Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Oudewater 2026
Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Oudewater 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater; gelet op artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening leerlingenvervoer gemeente Oudewater 2026 b e s l u i t: vast te stellen de "Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Oudewater 2026" Artikel 1. Definities 1.verordening: Verordening leerlingenvervoer gemeente Oudewater 2026 Artikel 2. Reikwijdte (uitwerking van artikel 2 van de verordening) Deze beleidsregels zijn van toepassing op leerlingen die niet zelfstandig kunnen reizen van en naar school of door die afstand in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening. De beleidsregels zijn geschreven als aanvulling op de Verordening leerlingenvervoer Oudewater 2026. Artikel 3. Doelstelling Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 4. Algemene voorwaarden toekenning leerlingenvervoer (uitwerking van lid 4 artikel 4 van de verordening) 1.Indien er sprake is van alternatieve schooltijden afwijkend van de tijden uit de schoolgids ligt de verantwoordelijkheid bij de ouders om het vervoer zelf te organiseren. Een vergoeding is hierbij mogelijk voor ouders, leerlingen en/of begeleiders, maar niet voor het aangepast vervoer. (uitwerking van lid 5 artikel 4 van de verordening) 2.Er wordt verwacht dat het kind wordt ingeschreven op de meest toegankelijke en passende dichtstbijzijnde school. Indien het kind niet staat ingeschreven, moet er bewijs zijn dat dit niet mogelijk is. Het wijzigen van de school gedurende het schooljaar kan invloed hebben op de toekenning voor leerlingenvervoer. Voorbeeld: als de dichtstbijzijnde toegankelijke school minder dan 6 kilometer van het woonadres is wordt het leerlingenvervoer stopgezet. Artikel 5. Aanvraag (uitwerking van lid 1 artikel 5 van de verordening) 1.Het aanvragen van een vervoersvoorziening is mogelijk via het digitale formulier op de website van de Gemeente Oudewater. (uitwerking van lid 1 artikel 5 van de verordening) 2.Wanneer er eerder een beschikking is afgegeven voor het toekennen van leerlingenvervoer en de leerling daarmee al in het systeem van de gemeente staat, kan dit worden aangegeven bij de nieuwe aanvraag. Door dit aan te geven, kan de gemeente met minder gegevens de aanvraag verwerken. Er kan dan gebruik gemaakt worden van de afgegeven beschikking van het afgelopen schooljaar. Artikel 6. Onderzoek (uitwerking van lid 3 artikel 6 van de verordening) 1.Een deskundige kan worden aangesloten bij een onderzoekgesprek tijdens de volgende situaties, indien: a.Medische of psychische problematiek waarbij een vakinhoudelijk oordeel vereist is; b.Twijfel bestaat over de mogelijkheden tot zelfstandig reizen; c.Meervoudige problematiek waarbij al ondersteuning plaatsvindt vanuit de Jeugdwet of Wmo; d.Ouders of school om deskundige betrokkenheid verzoeken; e.Het college dit wenselijk acht. 2.Het college onderzoekt in hoeverre bestaande begeleiding of ondersteuning ingezet kan worden ter bevordering van de zelfstandigheid in het schoolvervoer indien het gezin ondersteuning ontvangt op grond van Wmo, Jeugdwet of andere voorziening binnen het sociaal domein, voor zover deze ondersteuning daarvoor naar aard en doel kan worden ingezet. (uitwerking van lid 7 artikel 6 van de verordening) 3.Een leerlingenvervoer ontwikkelplan wordt in overleg met ouders en indien passend, met de leerling opgesteld. 4.Bij het opstellen van een leerlingenvervoer ontwikkelplan worden afspraken vastgelegd die gericht zijn op het stimuleren en ondersteunen van de ontwikkeling naar zelfstandiger reizen van de leerling. In het leerlingenvervoer ontwikkelplan is aandacht voor: a.De huidige manier van reizen en de reden daarvoor; b.De ervaringen van de leerling met het reizen per fiets of openbaar vervoer; c.De mogelijkheden van de leerling om te reizen met de fiets of het openbaar vervoer; d.De ondersteuningsmogelijkheden van de ouders en hun netwerk; e.De ondersteuningsmogelijkheden van het college; f.En het moment van evalueren. Artikel 7. Besluit (uitwerking van lid 1 artikel 7 van de verordening) 1.In het geval dat het college besluit dat de vervoersvoorziening niet voor een heel schooljaar geldt, wordt deze naar rato verdeeld over de maanden waarover is toegekend. (uitwerking van lid 2 artikel 7 van de verordening) 2.Een vervoerstraining wordt toegekend door het college wanneer deze kan bijdragen aan de zelfredzaamheid van de leerling. Het toekennen van een vervoerstraining vindt plaats na overleg met de ouders van de leerling. Artikel 8. Rechtmatigheid (uitwerking van lid 2g artikel 8 van verordening) Wegen aard, frequentie, omstandigheden en ernst van het gedrag. Maatregel moet proportioneel zijn. Bij acute incidenten wordt sneller gehandeld. 