Gladheidbestrijdingsplan seizoen 2026-2030
Gladheidbestrijdingsplan seizoen 2026-2030 Managementsamenvatting Voor u ligt het Gladheidbestrijdingsplan 2026-2030. Dit plan geldt van 1 oktober 2026 tot en met 30 oktober 2030. Het beschrijft de uitgangspunten, prioriteiten en de wijze van uitvoering van de gladheidbestrijding in de gemeente Westland. Eerder vastgestelde gladheidbestrijdingsplannen, opgedane ervaringen en regionale afspraken vormen hiervoor de basis. Gladheidbestrijding vervult een belangrijke rol in het dagelijks gebruik van de openbare weg tijdens het winterseizoen. De gemeente richt zich daarbij op het vergroten van de verkeersveiligheid, het bevorderen van de verkeersdoorstroming onder winterse omstandigheden en het waarborgen van de bereikbaarheid. Als wegbeheerder draagt de gemeente verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige gladheidbestrijding op gemeentelijke wegen. In bepaalde situaties kan zij hiervoor ook aansprakelijk zijn. Om aan te tonen dat de gemeente haar zorgplicht nakomt, stelt zij dit gladheidbestrijdingsplan vast. Dit plan legt het beleid voor de gladheidbestrijding vast. Bij de uitvoering van de gladheidbestrijding gelden de volgende aandachtspunten: -De veiligheid van het uitvoerende personeel krijgt tijdens de uitvoering de hoogste prioriteit; -De gladheidbestrijding draagt bij aan de verkeersveiligheid en ondersteunt de economische en maatschappelijke voortgang onder winterse omstandigheden; -De gemeente voert de gladheidbestrijding uit volgens de in dit plan vastgelegde prioritering; -Gladheidbestrijding vindt in principe plaats van 1 november tot 1 april het jaar daarop; -Waar nodig stemt de gemeente af met buurgemeenten; -De gemeente bestrijdt gladheid mede om te voorkomen dat de toestand van de weg gevaar oplevert voor personen en/of zaken; -De gladheidbestrijding wordt uitgevoerd volgens de “natzout” methode. De gemeente bestrijdt gladheid al enkele jaren preventief. Zij start het strooien voordat de weg glad wordt. Deze aanpak voorkomt onveilige situaties. De gemeente Westland sluit daarbij aan op het preventieve natzout-strooibeleid van Rijkswaterstaat en de gemeenten in Midden-Zuid-Holland. Bij vaststelling van dit gladheidbestrijdingsplan wordt deze gedeeld op www.overheid.nl. Daarnaast publiceren wij het plan en de strooiroutes op de website van de gemeente Westland. Via social media verwijst de gemeente regelmatig naar deze informatie. Zo weten inwoners wat zij van de gemeente mogen verwachten bij gladheid. Zij krijgen inzicht in de omstandigheden waarin de gemeente uitrukt, welke wegen en fietspaden prioriteit krijgen en welke verantwoordelijkheid zij zelf hebben. 1. Inleiding De gladheidbestrijding is een gespecialiseerd werkveld en omvat elementen van wegbeheer en verkeersveiligheid. Gladheidbestrijding heeft raakvlakken met de aanpak van calamiteiten en vereist van zowel de gladheidbestrijdingscoördinator als de in te zetten aannemers met zijn medewerkers flexibiliteit en inzicht in zowel de fysieke gladheidbestrijding als meteorologische processen. Gladheidmeldsystemen leveren actuele gegevens over wegdektemperaturen, lokale luchttemperaturen, verwachte condensatie en de vochtigheid van het wegdek. Daarnaast ondersteunen meteorologische adviezen de besluitvorming. Ook de samenwerking met regionale wegbeheerders speelt een belangrijke rol. 1.1. Wettelijk kader De wet verplicht gemeenten niet om wegen te allen tijde sneeuw- en ijsvrij te houden (resultaatsverplichting). Wel moet de gemeente als wegbeheerder op grond van de Wegenwet en het Burgerlijk Wetboek (artikelen 6:162 en 6:174) aantoonbaar inspanningen leveren om gladheid te bestrijden (inspanningsverplichting). Uit jurisprudentie blijkt dat de gemeente moet zorgen dat het voor de weggebruiker duidelijk is wat wel en wat niet wordt gedaan om de gladheid te bestrijden, waarbij de gemeente de maatschappelijke verplichting heeft te zorgen voor een veilig gebruik van de openbare ruimte. Daarbij zijn de volgende zaken van belang: -Een deugdelijk en gepubliceerd gladheidbestrijdingsplan; -Een adequaat gladheidmeldsysteem; -Een goede registratie van inzetmomenten (tijden) en gereden routes; -Voldoende beschikbaar materieel; -Consistent beleid en een consistente uitvoering. De gemeente Westland baseert dit gladheidbestrijdingsplan op de plannen en ervaringen uit voorgaande jaren en voert daarmee een consistent beleid. Daarnaast sluit het plan aan bij de Richtlijn organisatie en bestrijding wintergladheid 2024, opgesteld door het CROW (kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur, Ede). 