Subsidieregeling Mestreechter Taol en Volkscultuur 2027

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op20 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Maastricht

Subsidieregeling Mestreechter Taol en Volkscultuur 2027 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht; overwegende dat het gemeentebestuur Maastricht inzet op het bevorderen van veerkracht en verbondenheid door middel van taal en cultuur door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Mestreechter Taol en Volkscultuur 2027. Artikel 1. Definities In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: -Asv: de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; -Carnavalsvereniging: een vereniging die de carnavalscultuur en -tradities bevordert en organiseert door middel van activiteiten voor de wijk of stad. Kenmerkend zijn onder meer de uitroeping van een Prins of Prinses en de aanwezigheid van een Raad van Elf met een ceremoniële en organiserende rol. -College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht; -Culturele codes: Fair Practice Code, Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie.; -Financieel verslag: een verslag met een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten; -Inhoudelijk plan: een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit blijkt welke activiteiten zullen worden uitgevoerd en op welke wijze aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. -Inhoudelijk verslag: een verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. -Interne loonkosten: de kosten bedoeld voor de eigen medewerkers die direct uren maken voor het gesubsidieerde project. Het gaat hierbij om personeel dat officieel op de loonlijst staat van de organisatie die de subsidie aanvraagt. Kosten voor externe krachten (zoals zzp'ers, consultants of uitzendkrachten) vallen hier dus niet onder; -Jeugd: de leeftijdsgroep tot 14 jaar; -Jongeren: de leeftijdsgroep 14 tot en met 27 jaar; -Maastrichtse taal: het Maastrichtse dialect en daarmee samenhangende activiteiten gericht op behoud, beheer, documentatie, educatie en promotie; -Maastrichtse volkscultuur: alle collectieve, al dan niet traditionele uitingen van het volksleven die verwijzen naar lokale (Maastrichtse) gebruiken, tradities, geschiedenis en identiteiten. Het betreft zowel immaterieel erfgoed als hedendaagse uitingsvormen die voortbouwen op deze tradities. Volkscultuur is een dynamisch fenomeen: elke generatie geeft hieraan een eigen invulling en maakt nieuwe keuzes, waardoor de volkscultuur zich blijft ontwikkelen; -Niet-professionele maker: een persoon die creatieve of artistieke activiteiten uitvoert zonder beroepsmatige praktijk en zonder structurele professionele inkomsten, en die hiermee bijdraagt aan culturele participatie, eigen artistieke ontwikkeling of maatschappelijke meerwaarde; -Professionele maker: een persoon die een kunstvakopleiding heeft afgerond, of via zelfstudie een vergelijkbaar professioneel niveau heeft bereikt, en een actieve beroepspraktijk voert. Dit wordt getoetst aan de hand van een inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; -Project: een opzichzelfstaande activiteit op het gebied van de Maastrichtse taal en volkscultuur met een duidelijk inhoudelijk begin- en eindpunt, aanvullend op de reguliere activiteiten van de aanvrager. De einddatum van het project binnen deze regeling is 31-12-2027; -Stedelijke Carnaval: carnavalsactiviteiten met een stedelijke uitstraling en bereik, gericht op de gehele gemeente Maastricht. -Subsidiejaar: het kalenderjaar dat loopt van januari tot en met december. -Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak maximaal beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling. -Wijk- en buurtcarnaval: carnavalsactiviteiten gericht op de viering van carnaval binnen een specifieke buurt of wijk van Maastricht. -Wijkoverstijgende carnavalsactiviteiten: openbaar toegankelijke carnavalsactiviteiten die gericht zijn op deelnemers, bezoekers of verenigingen uit meerdere wijken van Maastricht en die aantoonbaar ontmoeting, samenwerking of verbinding tussen verschillende carnavalsgemeenschappen binnen de stad bevorderen. Hieronder worden onder meer verstaan gezamenlijke optochten, seniorenactiviteiten, ontmoetingen van Zaate Herremeniekes en andere carnavalsevenementen die niet uitsluitend op één wijk of buurt zijn gericht. -Vrijwilligersorganisatie: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die zonder winstoogmerk activiteiten uitvoert met voor een groot deel vrijwilligers, eventueel ondersteund door een of meerdere beroepskrachten, ter behartiging van belangen van ideële en/of materiële aard; -ZZP’er: een zelfstandige zonder personeel die staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Artikel 2. Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3. Activiteiten 1.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de volgende activiteiten: a.Projecten die een bijdrage leveren aan de Maastrichtse taal en/of volkscultuur; of b.Basissubsidie voor structurele activiteiten die een doorlopende, herkenbare en jaarlijks terugkerende bijdrage leveren aan de Maastrichtse taal en/of volkscultuur. 2.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die voldoen aan de volgende criteria: a.De activiteiten moeten hoofdzakelijk bijdragen aan het behoud, de ontwikkeling, de stimulering en de beleefbaarheid van de Maastrichtse taal en/of volkscultuur; Onder deze bijdrage wordt verstaan: •Overdracht (bijv. via educatie, workshops, optredens, lezingen, activiteiten waarbij het publiek actief iets leert of ervaart); en/of •Ontwikkeling (bijv. nieuwe vormen van dialectgebruik, nieuwe culturele uitingen, vernieuwende interpretaties van tradities); en/of •Zichtbaarheid (bijv. publieke presentaties, optredens, tentoonstellingen, evenementen, digitale platforms die de cultuur zichtbaar maken). b.Het bevorderen van inclusieve en toegankelijke activiteiten waarin inwoners en bezoekers actief kunnen deelnemen, ongeacht afkomst, huidskleur, nationaliteit, taal, geslacht, genderidentiteit, seksuele gerichtheid, religie, levensovertuiging, leeftijd, opleidingsniveau of beperking; c.De activiteiten versterken de sociale samenhang door ontmoeting, verbinding of samenwerking tussen inwoners, gemeenschappen of generaties te bevorderen; d.De activiteit vindt plaats in de gemeente Maastricht; e.De activiteit is gericht op inwoners van Maastricht; f.De activiteit dient uiterlijk 31 december 2027 te zijn verricht. 3.Projectsubsidie (zoals in lid 1 aanhef en onder a) wordt uitsluitend verstrekt voor projectmatige activiteiten die aanvullend zijn op de reguliere werkzaamheden van de aanvrager. De aan te vragen activiteiten moeten voldoen aan de volgende criteria: a.De activiteit heeft een duidelijk omschreven begin- en eindpunt en is afgerond voor 31-12-2027; b.De activiteit draagt aantoonbaar bij aan vernieuwing, uitbreiding of verdieping van de Maastrichtse taal en/of Maastrichtse volkscultuur, boven op de bestaande structurele activiteiten van de aanvrager; c.Subsidie wordt alleen verstrekt voor activiteiten met een concrete, publieksgerichte, educatieve of anderszins op overdracht gerichte component; activiteiten die uitsluitend bestaan uit publicaties, onderzoek of documentatie zonder zo’n component komen niet in aanmerking; d.Een aanvrager kan per kalenderjaar maximaal één subsidieaanvraag op grond van deze regeling indienen. 4.Basissubsidie (zoals in lid 1 aanhef en onder b) wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die voldoen aan de volgende criteria: a.De activiteiten maken aantoonbaar deel uit van de reguliere, jaarlijks terugkerende werkzaamheden van de organisatie en vormen een vaste bijdrage aan de culturele infrastructuur van Maastricht; b.Activiteiten zijn openbaar en laagdrempelig toegankelijk voor inwoners en bezoekers van Maastricht, verbinden mensen met verschillende achtergronden en worden zo ingericht dat deelname voor een breed publiek mogelijk is. 5.Basissubsidie zoals bedoeld in lid 1 aanhef en onder b wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten binnen één van de volgende categorieën en onder de daarbij behorende voorwaarden: Categorie Voorwaarden Maastrichtse taal De aanvrager: a.houdt zich primair bezig met het behoud, beheer, de ontwikkeling of promotie van de Maastrichtse taal; b.organiseert