Beleidsregel Wet veilige jaarwisseling 2026-2027 Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en Venray

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op15 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Mook en Middelaar

Beleidsregel Wet veilige jaarwisseling 2026-2027 Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en Venray De burgemeesters van de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en Venray Overwegende dat •Op grond van de Wet veilige jaarwisseling, die per 1 augustus 2026 van kracht is, een vuurwerkverbod in de Wet milieubeheer is opgenomen; •Sinds 1 augustus 2026 het bezit en het afsteken van vuurwerk van de categorieën F2 en F3 verboden is voor anderen dan personen met gespecialiseerde kennis; •Sinds 1 augustus 2026 ook de verkoop van vuurwerk in de categorieën F2 en F3 aan anderen dan personen met gespecialiseerde kennis verboden is; •De burgemeester ontheffingen kan verlenen van het vuurwerkverbod ten behoeve van het tijdens de jaarwisseling, zijnde het tijdvak tussen 31 december 2026 om 18.00 uur en 1 januari 2027 om 2.00 uur, tot ontbranding brengen van vuurwerk in de categorie F2, maar dit niet hoeft te doen; •De regels voor het verlenen van ontheffingen op grond van het Besluit veilige jaarwisseling in het Vuurwerkbesluit zijn opgenomen; •Het merendeel van de Limburgse burgemeesters overweegt om geen ontheffing te verlenen; •De burgemeesters van de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en Venray na afstemming met het Openbaar Ministerie en de politie in het driehoeksoverleg besloten hebben om geen ontheffingen te verlenen voor de jaarwisseling 2026-2027; •Een besluit om geen ontheffingen te verlenen kan worden neergelegd in een beleidsregel; •Met de voorliggende beleidsregel de burgemeesters aangeven hoe zij gebruik maken van de in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer toegekende bevoegdheid. Gelet op •Artikel 9.2.2.1a van de Wet milieubeheer en de artikelen 2.3.2 e.v. van het Vuurwerkbesluit; •Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; •De Wet veilige jaarwisseling, het Besluit veilige jaarwisseling en het doel van de wetgever om schade, letsel, overlast en verstoring van de openbare orde tijdens de jaarwisseling terug te dringen; •De Nota van Toelichting bij het Besluit veilige jaarwisseling, waaruit volgt dat de burgemeester kan besluiten geen gebruik te maken van de ontheffingsbevoegdheid voor vuurwerk in de categorie F2; •Het belang van een eenduidige, handhaafbare en veilige uitvoering van het vuurwerkverbod. BESLUITEN De ‘Beleidsregel Wet veilige jaarwisseling 2026-2027 Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en Venray’ vast te stellen, een en ander zoals hierna uitgewerkt. Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a.Wet: de Wet veilige jaarwisseling b.Besluit: het Besluit veilige jaarwisseling c.Ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer d.Burgemeester: de burgemeesters van de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en Venray Artikel 2 Doel van de beleidsregel Deze beleidsregel heeft tot doel: •De veiligheid van o.a. inwoners, hulpverleners en dieren tijdens de jaarwisseling te bevorderen; •Schade, letsel, overlast, verstoringen van de leefomgeving en verstoringen van de openbare orde als gevolg van het afsteken van vuurwerk te voorkomen c.q. te beperken; •De handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van het landelijke vuurwerkverbod te versterken; •Duidelijkheid te bieden aan inwoners, verenigingen, stichtingen en toezichthouders over het gebruik van de ontheffingsbevoegdheid. Artikel 3 Nulbeleid voor de jaarwisseling 2026 - 2027 1.De burgemeester maakt voor de periode van 31 december 2026 om 18.00 uur tot 1 januari 2027 om 02.00 uur geen gebruik van de bevoegdheid om een ontheffing te verlenen, zoals bedoeld in artikel 9.2.2.1a, vierde lid, van de Wet milieubeheer. 2.Het in het eerste lid genoemde uitgangspunt wordt verder aangeduid als een nul-beleid. 3.Een aanvraag om een ontheffing voor het tijdens de in het eerste lid genoemde tijdvak tot ontbranding brengen van aangewezen vuurwerk van categorie F2 wordt overeenkomstig artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit afgewezen, omdat de aanvraag niet voldoet aan het door de burgemeester vastgestelde beleid. 