1.2. Visie De gemeente heeft als visie een leefomgeving te creëren waarin men zich veilig voelt en waarin de verkeersveiligheid gewaarborgd is. Mensen moeten zich in de gemeente op een goede en veilige manier kunnen verplaatsen. Een goede bereikbaarheid ondersteunt bovendien het functioneren van de Greenport, de belangrijkste economische pijler van het Westland. 1.3. Verantwoordelijkheid en toetsing Het college van burgemeester en wethouders vervult namens de gemeente de rol van wegbeheerder en draagt verantwoordelijkheid voor de inspanningen die nodig zijn om gladheid te bestrijden. Daarom stelt het college het gladheidbestrijdingsplan vast. De teammanager Gebiedsbeheer van het domein Leefomgeving draagt verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de gladheidbestrijding op basis van het verleende mandaat. 1.4. Geldigheidsduur en afbakening Dit gladheidbestrijdingsplan geldt van 1 oktober 2026 tot en met 30 oktober 2030. In het kader van doelmatig strooibeleid en daarmee verhoging van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid, zijn strooiregimes afgestemd. De gemeente Midden-Delfland strooit op verzoek van de gemeente Westland enkele gemeentelijke wegen. Andersom verzorgt de gemeente Westland op verzoek van Midden-Delfland gladheidbestrijding op enkele wegen binnen die gemeente. Daarnaast neemt de gemeente Westland de gladheidbestrijding in Hoek van Holland voor haar rekening. 2. Gladheid Gladheid is een breed begrip. Klimaat en weersinvloeden beïnvloeden het ontstaan van gladde situaties en maken elke locatie bovendien uniek. Deze paragraaf beschrijft de invloed van klimaat en wegdektemperatuur op gladheid. Daarnaast licht zij de verschillende soorten gladheid toe die onder invloed van weersomstandigheden en locatietypen kunnen ontstaan. Door de grote variatie in gladheidstypen en weersinvloeden vraagt gladheidbestrijding om maatwerk. 2.1. Invloeden zeeklimaat De zee bepaalt in belangrijke mate het Nederlandse klimaat. Ten eerste heeft de zee een temperende werking op de temperatuur, zowel ’s zomers als ’s winters. Extreem hoge en extreem lage temperaturen komen in Nederland daarom zelden voor. Nederland telt gemiddeld ongeveer zestig vorstdagen per jaar. Op deze dagen daalt de temperatuur minimaal één keer onder het vriespunt. Daarnaast kent Nederland gemiddeld elf ijsdagen per jaar, waarop de temperatuur gedurende het hele etmaal onder het vriespunt blijft. Dit is bepaald over een periode van dertig jaar. In de tweede plaats zorgt de zee voor relatief vochtige lucht. De combinatie van vochtige lucht en gematigde temperaturen zorgt voor een wisselvallige winter. Juist de temperatuurschommelingen rond het vriespunt kunnen voor gevaarlijke situaties zorgen, omdat er vrij plotseling gladheid kan ontstaan. 2.2. Verschillen in wegdektemperatuur De wegdektemperatuur speelt bij iedere vorm van wintergladheid een belangrijke rol. Verschillende factoren beïnvloeden deze temperatuur, waardoor zij per locatie verschilt. Infraroodmetingen tonen aan dat zelfs binnen een kort wegvak aanzienlijke temperatuurverschillen kunnen optreden. De verschillen zijn het grootst op een koude, heldere winternacht met weinig wind. Als gevolg van de variatie in wegdektemperatuur kent elk beheergebied van een wegbeheerder een aantal kritische plaatsen. Dit zijn locaties waar doorgaans het eerst gladheid optreedt. Toch zijn dit niet per definitie de koudste plekken in het wegennet. Voor het ontstaan van gladheid is namelijk ook vocht nodig. Een kritische locatie combineert een (relatief) lage wegdektemperatuur met een (relatief) hoge hoeveelheid vocht. Daarom plaatsen wegbeheerders meetstations van gladheidmeldsystemen juist op deze locaties. 