Actieplan Toezicht in de Wmo
Actieplan Toezicht in de Wmo Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Maastricht d.d. 8 september 2026; Besluit: Vaststellen van Actieplan Toezicht in de Wmo Inleiding De gemeente Maastricht wil het toezicht binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) versterken en duurzaam verankeren in beleid en uitvoering. Toezicht is niet alleen een wettelijke taak, maar vooral een voorwaarde om erachter te komen of de ondersteuning die inwoners ontvangen rechtmatig, veilig en van goede kwaliteit is. We willen weten wat goed gaat, waar risico’s ontstaan en waar verbetering nodig is. Daarvoor zijn duidelijke kaders, structurele samenwerking en goed toegeruste toezichthouders noodzakelijk. De afgelopen jaren is het toezicht in Maastricht vooral reactief ingericht. Verschillende teams en partners, zoals het team Sociale Recherche, Wmo-consulenten, het contractmanagement en de GGD, werken ieder vanuit hun eigen invalshoek. Hierdoor ontbreekt een integraal beeld van de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde zorg. Dit actieplan biedt de routekaart om te komen tot een samenhangend toezichtstelsel waarin signalering, analyse, toetsing en opvolging elkaar versterken. Het plan bouwt voort op wat er al goed gaat: de inzet vanuit het team Sociale Recherche, de bestaande samenwerking met de verschillende actoren in het werkveld en de professionaliteit van Wmo-consulenten en contractmanagers. Tegelijkertijd richt het zich op de noodzakelijke versterking van randvoorwaarden zoals eenduidige kaders, een centraal meldpunt, structurele data-analyse en scholing. Met dit actieplan leggen we de basis voor een lerend en toekomstbestendig toezichtstelsel, waarin kwaliteit en rechtmatigheid hand in hand gaan. Het biedt de route naar een professioneel, transparant en effectief toezicht binnen de Wmo in Maastricht. Aanleiding 1.1 Maatschappelijke context & nationale ontwikkelingen De afgelopen tijd is de publieke en politieke aandacht voor fraude en ondermijnende criminaliteit in de zorg fors toegenomen. Landelijke berichtgeving schetst een beeld waarin naar schatting 5 10 % van alle zorguitgaven onrechtmatig wegvloeit naar malafide zorgaanbieders. Recente media cases – o.a. de zogeheten ‘zorgcowboys’– laten zien dat fraude niet alleen leidt tot financiële schade, maar ook tot ondermaatse zorg en uitbuiting van kwetsbare burgers. 1.2 Regionale ontwikkelingen – RIEC onderzoek Limburg Het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Limburg heeft recent een fenomeenonderzoek afgerond naar zorgfraude en ondermijnende criminaliteit in de brede zorgketen (Wmo, Jeugdwet en Wlz). De bevindingen zijn openbaar gemaakt en bevestigen het belang van een gezamenlijk en regionaal gecoördineerd toezicht en handhavingskader. De resultaten worden benut voor de nadere invulling van dit actieplan. 1.3 Lokale beleidskaders Het gemeentelijke Beleids- en uitvoeringsplan Maatschappelijke Ondersteuning 2024 2026 onderstreept het belang van hoogwaardige, efficiënte en rechtmatige ondersteuning en roept expliciet op tot professionalisering van toezicht om deze ambities waar te maken. 1.4 Lokale urgentie – vraag vanuit het Team Sociale Recherche Binnen onze gemeente constateert het Team Sociale Recherche dat een uniform kader ontbreekt om de rechtmatigheid van geleverde Wmo-ondersteuning integraal te beoordelen; toezicht vindt nu voornamelijk reactief en melding gestuurd plaats en is enkel gericht op rechtmatigheid. Het team vraagt om een breed gedragen kader. 