Afwegingskader overgang en afbouw langdurige subsidierelaties

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op21 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Stichtse Vecht

Afwegingskader overgang en afbouw langdurige subsidierelaties Dit afwegingskader is een beleidsregel als bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Het college past dit kader toe bij de beoordeling van overgangs- en afbouwsituaties bij langdurige subsidierelaties. 1. Doel en uitgangspunt De gemeente heeft haar subsidiestelsel vernieuwd. Bestaande subsidieregelingen zijn geactualiseerd, nieuwe of inhoudelijk gewijzigde regelingen zijn vastgesteld en subsidieplafonds kunnen wijzigen. Dit afwegingskader wordt gebruikt bij gehele of gedeeltelijke vermindering of beëindiging van langdurige subsidierelaties. Het biedt een vaste werkwijze om te beoordelen of artikel 4:51 Awb van toepassing is en of een aanvullende overgang nodig is. 2. Voortzetting en overgang Een eerder verleende subsidie geeft geen automatisch recht op voortzetting van de subsidie of op hetzelfde subsidiebedrag. Bij een langdurige subsidierelatie kan een organisatie op grond van artikel 4:51 Awb wél recht hebben op een redelijke overgang. Dit is geen recht op voortzetting van de subsidie, maar geeft de organisatie zo nodig tijd om zich op de vermindering of beëindiging voor te bereiden en bestaande verplichtingen af te bouwen. Of een aanvullende overgang nodig is en hoe deze eruitziet, wordt beoordeeld aan de hand van het stappenplan in hoofdstuk 3. 3. Stappenplan Stap 1 – Is artikel 4:51 Awb van toepassing? Beoordeeld wordt of: •gedurende drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt; •voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten; •de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak wegens veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd. Is artikel 4:51 Awb van toepassing, dan moet een redelijke termijn in acht worden genomen. Stap 2 – Welke voorbereidingstijd is al geboden? Beoordeeld wordt vanaf welk moment voor de subsidieontvanger voldoende concreet duidelijk was of redelijkerwijs kon zijn dat de subsidie voor de betreffende activiteiten zou verminderen of eindigen. Daarbij wordt mede betrokken in hoeverre de subsidieontvanger eerder schriftelijk of mondeling is geïnformeerd over de herijking van het subsidiebeleid en de mogelijke gevolgen daarvan voor de bestaande subsidierelatie. Beoordeeld wordt vanaf welk moment de subsidieontvanger er redelijkerwijs rekening mee kon houden dat de subsidie voor de betreffende activiteiten zou worden verminderd of beëindigd. De voorbereidingstijd die al is geboden, telt mee bij het bepalen of een aanvullende overgang noodzakelijk is. Stap 3 – Welke concrete gevolgen en verplichtingen zijn er? De subsidieontvanger dient inzichtelijk te maken welke concrete verplichtingen als gevolg van de voorgenomen vermindering of beëindiging van de subsidie niet binnen de reeds geboden voorbereidingstijd kunnen worden afgebouwd. Daarbij wordt in het bijzonder gekeken naar: •personele verplichtingen •huur- en andere contractuele verplichtingen •het moment waarop deze verplichtingen zijn aangegaan en de mogelijkheden en termijnen voor beëindiging daarvan •maatregelen die de subsidieontvanger reeds heeft getroffen om de gevolgen van de vermindering of beëindiging te beperken •de mogelijkheid om verplichtingen anderszins af te bouwen, kosten te beperken of beschikbare middelen in te zetten. Van de subsidieontvanger wordt verwacht dat deze vanaf het moment waarop een vermindering of beëindiging voldoende concreet voorzienbaar was, redelijke maatregelen treft om de gevolgen daarvan te beperken. Verplichtingen die daarna zijn aangegaan of verlengd, worden alleen betrokken voor zover de subsidieontvanger aannemelijk maakt dat deze redelijkerwijs noodzakelijk waren. Stap 4 – Is de geboden termijn redelijk? De reeds geboden voorbereidingstijd wordt afgezet tegen de concrete