2.3. Soorten gladheid Weersomstandigheden en de toestand van het wegdek veroorzaken verschillende vormen van gladheid. 2.3.1. Gladheid door bevriezing Bij de eerste soort gladheid, bevriezing van een natte weg, is er sprake van een stabiele situatie: er vindt doorgaans geen vochttoevoer naar de weg meer plaats. Gladheid door bevriezing ontstaat wanneer een nat wegdek afkoelt tot onder het vriespunt. In deze situatie bereikt doorgaans geen nieuw vocht het wegdek. Zodra de wegdektemperatuur onder 0 °C daalt en geen dooimiddel aanwezig is, bevriest het aanwezige vocht. Hierdoor ontstaat een dunne ijslaag. 2.3.2. Gladheid door condensatie Bij condensatie slaat vocht uit de lucht neer op het wegdek. De verhouding tussen wegdektemperatuur en het dauwpunt is hierbij heel belangrijk. Wanneer de wegdektemperatuur onder het dauwpunt komt, zal een ‘vochttransport’ vanuit de lucht naar het wegoppervlak plaatsvinden. De weg wordt langzaam vochtig, en wanneer dit proces lang genoeg doorgaat, nat. Wanneer de wegdektemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, slaat de waterdamp op het wegdek neer in de vorm van ijskristallen. Dit heet sublimeren. Bepaalde wegvakken, zoals bruggen, zijn extra gevoelig voor condensatiegladheid. Verder treedt deze soort gladheid vaak op bij en na een omslag in het weer na een koude periode. 2.3.3. Gladheid door neerslag Sneeuw en ijzel veroorzaken de meeste gladheidsproblemen. Ook hagel en mist kunnen gladheid veroorzaken, al houdt die situatie meestal minder lang aan. In deze paragraaf komen deze vier soorten neerslag apart aan de orde. In verhouding tot de hoeveelheden vocht die bij condensatie op het wegdek komen, kunnen de hoeveelheden bij sneeuw of ijzel aanzienlijk groter zijn. Neerslag kan gladheid veroorzaken zonder dat de wegdektemperatuur onder nul ligt. Wanneer neerslag met een temperatuur onder het vriespunt op de weg terechtkomt, zal de temperatuur van het wegoppervlak dalen. Voor de bestrijding van gladheid veroorzaakt door neerslag, is het essentieel te strooien voordat de neerslag valt. Dit is de reden waarom steeds meer preventief wordt gestrooid. Het dooimiddel vormt dan als het ware een anti-kleeflaag, waardoor de sneeuw of ijzel niet aan het wegoppervlak kan hechten en beter te verwijderen is. 2.3.3.1. Sneeuw In het dagelijks taalgebruik onderscheiden we twee soorten sneeuw: (droge) sneeuw en natte sneeuw. Daarnaast bestaan er nog een aantal varianten, zoals korrelsneeuw en stuifsneeuw. De hoeveelheid sneeuw in Nederland ontregelt het verkeer meestal niet volledig. Strooiacties houden het wegennet in de meeste gevallen voldoende berijdbaar. Bij grote hoeveelheden sneeuw biedt strooien echter niet altijd de beste oplossing. Het smelten van sneeuw met zout verlaagt namelijk de wegdektemperatuur. Daarom verwijdert de gemeente Westland grote sneeuwhoeveelheden met sneeuwschuivers (en niet door middel van door dooien). 2.3.3.2. IJzel De term ijzel omvat verschillende neerslagvormen die een ijslaag op het wegdek veroorzaken. In de eerste plaats spreekt men over ijzel wanneer de neerslag weliswaar in vloeibare vorm (regeldruppels) valt, maar een temperatuur heeft beneden het vriespunt (onderkoelde regen). Zodra zo’n druppel iets raakt, stolt (bevriest) de vloeistof. Er vormt zich een ijslaagje. De temperatuur hoeft daarvoor niet beneden het vriespunt te liggen. Een tweede vorm ontstaat wanneer regen met een temperatuur boven 0 °C op een wegdek onder 0 °C valt. Ook dan vormt zich een ijslaag. Een derde vorm betreft ijsregen. Hierbij bevriest regen of motregen gedeeltelijk of volledig tijdens het vallen. IJzel behoort tot de gevaarlijkste vormen van gladheid. Het ijslaagje blijft vaak vrijwel onzichtbaar voor weggebruikers en voetgangers. Daarnaast kan aanhoudende neerslag en het verminderde verkeer het gestrooide zout insluiten onder het ijs. Daardoor blijft het wegdek glad totdat het toenemende verkeer het ijs openbreekt en het zout weer werkzaam wordt. 