1.5 Strategische Agenda Toezicht Wmo & Jeugdwet 2030 (VNG) Om deze trend te keren presenteerden VNG en gemeenten op 19 mei 2025 de Strategische Agenda Toezicht Wmo en Jeugdwet 2030. De agenda benoemt zeven principes van goed toezicht – onafhankelijk, transparant, selectief, slagvaardig, samenwerkend, professioneel en reflectief – als randvoorwaarden om fraude duurzaam te voorkomen. Daarbij wordt expliciet de verbinding gelegd tussen kwaliteit en rechtmatigheid. Deze principes vormen de richting voor dit actieplan. Parallel daaraan startte op 28 mei 2025 het Stimuleringsprogramma Wmo toezicht van de VNG, met een beoogde financiering van € 85 miljoen. Samenvattend Fraude, ondermaatse zorg en georganiseerde criminaliteit bedreigen zowel de financiële houdbaarheid als de publieke legitimiteit van het Wmo stelsel. Er is een actiegerichte aanpak nodig waarin preventie, toezicht en handhaving elkaar versterken. Deze urgentie – gevoed door landelijke ontwikkelingen, regionale analyses en lokale signalen – vormen de basis om te komen tot de Ist analyse, Soll situatie en bijbehorend actieprogramma uit de volgende hoofdstukken. IST Situatie Toezicht Wmo – Gemeente Maastricht 1. Overzicht Het toezicht op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in Maastricht wordt uitgevoerd door: • Team Sociale Recherche (TSR) voert reactief rechtmatigheidsonderzoek uit. • GGD Zuid Limburg behandelt calamiteiten reactief. • Wmo consulenten en het Contract Regie Team (CRT) bewaken de kwaliteit en doelmatigheid vanuit de dagelijkse praktijk op respectievelijk cliënt en contractniveau. •Signaalbronnen zoals RIEC, IKZ, OOV, het Cliëntervaringsonderzoek en themarapportages van TSD/IGJ leveren aanvullende risico informatie. Door het ontbreken van een overkoepelend rechtmatigheids en kwaliteitskader, een centraal meldpunt en eenduidige escalatie routes blijft het stelsel voornamelijk reactief. Signalering, analyse en opvolging verlopen versnipperd, waardoor zowel fraude indicatoren als structurele kwaliteitsproblemen laat of onvolledig aan het licht kunnen komen. 2. Achtergrond en reikwijdte Toezicht op de Wmo kent twee kanten: rechtmatigheid — naleving van wet en regelgeving en correcte besteding van publieke middelen — en kwaliteit — passende, veilige en doeltreffende ondersteuning voor inwoners. De juridische basis berust op: • Wmo 2015, hoofdstuk 6 (Toezicht en Handhaving) • Algemene wet bestuursrecht (Awb), titel 5.2 • Verordening Wmo Maastricht 2020 – specificeert lokale kwaliteits en rechtmatigheidsnormen. • Beleids en uitvoeringsplan MO 2024 2026 – benoemt professionalisering van toezicht als speerpunt. Bevoegdheden in de praktijk Alle medewerkers in het Team Sociale Recherche zijn via Collegebesluit aangewezen als toezichthouder Wmo. Zij kunnen - in lijn met de Awb – ter plaatse inspecteren, administraties vorderen en getuigen horen. Overtredingen leiden tot herziening of intrekking van beschikkingen, terugvordering van de Wmo gelden, bestuurlijke boetes of – bij fraude – kunnen de BOA’s uit het team een strafrechtelijk traject inzetten. Kwaliteitsnormen uit de Verordening vereisen dat aanbieders “goede kwaliteit” leveren volgens professionele standaarden. Zolang er geen gemeentelijk beleidskader met concrete indicatoren is, blijft deze norm echter rekbaar en kun je hierop niet toezien. 