de uitvoering daarvan, en expliciet niet over het uitdaagrecht. Artikel 7 (en verder) van de Participatieverordening regelen het uitdaagrecht. Bij de uitvoering van het participatieproces kan ook gekozen worden voor het toepassen van inspraak (zie artikel 4 uit de Participatieverordening). Van belang is dat wanneer inspraak wettelijk voorgeschreven is, het wettelijk bevoegde bestuursorgaan bevoegd is en blijft. Dit zijn vaak procedures voor besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij participatie echter gaat het meestal om vormen van participatie die plaatsvinden vóór of los van een formeel Awb-besluit. Dit omdat participatie betrekking heeft op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Ook bij deze participatieprocessen kan gekozen worden voor inspraak als vorm van participatie. Voor zover deze inspraak niet wettelijk is voorgeschreven, valt ook de bevoegdheid daartoe onder dit mandaat. 4. Er wordt een tekstuele wijziging aangebracht in het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024. In artikel 3 wordt na ‘die besluiten’ ingevoegd ‘te’. Dit betreft een wijziging van redactionele aard. 5. Het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024 en het Besluit Ondermandaten 2024 zullen tegelijkertijd worden bekendgemaakt en daarna ook tegelijk in werking treden. 6. De secretaris-algemeen directeur van het hoogheemraadschap van Rijnland zal door wijziging van het Besluit Ondermandaten Rijnland 2024 de bevoegdheid om te besluiten of participatie wordt toegepast op grond van artikel 2, eerste lid, van de Participatieverordening, ondermandateren aan de directeuren, lijnmanagers, teamleiders, resultaatmanagers en opdrachtgevers, voor aangelegenheden die behoren tot hun taak- of resultaatsgebied. Dit kan op grond van artikel 8 Mandaat- en Volmachtbesluit. Door het ambtelijk mandaat wordt de slagvaardigheid groter en D&H ontlast.
Meer informatie