Nadere regels verstrekking subsidies referendum 2026
Nadere regels verstrekking subsidies referendum 2026 De referendumcommissie van de gemeente Rotterdam, gelet op de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, artikel 34 van de Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018 en artikel 3 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; overwegende, dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen in verband met procedurele aspecten ter uitvoering van de subsidiering door de referendumcommissie van activiteiten die tot doel hebben het publieke debat te bevorderen over in Rotterdam georganiseerde referenda; besluit vast te stellen: Nadere regels verstrekking subsidies referendum 2026 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: a.instelling: een collectief van minimaal 10 kiesgerechtigden, of een rechtspersoon zonder winstoogmerk die gevestigd is in Rotterdam, niet zijnde een politieke partij dan wel een kennelijk daaraan gelieerde organisatie. b.kiesgerechtigde: persoon die voldoet aan de voorwaarden van artikel 28, tweede lid, van de Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018. c.commissie: referendumcommissie als bedoeld in artikel 31 van de Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018. d.referendum: raadgevend of raadplegend referendum als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel i, respectievelijk j, van de Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018. e.deelplafond: een plafond als bedoeld in artikel 7. f.presidium: presidium, als bedoeld in artikel 10 van het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad. Artikel 2 Toepassingsgebied nadere regels Deze nadere regels zijn van toepassing op aanvragen voor eenmalige subsidies voor activiteiten die in Rotterdam worden uitgevoerd en die tot doel hebben het publieke debat over het onderwerp van het referendum te bevorderen. Artikel 3 Het doel van de subsidie De commissie kan subsidie verstrekken aan een instelling voor activiteiten die voor de datum van het referendum worden uitgevoerd in Rotterdam en die tot doel hebben: a.kiesgerechtigden te laten stemmen vóór de tijdens het referendum voorliggende vraag; b.kiesgerechtigden te laten stemmen tegen de tijdens het referendum voorliggende vraag, of c.het debat over de tijdens het referendum voorliggende vraag op neutrale wijze te bevorderen. Artikel 4 Kring van aanvraaggerechtigden Een aanvraag om subsidie kan worden gedaan door een instelling. Artikel 5 Hoogte subsidie 1.De subsidie bedraagt per instelling ten minste € 250,- en ten hoogste een vijfde deel van het toepasselijke deelplafond voor de gekozen categorie, bedoeld in artikel 3 onder a, b of c. 2.Aanvragen die hoger zijn dan een vijfde deel van het vastgestelde en bekendgemaakte subsidieplafond worden niet in behandeling genomen. Artikel 6 Subsidievereisten Subsidie wordt verstrekt als in ieder geval aan de volgende eisen is voldaan: a.de activiteiten worden uitgevoerd binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam en zijn gericht op haar inwoners; b.de activiteiten hebben tot doel het publieke debat over het onderwerp van het referendum te bevorderen; c.uit de aanvraag blijkt duidelijk dat de activiteiten betrekking hebben op de categorie vóór, de categorie tegen of de categorie neutraal (zoals opgenomen in artikel 3) en d.de activiteiten worden uitgevoerd voordat de stemming voor het referendum waarop de aanvraag betrekking heeft, eindigt. Artikel 7 Verdeling van het budget 1.De commissie verdeelt elk deelplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen. 2.De commissie kan, na het presidium te hebben gehoord, bij verwachte onderbesteding van een deelplafond, de raad verzoeken de andere deelplafonds te verhogen, met inachtneming van het totale subsidieplafond.3.Wanneer door de verstrekking van een subsidie een deelplafond zou worden overschreden, na een eventuele toepassing van het in het tweede lid bepaalde, worden zowel de aanvraag voor die subsidie als de daarop in de rangschikking volgende aanvragen die betrekking hebben op dat deelplafond, afgewezen. Artikel 8 Rangschikkingscriteria Iedere volledige aanvraag in de zin van artikel 10, wordt gerangschikt aan de hand van de volgende criteria: a.inhoudelijke onderbouwing van de subsidiabele activiteiten; b.Financiële onderbouwing van de subsidiabele