3. Actoren 3.1 Toezichthouders Team Sociale Recherche (TSR) is de aangewezen gemeentelijke toezichthouder Wmo. Medewerkers sociale recherche hebben soms ook BOA-bevoegdheden en hanteren de Awb bevoegdheden om dossier , locatie en getuigenonderzoek uit te voeren. Zij rapporteren rechtstreeks aan het College B&W. Capaciteit is schaars, 1,6 Fte, waardoor prioritering grotendeels naar meldingsdruk verschuift. Daarnaast worden deze Fte’s ook ingezet binnen de Participatiewet en de Jeugdwet waardoor de daadwerkelijke capaciteit in de praktijk lager ligt (circa 0,8 Fte). GGD Zuid Limburg voert voor de zestien gemeenten, waaronder Maastricht, het calamiteiten toezicht uit op incidenten. De rol is strikt reactief: pas na melding wordt onderzocht. Structurele kwaliteitsaudits ontbreken. 3.2 Toezichtslagen Wmo consulenten (Toegang) vormen de voordeur. Zij verrichten vraagverheldering, indicatieonderzoek, periodieke herbeoordelingen en nazorgtrajecten. Tijdens huisbezoeken signaleren zij zowel kwaliteits als rechtmatigheidsafwijkingen — maar beschikken niet over formele sanctiebevoegdheden. Hoewel zij onregelmatigheden kunnen signaleren, is er in de praktijk nog nauwelijks gerichte sturing op het actief herkennen van fraude indicatoren. Terugkoppeling naar TSR of CRT verloopt niet volgens een vast proces, waardoor structurele thema’s soms onzichtbaar blijven en gefragmenteerd binnen komen. Tevens worden de nazorgtrajecten nu niet/nauwelijks ingezet. De contractmanager bewaakt met het contractregieteam (CRT) de contractuele prestaties van de Zorg in Natura (ZIN) aanbieders. Kwaliteit wordt besproken met bestuurders van aanbieders. Bij forse afwijkingen hebben zij contractuele middelen tot hun beschikking, variërend van een bestuurlijk gesprek of een verplicht verbeterplan tot – in het uiterste geval – het (tijdelijk) stopzetten van betalingen. Sociale Verzekeringsbank: Bij PGB’s rust er geringe controle bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Zij controleren de juistheid van de factuur, zorgovereenkomst en beschikbaarheid van budget. Indien aan deze drie voorwaarden wordt voldaan keren zij uit. Gemeentelijk toezicht blijft daarom nodig om bijvoorbeeld spookzorg en belangenverstrengeling op te sporen. 3.3 Signaal en expertisepunten Regionaal Informatie en Expertisecentrum (RIEC) Limburg – analyseert regionale patronen van georganiseerde zorgfraude en ondermijnende criminaliteit en verstrekt periodiek rapportages. Informatie Knooppunt Zorg (IKZ) – verzamelt data over o.a. opvallende declaratiestromen of belangenverstrengeling tussen Wlz, Zvw en Wmo, die als early warning dienen voor rechtmatigheidscontroles. Team Openbare Orde en Veiligheid (OOV) – verbindt signalen uit het veiligheidsdomein (bijv. witwasconstructies, Bibob bevindingen) met potentiële Wmo fraude en zet casuïstiek door naar TSR. Cliëntervaringsonderzoek (CEO Wmo) – signaleert op macroniveau structurele tekortkomingen in ondersteuning of ongebruikelijk hoge ontevredenheid die kunnen wijzen op slechte kwaliteit of misbruik. Thema onderzoeken IGJ/Toezicht Sociaal Domein (TSD) – leveren aanvullende thematische inzichten (bijv. veiligheid thuis, dagbesteding) die het gemeentelijke beeld van risico’s completeren. Burgers – dienen klachten of signalen in via publieksbalie, wijkteams of anonieme meldingen; deze signalen vormen vaak het eerste bewijs van onrechtmatigheid of gebrekkige kwaliteit, maar komen versnipperd binnen doordat een centraal meldpunt ontbreekt. Deze verzamelpunten functioneren los van elkaar. 