verplichtingen die de organisatie moet afbouwen. Daarbij worden ook het belang van uitvoering van het nieuwe subsidiebeleid, de beschikbare middelen, de belangen van andere subsidieaanvragers en het maatschappelijk belang meegewogen. Is de reeds geboden voorbereidingstijd voldoende geweest om de redelijkerwijs noodzakelijke maatregelen te treffen en bestaande verplichtingen af te bouwen, dan wordt geen aanvullende overgang geboden. Dat de vermindering of beëindiging van subsidie financiële of organisatorische gevolgen heeft voor de subsidieontvanger, is op zichzelf onvoldoende voor het bieden van een aanvullende overgang. Stap 5 – Is een aanvullende overgang noodzakelijk? Alleen indien uit de voorgaande stappen blijkt dat de reeds geboden termijn onvoldoende is om redelijkerwijs noodzakelijke afbouwmaatregelen te treffen, wordt een aanvullende overgang geboden. Daarbij wordt gekozen voor de minst verstrekkende maatregel die noodzakelijk is om een redelijke overgang als bedoeld in artikel 4:51 Awb te waarborgen. Bij het bepalen van de aanvullende overgang wordt aangesloten bij de concrete termijn die redelijkerwijs nodig is om de resterende, niet eerder afbouwbare verplichtingen te beëindigen. Een aanvullende overgang strekt niet tot het waarborgen van de continuïteit of levensvatbaarheid van de subsidieontvanger. Voor zover gedurende de aanvullende overgang nog subsidie moet worden verleend, wordt de omvang daarvan beperkt tot hetgeen noodzakelijk is voor het bieden van de redelijke overgang. 4. Besluitvorming De toepassing van artikel 4:51 Awb maakt onderdeel uit van de primaire besluitvorming. De toepassing van dit afwegingskader vindt plaats met inachtneming van het Algemeen mandaatbesluit Stichtse Vecht 2021. Wanneer het college voornemens is de aanvraag van een bestaande subsidieontvanger geheel of gedeeltelijk te weigeren en artikel 4:51 Awb mogelijk van toepassing is, wordt de subsidieontvanger voorafgaand aan de definitieve besluitvorming in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. De subsidieontvanger wordt daarbij gevraagd inzichtelijk en waar nodig met stukken onderbouwd aan te geven: •welke concrete verplichtingen als gevolg van de voorgenomen vermindering of beëindiging moeten worden afgebouwd •binnen welke termijn deze verplichtingen kunnen worden beëindigd •welke maatregelen reeds zijn getroffen om de gevolgen te beperken; en •waarom eventuele resterende verplichtingen niet binnen de reeds geboden voorbereidingstijd kunnen worden afgebouwd Het college beoordeelt ambtshalve of artikel 4:51 Awb van toepassing is en, zo ja, of de reeds geboden termijn redelijk is dan wel een aanvullende overgang noodzakelijk is. De beoordeling op grond van artikel 4:51 Awb wordt betrokken bij de definitieve beslissing op de subsidieaanvraag. Hiervoor wordt geen afzonderlijk besluit genomen. In de beschikking wordt gemotiveerd welke omstandigheden zijn meegewogen en waarom de geboden overgang in het concrete geval redelijk wordt geacht. 5. Maatwerk Er worden geen vaste overgangstermijnen, subsidiebedragen of percentages gehanteerd. De duur van de subsidierelatie, hoogte van de subsidie, omvang van de vermindering en feitelijke afbouwverplichtingen worden in samenhang beoordeeld. De concrete omstandigheden van het geval bepalen uiteindelijk welke overgang redelijk en evenredig is. Om een consistente toepassing te waarborgen, worden alle gevallen waarin artikel 4:51 Awb van toepassing is volgens de stappen en criteria uit dit afwegingskader beoordeeld. Vergelijkbare omstandigheden worden op vergelijkbare wijze gewogen. Indien in een concreet geval van een eerder gevolgde lijn wordt afgeweken, wordt gemotiveerd welke bijzondere omstandigheden daarvoor aanleiding geven. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 13 oktober 2026, Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht, De gemeentesecretaris, drs. R.C.L. Heijdra De burgemeester,drs. A.J.H.T.H. Reinders

Meer informatie