activiteiten; c.Haalbaarheid van de subsidiabele activiteiten; d.In hoeverre de subsidiabele activiteiten bijdragen aan een breed, dan wel gevarieerd debat in de gemeente Rotterdam over het referendum. Artikel 9 Termijn indienen aanvraag Tenzij de raad anders bepaalt, kan een aanvraag voor een subsidie worden ingediend vanaf de dag na die waarop de voorzitter van de raad het besluit tot het houden van een referendum heeft bekendgemaakt, tot uiterlijk zes weken voor de datum van het referendum. Artikel 10 Aanvraag 1.De aanvrager bedoeld in artikel 4 mag per referendum niet meer dan één aanvraag indienen voor een activiteit of activiteiten die tot doel hebben het publieke debat over het onderwerp van het referendum te bevorderen.2.De aanvraag kan een of meerdere activiteiten betreffen, met dien verstande dat alle activiteiten betrekking moeten hebben op dezelfde categorie als bedoeld in artikel 6, eerste lid sub c.3.De aanvraag wordt ingediend door middel van een door de commissie vastgesteld en door de instelling rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier en bevat ten minste: a.een plan, met daarin een omschrijving van de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en waaruit blijkt dat aan de in artikel 6 genoemde subsidievereisten wordt voldaan; b.een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, een bijdrage levert aan de doelstelling van de subsidie; c.een gespecificeerde begroting, die inzicht geeft in de geraamde inkomsten en uitgaven voor zover deze betrekking hebben op de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd; d.een tijdsplanning, waaruit blijkt dat de activiteit of activiteiten worden uitgevoerd voordat de stemming op de dag van stemming eindigt. 4.Een aanvraag om subsidie van een collectief van inwoners gaat gepaard met handtekeningen en naam, adres en woonplaats-gegevens van minimaal 10 kiesgerechtigden van de gemeente Rotterdam, zijnde de initiatiefnemers van de aangevraagde activiteit(en), met dien verstande dat een kiesgerechtigde zich aan slechts één collectief kan verbinden.5.Een aanvraag om subsidie van een rechtspersoon gaat gepaard met een uittreksel van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, waaruit (onder meer) moet blijken dat de rechtspersoon is gevestigd in de gemeente Rotterdam.6.Een subsidie die wordt verstrekt aan een collectief, wordt uitbetaald aan de indiener van de aanvraag, dan wel een door de indiener aangewezen rechtspersoon. Artikel 11 Aanvullen onvolledige aanvraag Indien een aanvraag om subsidie onvolledig is, wordt de aanvrager een termijn van vijf werkdagen verleend om de aanvraag aan te vullen. Deze termijn gaat in op de eerste werkdag na verzending van het verzoek om aanvulling. Artikel 12 Subsidiabele kosten 1.De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de redelijke kosten van de activiteiten die direct verbonden zijn aan de uitvoering van de activiteit of activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, met uitzondering van loonkosten.2.De subsidiabele kosten worden door de aanvrager berekend op een voor de commissie inzichtelijke en controleerbare wijze.3.Voor de kosten van vrijwilligers komen enkel de redelijkerwijs noodzakelijke en daadwerkelijk gemaakte onkosten in aanmerking voor subsidie.4.Niet voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die: a.geheel of gedeeltelijk plaatsvinden na de dag van stemming; b.met winstoogmerk worden ondernomen; c.zijn begonnen voordat over de aanvraag tot subsidieverlening is beslist. Artikel 13 Weigeringsgronden De commissie kan een aanvraag in ieder geval afwijzen, indien: a.een weigeringsgrond in de zin van Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, of de Subsidieverordening Rotterdam 2014 van toepassing is; b.de subsidieaanvraag niet voldoet aan deze nadere regels; c.door de verstrekking van een subsidie een subsidie(deel)plafond zou worden overschreden; d.de gevraagde subsidie en de overige middelen niet in verhouding staan tot de uit te voeren activiteiten; e.een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te subsidiëren activiteit of activiteiten in strijd komt of komen met de wet, het algemeen belang of de openbare orde. Artikel 14 Beslissing op aanvraag De commissie beslist op de complete aanvragen binnen uiterlijk drie weken na het verstrijken van de indieningstermijn. Artikel 15 Verplichtingen voor de subsidieontvanger 1.De subsidieontvanger is in ieder geval verplicht: a.de activiteit of activiteiten uit te voeren overeenkomstig de omschrijving van de activiteit of activiteiten die in de beschikking tot subsidieverstrekking is gegeven; b.in alle berichtgevingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten te vermelden dat een bijdrage is verkregen in het kader van deze subsidieregeling. 