1.Wanneer er sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer en dit gedrag aanhoudt, krijgen de ouders van de leerling een eerste waarschuwingsbrief. 2.Als de leerling zich opnieuw ontoelaatbaar gedraagt in hetzelfde schooljaar, stuurt de gemeente een eerste schorsingsbrief naar de ouders van de leerling. In de brief staat ook dat de leerling wel verplicht is naar school te gaan; en dat voor het vervoer tijdens deze schorsing geen tegemoetkoming wordt toegekend. 3.Als de leerling na de schorsing opnieuw ontoelaatbaar gedrag vertoont in hetzelfde schooljaar kan het college besluiten het aangepast vervoer tijdelijk of voor de resterende duur van het schooljaar te beëindigen. Daarbij worden de aard en ernst van het gedrag, de omstandigheden van de leerling, de eventuele relatie met diens beperking en de gevolgen van de maatregel betrokken. De gemeente stelt de ouders en het taxibedrijf hiervan schriftelijk op de hoogte. Ook in deze brief staat dat de leerling wel verplicht is naar school te gaan, maar dat de leerling er voor de rest van het schooljaar niet meer met de taxi naar zijn school wordt gebracht. Artikel 9. Andere oplossing Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 10. Peildatum Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 11. Vervoersvoorziening naar dichtstbijzijnde toegankelijke school (uitwerking van lid 1 artikel 11 van de verordening) 1.De aanvrager ontvangt geen vergoeding voor vervoer naar een kinderopvang, voor vervoer buiten schooltijden en voor vervoer in weekenden en vakanties. 2.Leerlingen die worden aangewezen op een taalklas (primair onderwijs) kunnen in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening indien aan de voorwaarden wordt voldaan. Hierbij wordt uitgegaan van de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke taalklas. 3.Het college kan besluiten om de vervoersvoorziening voor nieuwkomers naar de taalklas voor de duur van maximaal anderhalf jaar toe te kennen. Artikel 12. Afstandsgrens Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 13. Aanwijzing opstapplaats Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 14. Schooltijden en wachttijden (uitwerking van lid 1 artikel 14 van de verordening) Indien een les uitvalt of lestijden worden aangepast, kan het kind alleen met de geplande rit mee als de school opvang verzorgt voor het kind. Als de school geen opvang kan regelen, is de ouder zelf verantwoordelijk voor het brengen of ophalen van het kind. Hierbij is het van belang dat het vervoer wordt afgemeld. Artikel 15. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente (uitwerking van lid 1 artikel 15 van de verordening) Indien een leerling als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente Oudewater verblijft, kan het college gedurende maximaal zes weken een tijdelijke vervoersvoorziening verstrekken, indien wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 15 van de verordening. Bij de beoordeling wordt gekeken naar de tijdelijke aard van het verblijf en de intentie om terug te keren naar Oudewater. Indien het verblijf langer duurt dan zes weken, wordt beoordeeld welke gemeente verantwoordelijk is voor het leerlingenvervoer op basis van de feitelijke verblijfssituatie van de leerling. Artikel 16. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie bij verblijf in pleeggezin of internaat Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 17. Vervoersvoorziening naar stageadres Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 18. Tweede afzetadres (uitwerking artikel 18 van de verordening) Het college kan besluiten om in de uitvoering rekening te houden met het vervoer naar buitenschoolse opvang in de gemeente Oudewater voor zover dit geen gevolgen heeft voor de doelmatigheid van het vervoer. Artikel 19. Vervoerstraining (uitwerking artikel 19 van de verordening) Het inzetten van een vervoerstraining gaat in overleg met de ouders. De vervoerstrainer of de organisatie die de vervoerstraining geeft, maakt een afspraak met de ouders om de vervoerstraining te bespreken en om te bespreken of de leerling hiervoor in aanmerking komt. Artikel 20. Vervoersvergoeding voor de leerling (uitwerking lid 1 van artikel 20 van de verordening) 1.Bij het verstrekken van een vervoersvoorziening voor het openbaar vervoer worden de kosten van het goedkoopste abonnement voor de route vergoed. De verantwoordelijkheid voor het aanschaffen van een abonnement ligt bij de ouders. De ouders mogen het bedrag van het abonnement declareren bij de gemeente Oudewater. (uitwerking lid 4 van artikel 20 van de verordening) 2.Het verstrekken van een vergoeding voor een elektrische fiets is alleen mogelijk indien de ouders kunnen aantonen aan het college dat zij een diefstalverzekering hebben afgesloten voor ten minste drie jaar. Het college weigert het vergoeden van onderhoud, verlies van accu en bijkomende kosten behorende bij de elektrische fiets. Artikel 21. Vervoersvergoeding voor de begeleider Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 22. Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer (uitwerking lid van artikel van de verordening) 1.Voor het bepalen van de afstand in kilometers gaat de gemeente uit van de kortste begaanbare route tussen het woonadres van de leerling en de school. De gemeente maakt voor de afstandsbepaling gebruik van de ANWB routeplanner. 2.Wanneer de aanvrager de leerling zelf kan vervoeren of laten vervoeren, als dit leidt tot een goedkoper, meer passend of aantoonbaar beter vervoersalternatief, kan in overleg met de aanvrager een vervoersvergoeding worden toegekend. Deze vergoeding wordt gebaseerd op de kosten voor eigen vervoer. 3.De kilometervergoeding voor vervoer per auto wordt per schooldag vier keer toegekend. Namelijk voor het brengen van de leerling naar school, het terugrijden naar huis, het ophalen van de leerling van school en het terugrijden naar huis met de leerling. 4.Een wijziging in de toegekende dagdelen voor taxivervoer en eigen vervoer kan door ouders of verzorgers per e-mail worden doorgegeven. Indien het totaal aantal toegekende dagdelen niet wijzigt, wordt de wijziging per e-mail aan ouders of verzorgers bevestigd. 5.Als ouders een eenmalige tegemoetkoming voor de aanschaf van een e-bike toegekend krijgen, wordt deze in een keer uitbetaald aan de ouders, tenzij de ouders verzoeken om dit bedrag rechtstreeks aan de leverancier te betalen. Artikel 23. Aangepast vervoer (uitwerking artikel 23 van de verordening) 1.Het college verstrekt alleen een vervoersvoorziening in vorm van aangepast vervoer voor de leerling van de afstand tussen de woning en school. De planning van de vervoerder hangt af van een schema en kan niet aangepast worden. (uitwerking lid 1 van artikel 23 van de verordening) 2.Onder groepsvervoer wordt een plek in de taxi bedoeld. Artikel 24. Vergoeding andere passende vervoersvoorziening Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 25. Drempelbedrag (uitwerking lid 1 van artikel 25 van de verordening) Voor de beoordeling of het drempelbedrag verschuldigd is, wordt uitgegaan van het gezamenlijke inkomen van de ouders als bedoeld in artikel 25 van de verordening. Indien ouders niet op hetzelfde adres wonen, gescheiden zijn of anderszins geen gezamenlijk huishouden voeren, kan het college van beide ouders de voor de vaststelling van het inkomen noodzakelijke inkomensgegevens opvragen. Het feit dat ouders niet op hetzelfde adres wonen of gescheiden zijn, betekent op zichzelf niet dat uitsluitend het inkomen van de ouder bij wie de leerling staat ingeschreven of verblijft, wordt betrokken. Indien slechts één persoon voor de toepassing van de wettelijke regeling als ouder kan worden aangemerkt, wordt uitsluitend het inkomen van die ouder betrokken. Artikel 26. Draagkrachtafhankelijke bijdrage (uitwerking lid 1 van artikel 26 van de verordening) 1.De grens van 20 km is in lijn met andere gemeenten uit de regio en wordt daarom door de gemeente Oudewater aangehouden. De bijdrage wordt alleen gevraagd als de desbetreffende school de keuze is van de ouders, is in ieder geval geen sprake als leerlingen noodgedwongen naar andere school moeten. (uitwerking lid 2 van artikel 26 van de verordening) 2.Indien voor het vaststellen van de draagkrachtafhankelijke bijdrage inkomensgegevens noodzakelijk zijn, kan het college de ouders verzoeken de daarvoor benodigde inkomensgegevens te verstrekken. Voor de vaststelling van het inkomen wordt aangesloten bij de wijze waarop het inkomen op grond van artikel 25 van de verordening wordt vastgesteld. Dit geldt ook wanneer ouders niet op hetzelfde adres wonen, gescheiden zijn of anderszins geen gezamenlijk huishouden voeren. Artikel 27. Beslissing in gevallen waarin de regeling niet voorziet Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 28. Hardheidsclausule Bij dit artikel behoren geen beleidsregels. Artikel 30. Intrekking oude regeling De beleidsregels vergoeding kosten schoolbezoek gemeente Oudewater 2015 worden ingetrokken. Artikel 31. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregels treden in werking na de dag van bekendmaking.2.Deze beleidsregels wordt aangehaald als: Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Oudewater 2026. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater in de vergadering van 13 oktober 2026. Burgemeesterdrs. A.M. Jongerius Gemeentesecretarisdrs. S.G.M. van Eck
Meer informatie