Beleidsregels giften en (im)materiële schadevergoeding Orionis Walcheren 2026
Beleidsregels giften en (im)materiële schadevergoeding Orionis Walcheren 2026 Het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren; gelet op: •Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; •Het bepaalde in de artikelen 17, 18 lid 8 en 31, lid 2 onderdeel l, m en s van de Participatiewet; •Het advies van de Sociale Cliëntenraad Walcheren; Overwegende dat: Het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren het wenselijk vindt om beleidsregels op te stellen omtrent giften en (im)materiële schadevergoeding; Besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels giften en (im)materiële schadevergoeding Orionis Walcheren 2026 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen a.De begrippen zoals deze in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht zijn gedefinieerd, gelden ook voor deze beleidsregels; b.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Dagelijks Bestuur het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren. De wet de Participatiewet. Gift een incidentele of periodieke onverplichte betaling van geld door een natuurlijk persoon of een instelling. Er is geen sprake van een terugbetalingsverplichting en/of enige vorm van tegenprestatie. Gift in natura schenking van goederen of een andere vorm niet zijnde geld door een natuurlijk persoon of instelling. Gehuwdennorm de norm gehuwden 21 jaar of ouder tot pensioengerechtigde leeftijd (artikel 21 onder b Participatiewet). Kostenbesparing betalingen door een natuurlijk persoon die rechtstreeks voldaan worden aan een derde en leiden tot een besparing op de noodzakelijke kosten van het bestaan. Schadevergoeding een vergoeding voor materiële of immateriële schade die een belanghebbende lijdt als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is. Resterende statistische levensverwachting het op basis van algemeen aanvaarde sterftetabellen berekende aantal jaren dat een persoon, gelet op diens leeftijd en overige relevante kenmerken, naar verwachting gemiddeld nog zal leven. Giften Artikel 2. Giften en kostenbesparingen a.Een gift, in geld of in natura dan wel een cumulatie van giften en/of kostenbesparingen wordt vrijgelaten tot de hoogte van het bedrag genoemd in artikel 31, lid 2 onder m van de Participatiewet. b.De vrijlating geldt per uitkering (niet per persoon). c.De waarde van een gift in natura wordt vastgesteld op de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering. d.De vrijlating wordt toegerekend aan het kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december). e.Bij een overschrijding van het vrij te laten bedrag zoals bepaald onder a, wordt het meerdere in beginsel aangemerkt als middel in de maand waarin de overschrijding plaatsvindt. f.Bij een overschrijding van het vrij te laten bedrag zoals bepaald onder a, geldt een meldingsplicht. Artikel 3. Buiten beschouwing te laten giften en kostenbesparingen a.Giften en kostenbesparingen met een specifiek doel waar bijzondere kosten of verplichtingen tegenover staan, worden buiten beschouwing gelaten voor zover dit aantoonbaar is. b.Bij een overschrijding van het vrij te laten bedrag zoals bepaald in artikel 2 onder a van deze beleidsregels kan bij kostenbesparing de hoogte van de uitkering worden afgestemd op grond van artikel 18, lid 1 van de Participatiewet. c.Charitatieve giften zoals giften van diaconieën, stichting Riki, Leger des Heils, Voedselbanken worden buiten beschouwing gelaten voor zover deze naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn. Artikel 4. Schadevergoeding a.De schadevergoeding die wordt ontvangen voor materiële schade wordt niet als vermogen aangemerkt, tenzij de schadevergoeding niet wordt gebruikt voor het wegnemen van de schade. b.Bij ontvangst van een immateriële schadevergoeding betrekt het Dagelijks Bestuur in ieder geval de hoogte van de vergoeding, de aard en bestemming daarvan en de statistische resterende levensverwachting van belanghebbende om te beoordelen of een immateriële schadevergoeding geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing blijft. c.De ontvangen immateriële schadevergoeding wordt gedeeld door de statistische resterende levensverwachting in maanden.Als het bedrag dat hieruit volgt minder bedraagt dan 15% van de gehuwdennorm (genoemd in artikel 21 onder b van de Participatiewet), wordt de immateriële schadevergoeding