Verordening participatie, inspraak en Uitdaagrecht gemeente Pijnacker-Nootdorp 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op29 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Pijnacker-Nootdorp

Verordening participatie, inspraak en Uitdaagrecht gemeente Pijnacker-Nootdorp 2026 De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 september 2026 met nummer 2243288; overwegende dat het van belang is lokale democratische processen door participatie van de samenleving van Pijnacker-Nootdorp te verrijken, de samenwerking tussen gemeente en die samenleving te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4, § 16.3.1, § 16.3.3., § 16.3.4., § 16.3.5. van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit besluit: vast te stellen de volgende aangepaste Verordening participatie, inspraak en Uitdaagrecht gemeente Pijnacker-Nootdorp 2026: Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen Artikel 1 – Definities 1.Deze verordening verstaat onder: a.beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren; b.inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid; c.inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan biedt voor inwoners en belanghebbenden om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet; d.uitdaagrecht: recht van inwoners en lokale maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet e.bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester; f.inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet: zij die hun werkelijke woonplaats in de gemeente hebben, dat wil zeggen met een adres in de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn ingeschreven in de basisregistratie personen; g.maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, sociale ondernemingen (zonder winstoogmerk) of andere organisaties (die een collectief vormen en) die een actieve bijdrage leveren aan de samenleving binnen de gemeente; h.ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten; i.participatieniveau: informeren, inspreken/raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen j.informeren: vorm van inwonersparticipatie waarbij de inwoner geen invloed heeft op de besluitvorming, maar wel wordt betrokken bij het beleidsproces zonder een actieve rol te hebben; k.inspraak of raadplegen: vorm van inwonersparticipatie waarbij inwoners hun mening kunnen geven over het voorgenomen beleid. Het bevoegde bestuursorgaan betrekt de ingebrachte zienswijzen bij de beleidsvoorbereiding; l.adviseren: vorm van inwonersparticipatie waarbij inwoners actief betrokken worden bij het beleidsproces en meer invloed dan bij inspraak krijgen. Niet alleen geven zij hun mening over het onderwerp, maar het bevoegde bestuursorgaan betrekt deze meningen en adviezen bij het besluit. m.coproduceren: het bestuursorgaan en inwoners trekken samen op bij het opstellen en uitwerken van een plan. n.meebeslissen: hierbij maken overheid en inwoners samen een plan en beslissen zij samen wat er met dit plan gebeurt o.startdocument: een door een bestuursorgaan vast te stellen document, bijvoorbeeld een startnotitie, kaderstellende notitie, beleidsopdracht, bestuursopdracht, projectplan of plan van aanpak. Artikel 2 – Reikwijdte 1.Elk bestuursorgaan besluit vanuit zijn eigen beleid of er inwonersparticipatie plaatsvindt en vanuit zijn eigen taken of om toepassing van het Uitdaagrecht kan worden verzocht.2.Het bestuursorgaan past participatie toe bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.3.Er vindt geen inwonersparticipatie of toepassing van het Uitdaagrecht plaats als: a.het om een reeds lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat; b.inwonersparticipatie of toepassing van het Uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; c.de uitkomst van de inwonersparticipatie of de toepassing van het Uitdaagrecht vanwege spoed niet kan worden afgewacht; d.de verantwoordelijkheid voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen dan belang van de participatie; e.sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; f.het om interne (organisatorische) aangelegenheden van de gemeente gaat; g.het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat. Hoofdstuk 2. Inwonersparticipatie Artikel 3 – Plan voor inwonersparticipatie 1.Het bevoegde bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid een plan op en maakt dit openbaar. In dit plan staat het proces en de planning van de inwonersparticipatie. 