2.De commissie kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie of die betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit of activiteiten wordt of worden verricht. Artikel 16 Verantwoording en subsidievaststelling 1.De subsidieontvanger dient een aanvraag tot vaststelling in, waarbij in ieder geval wordt aangetoond dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend daadwerkelijk zijn verricht en waarin verantwoording wordt afgelegd over de gemaakte kosten. 2.De aanvraag om vaststelling wordt uiterlijk zes weken vanaf de dag na die waarop het referendum is gehouden ingediend door middel van een door de commissie vastgesteld formulier.3.De referendumcommissie stelt na het ontvangen van een volledige aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast en stelt de subsidieontvanger van het besluit in kennis. Artikel 17 Bekendmaking en inwerkingtreding Deze nadere regels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst. Artikel 18 Intrekking oud besluit De Nadere regels verstrekking subsidies raadgevend referendum 30 november 2016 (Gemeenteblad 2016/141) worden ingetrokken. Artikel 19 Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels verstrekking subsidies raadgevend referendum. Aldus vastgesteld in de vergadering van de referendumcommissie van 5 oktober 2026 De griffierW. de Bel De voorzitter,L. Schaap Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl TOELICHTING bij Nadere regels verstrekking subsidies referendum 2026 Algemeen De Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018 geeft procedurele regels over de wijze waarop een referendum in Rotterdam wordt gevoerd. Ter bevordering van het publieke debat over het onderwerp van het referendum kunnen er in dat kader subsidies worden verstrekt. Om de onafhankelijkheid te borgen worden de subsidies verstrekt door de referendumcommissie. Ten behoeve van procedurele aspecten en het vaststellen van het subsidieplafond heeft de commissie nadere regels vastgesteld. Dit vormt de wettelijke grondslag van subsidiering en hierdoor is vooraf duidelijk voor de aanvrager waar een subsidieaanvraag aan moet voldoen. Op deze subsidieregeling is naast de Algemene wet bestuursrecht tevens de Subsidieverordening Rotterdam 2014 (hierna: SVR2014) aanvullend van toepassing met dien verstande dat voor het college de commissie moet worden gelezen. Deze nadere regels zijn van toepassing om de specifieke subsidiering van activiteiten die het publieke debat over het onderwerp van het referendum te stimuleren. In die gevallen waar de nadere regels niets regelen geldt de SVR2014. Uitgangspunten bij de subsidieverlening. De referendumcommissie heeft bij het opstellen van deze regeling de volgende uitgangspunten gehanteerd: -Het beschikbare totale plafond moet evenwichtig worden verdeeld over activiteiten die tot doel hebben om kiezers voor of tegen het aan het referendum onderworpen voorstel te laten stemmen en activiteiten die tot doel hebben het debat op neutrale wijze te bevorderen. Bij deze laatste activiteit kan worden gedacht aan een bijeenkomst waarin voor- en tegenstanders met elkaar in debat gaan. -De aanvragen worden beoordeeld op basis van tevoren vastgelegde criteria. -Per aanvrager (instelling) mag slechts éénmaal subsidie worden aangevraagd. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen In dit artikel worden de begripsbepalingen vastgelegd. Met een collectief van minimaal 10 inwoners, genoemd onder a, wordt bedoeld een groep van inwoners. Deze groep hoeft geen rechtspersoonlijkheid te hebben. Artikel 2 Toepassingsgebied nadere regels In dit artikel is bepaald voor welk doel de subsidies worden verstrekt. De activiteiten moeten er op zijn gericht het publieke debat over het referendum te bevorderen. Dat kan een veelheid aan activiteiten zijn, debatavonden, folders, websites en voorlichtingsactiviteiten. De gesubsidieerde activiteiten dienen plaats te vinden in Rotterdam. De activiteiten dienen plaats te