educatieve, culturele en publieksgerichte activiteiten rondom de Maastrichtse taal; c.maakt de Maastrichtse taal toegankelijk voor een breed publiek; d.draagt aantoonbaar bij aan kennisoverdracht aan nieuwe generaties. Stedelijke carnaval De aanvrager: a.organiseert openbaar toegankelijke activiteiten met een aantoonbaar stedelijk bereik; b.draagt bij aan het behoud, de ontwikkeling en de zichtbaarheid van de Maastrichtse carnavalscultuur; c.organiseert activiteiten voor inwoners en bezoekers van Maastricht die zich richten op de hele stad Maastricht; Carnavals in wijken De aanvrager: a.organiseert carnavalsactiviteiten in een wijk of buurt van Maastricht; b.draagt bij aan het behoud en de overdracht van de Maastrichtse carnavalscultuur; c.organiseert openbaar toegankelijke activiteiten; d.draagt bij aan ontmoeting, sociale samenhang en participatie in de wijk. Wijkoverstijgende carnavalsactiviteiten Subsidie voor wijkoverstijgende carnavalsactiviteiten kan uitsluitend worden aangevraagd door een organisatie die tevens een aanvraag indienen binnen de categorie Carnavalscultuur in wijken. De aanvrager: a.dient tevens een aanvraag in voor een basissubsidie onder categorie Carnaval in wijken b.organiseert een openbaar toegankelijke carnavalsactiviteit met deelnemers, bezoekers of betrokken verenigingen uit meerdere Maastrichtse wijken; c.draagt bij aan ontmoeting, samenwerking en verbinding tussen verschillende carnavalsgemeenschappen binnen Maastricht; d.draagt bij aan het behoud, de overdracht en de zichtbaarheid van de Maastrichtse carnavalscultuur; e.werkt aantoonbaar samen met ten minste één andere carnavalsvereniging, stichting of vrijwilligersorganisatie. f.kan maximaal twee activiteiten per subsidiejaar indienen. g.kan uitsluitend subsidie aanvragen voor activiteiten die aanvullend zijn op de reguliere wijk- of buurtactiviteiten. Artikel 4. Doelgroep 1.Subsidie voor projecten (zoals in art. 3 lid 1 aanhef en onder a) kan worden aangevraagd door: a.een privaatrechtelijke rechtspersoon (stichting of vereniging) met volledige rechtsbevoegdheid, zonder winstoogmerk, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; b.een ZZP’er die een duidelijke relatie heeft met de gemeente Maastricht op basis van vestiging en/of werkterrein, zijnde een professioneel maker; 2.Basissubsidie (zoals in art. 3 lid 1 aanhef en onder b) kan worden aangevraagd door een privaatrechtelijke rechtspersoon (stichting of vereniging) met volledige rechtsbevoegdheid, zonder winstoogmerk, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.3.De aanvrager zoals in lid 2 moet aan de volgende voorwaarden voldoen: a.ze heeft als statutaire doelstelling, dan wel feitelijke hoofdactiviteit: het bevorderen van de Maastrichtse taal, het Maastrichtse carnaval of andere vormen van Maastrichtse volkscultuur; en b.verricht haar activiteiten hoofdzakelijk binnen de gemeente Maastricht; Artikel 5. Subsidieplafond 1.Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in art. 3 lid 1 aanhef en onder a, bedraagt het subsidieplafond in totaal per kalenderjaar: € 125.000,-;2.Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in art. 3 lid 1 aanhef en onder b, bedraagt het subsidieplafond in totaal per kalenderjaar: € 111.344,-;3.Enig resterend subsidieplafond na afhandeling van de subsidieaanvragen voor activiteiten voor basissubsidies onder artikel 3 lid 1 onder b wordt overgeheveld naar het subsidieplafond van projectsubsidies onder artikel 3 lid 1 onder a. 4.Eventueel teruggevorderde bedragen naar aanleiding van de definitieve vaststellingen, worden niet herverdeeld. Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.2.Niet voor subsidie in aanmerking komen: a.Kosten die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag; b.Kosten die reeds gesubsidieerd of gefinancierd worden vanuit een andere subsidie- of inkooprelatie met de gemeente Maastricht; c.Kosten voor activiteiten die (reeds) uit eigen middelen worden verricht en gefinancierd; d.Interne loonkosten. Artikel 7. Hoogte van de subsidie 1.Een subsidie voor projecten zoals bedoeld in art. 3 lid 1 aanhef en onder a bedraagt minimaal € 500,- en maximaal €10.000,- en bedraagt bij een subsidie vanaf 5000 euro maximaal 75% van de totale projectbegroting.2.Een basissubsidie zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 onder b bedraagt maximaal:Maastrichtse taal: € 15.000;Stedelijke carnaval: € 30.000;Carnaval in wijken: -Carnavalsvereniging die zich richt op uitsluitend jeugd: € 750,- per vereniging -Carnavalsvereniging die zich richt op uitsluitend volwassenen: € 750,- per vereniging -Carnavalsvereniging die zich richt op zowel jeugd als volwassenen: € 1.500,- per vereniging Wijkoverstijgende carnavalsactiviteiten: € 750,- per wijkoverstijgende carnavalsactiviteit;3.Voor de categorieën Maastrichtse taal en Stedelijke carnaval wordt per categorie maximaal één subsidie verleend. Indien binnen de categorie Maastrichtse taal en stedelijke carnaval meerdere subsidieaanvragen worden ingediend en het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen volledig te honoreren, worden de aanvragen gerangschikt op basis van de volgende criteria: a.de mate waarin de activiteiten bijdragen aan het behoud, de ontwikkeling en de zichtbaarheid van de Maastrichtse taal of volkscultuur (maximaal 40 punten); b.het verwachte publieksbereik en de toegankelijkheid van de activiteiten (maximaal 25 punten); c.de bijdrage aan ontmoeting, participatie en sociale samenhang (maximaal 20 punten); d.de samenwerking met andere organisaties, vrijwilligers of gemeenschappen binnen Maastricht (maximaal 15 punten). Nadere uitwerking van de beoordelingscriteria, de puntentoekenning, de minimale kwaliteitsscore en de wijze van rangschikking zijn opgenomen in Bijlage 1 behorende bij deze regeling.4.Subsidie wordt verleend aan de hoogst gerangschikte aanvragen totdat het beschikbare subsidieplafond is bereikt.5.De subsidiebedragen zijn inclusief BTW. Artikel 8. Wijze van verdeling 1.Voor subsidies als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder a vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidieregeling vastgestelde subsidieplafond is bereikt;2.Voor de categorieën Maastrichtse taal en Stedelijke carnaval vindt verdeling plaats door middel van een tenderprocedure op basis van de rangschikkingscriteria genoemd in artikel 7 lid 3 en 4. Per categorie wordt maximaal één subsidie verleend. Een aanvraag komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien minimaal 60 van de 100 punten worden behaald.3.Voor de categorieën Carnaval in wijken en Wijkoverstijgende activiteiten vindt verdeling plaats op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen totdat het voor deze activiteiten beschikbare subsidieplafond is bereikt. 4.De aanvraag wordt getoetst aan de criteria en voorwaarden zoals bepaald in deze regeling.5.Als de aanvrager voor subsidies als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder a en voor de categorieën Carnaval in wijken en Wijkoverstijgende activiteiten krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen;6.Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden voor subsidies als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder a en voor de categorieën Carnaval in wijken en Wijkoverstijgende activiteiten als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt;7.De aanvraag voor subsidies als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder a en voor de categorieën Carnaval in wijken en Wijkoverstijgende activiteiten wordt niet in behandeling genomen indien op het moment van ontvangst van de aanvraag het subsidieplafond voor het jaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend reeds is bereikt. Artikel 9. De aanvraag 1.De aanvraag om een subsidie dient de volgende gegevens te bevatten: a.een beschrijving van de activiteit en de wijze waarop deze wordt uitgevoerd; b.een toelichting op hoe de activiteit voldoet aan de criteria zoals gesteld in deze regeling; c.een beschrijving van de deelnemers aan de activiteit (het publiek), de wijze waarop de deelnemers worden bereikt en het te verwachten publieksbereik; d.een omschrijving van de looptijd van de activiteit; e.een sluitende begroting van de aan de activiteit verbonden begrote inkomsten en uitgaven. 2.Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. Artikel 10. Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag voor een projectsubsidie als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder a wordt uiterlijk 8 weken voordat de activiteiten aanvangen ingediend.2.Een aanvraag voor een basissubsidie als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder b wordt ingediend in de periode van 1 november tot en met 30 november voorafgaand aan het subsidiejaar. Artikel 11. Beslistermijn Het college beslist over een aanvraag: 1.Voor een projectsubsidie als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder a, binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 2.Voor een basissubsidie als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder b, uiterlijk vóór 31 januari 2027. Artikel 12. Aanvullende weigeringsgronden Subsidieverlening worden geweigerd als: a.de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente Maastricht; b.de middelen niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; c.voor de activiteit of het programma van activiteiten reeds subsidie is verleend door het college; d.de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde; e.een activiteit of een programma van activiteiten een politiek, religieus en/of levensbeschouwelijk karakter heeft; f.aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd; g.uit de begroting blijkt dat betaling van ingehuurd personeel niet geschiedt volgens de wijze zoals opgenomen in de Fair Practice Code. Artikel 13. Verplichtingen Het college kan in de verleningsbeschikking specifieke verplichtingen opleggen. Artikel 14. Verantwoording en vaststelling 1.Bij subsidies van meer dan € 5.000,- en ten hoogste € 30.000,- dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht een aanvraag tot vaststelling in.2.De aanvraag zoals bedoeld in lid 1 bevat: a.een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b.een beschrijving waaruit blijkt hoeveel deelnemers zijn bereikt en op welke wijze inclusie en toegankelijkheid zijn bevorderd bij de activiteit; c.een jaarrekening of een financieel verslag bestaande uit een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. 3.Subsidies tot en met € 5.000,- worden direct vastgesteld.4.Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 5.000,- en ten hoogste € 30.000,- vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling. Artikel 15. Bevoorschotting 1.In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000,- wordt een voorschot verstrekt van 100%.2.In geval van verlening van een subsidie van meer dan € 5.000,- en ten hoogste € 30.000,- wordt een voorschot verstrekt van 90%.3.Een voorschot wordt binnen 30 dagen na verzenddatum van de verleningsbeschikking overgemaakt op de rekening van de subsidieontvanger. Artikel 16. Hardheidsclausule 1.In gevallen, de uitvoering van deze subsidieregeling betreffend, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.2.Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Artikel 17. Slotbepalingen 1.Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 november 2026.2.Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027.3.De Subsidieregeling Mestreechter taol en cultuur 2024-2026 wordt op 1 november 2026 ingetrokken.4.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Mestreechter taol en volkscultuur 2027. Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Maastricht d.d. 6 oktober 2026. Burgemeester en Wethouders van Maastricht, De Secretaris a.i.,G.G.H.M. Haanen De Burgemeester,W.A.G. Hillenaar Artikelsgewijze toelichting: Artikel 3.5 categorie wijkoverstijgende carnavalsactiviteiten: Voorbeelden die wel wijkoverstijgend zijn: •Een seniorenmiddag waarvoor ouderen uit meerdere Maastrichtse wijken worden uitgenodigd. •Een zaate-herremeniekestreffen met deelname van verenigingen uit meerdere wijken. •Een gezamenlijk jeugdcarnavalsevenement georganiseerd door twee of meer carnavalsverenigingen. •Een optocht of evenement waaraan meerdere wijkverenigingen gezamenlijk deelnemen. •Een bijeenkomst voor carnavalsverenigingen uit verschillende wijken gericht op erfgoed, educatie of talentontwikkeling. Voorbeelden die niet wijkoverstijgend zijn: •Een prinsuitroeping van één vereniging. •Een lokale