2.Het bevoegde bestuursorgaan neemt een besluit over de voorgestelde participatieaanpak. Het bestuursorgaan legt dit vast in een participatieplan of participatieparagraaf van het startdocument. Het plan bevat in elk geval: a.een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt, b.de informatie over het doel, het proces en de planning van de inwonersparticipatie en c.de informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid. 3.Als het college de besluitvorming over het beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud. Artikel 4 – Inspraak Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt. Artikel 5 - Eindverslag inwonersparticipatie 1.Na de inwonersparticipatie stelt het bestuursorgaan een eindverslag op. Zij maakt dit openbaar binnen acht weken na afronding van het proces.2.Het eindverslag bevat in ieder geval: a.een beschrijving van het proces dat is gevolgd; b.de uitkomsten van het proces en de belangen en argumenten die naar voren zijn gebracht; c.een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten waarbij aangegeven is hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; d.optioneel aangevuld met een evaluatie van het gevolgde proces. 3.Als het college op grond van artikel 3, derde lid het plan voor de inwonersparticipatie opstelde, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud. Hoofdstuk 3. Uitdaagrecht Artikel 6 – Verzoek toepassing Uitdaagrecht 1.Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het Uitdaagrecht indienen. 2.Dit verzoek bevat: a.omschrijving van de gemeentelijke taak die de verzoeker wil overnemen; b.uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak doelmatiger, toegankelijker, innovatiever, goedkoper of met aantoonbare maatschappelijke meerwaarde kan uitvoeren; c.duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de verzoeker; d.indicatie van het draagvlak onder belanghebbende inwoners; e.raming van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; f.omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft; g.inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn te waarborgen. 3.Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 7 - Beoordeling verzoek toepassing Uitdaagrecht 1.Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2.Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a.het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het Uitdaagrecht verzet; b.het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; 3.Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: a.het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het Uitdaagrecht niet beter is uit te voeren of de kosten hoger zijn; b.als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt. 4.Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek naar de indiener. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen.5.Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar. Artikel 8 – Uitvoering taak 1.Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het Uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a.het proces, het resultaat en de looptijd; b.het budget en financieringswijze; c.het contact met het bestuursorgaan gedurende het proces; d.de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen; e.de evaluatie van de uitvoering van de taak. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 9 - Participatie in begroting en jaarverslag. 1.Het college neemt elk jaar de speerpunten voor participatie voor het komend jaar op, in de paragraaf dienstverlening van de begroting. De gemeenteraad krijgt deze ter besluitvorming voorgelegd.2.Het college doet elk jaar verslag over de uitvoering van deze verordening en de speerpunten uit de begroting, in de paragraaf dienstverlening van het jaarverslag. De gemeenteraad krijgt deze ter besluitvorming voorgelegd. Artikel 10 - Hardheidsclausule Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt. Artikel 11 - Evaluatie en monitoring 1.Het college evalueert eenmaal per vier jaar de uitvoering van deze verordening. De eerste keer is in de tweede helft van 2027. Het college zendt de raad bij iedere evaluatie een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.2.Ten behoeve van de evaluatie verzamelen burgemeester en wethouders systematisch informatie over: a.het aantal doorlopen participatieprocessen en inspraakprocedures; b.het aantal deelnemers aan de participatieprocessen en inspraakprocedures; c.de aard en het doel van de doorlopen participatieprocessen en inspraakprocedures; d.het resultaat van de participatieprocessen