2.3.3.3. Hagel Bij hagel liggen de lucht- en wegdektemperaturen meestal boven het vriespunt. De neerslag valt in de vorm van ijsdeeltjes en gaat altijd gepaard met buien. Daarin zit dan ook het risico voor het verkeer. Een weggebruiker kan onverwachts in een hagelbui of op een wegvak waarop net hagel is gevallen terechtkomen. Omdat de temperaturen doorgaans boven nul liggen, smelt de hagel meestal snel. Hagel kan bovendien gedurende het hele jaar optreden en vormt daarom geen typische wintergladheid. Door het buiige en grillige karakter van deze neerslagvorm is het voor de wegbeheerder nagenoeg onmogelijk om goed op gladheid door hagel te anticiperen. 2.3.3.4. Mist Hoewel de kans op mist het grootst is in het najaar, komt het ook in andere seizoenen voor. Ook in de winter ontstaat regelmatig mist bij lucht- en wegdektemperaturen rond het vriespunt. En hoewel mist op zich al bijzonder gevaarlijk is voor het verkeer, is mist onder winterse omstandigheden nog gevaarlijker. Bij mist bereikt de relatieve luchtvochtigheid vrijwel 100%. Daardoor komt het dauwpunt overeen met de luchttemperatuur. Wanneer de wegdektemperatuur vervolgens onder het dauwpunt daalt, ontstaat condensatiegladheid. De hoge luchtvochtigheid zorgt er bovendien voor dat waterdruppels samenklonteren tot grotere druppels. Vallen deze druppels op een wegdek met een temperatuur onder 0 °C, dan bevriezen zij direct en ontstaat ijzel. Het optreden van mist kan heel plaatselijk zijn. Mist kan daarnaast in een zeer korte tijd ontstaan of de weg op drijven (mistbanken). Hierdoor vormt mist een groot risico voor de verkeersveiligheid. Dit betekent dat bij de verwachting van mist op winterse dagen met een wegdektemperatuur rond of onder het vriespunt de wegbeheerder alert dient te zijn. 3. Uitgangspunten Bereikbaarheid en verkeersveiligheid vormen de belangrijkste uitgangspunten van dit gladheidbestrijdingsplan. Bereikbaarheid De gemeente Westland waarborgt, ook tijdens het winterseizoen, de bereikbaarheid van de gemeente zoveel mogelijk. Door de grote economische belangen van de tuinbouwsector en bedrijven dient de bereikbaarheid ook in het winterseizoen zoveel mogelijk te worden gewaarborgd. De gemeente stemt haar strooibeleid af op dat van Rijkswaterstaat en de provincie Zuid-Holland. Hierdoor blijven de belangrijkste ontsluitingsroutes van en naar de mainports ook tijdens winterse omstandigheden zoveel mogelijk berijdbaar. Daarnaast ondersteunt de gladheidbestrijding de bereikbaarheid van economisch belangrijke (tuinbouw)bedrijven en bedrijventerreinen. Verkeersveiligheid Er is extra aandacht voor de verkeersveiligheid bij winterse omstandigheden. Daarbij richt zij zich in het bijzonder op het begaanbaar houden van fietspaden. Dagelijks reizen honderden scholieren tussen de Westlandse kernen. Zij delen de weg met personenauto's, openbaar vervoer en vrachtverkeer. Via lokale media en de sociale mediakanalen van de gemeente informeert de gemeente weggebruikers over de verwachte omstandigheden. Daarmee stimuleert zij weggebruikers om hun rijgedrag aan te passen aan de situatie. Weggebruikers dragen primair zelf verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid en die van andere verkeersdeelnemers. De gemeente verwacht dat zij bij winterse omstandigheden rekening houden met langere reistijden en hun snelheid aanpassen aan de omstandigheden. Samenvattend hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten: a. Preventief strooien; de gemeente strooit al haar strooiroutes op preventieve basis. Daarbij krijgen hoofdroutes, gebiedsontsluitingswegen, fietspaden en busroutes prioriteit, hierna de primaire routes genoemd. Deze routes zijn afgestemd op het strooibeleid van Provincie en Rijk. Daarmee voorkomt de gemeente dat weggebruikers onverwacht van een gestrooide weg op een glad wegvak terechtkomen bij de overgang van provinciale wegen naar gemeentelijke wegen. b. Curatief strooien; de gemeente zet curatieve strooiacties in bij hevige gladheid, zoals ijzel en sneeuwval. c.De gemeente zorgt ervoor dat strooiwagens tijdens gladheidsacties zo min mogelijk hinder ondervinden van verkeersopstoppingen. Files vertragen de uitvoering en verminderen de effectiviteit van de