zitting voor de eigen wijk. •Een receptie of feestavond voor eigen leden. •Een seniorenmiddag die uitsluitend voor inwoners van de eigen wijk wordt georganiseerd. •Een wijkoptocht zonder aantoonbare samenwerking met andere verenigingen of wijken. Bijlage 1. Beoordelings- en rangschikkingsmethodiek tenderprocedure categorieën Maastrichtse taal en Stedelijke Carnaval: 1. Algemene bepaling Deze bijlage is van toepassing op subsidieaanvragen voor de categorieën: a.Maastrichtse taal als bedoeld in artikel 3 lid 5 van deze regeling; b.Stedelijke carnaval als bedoeld in artikel 3 lid 5 van deze regeling. Indien binnen een categorie meer subsidieaanvragen worden ingediend dan kunnen worden gehonoreerd, worden de aanvragen beoordeeld en gerangschikt overeenkomstig deze bijlage. Per categorie wordt maximaal één subsidie verleend. De subsidie wordt verleend aan de hoogst gerangschikte aanvraag. 2. Beoordelingscriteria en weging Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: Criterium Maximaal aantal punten Bijdrage aan behoud, ontwikkeling en zichtbaarheid van de Maastrichtse taal of volkscultuur 40 Publieksbereik en toegankelijkheid 25 Bijdrage aan ontmoeting, participatie en sociale samenhang 20 Samenwerking met organisaties, vrijwilligers of gemeenschappen binnen Maastricht 15 Totaal 100 3. Puntensystematiek Per criterium kent het college een waardering toe volgens onderstaande scoresystematiek: Omschrijving Waardering Uitstekende onderbouwing; volledig en overtuigend aangetoond 5 Goede onderbouwing; vrijwel volledig aangetoond 4 Voldoende onderbouwing; grotendeels aangetoond. 3 Matige onderbouwing; gedeeltelijk aangetoond. 2 Beperkte onderbouwing; slechts in geringe mate aangetoond. 1 Niet aangetoond 0 Totaal 100 De behaalde score per criterium wordt omgerekend naar het bijbehorende maximale aantal punten. Uitwerking per criterium a. Bijdrage aan behoud, ontwikkeling en zichtbaarheid (maximaal 40 punten) Bij de beoordeling wordt gekeken naar: -de mate waarin activiteiten bijdragen aan behoud van de Maastrichtse taal en/of volkscultuur; -de mate van inhoudelijke ontwikkeling of vernieuwing; -de zichtbaarheid en uitstraling van de activiteiten voor inwoners en bezoekers van Maastricht. b. Publieksbereik en toegankelijkheid (maximaal 25 punten) Bij de beoordeling wordt gekeken naar: -het verwachte aantal deelnemers of bezoekers; -de wijze waarop doelgroepen worden bereikt; -de toegankelijkheid van de activiteiten voor verschillende doelgroepen; -de mate waarin deelname laagdrempelig is. c. Ontmoeting, participatie en sociale samenhang (maximaal 20 punten) Bij de beoordeling wordt gekeken naar: -de mate waarin inwoners actief deelnemen; -de bijdrage aan ontmoeting tussen inwoners of generaties; -de bijdrage aan sociale verbinding binnen Maastricht. d. Samenwerking (maximaal 15 punten) Bij de beoordeling wordt gekeken naar: -samenwerking met andere organisaties; -betrokkenheid van vrijwilligers; -samenwerking met gemeenschappen, verenigingen of maatschappelijke partners binnen Maastricht. 4. Minimale kwaliteitsscore Een aanvraag komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien minimaal 60 van de 100 punten worden behaald. Aanvragen die minder dan 60 punten behalen, worden niet voor subsidieverlening voorgedragen, ongeacht het beschikbare subsidieplafond. 5. Rangschikking De aanvragen worden gerangschikt op basis van het totaal aantal behaalde punten. De aanvraag met het hoogste aantal punten wordt als eerste gerangschikt. 6. Gelijke scores Indien twee of meer aanvragen hetzelfde totaal aantal punten behalen, gaat de aanvraag met de hoogste score op criterium a (bijdrage aan behoud, ontwikkeling en zichtbaarheid van de Maastrichtse taal of volkscultuur) vóór. Indien daarna nog steeds sprake is van een gelijke score, gaat de aanvraag met de hoogste score op criterium b (publieksbereik en toegankelijkheid) vóór. Indien ook daarna sprake blijft van een gelijke score, beslist het college (door middel van loting). 7. Motivering Het college motiveert de beoordeling per criterium en vermeldt in de beschikking het behaalde puntenaantal per criterium en de plaats in de rangschikking.

Meer informatie