4.De burgemeester betrekt bij de toepassing van het derde lid tevens de overige toepasselijke wettelijke voorschriften en eventuele afzonderlijke weigeringsgronden. 5.De burgemeester handelt overeenkomstig deze beleidsregel, tenzij toepassing daarvan wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zou zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen. 6.Na afloop van de jaarwisseling 2026-2027 wordt de toepassing van deze beleidsregel geëvalueerd. Daarbij worden in ieder geval betrokken: de openbare-ordesituatie, de veiligheidsrisico’s, de handhaafbaarheid, de uitvoeringslasten en eventuele aanvragen of bezwaar- en beroepsprocedures. Artikel 4 Motivering van het nulbeleid Aan het besluit tot het voeren van een nul-beleid liggen de volgende overwegingen ten grondslag: a. Het belang van de openbare orde en veiligheid De jaarwisseling behoort tot één van de meest risicovolle momenten in het jaar vanuit het perspectief van openbare orde en veiligheid. De Wet veilige jaarwisseling beoogt met het vuurwerkverbod dan ook een substantiële vermindering van aan vuurwerk gerelateerde schade, letsel, overlast en ordeverstoringen. Elke (lokale) uitzondering op het vuurwerkverbod vergroot de kans op incidenten, escalatie en misbruik c.q. niet naleving van wet- en regelgeving. Daarbij komt dat elke uitzondering op het vuurwerkverbod het proces om te komen tot een gedragsverandering verstoort. Niet alleen wordt de normstelling van het verbod afgezwakt, maar ook leidt het tot (herhaalde) discussies over de uitzonderingen. Een algeheel vuurwerkverbod, zonder uitzonderingen, draagt het meest bij aan het terugdringen van vuurwerkletsel, schade, overlast en ordeverstoringen. En daarmee vergroot het de veiligheid voor (kwetsbare) inwoners, hulpverleners en dieren. b. Toezicht- en handhavingscapaciteit staat tijdens de jaarwisseling onder druk Aan de ontheffingsmogelijkheid zijn strikte voorwaarden verbonden, zoals een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een veiligheidsplan met situatietekening, vereisten voor wat betreft de afsteeklocatie, het maximaal aantal kg verpakt vuurwerk en een minimum en maximum aantal supervisors en ontbranders. Daarnaast dient de burgemeester een aantal voorschriften te verbinden aan de ontheffing ten aanzien van de afsteeklocatie, de supervisors en ontbranders en met het oog op het veilig afsteken van vuurwerk. Een deel van het toezicht op de naleving van deze voorwaarden en voorschriften kan voorafgaande aan de jaarwisseling plaatsvinden door de gemeentelijk toezichthouder of buitengewoon opsporingsambtenaar, zoals de controle van de afsteeklocatie. Echter in het geval van een ontheffing kan tijdens het afsteken van het vuurwerk niet of onvoldoende worden toegezien op naleving van de voorwaarden en voorschriften. Dit omdat er op 31 december in de late avond en nacht geen gemeentelijk toezichthouder of buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst is. Toezichthouders en buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente worden tijdens de jaarwisseling in de regel niet ingezet. Dit met het oog op de gevaarsituatie en in het belang van hun eigen veiligheid. Daarbij komt dat de politie zich tijdens de jaarwisseling primair richt op het handhaven van (ernstige) verstoringen van de openbare orde, zo ook de politie basisteam Venray-Gennep. Volgens de nota van toelichting op het Besluit ziet de politie ook geen rol voor zichzelf bij het toezicht op c.q. het handhaven van het afsteken van vuurwerk door verenigingen of stichtingen in het kader van een ontheffing. Nu de politie geen rol voor zichzelf ziet, is handhaving van de ontheffing tijdens de jaarwisseling alleen mogelijk als de gemeente de capaciteit en bereidheid heeft om hier buitengewoon opsporingsambtenaren of toezichthouders op in te gaan zetten. Dit vraagt zo nodig om een interne heroverweging, waarbij ook rekening gehouden moet worden met de in de Arbowet vastgelegde zorgplicht van de werkgever. Alles overziend betekent bovenstaande dat er tijdens de periode waarin het meeste vuurwerk wordt afgestoken (naar verwachting tussen 23:00 en 2:00) én veelal de grootste/meeste openbare ordeproblemen ontstaan, er niet of nauwelijks capaciteit is om toe te zien op naleving