gladheidbestrijding. Daarom voorkomt de gemeente opstoppingen zoveel mogelijk bij dreigende gladheid. d.Meldingen en de afwikkeling hiervan gebeurt via de Buiten Beter App, met meldingsformulier op de website van de gemeente Westland of telefonisch tijdens kantooruren via het Klant contact centrum (KCC). Melders vinden op de gemeentelijke website het gladheidbestrijdingsplan en de strooiroutes. Daarom behandelt de gemeente veel meldingen af met een standaardreactie die verwijst naar deze informatie. De gemeente registreert klachten in het meldingenbeheersysteem en handelt deze zorgvuldig af. 3.1. Prioriteiten De gemeente voert de gladheidbestrijding uit volgens de onderstaande prioritering: 1.gebiedsontsluitingswegen en busroutes; 2.belangrijke kruispunten en/ of rotondes en de routes naar en van scholen; 3.belangrijke doorgaande fietspaden; 4.Belangrijke doorgaande gemeentelijke wegen in het buitengebied met economische belangen voor de tuinbouw, hoofdzakelijk t.b.v. de bereikbaarheid en verkeersveiligheid naar en van bedrijventerreinen. 5.erftoegangswegen die een ontsluitende functie of verzamelfunctie hebben (erftoegangswegen met verblijfsfunctie worden niet gestrooid). De gemeente legt de primaire strooiroutes vast op een strooikaart. Zij bepaalt deze routes op basis van de geldende wegencategorisering. Jaarlijks optimaliseert de gemeente de routes om de uitvoering zo efficiënt mogelijk te houden. Voorafgaand aan het gladheidseizoen publiceert zij de strooikaart op de gemeentelijke website. 3.2. Beoordelen op gladheid De gemeente beoordeelt gladheid op basis van de volgende uitgangspunten: 1.Bij preventieve strooiacties beoordelen de gladheidscoördinator en de aannemer gezamenlijk de weersverwachtingen en de gegevens uit de gladheidmeldsystemen. Op basis daarvan besluiten zij al dan niet tot een strooiactie. 2.Ter ondersteuning van het beoordelingsbeleid is er een winterweeranalyse contract afgesloten met een meteorologisch bedrijf, waardoor er meermaals per dag een gestructureerde risicoancolelalyse voor de komende nacht gemaakt wordt en een meerdaagse weersvoorspelling geleverd. 3.Op basis van waarschuwingen door het meteorologisch bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft afgesloten. 4.Curatief strooien vindt plaats bij gladheid zoals bij ijzel en sneeuwval. De gladheidcoördinator van de gemeente Westland besluit tot actie. 5.De wachtdienst schouwt met name voor het beoordelen van de noodzaak tot inzet van de curatieve strooiploegen. Meldingen worden in zijn beoordelingen meegenomen, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de gladheidscoördinator. 6.Een systematische controle van het effect van de gladheidbestrijding is onderdeel van de dagelijkse werkzaamheden van de gladheidscoördinator. Zij rapporteert hierover in haar gladheidbestrijdingsrapportage. 7.Op verzoek van de hulpdiensten (binnen de kaders van dit gladheidbestrijdingsplan). 3.3. Streeftijden Wegen en fietspaden van de primaire routes zullen na start van de strooiactie binnen 3 uur volledig zijn gestrooid. Voor de burger betekent dit dat deze routes binnen afzienbare tijd begaanbaar zijn (uitzonderlijke weersomstandigheden nagelaten). De weggebruiker is te alle tijden zelf verantwoordelijk voor zijn of haar eigen veiligheid en die van andere verkeersdeelnemers. Er mag verwacht worden van de weggebruiker dat hij of zij bij winterse omstandigheden rekening houdt met langere reistijden en een aangepaste snelheid in acht neemt. 3.4. Strooiwijze De gemeente bestrijdt gladheid al enkele jaren preventief. Zij start met strooien voordat gladheid ontstaat. Deze aanpak voorkomt veel onveilige situaties. Voor preventieve gladheidbestrijding gebruikt de gemeente natzout. Daardoor waait het zout niet van het wegdek. De natzoutmethode maakt gerichte en preventieve inzet mogelijk. Natzout hecht beter aan het wegdek, verspreidt zich gelijkmatiger, blijft langer werkzaam, belast het milieu minder en vraagt minder zout dan traditioneel strooien. Omdat de laagste wegdektemperaturen meestal 's nachts en in de vroege ochtend optreden, voert de gemeente preventieve strooiacties doorgaans in de avond uit. 3.5. Strooihoeveelheden Bij strooiacties zijn de aanbevolen hoeveelheden wegenzout als volgt: Bevriezing natte weggedeelten/condensatie: -Preventief; nat strooien; 7g/m2 Ijzel: -Preventief; nat strooien; 15 – 20 g/m2 -Curatief; nat strooien; 15 – 20 g/m2 Sneeuw: -Preventief; nat strooien; 7 – 10 g/m2 -Curatief; nat strooien; 10 – 15 g/m2 *Doel is om bij preventieve routes zonder bijladen de routes in één keer te strooien. **De gladheidscoördinator bepaalt uiteindelijk met hoeveel gram er gestrooid wordt. 