vinden vóór het sluiten van de stembus op de dag van het referendum. Dit is overigens opgenomen in artikel 6, onderdeel d. Artikel 3 Het doel van de subsidie In dit artikel is het doel van de subsidie bepaald. Het moet gaan om activiteiten die gericht zijn op kiesgerechtigden voor of tegen de tijdens het referendum voorliggende vraag te laten stemmen, of het debat over de voorliggende vraag op neutrale wijze te bevorderen. Artikel 4 Kring van aanvraag gerechtigde Dit artikel bepaalt dat een instelling, zoals gedefinieerd in artikel 1, een aanvraag in kan dienen. Artikel 5 Hoogte van de subsidie In dit artikel is de hoogte van het subsidiebedrag bepaald. Voor een instelling die een project uitvoert geldt een ondergrens van € 250,- terwijl de bovengrens een vijfde van het geldende deelplafond is. Aanvragen voor bedragen die deze grenzen te buiten gaan, worden niet in behandeling genomen. Artikel 6 Subsidievereisten Dit artikel geeft de subsidievereisten weer. Wanneer niet aan deze eisen wordt voldaan, wordt de aanvraag afgewezen. Artikel 7 Verdeling van het budget Het totale subsidieplafond wordt, zoals artikel 34, tweede lid, van de Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018 voorschrijft door de raad vastgesteld. Dit geldt ook voor de deelplafonds. De aanvragen worden eerst getoetst aan de formele eisen, dan aan de inhoudelijke eisen. De toetsing geschiedt op basis van volledige plannen. Hierbij bepaalt de commissie op basis van een rangschikking aan de hand van de toetsingscriteria welk plan het beste bijdraagt aan het doel de Rotterdammer maximaal te informeren waarover hij of zij de stem gaat uitbrengen. Dit kan op velerlei manieren vormgegeven worden. Wanneer in een bepaalde categorie (voor, tegen, dan wel neutraal) minder aanvragen worden verleend dan het deelplafond, kan de referendumcommissie in overleg treden met het presidium om de raad voor te stellen het resterende bedrag van deze categorie te verdelen over de andere categorieën als daar vanwege het daar geldende plafond anders aanvragen afgewezen zouden moeten worden. Artikel 8 Rangschikkingscriteria Inhoudelijke onderbouwing Hierbij wordt het plan beoordeeld op het potentieel om de Rotterdammer te bereiken. Daarbij staat de stemgerechtigde centraal. Ook de aantallen mensen die bereikt worden en de diversiteit van het publiek zijn een toetsingsgrond. Is duidelijk dat de aanvraag gaat leiden tot een vorm waarin het debat voorop staat? Prikkelt het en kan dat door de aanvrager onder woorden worden gebracht? Draagt het bij aan het informeren over het onderwerp? Financiële onderbouwing Het streven is om de campagnes zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Om hier vooraf inzicht in te krijgen is openheid over kosten, of deze kosten ook te rechtvaardigen zijn voor het doel en belangrijk: of er ook een eigen bijdrage te verwachten is. Dat kan bijvoorbeeld door het delen van de kosten, maar ook op enigerlei andere wijze in natura. Haalbaarheid Is het plan uitvoerbaar qua tijd, planning en benodigde voorbereiding? Breed debat Bij dit criterium maakt de referendumcommissie de afweging in hoeverre sprake is van een breed bereik van groeperingen in de gemeente Rotterdam. Daarmee maakt de referendumcommissie een afweging welke aanvragen, in onderlinge samenhang, het publieke debat over het onderwerp van het referendum het beste stimuleren. Artikel 9 Termijn indienen aanvraag In dit artikel wordt de indieningstermijn voor de aanvragen bepaald. De termijn sluit zes weken voor de dag van het referendum. Aanvragen die na die datum binnenkomen, worden niet in behandeling genomen. Artikel 10 Aanvraag In dit artikel worden de eisen beschreven waaraan een aanvraag moet voldoen. De eerste twee vereisten zien toe op de aanvrager die per referendum maar één aanvraag mag indienen. Wel kan een aanvraag meerdere activiteiten betreffen. Het is dus zaak om verschillende activiteiten in een aanvraag te voegen. Ook moeten de aanvragen passen binnen een voorgestelde categorie. Er kan bijvoorbeeld dus geen subsidie worden gevraagd door één instelling voor activiteiten die tot doel hebben de kiezers tegen het voorstel te laten stemmen alsook voor activiteiten die bij de neutrale categorie passen. De aanvraag wordt digitaal ingediend op een door de commissie vastgesteld aanvraagformulier. Hierop staan de noodzakelijke gegevens. Daarnaast