Leidraad invordering 2024 gemeente Súdwest-Fryslân

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op26 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Súdwest-Fryslân

Besluit tot derde wijziging van de Leidraad Invordering 2024 gemeente Súdwest-Fryslân Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelet op de Invorderingswet 1990 en de artikelen 160, 231 en 249 tot en met 257 van de Gemeentewet; overwegende dat: •de Leidraad Invordering Súdwest-Fryslân 2024 (vastgesteld d.d. 16 juli 2024) op 1 januari 2024 in werking is getreden; •de leidraad ieder jaar op advies van de Vereniging Nederlandse Gemeenten wordt geactualiseerd; •de VNG juli 2026 een aantal redactionele en technische wijzigingen heeft doorgevoerd en daarnaast een nieuw artikel aan de leidraad heeft toegevoegd; •het gewenst is deze wijzigingen te verwerken in de Leidraad met een derde wijzigingsbesluit; •het gewenst is de (oude) Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen (formeel) in te trekken. besluit: de Leidraad Invordering Súdwest-Fryslân 2024 van gemeente Súdwest-Fryslân als volgt te wijzigen: Artikel I De Leidraad invordering 2024 gemeente Súdwest-Fryslân wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 13.5.16. komt te luiden: 13.5.16. Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf (14.4.14) Als derdenbeslag onder de Belastingdienst wordt gelegd op een voorlopige teruggaaf, dan wordt rekening gehouden met de regeling van de beslagvrije voet. Het bedrag dat ingevolge het gelegde beslag moet worden voldaan, wordt berekend uitgaande van het termijnbedrag van de voorlopige teruggaaf. B. In artikel 18.1.3. onderdeel i, wordt onder vervanging van de puntkomma aan het einde door een punt, een zin toegevoegd luidende: Er wordt in ieder geval vermoed sprake te zijn van structurele betalingsproblemen in het geval een eerder ingediend verzoek om uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen is afgewezen, de schulden waar dat eerdere verzoek betrekking op had (gedeeltelijk) nog openstaan en er geen sprake is van andere feiten of veranderde omstandigheden zoals vermeld in artikel 25.7.5 (nr. in koptekst) van deze leidraad; C. Na artikel 18.4.3. wordt 1 artikel toegevoegd, luidende: 18.4.4. Verzoek voegen nieuwe schuld gedurende de behandeling van een verzoek (25.4.6) Wanneer de belastingschuldige gedurende de behandeling van een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen een nieuw verzoek om uitstel van betaling indient dat betrekking heeft op nieuw opgekomen of op te komen fiscale verplichtingen, voegt de invorderingsambtenaar dit verzoek samen met het eerdere verzoek en behandelt hij de verzoeken gezamenlijk. D. Artikel 18.7.5 komt te luiden: 18.7.5. Administratief beroep of nieuw verzoek om uitstel van betaling bij de invorderingsambtenaar (25.7.5) 1. De invorderingsambtenaar merkt een door de belastingschuldige gemaakt bezwaar tegen de beslissing op het verzoek om uitstel van betaling aan als een administratief beroep dat is gericht aan het college. Dit geldt ook als de belastingschuldige een nieuw verzoek om uitstel van betaling indient voor dezelfde belastingschuld waarvoor de invorderingsambtenaar eerder een verzoek om uitstel van betaling geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen en daarbij geen andere feiten of veranderde omstandigheden vermeldt. 2. In de hiervoor genoemde situaties geeft de invorderingsambtenaar een nieuwe voor administratief beroep vatbare beschikking af als hij aanleiding ziet om een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing te nemen. 3. Als gedurende de behandeling van het administratief beroep tegen de afwijzende beschikking op het eerdere verzoek om uitstel van betaling de belastingschuldige een nieuw verzoek om uitstel van betaling indient voor dezelfde belastingschuld, merkt de invorderingsambtenaar het nieuwe verzoek om uitstel van betaling aan als aanvulling op het lopende beroep. Het college zal met inachtneming van het nieuwe verzoek om uitstel van betaling beslissen op het administratief beroep. 4. Als de belastingschuldige, behoudens de situatie als bedoeld in de vorige alinea, een nieuw verzoek om uitstel van betaling doet voor dezelfde belastingschuld en hij vermeldt hierin andere feiten of veranderde omstandigheden, dan beslist de invorderingsambtenaar op dat verzoek bij voor administratief beroep vatbare beschikking. Bij deze beslissing houdt hij rekening met deze andere feiten of veranderde omstandigheden. Dit geldt ook als het een belastingschuld betreft waarvoor het college al op een administratief beroep afwijzend heeft beslist. 