3.6. Samenwerking In het kader van doelmatig strooibeleid en daarmee verhoging van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid, zijn strooiregimes afgestemd en worden enkele gemeentelijke wegen op verzoek van de gemeente door de gemeente Midden-Delfland gestrooid en andersom. Daarnaast hebben de gemeente Westland en de Rotterdamse deelgemeente Hoek van Holland afspraken gemaakt over de gladheidbestrijding. De gemeente Westland verzorgt de gladheidbestrijding binnen Hoek van Holland. Vanuit Naaldwijk kan zij dit gebied sneller bereiken, waardoor zij de inzet efficiënter uitvoert. 4. Organisatie en werkwijze Het domein Leefomgeving verzorgt de gladheidbestrijding volgens de uitgangspunten en afspraken in dit plan. 4.1. Organisatie Vanwege het belang van gladheidbestrijding moeten personeel en materieel altijd inzetbaar zijn. Daarom maakt de gemeente vooraf afspraken over de inzet van medewerkers en de manier waarop zij omgaan met langdurige inzet. De gemeente volgt hierbij de geldende cao en de Arbowetgeving. 4.1.1. Inzet personeel Een externe aannemer voert de gladheidbestrijding uit. Vanuit de gemeente Westland zijn drie medewerkers van domein leefomgeving, team gebiedsbeheer, opgeleid tot gladheidcoördinator. De gemeente Westland beschikt over een locatie om het gladheidmaterieel te stationeren. De tijden waarop de medewerkers opgeroepen worden liggen vrijwel altijd buiten de normale werktijden. Op de locatie vanwaar wordt uitgereden is een uitvoerder aanwezig ter ondersteuning van de strooiploegen en als aanspreekpunt van de gladheidcoördinator. 4.1.2. Werkcondities Elke chauffeur bemand en bedient een voertuig zelfstandig. Daarbij beschikt hij over een mobiele telefoon, materieel en hulpmiddelen. Op de gemeentewerf is voldoende materieel aanwezig om de gladheid effectief te bestrijden. Het materieel bestaat onder ander uit diverse zoutstrooiers en sneeuwploegen. Op de gemeentewerf is het strooizoutdepot aanwezig, ook kan daar nat-zout worden geladen. 4.2. Signalering Gladheidmeldsystemen registreren omstandigheden die gladheid kunnen veroorzaken. De gladheidscoördinator gebruikt deze gegevens, aangevuld met eigen waarnemingen, om te bepalen of een strooiactie noodzakelijk is. Vanuit haar wettelijke inspanningsverplichting kiest de gemeente bij een gladheidsmelding niet uitsluitend voor de gemelde locatie. Wanneer bijvoorbeeld in De Lier gladheid optreedt, beoordeelt de gemeente de situatie voor heel Westland en zet zij in eerste instantie de stooiactie gemeentebreed in. 4.2.1. Proactief Van 30 oktober tot het einde van het gladheidsseizoen ontvangt de gemeente dagelijks actuele weersverwachtingen met een inschatting van de kans op gladheid en/ of winterse neerslag. Daarnaast kan zij 24 uur per dag actuele, historische en verwachte weersinformatie in Nederland raadplegen. Binnen Westland liggen verschillende meetpunten in het wegdek. De gemeente gebruikt deze gegevens. In het kader van afspraken in regionaal verband is er een samenwerking tussen de wegbeheerders. Met deze informatie, waaronder bewegende radarbeelden, maakt de gladheidscoördinator een inschatting van de verwachte weersituatie. Dit systeem ondersteunt vooral preventieve acties. Daarmee bestrijdt de gemeente gladheid in een vroeg stadium, zet zij personeel en materieel efficiënter in en krijgt zij beter inzicht in de verwachte totale duur van de bestrijdingsacties. 