Aanwijzingsbesluit Buitengewoon Opsporingsambtenaren Scheepvaartverkeerswet hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2026

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op26 oktober 2026
Gepubliceerd doorWaterschap Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Aanwijzingsbesluit Buitengewoon Opsporingsambtenaren Scheepvaartverkeerswet hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2026 Het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; Gelet op artikel 32, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet; Overwegende dat de Provinciale Staten van Zuid-Holland, gelet op artikel 2, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet, het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard hebben aangewezen als bevoegd gezag voor het nautisch beheer op de aangewezen regionale vaarwegen, op grond van artikel 4 van de Verordening nautisch beheer Zuid-Holland 2022 in samenhang met artikel 6.4 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; Overwegende dat de aanwijzing op grond van artikel 32, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet plaatsvindt in overeenstemming met de Minister van Justitie en Veiligheid, en dat aan dit vereiste is voldaan doordat de Minister van Justitie en Veiligheid de betrokken buitengewoon opsporingsambtenaren opsporingsbevoegdheid heeft toegekend voor domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur, waarvan de Scheepvaartverkeerswet deel uitmaakt; Overwegende dat het van belang is buitengewoon opsporingsambtenaren aan te wijzen met het oog op de naleving van de voorschriften als bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet en de bijbehorende scheepvaartreglementen, waaronder het Binnenvaartpolitiereglement; Overwegende dat, naast de buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, ook de buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van de gemeente Rotterdam en Staatsbosbeheer zijn beëdigd voor domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur, en de daaruit voortvloeiende opsporingsbevoegdheid voor feiten bij of krachtens de Scheepvaartverkeerswet op de vaarwegen van het hoogheemraadschap pas na aanwijzing kunnen uitoefenen; Overwegende dat een doelmatige handhaving op de regionale vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard ermee gediend is dat, naast de buitengewoon opsporingsambtenaren van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, ook de buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst bij de gemeente Rotterdam en Staatsbosbeheer bij constatering van strafbare feiten kunnen optreden, en dat daarmee wordt bijgedragen aan een veilig en vlot vaarverkeer; Overwegende dat het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard bij besluit van 19 augustus 2025 (Stcrt. 2025, 30055) de buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van het hoogheemraadschap reeds heeft belast met de opsporing van bij of krachtens de Scheepvaartverkeerswet strafbaar gestelde feiten, en dat het wenselijk is de aanwijzing van alle betrokken buitengewoon opsporingsambtenaren in één besluit te regelen. Besluit: I.het Aanwijzingsbesluit Buitengewoon opsporingsambtenaren Scheepvaartverkeerswet hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van 19 augustus 2025 (Stcrt. 2025, 30055) in te trekken; II.het Aanwijzingsbesluit Buitengewoon Opsporingsambtenaren Scheepvaartverkeerswet hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2026 vast te stellen. Aanwijzingsbesluit Buitengewoon Opsporingsambtenaren Scheepvaartverkeerswet hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2026 Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: 1.hoogheemraadschap: het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; 2.vaarwegen: de scheepvaartwegen waarvan het nautisch beheer op grond van artikel 4, eerste lid, van de Verordening nautisch beheer Zuid-Holland 2022 in samenhang met artikel 6.4 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening berust bij het hoogheemraadschap; 3.buitengewoon opsporingsambtenaar: de ambtenaar die beschikt over een geldige akte van opsporingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering voor domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur). Artikel 2 Aanwijzing Met de opsporing van de bij of krachtens de Scheepvaartverkeerswet strafbaar gestelde feiten worden op de vaarwegen belast de buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s) die zijn beëdigd voor domein II Milieu, welzijn en infrastructuur, in dienst van: a.het hoogheemraadschap; b.de gemeente Rotterdam; c.Staatsbosbeheer, voor zover werkzaam voor het Recreatieschap Rottemeren. Artikel 3 Reikwijdte 1.De aanwijzing van de boa’s in dienst van de gemeente Rotterdam geldt voor zover het regionale vaarwegen betreft die zijn gelegen binnen het grondgebied van de gemeente Rotterdam.2.De aanwijzing van de boa’s in dienst van Staatsbosbeheer, die werkzaam zijn voor het Recreatieschap Rottemeren, geldt voor zover het regionale vaarwegen betreft die zijn gelegen binnen het beheergebied van het Recreatieschap Rottemeren. Artikel 4 Bekendmaking en inwerkingtreding 1.Van dit besluit wordt mededeling gedaan in het Waterschapsblad.2.Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Waterschapsblad. Toelichting De provincie Zuid-Holland heeft het nautisch beheer van een aantal regionale vaarwegen toebedeeld aan het hoogheemraadschap, namelijk: • de Rotte (vanaf de Viersprong tot het Zevenhuizer Verlaat) • de Hennipsloot (inclusief het Zevenhuizer Verlaat) • de Ringvaart vanaf de Hennipsloot en de Hollandsche IJssel (inclusief de Snelle Sluis te Moordrecht en de toegangsgeul vanuit het rijksvaarwater Hollandsche IJssel). Regionale vaarwegen (geel) hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Daarmee is het hoogheemraadschap bevoegd gezag in de zin van artikel 2, derde lid van de Scheepvaartverkeerswet en is het bevoegd de buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s) aan te wijzen die op die vaarwegen worden belast met de opsporing van strafbare feiten bij of krachtens de Scheepvaartverkeerswet. Om het nautisch beheer effectief uit te kunnen voeren is het belangrijk dat er ook handhavend kan worden opgetreden. In dit kader is het wenselijk dat de boa’s bevoegd zijn om op te treden bij constatering van strafbare feiten. Naast het hoogheemraadschap hebben ook de gemeente Rotterdam en Staatsbosbeheer boa's in domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur) in dienst, die op deze regionale vaarwegen varen. Zonder aanwijzing zijn zij echter niet bevoegd tot de opsporing van feiten die bij of krachtens de Scheepvaartverkeerswet strafbaar zijn gesteld. Door ook deze boa's aan te wijzen, kunnen zij bij constatering van zo'n feit direct optreden. Dit zorgt voor een doelmatiger handhavingsnet op de regionale vaarwegen. De aanwijzing verandert niets aan de gezagsverhoudingen. De boa's blijven in dienst van hun eigen werkgever en staan voor de opsporing onder het gezag van de officier van justitie. Een belangrijke regeling die is gebaseerd op de Scheepvaartverkeerswet, is het Binnenvaartpolitiereglement. Dit reglement bevat de verkeersregels op het water, zoals regels over verkeerstekens, snelheid en verlichting. Overtreding daarvan is strafbaar gesteld in artikel 7a van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement. Met dit aanwijzingsbesluit worden de boa's belast met de opsporing van strafbare feiten bij of krachtens de Scheepvaartverkeerswet, waaronder overtredingen van het Binnenvaartpolitiereglement. De aanwijzing vindt op grond van artikel 32, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet plaats in overeenstemming met de Minister van Justitie en Veiligheid. Aan dit vereiste is voldaan doordat de Minister van Justitie en Veiligheid de betrokken boa’s opsporingsbevoegdheid heeft toegekend voor domein II, waarvan de Scheepvaartverkeerswet deel uitmaakt. De aangewezen boa's zijn naast de opsporing tevens belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Scheepvaartverkeerswet. Dit volgt rechtstreeks uit artikel 34, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.

Meer informatie