dient het formulier voorzien te zijn van de in dit artikel genoemde bescheiden die nodig zijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag. Van belang is dat een goed zicht geboden wordt op welke activiteiten worden verricht en de mate waarin deze activiteiten bijdragen aan de bevordering van het debat. Daarnaast is het met het oog op een doelmatige besteding van de subsidiegelden van belang dat er inzicht komt in de geraamde inkomsten en uitgaven voor zover deze betrekking hebben op de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Vanzelfsprekend moet uit de tijdsplanning blijken dat de activiteit wordt uitgevoerd voordat de stemming op de dag van stemming eindigt. Dit ligt voor de hand bij activiteiten als een debatavond of folderen, maar kan anders zijn wanneer bijvoorbeeld een website wordt ontwikkeld. Artikel 11 Aanvullen onvolledige aanvraag Ingevolge artikel 4:5 Awb dient een bestuursorgaan na ontvangst van een volledige aanvraag de aanvrager een termijn te stellen waarbinnen de aanvraag aangevuld moet worden. Nadat de termijn waarbinnen de aanvraag moet zijn ingediend is verstreken, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten. Voor het bepalen van de termijn van ontvangst wordt uitgegaan van de datum waarop een volledige aanvraag is ingediend. Gezien de korte termijn die zit tussen de aanvraag van de subsidie en het referendum is het van belang dat zo spoedig mogelijk beslist kan worden op de ingediende aanvragen. Derhalve wordt een termijn van vijf werkdagen gehanteerd waarin een verzoek om aanvulling kan worden ingediend. Indien deze termijn is verstreken kan besloten worden de aanvraag niet in behandeling te nemen. Artikel 12 Subsidiabele kosten Uitgangspunt is dat alleen kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, voor subsidie in aanmerking komen en dat die kosten redelijkerwijs moeten worden gemaakt voor de activiteiten. De aanvraag moet daarom worden onderbouwd met een specificatie van de kosten. Loonkosten van initiatiefnemers worden niet vergoed. Onder omstandigheden kunnen kosten voor inhuur van een externe discussieleider gehonoreerd worden. Het moet duidelijk zijn dat dit niet één van de initiatiefnemers is. Redelijkerwijs noodzakelijke en daadwerkelijke onkosten voor vrijwilligers kunnen worden vergoed. Hierover moet verantwoording afgelegd worden met bonnen of facturen. De daadwerkelijk gemaakte onkosten moeten herleidbaar zijn ten bate van de activiteiten zoals opgenomen in het campagneplan. Artikel 13 Weigeringsgronden In dit artikel zijn de weigeringsgronden op de aanvraag opgenomen. Deze weigeringsgronden zijn een aanvulling op de gronden genoemd in de Awb en in de SvR2014. Deze gronden hebben een preventief karakter, bijvoorbeeld als er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden. Aanvullend is bepaald dat als niet voldaan wordt aan de eisen om voor subsidie in aanmerking te komen, de subsidie geweigerd wordt. Dit geldt eveneens wanneer de aanvraag zou leiden tot een overschrijding van het plafond. Tot slot wordt een activiteit geweigerd indien er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te subsidiëren activiteit of activiteiten in strijd komt of komen met de wet, het algemeen belang of de openbare orde. Artikel 14 Beslissing op aanvraag In dit artikel is bepaald dat de commissie in beginsel binnen drie weken na het verstrijken van de indieningstermijn moet beslissen op de aanvraag. Op deze manier blijft er voldoende tijd voor campagne voeren. Artikel 15 Verplichtingen voor de subsidieontvanger In dit artikel zijn de verplichtingen voor de subsidieontvanger opgenomen. Naast de in de SVR2014 genoemde verplichtingen zoals het onverwijld op de hoogte stellen wanneer de activiteit niet of niet geheel kan doorgaan, gelden voor deze subsidie specifieke bepalingen. Ten eerste moet uiteraard de activiteit verricht worden, ten tweede moet melding gemaakt worden dat de activiteiten (deels) zijn mogelijk gemaakt met een bijdrage van de gemeente Rotterdam. Daarnaast kan de commissie ook zelf verplichtingen opleggen. Artikel 16 Verantwoording en subsidievaststelling Subsidies in het kader van deze nadere regels worden vastgesteld op basis van daadwerkelijk geleverde prestaties en daadwerkelijk gemaakte kosten. Artikel 17 Bekendmaking en inwerkingtreding Dit artikel regelt de inwerkingtreding.
Meer informatie