4.2.2. Reactief Naast de proactieve signalering is sprake van reactieve signalering. Deze vindt veelal plaats door de plaatselijke hulpdiensten die aan de hand van ontstane situaties de gemeente om inzet van personele en/of materiële middelen verzoekt ter bestrijding van de gladheid. De centrale meldkamer neemt hiervoor contact op met de coördinator gladheidbestrijding. Tijdens sneeuwval en gladheid ontvangt de gemeente daarnaast meldingen via de verschillende meldingskanalen. Het meldingssysteem verzamelt deze meldingen en stuurt ze door naar het team dat verantwoordelijk is voor de gladheidbestrijding. Inwoners vinden op de website van de gemeente informatie over het gladheidbestrijdingsplan en de strooiroutes. Daarom beantwoordt de gemeente veel meldingen met een standaardreactie waarin zij naar deze informatie verwijst. 4.3. Werkwijze De gemeente beheert ongeveer 450 kilometer rijbaan en 150 kilometer fietspad binnen de strooiroutes. Inclusief aanrijroutes leggen de strooiwagens tijdens één strooironde ongeveer 880 kilometer af. 4.3.1. Voorbereidende werkzaamheden Voorafgaand aan het gladheidsseizoen treft de gemeente maatregelen die een effectieve bestrijding daadwerkelijk mogelijk maken. Zoutleveringen De gemeente waarborgt de zoutvoorziening zoveel als mogelijk met een afgesloten contract bij een zoutleverancier. Voor ieder strooiseizoen beschikt zij over circa 2.450 ton strooizout. De leverancier houdt 2.000 ton op afroep beschikbaar en de gemeente slaat 450 ton op in het zoutdepot op de gemeentewerf. Ondersteuning maatschappelijk (kwetsbare) locaties: Scholen, sportverenigingen, opvang- en zorgcentra mogen bij de gemeente Westland strooizout aanvragen. Dit kunnen ze doen via gladheid@gemeentewestland.nl. Hierdoor kunnen ze bij gladheid zelf de toegangspaden strooien zodat de locaties toegankelijk zijn bij gladheid. Voor de start van ieder gladheidsseizoen kunnen scholen, opvanglocaties en zorginstellingen hun zoutvoorraad laten aanvullen. De gemeente vult de bakken op de eerstvolgende werkdag. Daarnaast geeft zij per e-mail advies over het juiste gebruik van strooizout en het optimale strooimoment. Instructie Voor de start van het gladheidsseizoen krijgen alle medewerkers van de aannemer instructie over de uitvoering van de gladheidbestrijding in Westland. De instructie bestaat onder meer uit een vlootschouw, uitleg over de strooiroutes en oefenritten om routekennis op te bouwen. Zo zijn we voorbereid op operationele gladheidbestrijdingsacties en kunnen ze vakkundig en accuraat op treden bij plaatselijke en regionale gladheid. Daarnaast vindt er regelmatig nadere en actuele instructie plaats. Materieel Al het materieel/materiaal is eigendom van de aannemer. Deze is verantwoordelijk voor het periodiek keuren, onderhouden en repareren van storingen van al het materieel/ materiaal. De zoutloodsen en natzoutinstallatie is eigendom van de gemeente. Deze worden periodiek gekeurd en onderhouden. Verwijderen palen in fietspaden Op veel fietspaden staan zogenaamde afsluitpalen om te voorkomen dat gemotoriseerd verkeer, i.c. auto’s, gebruik kan maken van fietspaden. Omdat deze palen het strooien door auto’s met strooimachine onmogelijk maken worden deze aan het begin van de gladheidsbestrijdingsperiode verwijderd. Doorgaans is dit pas op het moment dat de eerste gladheidperiode wordt verwacht. Na de gladheidsbestrijdingsperiode, of zoveel eerder c.q. later als mogelijk is, worden de palen teruggeplaatst. 4.3.2. Uitvoering Wanneer de gladheidscoördinator besluit een strooiactie te starten, zet de aannemer direct het logistieke proces in gang. Tussen het besluit en de daadwerkelijke start van het strooien ligt ongeveer 45 minuten. Tijdige en adequate gladheidbestrijding is in het kader van zowel bereikbaarheid als verkeerveiligheid essentieel in een alsmaar drukker wordende economische regio. Elke strooiwagen rijdt een vooraf vastgestelde route. Bij extreme weersomstandigheden, zoals hevige sneeuwval, zet de aannemer extra personeel in. Per strooiroute is voor de chauffeur een uitgeschreven strooiroute met bijbehorende kaart beschikbaar. Daarnaast is het strooimaterieel voorzien van een strooimanagementsysteem (GPRS). Dit systeem stuurt de strooimachine automatisch aan, waardoor de chauffeur zich beter kan concentreren