en inspraakprocedures; e.de rolinvulling van het college en de raad tijdens de participatieprocessen en inspraakprocedures; f.de tevredenheid van de deelnemers aan de participatieprocessen en inspraakprocedures en de verbeterpunten; g.de leerdoelen en aandachtspunten van de doorlopen participatieprocessen en inspraakprocedures. Artikel 12 - Intrekking oude regeling 1.De Verordening participatie, inspraak en Uitdaagrecht gemeente Pijnacker-Nootdorp 2023 wordt ingetrokken.2.De Verordening participatie, inspraak en Uitdaagrecht gemeente Pijnacker-Nootdorp 2023 blijft van toepassing op beleid waarvoor tijdens de inwerkingtreding van deze verordening reeds een participatieprocedure of inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart. Artikel 13 - Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 15 oktober 2026.2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie, inspraak en Uitdaagrecht gemeente Pijnacker-Nootdorp 2026. Vastgesteld in de openbare vergadering van 15 oktober 2026. Mark Tobeas griffier Björn LugthartVoorzitter Toelichting Algemeen deel Aanleiding: Wet versterking participatie op decentraal niveau Op 1 januari 2025 trad de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking (Stb. 2024, 203, hierna: de wet). Deze wet beoogt het draagvlak voor het beleid van gemeenten, en de uitvoering en evaluatie daarvan, te vergroten door inwoners hier een grotere rol in te geven. Volgens de memorie van toelichting is het, gezien de grote maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor staan, van belang dat gemeenten inwoners vroegtijdig en zorgvuldig betrekken bij vraagstukken. Tegen die achtergrond voorziet de wet in de eerste plaats in een verbreding van de verplichtingen voor gemeenten. Gemeenten moeten inwoners op grond van de wet niet meer alleen bij de voorbereiding van beleid betrekken, maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan (artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet). In de memorie van toelichting staat dat inspraak lang niet het enige middel voor gemeenten is om inwoners bij het maken van beleid en de uiteindelijke besluitvorming te betrekken. De wet beoogt in de tweede plaats dus dat gemeenten hun inspraakverordening vervangen door een participatieverordening en dat zij daarin meer recht doen aan alle verschillende middelen die er voor participatie zijn. Tot slot bevat de wet een bepaling over het Uitdaagrecht. Uit artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet volgt dat gemeenten in de nieuwe participatieverordening niet alleen moeten voorzien in de wijze waarop gemeenten inwoners bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van gemeentelijk beleid betrekken, maar aan inwoners en maatschappelijke partijen ook de mogelijkheid moeten bieden zelf het initiatief te nemen. Geregeld is dat gemeenten in de participatieverordening de voorwaarden moeten bepalen waaronder inwoners en maatschappelijke partijen taken van de gemeente kunnen uitvoeren. Dit betreft zowel het uitvoeren van de eigen taken van de gemeenten (artikel 150, derde lid, onder a), als het uitvoeren van de taken die aan de gemeenten in medebewind zijn gegeven (artikel 150, derde lid, onder b). Dit laatste voor zover dat niet in strijd is met de wet. Invulling participatieverordening In deze verordening staan de spelregels voor inwonersparticipatie. Het gaat om een kader hoe inwoners, organisaties en andere belanghebbenden op initiatief van de gemeente bij het beleidsproces te betrekken. Verder biedt de verordening ruimte aan het Uitdaagrecht. Er staan in de verordening voorwaarden waaronder de gemeente het Uitdaagrecht toepast en de verordening voorziet ook in een procedure bij het indienen van een verzoek daartoe. Artikelsgewijs Artikel 1. Definities Beleid Het begrip beleid ziet op het beleid van een bestuursorgaan in brede zin, hieronder vallen ook projecten, programma’s en plannen. Bij beleid gaat het niet om het nemen van concrete besluiten of maatregelen, maar om het beleid waarop deze besluiten of maatregelen kunnen worden gebaseerd. Daarbij omvat het begrip niet alleen het vaststellen van beleid, maar ook de uitvoering en evaluatie daarvan. Inwonersparticipatie In de verordening zijn alle vormen van participatie waarbij de gemeente het initiatief neemt om inwoners, maatschappelijke organisaties of ondernemers bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid te betrekken, onder het begrip inwonersparticipatie geschaard. Daarmee