4. Knelpunten Per actor worden structurele knelpunten benoemd. Team Sociale Recherche – rechtmatigheid • Geen beoordelingskader: dossiers worden opgepakt door het team en op basis van ervaring beoordeeld. Het is soms onduidelijk waarop gecontroleerd mag worden. • Capaciteit: beperkt aantal rechercheurs, 1,6 Fte, voor een diverse caseload (Wmo, Participatiewet én Jeugdwet). • Focus is op rechtmatigheid indicatoren: zorginhoudelijke signalen (bijv. onderbezetting op locaties) blijven onderbelicht. GGD Zuid Limburg – calamiteitentoezicht • Beperkte reikwijdte: onderzoeken starten uitsluitend na incidentmeldingen; preventieve kwaliteitsaudits ontbreken. • Opvolging: rapporten limiteren zich tot het ene incident zonder verdere opvolging. Wmo consulenten – toegang & nazorg • Hercontrole’s worden (soms) beperkt uitgevoerd. • Nazorgtrajecten: hebben vorm gekregen toen wij do zorg anders inkochten. Dit proces is niet meegegroeid. • Microniveau focus: controles richten zich op individuele ondersteuning; structurele aanbiederpatronen blijven vaak onzichtbaar. • Frauderisico’s onderbelicht: er is nog geen training in het herkennen van fraudesignalen (spookfacturen, cliënt bewindvoerders met belang). • Workflow: signalen belanden via mail of Teams bij TSR; geen uniforme route. Contract Regie Team (CRT) – contractbeheer • Prestatie-indicatoren blijven onderbelicht. • Prestatie-indicatoren worden slechts beperkt gemeten. • KPI-sturing: kwaliteitsscores zijn vooral kwantitatief (aantallen zorguren), waardoor kwalitatieve signalen (cliënttevredenheid, personeelsverloop) onderbelicht kunnen blijven. Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) • Landelijke focus: rapportages behandelen landelijke thema’s; lokale bevindingen komen laat of in abstracte vorm beschikbaar. • Beperkte doorvertaling: aanbevelingen worden niet automatisch in het gemeentelijke toezichtkader verwerkt. • Focus op Jeugd: IGJ rapporteert voornamelijk over Jeugd en neemt waar mogelijk Wmo mee. Informatie Knooppunt Zorg (IKZ) • Opstartfase: wettelijke basis voor automatische datadeling is sinds 2025 in werking; nog weinig casuïstiek. • Fragmentarische signalen: indicatoren bestrijken vooral financiële stromen; contextinformatie over zorgkwaliteit ontbreekt. Toezicht Sociaal Domein (TSD) • Ad hoc themarapportages: onderwerpen wisselen, waardoor continuïteit in monitoring ontbreekt. • Lokaal weinig binding: aanbevelingen zijn algemeen geformuleerd en sluiten niet altijd aan op Maastrichtse prioriteiten. RIEC Limburg – ondermijning • Strafrechtelijke invalshoek: zorginhoudelijke aspecten (onderbezetting, kwaliteit) vallen buiten scope. • Informationsuitwisseling complex: persoonsgebonden data delen vereist maatwerk en kost tijd. Meldende burgers / cliënten • Versnipperde kanalen: meldingen verlopen via publieksbalie, wijkteam, GGD of anonieme brieven. • Geen centraal meldpunt: meldingen worden niet systematisch geregistreerd, waardoor doorlooptijden oplopen en signalen verloren kunnen gaan. 5. Voorlopige conclusies De analyse laat zien dat het Maastrichtse toezichtstelsel sterk leunt op afzonderlijke actoren die ieder slechts een deel van het speelveld overzien. Hierdoor ontstaat fragmentatie, vertraging en het risico dat wezenlijke signalen (fraude, kwaliteitsverval) niet of te laat worden opgepakt. Soll-situatie Toezicht in de Wmo – Gemeente Maastricht 1. Inleiding De gemeente Maastricht wil haar toezicht op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) verder professionaliseren. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderscheidt zeven principes van goed toezicht: onafhankelijkheid, transparantie, selectiviteit, slagvaardigheid, samenwerking, professionaliteit en reflectief vermogen. Deze principes zijn verankerd in de Strategische Agenda Toezicht Wmo en Jeugdwet 2030 van de VNG, die gemeenten een gemeenschappelijk kader biedt om toezicht toekomstbestendig en goed in te richten. Strategische Agenda Wmo en Jeugdwet 2030 De Strategische Agenda Wmo en Jeugdwet 2030 van de VNG omvat drie pijlers: 1. Financiering – De VNG lobbyt bij het Rijk voor een structurele extra bijdrage van € 85 miljoen per jaar. Deze middelen zijn bedoeld voor uitbreiding van toezichtcapaciteit, digitaliseringsslagen (o.a. landelijke dashboards) en scholing. Hierin is echter nog niets toegezegd. 2. Uniforme werkwijze & digitalisering – Ontwikkeling van een landelijk onderzoeks en rapportagekader, inclusief standaard protocollen en een gedeeld risicodashboard om gegevens slim te delen. 3. Regionale samenwerking & kennisdeling – Versterken van bestaande regioverbanden (bijv. RIEC Limburg) en professional communities om een gelijkmatig toezichtniveau en snelle signalering te borgen. Voor Maastricht betekent dit dat we aansluiten bij landelijke agenda's, pilots en actief deelnemen aan VNG werkgroepen/klankbordgroepen. 2. De zeven principes van goed toezicht 2.1 Onafhankelijkheid Het gemeentelijk toezicht wordt uitgevoerd door onafhankelijke functionarissen—de toezichthouder rechtmatigheid en de toezichthouder kwaliteit—die losstaan van beleidsvorming en uitvoering. Zij rapporteren rechtstreeks aan het college en beschikken over eigen onderzoeksruimte. Deze objectieve positie versterkt het vertrouwen van inwoners, aanbieders en de gemeenteraad. 2.2 Transparantie Maastricht hanteert het principe “openbaar, tenzij”. Onderzoeksprogramma’s, inspectierapporten en handhavingsbesluiten worden proactief gedeeld, behoudens privacy of opsporingsbelangen. Heldere publicatierichtlijnen vergroten de uitlegbaarheid van beslissingen en stimuleren lerende gesprekken met aanbieders. 2.3 Selectiviteit Met risicomodellen, prioriteringsmatrixen en data dashboards richt het toezicht zich op de grootste risico’s voor cliëntveiligheid, kwaliteit en onrechtmatig middelengebruik. Hierdoor wordt beschikbare capaciteit effectief ingezet en administratieve last voor aanbieders beperkt. 2.4 Slagvaardigheid Duidelijke toezichtskaders voor zowel rechtmatigheid als kwaliteit maken snel ingrijpen mogelijk. Korte lijnen met juridisch advies en handhaving zorgen dat maatregelen (waarschuwing, last onder dwangsom, terugvordering) direct kunnen worden opgelegd bij overtredingen. 2.5 Samenwerking Toezicht is een gezamenlijke opdracht. Maastricht werkt nauw samen met buurgemeenten, de GGD, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) om fraude en zorgcriminaliteit integraal te bestrijden. 2.6 Professionaliteit Toezichthouders beschikken over inhoudelijke expertise (o.a. GGZ, bestuursrecht, financiën, wet- en regelgeving, etc..) en volgen een scholingsprogramma. Een kwaliteitssysteem met intervisie, uniforme onderzoeksprotocollen en jaarlijkse evaluaties garandeert eenduidigheid en continue verbetering. 