op het verkeer en de wegomstandigheden. Routegeleiding navigeert de chauffeur over de strooiroute. Het systeem past strooibreedtes en doseringen automatisch aan op vooraf ingestelde locaties. Daardoor verbetert de verkeersveiligheid en vervalt de noodzaak voor een bijrijder, ook tijdens zware winterse omstandigheden. Daarnaast ondersteunt het systeem het beheer en de optimalisatie van de gladheidbestrijding. Door het gebruik van strooimanagementsystemen is het mogelijk om gedetailleerde analyses van strooiroutes te maken. Dankzij intelligente strooierbesturing wordt gedetailleerde strooi-informatie inzichtelijk gemaakt zoals de werkelijk gereden strooiroute, de duur van de strooiactie, het (nat)zoutverbruik, waar is er gereden zonder te strooien en de locatie van de strooiwagen. 4.3.3. Na het strooien Na afloop van iedere strooiactie maken de medewerkers het voertuig gereed voor een volgende inzet en plaatsen zij het terug in de stalling. 4.4. Verantwoording In het kader van de wettelijke aansprakelijkheid is het verplicht om van elke gladheidbestrijdingsactie een rapportage te maken. In deze rapportage worden alle relevante gegevens vermeld zoals: -datum en tijdstip van melding en van wie afkomstig; -datum en tijdstip van begin en einde van de actie; -naam verantwoordelijke coördinator; -weersgesteldheid in meteorologische termen (kopie voorspelling bijvoegen); -nummer gestrooide route en bijzonderheden (eventueel uitleesbaar); -aantal ingezette mensen en tractie (financieel beheer); -verbruikte materialen (voorraad beheer); -eventuele opmerkingen (schade claims). Deze rapportages vormen samen een logboek dat de gemeente kan gebruiken bij ongevallen, claims of calamiteiten. 4.5. Evaluatie Na afloop van het gladheidsseizoen evalueert de gemeente de uitvoering van de gladheidbestrijding. In deze evaluatie komt minimaal aan bod: -het aantal uitrukken op preventieve en curatieve basis; -het aantal bestreden weggedeelten in kilometers; -het zoutverbruik; -het aantal klachten, claims en de afhandeling daarvan; -een overzicht van de kosten; -de successen en missers op zowel organisatorisch- als uitvoeringsniveau. De gemeente verwerkt de uitkomsten van deze evaluatie in het eerstvolgende gladheidbestrijdingsplan. 5. Communicatie Communicatie over het bestrijden van gladheid is belangrijk voor de veiligheid van weggebruikers. Na vaststelling publiceert de gemeente dit gladheidbestrijdingsplan op www.overheid.nl. Daarnaast zijn het gladheidbestrijdingsplan en de strooiroutes terug te vinden op de website van de gemeente Westland. In de communicatie op social media wordt regelmatig verwezen naar de website. Met deze communicatie informeert de gemeente inwoners over wat zij bij gladheid van de gemeente Westland kunnen verwachten. Inwoners weten hierdoor wanneer de gemeente uitrukt, welke wegen en fietspaden prioriteit krijgen en welke verantwoordelijkheid zij zelf dragen. Vragen van pers en media over de gladheidbestrijding komen binnen bij de medewerkers van team communicatie. Zij benaderen vervolgens de gladheidscoördinator of de teammanager die op hun beurt de vraag beantwoord. Wanneer journalisten rechtstreeks contact opnemen met uitvoerende medewerkers, de gladheidscoördinator of de teammanager, verwijzen deze hen door naar team Communicatie. 6. Financiën Gladheidbestrijding valt binnen taakveld 2.1 Verkeer en vervoer. Dit taakveld is onderdeel van Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat binnen de gemeentelijke begroting. Dekking van het plan vindt plaats binnen de meerjarenbegroting en is opgenomen in het taakveld 2.1 Verkeer en vervoer en het bijbehorende uitvoeringsprogramma Compleet infrastructureel netwerk. De kosten die gemaakt worden voor de gladheidbestrijding in Hoek van Holland worden doorberekend aan de gemeente Rotterdam. De gemeente Westland heeft dus geen kosten aan de gladheidbestrijding voor de gemeente Rotterdam. 7. Publicaties en bronnen Overzicht van de geraadpleegde publicaties en bronnen: -Organisatie van bestrijding wintergladheid, CROW kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur, Ede.
Meer informatie