gelden voor al die vormen van participatie dezelfde spelregels. Maatschappelijke partijen Op grond van de wet kunnen ook maatschappelijke partijen om toepassing van het Uitdaagrecht vragen. In de wet is echter geen definitie van dit begrip opgenomen. In deze verordening is ervoor gekozen de nadruk te leggen op de lokale binding. Onder maatschappelijke partijen vallen organisaties die als doel hebben om een actieve bijdrage aan de samenleving in de gemeente te leveren, ongeacht de rechtsvorm waarin deze zijn georganiseerd. Er kan bij maatschappelijke partijen onder meer worden gedacht aan lokale verenigingen of stichtingen, woongroepen, buurtpreventieteams, vrijwilligersorganisaties, buurtcomités en inwonerscollectieven. Uitdaagrecht Voor de definitie van Uitdaagrecht is aangesloten bij artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Op grond daarvan kunnen inwoners en maatschappelijke partijen een verzoek doen om gemeentelijke taken over te nemen. Artikel 2. Reikwijdte Uitgangspunt in de verordening is dat de bestuursorganen binnen de gemeente, elk ten aanzien van hun eigen taken en bevoegdheden, bepalen of inwonersparticipatie plaatsvindt en of het mogelijk is het Uitdaagrecht toe te passen. Dit vanzelfsprekend behoudens die gevallen waarin de wet tot participatie of toepassing van het Uitdaagrecht verplicht. Bij het vaststellen of wijzigen van bepaalde kerninstrumenten uit de Omgevingswet, te weten de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de programma’s, wordt ook zoveel mogelijk de verordening gevolgd. Er is een aantal uitzonderingen geformuleerd waarbij er geen inwonersparticipatie of toepassing van het Uitdaagrecht plaatsvindt. Er dient terughoudend met de uitzonderingsgronden te worden omgegaan. Als er een beroep op een uitzonderingsgrond wordt gedaan en er van inwonersparticipatie of toepassing van het Uitdaagrecht wordt afgezien, dan moet dat worden onderbouwd. Er dient steeds aandacht te zijn voor het feit dat participatie zich niet alleen over de voorbereiding, maar ook over de uitvoering en evaluatie uitstrekt. Als participatie bij de voorbereiding geen toegevoegde waarde heeft, geldt dat niet noodzakelijkerwijs ook voor de uitvoering of evaluatie. Hoofdstuk 2 – Inwonersparticipatie Dit hoofdstuk heeft alleen betrekking op inwonersparticipatie. Het derde hoofdstuk gaat specifiek op toepassing van het Uitdaagrecht in. Artikel 3. Plan voor inwonersparticipatie In dit artikel is geregeld dat het bestuursorgaan een plan voor de inwonersparticipatie moet opstellen. Dit zorgt dat er duidelijkheid is over het proces, het doel en de vorm van de participatie. Het plan kan onderdeel zijn van een voordracht, projectplan of beleidsstuk, maar ook een losstaand document is mogelijk. Het plan kan eventueel in overleg met inwoners en maatschappelijke partijen worden opgesteld. Het is vooral van belang dat inzichtelijk is waar het participatieplan te vinden is en het duidelijkheid biedt. Dit kan zijn door het plan te publiceren. Maar ook door de aanpak te publiceren op het participatieplatform van de gemeente. Verder is geregeld dat het college zorgt voor het opstellen van het plan, als het om een bevoegdheid van de gemeenteraad gaat. Artikel 4. Inspraak Een bestuursorgaan kan op grond van de verordening inspraak verlenen, ook als de wet daartoe niet verplicht. Inspraak kan eventueel naast een andere vorm van participatie plaatsvinden. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Deze afdeling is in beginsel van toepassing als inspraak wordt verleend. Het bestuursorgaan kan hier echter van afwijken en een andere inspraakprocedure vaststellen. Voor de uniforme openbare voorbereidingsprocedure geldt dat het doel is om zorgvuldige besluitvorming te waarborgen, de uitkomsten hiervan te legitimeren, de rechten en belangen van burgers te beschermen en beleid met andere overheden te coördineren. De procedure voorziet daartoe in de wijze waarop een bestuursorgaan ontwerpbesluiten ter inzage moet leggen, hoe belanghebbenden hierop kunnen reageren en hoe bestuursorganen met deze reacties moeten omgaan. Zo moeten belanghebbenden zowel schriftelijk als mondeling kunnen reageren en moet de termijn voor de reactie minimaal zes weken bedragen. Dit geldt dus ook als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op inspraak wordt toegepast. Artikel 5. Eindverslag inwonersparticipatie Op grond van dit artikel moet het bestuursorgaan, nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden, een