vrijgelaten.Als het omgerekende bedrag meer bedraagt dan 15% van de gehuwdennorm, wordt het meerdere boven de 15% van de gehuwdennorm vermenigvuldigd met de statistische resterende levensverwachting. Het bedrag dat hieruit volgt wordt in aanmerking genomen als zijnde vermogen. d.De schadevergoeding die is bedoeld ter compensatie van het verlies van arbeidsvermogen, wordt aangemerkt als inkomen voor de periode waarop de vergoeding betrekking heeft. Overige bepalingen Artikel 5. Hardheidsclausule Het Dagelijks Bestuur kan in bijzondere gevallen afwijken van deze beleidsregels indien toepassing ervan voor belanghebbende gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen. Artikel 6. Intrekking oude beleidsregel(s) De Beleidsregels Giften en Schadevergoeding Orionis Walcheren 2021 worden ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregels in werking treden. Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregels treden in werking de dag na publicatie. 2.Deze beleidsregel worden aangehaald als: Beleidsregels giften en (im)materiële schadevergoeding van Orionis Walcheren 2026 Besluit van Orionis Walcheren tot vaststelling van beleidsregels voor de uitvoering van Beleidsregels giften en (im)materiële schadevergoeding Orionis Walcheren 2026. Aldus vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren in de vergadering van (datum).J.S. LouwsVoorzitter Dagelijks Bestuur Orionis WalcherenH.M.A. GuiseSecretaris Dagelijks Bestuur Orionis Walcheren Bijlage 1 Toelichting algemeen De definitie van een gift kan worden omschreven als “een betaling uit vrijgevigheid, waarvoor niets wordt terug verlangd”. Deze beleidsregel geeft aan hoe er met giften en schadevergoedingen moet worden omgegaan. Door giften niet volledig in aanmerking te nemen, wordt voorkomen dat de Participatiewet een ontmoediging vormt voor de vrijgevigheid van instellingen en natuurlijke personen. De vrijlating mag niet leiden tot een bestedingsniveau dat onverenigbaar is met wat op bijstandsniveau gebruikelijk is. De genoemde criteria in deze beleidsregel vormen een kader om tot een redelijke afweging te komen en wat wel en niet verantwoord is in het kader van (verdere) bijstandsverlening: in bijzondere gevallen kan het individualiseringsprincipe worden toegepast. Giften Artikel 31, lid 2 onder m van de wet bepaalt dat giften niet tot de middelen worden gerekend, voor zover deze giften naar het oordeel van het college (lees; Dagelijks Bestuur) uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn. Bij de beoordeling of een betaling als gift kan worden beschouwd is doorslaggevend dat de betaling een onverplicht karakter heeft. Kostenbesparing Onder kostenbesparing valt bijvoorbeeld het betalen van de factuur van elektriciteit, gas, water, zorgverzekering of sportcontributie van een kind door een derde. Bij boodschappen kan het ook gaan om een kostenbesparing die noopt tot het lager vaststellen van de bijstand. Daarvoor is vereist dat de omvang van de ontvangen boodschappen voldoende structureel en substantieel moet zijn. De kostenbesparing moet van enige omvang zijn. Een kostenbesparing van € 10,00 per maand levert geen substantiële besparing die noopt tot het lager vaststellen van de bijstand. Waar de grens ligt, wordt van geval tot geval beoordeeld. Bij overschrijding van de vrijlatingsgrens vindt er beoordeling plaats of toepassing gegeven moet worden aan artikel 18, lid 1 van de Participatiewet. Schadevergoeding Schadevergoedingen kunnen zowel een materieel als een immaterieel karakter hebben. Een materiële schadevergoeding is een vergoeding voor kosten die gemaakt zijn of nog gemaakt moeten worden als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval. Een immateriële schadevergoeding wordt ook wel smartengeld genoemd. Smartengeld is bedoeld als vergoeding voor emotionele schade. Artikel 34 lid 2 onder e van de wet bepaalt dat niet tot het vermogen wordt gerekend vergoedingen voor immateriële schade als bedoel in artikel 31, lid 2 onder l. Artikel 31, lid 2 onder l van de wet bepaalt dat bij Ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiele en immateriële schade niet tot de middelen worden gerekend. Kortheidshalve wordt verwezen naar deze Ministeriële regeling. Vrijlating immateriële schadevergoeding Het percentage genoemd in artikel 4 lid c sluit aan bij de bijverdienregeling uit de Participatiewet in Balans (artikel 34a, inwerkingtreding 1 januari 2027).
Meer informatie