2.7 Reflectief vermogen Toezichtgegevens worden cyclisch teruggekoppeld aan beleid, contractmanagement en inkoop. Jaarlijks verschijnt een rapport met trends, knelpunten en aanbevelingen; dit vormt de input voor beleidsactualisaties en het programma Sociaal Domein. 3. Focus op rechtmatigheid en kwaliteit Kwaliteit binnen dit kader is: vaststellen of Wmo-ondersteuning voor de inwoner passend, veilig en doeltreffend is en of aanbieders professioneel en continu leveren conform de geldende kwaliteitseisen. Rechtmatigheid binnen dit kader is: vaststellen of toekenning, levering en bekostiging van Wmo-voorzieningen voldoen aan wet- en regelgeving en contractuele afspraken, met correcte besteding van publieke middelen en aanpak van misbruik en oneigenlijk gebruik. Het Maastrichtse toezicht kent een splitsing binnen dit toezicht, maar binnen één toezicht team: • Kwaliteit – toezicht op cliëntveiligheid, deskundigheid van personeel (bijv. inzet van ervaringswerkers of stagiairs) en de ervaren kwaliteit door burgers. Maatwerk en passende ondersteuning staan centraal. • Rechtmatigheid – controle op declaraties, naleving van contractuele afspraken en onderzoek naar misbruik van (Pgb )middelen, inclusief niet gecontracteerde aanbieders en individuele burgers. Een integrale benadering voorkomt dat signalen in één domein (bijv. ongeoorloofde winst) onopgemerkt blijven in het andere. 4. Conclusie Door de zeven VNG principes te implementeren en te verrijken met een stevige focus op rechtmatigheid én kwaliteit, datagedreven sturing en regionale samenwerking, creëert Maastricht een toekomstbestendige toezichtstructuur. Deze structuur beschermt inwoners, garandeert rechtmatige besteding van middelen en verstevigt de kwaliteit van de zorg. Acties De acties komen voort uit de knelpunten en worden gekoppeld aan de gewenste situatie vanuit de 7 principes van goed toezicht. Fundament Actie 1 – Rechtmatigheidskader vaststellen Maastricht beschikt nu niet over een beoordelingskader rechtmatigheid; Deze dient geformuleerd te worden en vastgesteld in samenspraak met het team Sociale Recherche en het CRT. Dit sluit aan bij het VNG-principe slagvaardig & professionaliteit. Actie 2 – Kwaliteitskader vaststellen De verordening vereist “goede kwaliteit”, maar geeft geen meetbare indicatoren. Door aan te sluiten bij het door de VNG opgestelde kwaliteitskader, wordt de norm toetsbaar en handhaafbaar. Dit sluit aan bij het VNG-principe slagvaardig & professionaliteit. Taken & Capaciteit vaststellen Actie 3 – Functieprofiel vaststellen en werven Beperkte formatie en gebrek aan specialisatie remt onderzoeken (nu 0,8 Fte); Door toezichthouder(s) rechtmatigheid en toezichthouder(s) kwaliteit aan te trekken creëren we de specialisatie welke nodig is om professioneel toezicht uit te voeren. Tevens dient hiervoor een functieprofiel opgesteld te worden. Deze dient daarna ook ingeschaald te worden binnen HR21. Dit sluit aan bij het VNG-principe professionaliteit. Actie 4 – Nazorg trajecten beleggen bij de Toezichthouder Kwaliteit Door nazorg te beleggen binnen het team van de toezichthouders concentreer je de expertise en ondervang je de (financiële) prikkel van aanbieders om burgers buiten zorg te houden bij lumpsum financiering. Dit sluit aan bij het VNG-principe reflectief vermogen. Actie 5 – Cliëntervaringsonderzoek inzetten bij strategisch partners CEO bij strategisch partners - vormen een weegfactor in het risicomodel, zodat lage tevredenheid sneller aanleiding geeft