eindverslag daarvan opstellen en binnen acht weken openbaar maken. Als het niet lukt om het verslag binnen acht weken te publiceren, worden de participanten hiervan op de hoogte gesteld. Het verslag bevat in elk geval een beschrijving van het proces dat is gevolgd, de uitkomsten van het proces en de belangen en argumenten die naar voren zijn gebracht. Verder ook een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten, waarbij aangegeven is hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast. Optioneel kan het verslag worden aangevuld met een evaluatie van het proces dat is gevolgd. In dit artikel is ook geregeld dat het college zorgt voor het opstellen van het verslag, als het om een bevoegdheid van de gemeenteraad gaat. Het ligt voor de hand om degenen die hebben deelgenomen aan de inwonersparticipatie het eindverslag toe te sturen. Soms kan het raadzaam zijn om deelnemers te betrekken bij het opstellen van het eindverslag, door de inhoud te checken of juistheid en volledigheid. Hoofdstuk 3 – Uitdaagrecht Dit hoofdstuk gaat specifiek over toepassing van het Uitdaagrecht. Het tweede hoofdstuk bevat de bepalingen die alleen op inwonersparticipatie zien. Artikel 6. Verzoek om toepassing Uitdaagrecht Toepassing van het Uitdaagrecht begint, ongeacht het bestuursorgaan dat bevoegd is, met een verzoek aan het college. Hiervoor is gekozen zodat het indienen van een verzoek laagdrempelig is en ook centraal ontvangen wordt. In het verzoek moet in ieder geval de uit te voeren taak omschreven worden, de reden waarom de indiener deze taak wil overnemen en het resultaat dat de indiener met het overnemen van de taak wil bereiken. Daarbij levert de indiener ook specifieke informatie aan met betrekking tot de uitvoering van de over te nemen taak. Een uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak beter en goedkoper kan uitvoeren, duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de verzoeker. Een indicatie van het draagvlak onder belanghebbende inwoners en een raming van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn. Verder een omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft. De indiener geeft bovendien inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn kan worden gewaarborgd. Als aanvullende informatie nodig is om op het verzoek om toepassing van het Uitdaagrecht te reageren of het verzoek niet compleet is, kan het college deze informatie opvragen. Het ligt voor de hand dat het college dan met de indiener in gesprek gaat. Artikel 7. Beoordeling verzoek toepassing Uitdaagrecht Het college neemt alle verzoeken om toepassing van het Uitdaagrecht in ontvangst en zendt deze door aan het bevoegde bestuursorgaan. De indiener wordt hierover geïnformeerd. Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek naar de indiener. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen. Er zijn gronden waarop het bestuursorgaan een verzoek moet afwijzen en gronden waarop het mag afwijzen. In het laatste geval is het aan het bestuursorgaan om een afweging te maken welke belangen zwaarder wegen. Het verzoek moet worden afgewezen als het gaat om een taak die niet samengaat met de toepassing van het Uitdaagrecht of in strijd is met het vastgestelde beleid van de gemeente. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als de taak door de indiener niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn. En als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde van de Aanbestedingswet uitkomt. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar. Artikel 8. Uitvoering taak Als het verzoek om toepassing van het Uitdaagrecht wordt toegewezen, maakt het bestuursorgaan afspraken met de indiener over de uitvoering van de taak en ook welke stappen er volgen als de afspraken niet worden nagekomen. Het ligt voor de hand deze afspraken vast te leggen in een overeenkomst. Artikel 9. Participatieparagraaf Doel van dit artikel is dat de gemeentebegroting inzichtelijk maakt welke ambities er voor dat begrotingsjaar ten aanzien van participatie zijn en dat het jaarverslag van de gemeente inzichtelijk maakt hoe de participatieprocessen verlopen zijn en wat er dus van de ambities terecht gekomen is. In het verlengde daarvan kan de gemeenteraad door de paragraaf in de gemeentebegroting een budget aan participatie koppelen en door de paragraaf in het jaarverslag nadere kaders stellen. Dit biedt de gemeenteraad mogelijkheden om op participatie te sturen.

Meer informatie