5. Als de belastingschuldige opnieuw verzoekt om uitstel van betaling ter zake van een belastingschuld waarvoor het college al op een administratief beroep afwijzend heeft beslist zonder daarbij andere feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, wijst de invorderingsambtenaar dit verzoek af onder verwijzing naar de uitspraak van het college bij voor administratief beroep vatbare beschikking. Voor de toepassing van dit artikel is slechts sprake van ‘andere feiten of veranderde omstandigheden’ indien: – de feiten ten tijde van de eerdere beslissing niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn; of – de omstandigheden na de eerdere beslissing zijn gewijzigd en deze relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het uitstelverzoek. E. Artikel 19.3.4. komt te luiden: 19.3.4. Toepassingsbereik saneringsakkoord (26.3.4) Bij de beoordeling van het aangeboden saneringsakkoord bekijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen in het akkoord kunnen worden betrokken. Uitgangspunt hierbij is de formele belastingschuld ten tijde van het verzoek. De materiële belastingschuld mag ook worden betrokken in het akkoord, indien de belastingschuld in omvang bepaalbaar is en ziet op een tijdvak dat reeds is geëindigd ten tijde van indiening van het verzoek. Bij de behandeling van het aangeboden akkoord is het de taak van de belastingschuldige/ondernemer ervoor te zorgen dat de formele schuld zo nauwkeurig mogelijk overeenstemt met de materiële schuld. Als de belastingschuldige niet de gegevens overlegt die (kunnen) leiden tot een juiste vaststelling van de verschuldigde belasting, is er geen aanleiding voor de invorderingsambtenaar toe te treden tot het aangeboden akkoord. Ook de gemeente heeft de inspanningsverplichting om de te saneren schuld zo volledig mogelijk en tot het juiste bedrag vast te stellen en de eventueel nog (materieel) verschuldigde belastingen over tijdvakken tot aan het tijdstip waarop het verzoek om sanering is ingediend, te formaliseren. Het voldoen van schulden aan andere handelscrediteuren met een factuurdatum die ligt ná de datum van indiening van het verzoek om kwijtschelding vormt geen belemmering voor de totstandkoming van het saneringsakkoord. F. Artikel 19.3.6 komt te luiden: 19.3.6. Rente en kosten en saneringsakkoord (26.3.7) De invorderingsambtenaar betrekt rente en kosten integraal in het akkoord. G. Artikel 19.3.7 komt te luiden: 19.3.7. Speciale crediteuren en saneringsakkoord (26.3.8) Een aantal crediteuren neemt een zodanige positie in dat zij niet noodzakelijkerwijs tot een akkoord hoeven toe te treden om (een deel van) de vordering die zij hebben te kunnen innen. Tot die crediteuren behoren onder meer: -Pandhouders, omdat het recht van voorrang van de pandhouder op het in pand gegeven goed boven het voorrecht van de fiscus gaat, staat het niet deelnemen van de pandhouder aan het akkoord niet aan een deelname daaraan door de invorderingsambtenaar in de weg. Vanzelfsprekend zal in aanmerking moeten worden genomen dat het recht van voorrang van de pandhouder afhankelijk is van - en dus qua belang beperkt is tot - de waarde van het in pand gegeven goed. Voor het niet door pand gedekte gedeelte van zijn vordering kan de pandhouder slechts als concurrent schuldeiser worden aangemerkt. De bezitloos pandhouder wiens pandrecht betrekking heeft op een zaak als bedoeld in artikel 21, tweede lid, tweede volzin van de Invorderingswet is voor die zaak lager bevoorrecht dan de fiscus. Voor hem geldt het voorgaande dus niet. Vordering van de gemeente moeten als concurrente vorderingen worden aangemerkt. -Leveranciers die de eigendom van de geleverde zaak hebben voorbehouden. Als een leverancier de eigendom van de geleverde zaak heeft voorbehouden, moet bij het bepalen van de grootte van zijn vordering rekening worden gehouden met dat eigendomsvoorbehoud. Het voorgaande is niet van toepassing als de rijksinvorderingsambtenaar met toepassing van het bodemrecht beslag heeft gelegd op deze zaak. In dat geval wordt door de rijksinvorderingsambtenaar integrale voldoening van de waarde van de bodemzaak worden geëist en voor het restant van de fiscale vordering (ten minste) het dubbele percentage; - Cessionarissen, als sprake is van rechtsgeldige gecedeerde uit te betalen bedragen en de invorderingsambtenaar heeft eveneens met de cessie ingestemd, dan wordt bij een akkoord de vordering van de crediteur/cessionaris in aanmerking genomen met inachtneming van de te verwachten uit te betalen bedragen. De hoogte van de vordering van de