Parkeerverordening Culemborg 2027
Parkeerverordening Culemborg 2027 Deze parkeerverordening bevat regels voor het gebruik van parkeerplaatsen. Denk aan regels over parkeervergunningen, digitale parkeersystemen en deelauto’s. Het doel van deze regels is om de parkeerruimte op een verantwoorde en evenwichtige manier over bewoners, bezoekers en bedrijven te verdelen. De raad van de gemeente Culemborg gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van, 25 augustus 2026 nummer GZDGCB2722170/2722529; gelet op: -artikel 149 van de Gemeentewet en -artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; besluit vast te stellen de volgende verordening: Parkeerverordening Culemborg 2027 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder: a. adres: adres als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; b. autodeelbedrijf: organisatie die bedrijfsmatig of tegen betaling in welke vorm dan ook motorvoertuigen op of aan de weg beschikbaar stelt voor gebruik in het verkeer, met uitzondering van motorvoertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik door een besloten kring van personen c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg; d. gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; e. houder van een motorvoertuig: 1°.persoon van wie het kenteken van het motorvoertuig op naam is ingeschreven in het kentekenregister als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994; of 2°.persoon die met een schriftelijke overeenkomst of een melding in het parkeersysteem kan aantonen dat het motorvoertuig tijdens het parkeren bij deze persoon in gebruik was; f. motorvoertuig: auto, motor, of ander motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en een brommobiel als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; g. parkeersysteem: middel voor het bijhouden van parkeerrechten en parkeergegevens voor parkeerplaatsen waarvoor aan- en afmelden nodig is, waaronder ook wordt begrepen parkeermeters, parkeerautomaten of het digitaal systeem voor de gehandicaptenparkeerkaart; h. parkeervergunning: vergunning van het college voor het parkeren van een motorvoertuig op een of meer in die vergunning aangegeven parkeerplaatsen of in een in die vergunning aangewezen vergunninggebied; i. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten; j. vergunninggebied: gebied, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of een gebied dat wordt begrensd door verkeersbord E9 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met daarboven het woord 'zone' en een of meer in samenhang met dat verkeersbord geplaatste borden waarmee het einde van de zone wordt aangeduid. Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen over parkeervergunningen Artikel 2 Aanwijzing vergunninggebieden en adressen 1.Het college kan gebieden aanwijzen waar met een parkeervergunning mag worden geparkeerd. Daarbij kan per gebied of deel daarvan worden aangegeven welke vergunninghouders er kunnen parkeren. 2.Het college kan adressen binnen een vergunninggebied aanwijzen, waarvoor geen parkeervergunning wordt verleend. Artikel 3 Parkeervergunning algemeen 1.Het college geeft in de parkeervergunning in ieder geval aan: a.voor welke periode de parkeervergunning geldt; b.voor welk gebied of welke parkeerplaats de parkeervergunning geldt; c.op welke naam of op welk kenteken de parkeervergunning staat. 2.Het college kan nadere regels stellen over het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning, de gevallen waarin aan- of afmelden bij het parkeersysteem verplicht is om van een parkeervergunning gebruik te maken en op welke wijze dat aan- en afmelden plaatsvindt. Artikel 4 Nadere regels, voorschriften en beperkingen parkeervergunning 1.Het college kan nadere regels stellen over de tijden waarop vergunninghouders mogen parkeren. Het college kan hierbij verschillende regels stellen voor parkeertijden met verschillende soorten parkeervergunningen, genoemd in hoofdstukken 3 tot en met 7, en voor verschillende typen motorvoertuigen. 2.Het college kan nadere regels stellen over parkeervergunningen waaronder in ieder geval regels over: a.het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen per vergunninggebied, per adres of per bedrijf; b.het type motorvoertuig waarvoor men een parkeervergunning kan krijgen; c.het maximaal aantal uren per periode waarvoor een parkeervergunning voor een bezoeker geldt; 3.Het college kan aan een parkeervergunning voorschriften of beperkingen verbinden ten behoeve van de volgende belangen: a.ter bescherming van het evenwicht van de verdeling van de beschikbare parkeerruimte; b.tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, zoals hinder of schade; en c.tot het beperken van de negatieve gevolgen voor het milieu. Artikel 5 Vervallen, intrekken of wijzigen van de parkeervergunning 1.De parkeervergunning vervalt als het vergunninggebied waarvoor de parkeervergunning geldt, wordt opgeheven. 2.Het college trekt de parkeervergunning in als de vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de parkeervergunning is verleend. 3.Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder de parkeervergunning wijzigen of intrekken. 4.Als het niet gaat om een aanvraag van de vergunninghouder, kan het college een parkeervergunning wijzigen of intrekken als: a.een vergunninghouder niet of niet tijdig de verschuldigde leges voldoet die worden geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; b.een vergunninghouder zich niet houdt aan de regels en voorschriften op grond van deze verordening; c.blijkt dat een vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt; d.om redenen van openbaar belang; Artikel 6 Parkeren zonder parkeervergunning: uitzonderingen op het verbod 1.Het college kan uitzonderingen maken op het verbod om zonder parkeervergunning op een parkeerplaats voor vergunninghouders te parkeren. 2.Een uitzondering kan zijn: a.een vrijstelling voor soorten van gevallen, of b.een ontheffing voor individuele gevallen. Hoofdstuk 3 Parkeervergunning voor bewoners en bezoekers van bewoners Artikel 7 parkeervergunning bewoners 1.Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bewoner voor het parkeren in een vergunninggebied of een deel daarvan. 2.Het college verleent een parkeervergunning alleen aan een bewoner die houder van een motorvoertuig is en die in de basisregistratie personen staat ingeschreven in het vergunninggebied waarvoor de parkeervergunning wordt aangevraagd. 3.In afwijking van het tweede lid kan het college ook een parkeervergunning verlenen aan degene die wel in een vergunninggebied woont, maar daar niet is ingeschreven in de basisregistratie personen. Artikel 8 Aanvraag parkeervergunning bezoekers van bewoners Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bewoner, die in de basisregistratie personen staat ingeschreven in het vergunninggebied waarvoor de parkeervergunning wordt aangevraagd, voor het parkeren in dat vergunninggebied door een bezoeker van die bewoner. Hoofdstuk 4 Parkeervergunning voor bedrijven en bezoekers van bedrijven Artikel 9 Aanvraag parkeervergunning bedrijven 1.Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bedrijf voor het parkeren in een vergunninggebied of een deel daarvan. 2.Het college verleent alleen een parkeervergunning aan een bedrijf dat is gevestigd in het vergunninggebied, en daar is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. 3.In afwijking van het tweede lid kan het college ook een parkeervergunning verlenen aan een bedrijf dat wel in een vergunninggebied is gevestigd, maar niet daar is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Artikel 10 Aanvraag parkeervergunning bezoekers van bedrijven Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bedrijf, dat is gevestigd in het vergunninggebied en daar is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, voor het parkeren in dat vergunninggebied door een bezoeker van dat bedrijf. Hoofdstuk 5 Parkeervergunning voor autodeelbedrijven Artikel 11 Aanvraag parkeervergunning autodeelbedrijven 1.Het college kan op aanvraag een parkeervergunning aan een autodeelbedrijf verlenen voor het parkeren in een vergunninggebied of een deel daarvan. 2.In afwijking van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, kan het college bepalen dat bij het afgeven van de parkeervergunning het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de parkeervergunning geldt niet hoeft te worden vermeld. Dit is toegestaan als het parkeersysteem voldoende informatie biedt. Hoofdstuk 6 Parkeervergunning gehandicapten Artikel 12 Aanvraag parkeervergunning gehandicapten 1.Het college kan op aanvraag een parkeervergunning voor gehandicapten verlenen aan een houder van een motorvoertuig als deze houder een geldige gehandicaptenparkeerkaart heeft. 2.Als de gehandicaptenparkeerkaart is uitgegeven door een andere gemeente, kan alleen een parkeervergunning worden verleend als de gehandicaptenparkeerkaart op de voorgeschreven manier is aangemeld bij het parkeersysteem van de gemeente Culemborg en ook is geaccepteerd. 3.Het college kan nadere regels stellen over de registratie, controle en het gebruik van de parkeervergunning voor gehandicapten en over het gebruik van de gehandicaptenparkeerkaart voor het parkeren. Hoofdstuk 7 Parkeervergunning voor bijzondere organisaties en doelgroepen Artikel 13 Parkeervergunning bijzondere organisaties en doelgroepen 1.Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bijzondere organisatie of doelgroep, voor het parkeren in een vergunninggebied of een deel daarvan. 2.Het college bepaalt in nadere regels welke bijzondere organisaties en doelgroepen dit zijn. Hoofdstuk 8 Verboden Artikel 14 Verbod om voorwerp op parkeerplaats te plaatsen 1.Het is verboden om een ander voorwerp dan een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan of liggen op een parkeerplaats voor vergunninghouders of een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven volgens artikel 225, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet. 2.Dit verbod geldt niet bij het plaatsen of laten staan of liggen van voorwerpen als dat is toegestaan op grond van een vergunning, ontheffing of andere regelgeving. Artikel 15 Verbod onjuist gebruik van parkeerautomaat en parkeersysteem 1.Het is verboden het normaal gebruik van een parkeersysteem te hinderen. 2.Het is verboden een parkeersysteem anders te gebruiken dan door het college is aangegeven of dan duidelijk de bedoeling van de gemeente is. Hoofdstuk 9 Toezicht en handhaving Artikel 16 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van de regels, vergunningen en voorschriften die bij of krachtens deze verordening gelden, zijn belast de door het college aangewezen toezichthouders. Artikel 17 Strafbepaling Overtreding van de regels van deze verordening of nadere regels op basis van deze verordening, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie. Hoofdstuk 10 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 18 Hardheidsclausule Het college kan besluiten om deze verordening of de daarop gebaseerde nadere regels en vergunningvoorschriften niet toe te passen of daarvan af te wijken voor zover toepassing, mede gelet op het belang van het reguleren van het parkeren van motorvoertuigen in de gemeente, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor de betrokken persoon of het betrokken bedrijf. Artikel 19 Oude regels en overgang naar nieuwe regels 1.De Parkeerverordening 2025 wordt per datum van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken, maar blijft gelden voor de periode waarvoor die gold. 2.Parkeervergunningen die zijn verleend op grond van de ingetrokken verordening blijven geldig voor de periode waarvoor ze zijn verleend. Artikel 20 Moment waarop de regels gaan gelden Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2027 Artikel 21 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening Culemborg 2027 Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 september 2026 De griffier D. van der Harst De voorzitterM.A. Mulder
Meer informatie