tot inspectie en als input voor contractregieteams. Dit sluit aan bij het VNG-principe reflectief vermogen. Processen beschrijven en implementeren Actie 6 – Eén centraal meldpunt inrichten Signalen kunnen nu via veel kanalen binnenkomen en worden nergens systematisch geregistreerd. Een centraal systeem met achterliggende programma’s zorgen voor uniformiteit en duidelijkheid. Dit sluit aan bij het VNG-principe slagvaardigheid. Actie 7 – Risicogestuurde prioriteringsmatrix bouwen Toezichthouders beoordelen meldingen ad hoc; een datagedreven matrix ordent zaken op potentiële schade en cliëntrisico, zodat schaarse capaciteit selectief kan worden ingezet Dit sluit aan bij het VNG-principe selectiviteit. Actie 8 – Es-calatieladder en herstelpad vaststellen Een uniforme route van waarschuwing tot contractontbinding verkort doorlooptijden en waarborgt rechtsgelijkheid. Dit sluit aan bij het VNG-principe transparantie & selectiviteit. Actie 9 – Uniform onderzoeks- en rapportageprotocol adopteren Aansluitend op het landelijke format (VNG, 2025) krijgen alle onderzoeken dezelfde structuur, inclusief termijnen en hoor- en wederhoor. Dat verhoogt de kwaliteit en maakt publicatie eenvoudiger. Dit sluit aan bij het VNG-principe professionaliteit. Actie 10 – ‘Openbaar, tenzij’ in praktijk brengen Inspectieprogramma’s, rapportages en handhavingsbesluiten worden proactief online gezet, met uitzondering van privacy- of opsporingsgevoelige delen. Hierbij als leidraad het VNG rapport openbaar, tenzij. Dit sluit aan bij het VNG-principe transparantie. Actie 11 – Jaarlijks reflectierapport en beleidscyclus Alle toezichtdata worden gebundeld in een openbaar rapport aan college en raad; aanbevelingen worden direct verwerkt in beleid en inkoopvoorwaarden Dit sluit aan bij het VNG-principe transparantie & reflectief vermogen. Additioneel Actie 12 – Jaarlijkse training fraudeherkenning voor medewerkers Consulenten leren systematisch fraude-indicatoren herkennen, waardoor meldingen eerder en vollediger binnenkomen. Dit sluit aan bij het VNG-principe samenwerking & professionaliteit. Actie 13 – Bibob (light)-screening bij inschrijving nieuwe aanbieders OOV-signalen over integriteitsrisico’s worden structureel meegenomen; malafide partijen stranden aan de poort. Dit sluit aan bij het VNG-principe onafhankelijkheid & slagvaardigheid. Deze 13 acties volgen rechtstreeks uit de knelpunten- en soll-analyse van het Actieplan Toezicht in de Wmo. Samen vormen zij een sluitende keten van preventie, toezicht en handhaving in lijn met de zeven VNG-principes. Planning Fasering 2025–2027 (indicatief) Fase 1 – Fundament (Q4 2025–Q2 2026) Fase 2 – Implementatie (Q2 2026–Q4 2026) Fase 3 – Borging (2027) Globale planning en mijlpalen Kwartaal Mijlpaal Q1 2026 Vasstellen actieplan; outline kaders rechtmatigheid/kwaliteit Q1-2 2026 Concept-kaders gereed; keuze inrichting meldpunt; concept prioriteringsmatrix; concept escalatieladder/protocol Q2-3 2026 Vaststelling kaders; Basis meldpunt live; matrix en ladder vastgesteld; protocol vastgesteld; Capaciteit besluit/werving Q3-4 2026 Start nazorgbelegging ; start trainingen; Bibob(light) ingericht Q4 2026 CEO bij SP; publicatielijn operationeel; eerste opzet rapportage 2027 Eerste jaar- en reflectierapport; herijking prioriteiten Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 8 september 2026. De Loco-Secretaris,M. Hendriks De Burgemeester,W.A.G. Hillenaar
Meer informatie