invorderingsambtenaar wordt bepaald zonder rekening te houden met de te verwachten - maar rechtsgeldig gecedeerde - uit te betalen bedragen. -Dwangcrediteuren. Onder “dwangcrediteuren” worden in dit verband handelscrediteuren verstaan van wie het aannemelijk is dat zij niet bereid zullen zijn aan een akkoord mee te werken, terwijl zonder de betrokkenheid van deze handelscrediteuren de onderneming na de totstandkoming van het saneringsakkoord niet kan worden voortgezet. -De boekhouder of adviseur die stukken moet produceren die voor de beoordeling van een saneringsakkoord nodig zijn. Bij de beoordeling van het akkoord houdt de invorderingsambtenaar rekening met de volledige betaling van de vordering van de boekhouder of adviseur voor zover deze ziet op die werkzaamheden. - Kleine crediteuren. Onder kleine crediteuren worden verstaan: crediteuren met een zogenoemde kleine vordering. Van een kleine vordering is sprake wanneer de inspanningen om die crediteuren individueel te betrekken bij het akkoord niet in verhouding staan tot het belang van de invorderingsambtenaar. Er wordt vermoed sprake te zijn van een kleine vordering als de totale vordering van de betreffende crediteur ten hoogste € 500 bedraagt. Ook hogere vorderingen kunnen door de invorderingsambtenaar onder omstandigheden als klein worden aangemerkt. Daarvan kan sprake zijn wanneer de ontvanger een redelijke grond aanwezig acht als bedoeld in artikel 384, vierde lid, onderdeel b, FW. H. Artikel 19.4.2 komt te luiden: 19.4.2. Administratief beroep of nieuw verzoek om kwijtschelding bij de invorderingsambtenaar (26.4.2) De invorderingsambtenaar merkt een door de belastingschuldige gemaakt bezwaar tegen de beslissing op het verzoek om kwijtschelding aan als een administratief beroep dat is gericht aan het college. Dit geldt ook als de belastingschuldige een nieuw verzoek om kwijtschelding indient voor dezelfde belastingschuld waarvoor de invorderingsambtenaar eerder een verzoek om kwijtschelding geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen en daarbij geen andere feiten of veranderde omstandigheden vermeldt. In de hiervoor genoemde situaties geeft de invorderingsambtenaar een nieuwe voor administratief beroep vatbare beschikking af als hij aanleiding ziet om een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing te nemen. Als gedurende de behandeling van het administratief beroep tegen de afwijzende beschikking op het eerdere verzoek om kwijtschelding de belastingschuldige een nieuw verzoek om kwijtschelding indient voor dezelfde belastingschuld, merkt de ontvanger het nieuwe verzoek om kwijtschelding aan als aanvulling op het lopende beroep. Het college zal met inachtneming van het nieuwe verzoek om kwijtschelding beslissen op het administratief beroep. Als de belastingschuldige, behoudens de situatie als bedoeld in de vorige alinea, een nieuw verzoek om kwijtschelding doet voor dezelfde belastingschuld en hij vermeldt hierin andere feiten of veranderde omstandigheden, dan beslist de invorderingsambtenaar op dat verzoek bij voor administratief beroep vatbare beschikking. Bij deze beslissing houdt hij rekening met deze andere feiten of veranderde omstandigheden. Dit geldt ook als het een belastingschuld betreft waarvoor het college al op een administratief beroep afwijzend heeft beslist. Als de belastingschuldige opnieuw verzoekt om kwijtschelding ter zake van een belastingschuld waarvoor het college al op een administratief beroep afwijzend heeft beslist zonder daarbij andere feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, wijst de invorderingsambtenaar dit verzoek af onder verwijzing naar de uitspraak van het college bij voor administratief beroep vatbare beschikking. Voor de toepassing van dit artikel is slechts sprake van ‘andere feiten of veranderde omstandigheden’ indien: – de feiten ten tijde van de eerdere beslissing niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn; of – de omstandigheden na de eerdere beslissing zijn gewijzigd en deze relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek. Artikel II Intrekking Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2022 Gemeente Súdwest-Fryslân De Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2022 Gemeente Súdwest-Fryslân wordt ingetrokken. ARTIKEL III Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad en werkt terug tot 1 juli 2026, met dien verstande dat Artikel II terugwerkt tot 1 januari 2024 Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 25 augustus 2026,mr. drs. J.A. de Vries, burgemeesterdrs. C. Smits, gemeentesecretaris

Meer informatie