van de voorwaarden en voorschriften. Het ontbreken van gemeentelijke capaciteit tijdens de jaarwisseling is niet de enige grond voor het nul-beleid. De burgemeester acht het, gelet op de aard en het tijdstip van de activiteit, niet verantwoord om ontheffingen te verlenen wanneer niet kan worden gewaarborgd dat de aan de ontheffing verbonden veiligheidsvoorschriften tijdens het afsteken adequaat kunnen worden gecontroleerd en dat bij niet-naleving tijdig kan worden opgetreden. c. Het belang van een duidelijk en uitlegbaar handhavingsregime De handhaafbaarheid van het algehele vuurwerkverbod is sterk afhankelijk van de eenvoud en eenduidigheid in regels. De ontheffingsmogelijkheid vergroot het risico op verwarring bij inwoners en handhavers, op verminderende naleving van het vuurwerkverbod door inwoners en op ongelijke behandeling. Ook maken ontheffingen het toezicht op naleving van het vuurwerkverbod complexer omdat ter plaatse beoordeeld moet worden of er een ontheffing is verleend en als ja, voor welke tijd en plaats en of aan alle voorwaarden en voorschriften wordt voldaan. Verder is de verwachting dat er, ondanks het vuurwerkverbod, voor en tijdens de jaarwisseling 2026-2027 nog veel vuurwerk in omloop is. Dat kan F2 vuurwerk zijn dat over is van voorgaande jaren. Maar het kan ook F3 of F4 vuurwerk zijn dat in het buitenland is gekocht. Ontheffingen voor het afsteken van F2 vuurwerk in combinatie met het afsteken van illegaal F3 en F4 vuurwerk bemoeilijkt de toezicht- en handhavingstaak, omdat het ondoenlijk is om vast te stellen of een knal veroorzaakt is door het afsteken van een stuk vuurwerk waarvoor ontheffing is verleend of door het afsteken van illegaal vuurwerk. Al met al kan het verlenen van lokale ontheffingen afbreuk doen aan de duidelijkheid van het landelijke vuurwerkverbod en kan het de toezicht- en handhavingstaak bemoeilijken. Overigens wordt het bezit en gebruik c.q. afsteken van F2 en F3 vuurwerk zonder ontheffing met het van kracht worden van de Wet veilige jaarwisseling aangemerkt als een economisch delict op grond van de Wet op de economische delicten. d. Het belang van een zorgvuldige voorbereiding en uitvoering van wet- en regelgeving De Wet en het Besluit zijn op 1 augustus 2026 in werking getreden. Vanaf dat moment is het mogelijk om een aanvraag voor een ontheffing in te dienen. Echter als de burgemeester een ontheffing van het vuurwerkverbod mogelijk wil maken, moet een aantal zaken ingeregeld zijn. Het beoordelen en verlenen van een ontheffing voor het afsteken van vuurwerk is namelijk een nieuwe taak, die om een substantiële uitvoerings- en capaciteitsbelasting vraagt en waar de organisatie (nog) niet op is voorbereid. Zo moet er ontheffingenbeleid worden opgesteld en een aanvraag- en beoordelingsproces worden ingericht. Medewerkers, met de juiste kennis, moeten hiervoor worden vrijgemaakt. Verder moeten er met het oog op de beoordeling van aanvragen (werk)afspraken gemaakt worden met de politie, de brandweer/Veiligheidsregio en/of de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg. Ook voor deze partners is het een nieuwe taak, waarvoor capaciteit moet worden vrijgemaakt c.q. kennis moet worden opgedaan. Verder dient een beslissing op een ontheffingsaanvraag aangemerkt te worden als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en is daarom vatbaar voor bezwaar en beroep. Zo kunnen bijvoorbeeld omwonenden van een afsteekterrein bezwaar maken ervan uitgaande dat ze ‘gevolgen van enige betekenis’ kunnen ondervinden van het besluit. Verder is het de verwachting dat eventuele aanvragen voor een ontheffing pas later/laat in het najaar worden ingediend. Want ook van een aanvrager wordt veel gevraagd. Het kost tijd en geld om een vereniging/stichting op te richten (voor zover niet een bestaande vereniging/stichting de aanvraag doet), een veiligheidsplan op te stellen, een geschikt afsteekterrein te vinden en om aan alle andere wettelijke eisen te voldoen. Denk bijvoorbeeld aan de ADR vereisten voor het vervoer van het vuurwerk en de terugleverplicht voor niet afgestoken vuurwerk op 1 januari voor 18:00 uur. e. Het belang van slachtoffers en houders van een ontheffing in geval van schade en/of letsel Het afsteken van vuurwerk zorgt jaarlijks voor schade en letsel, zo ook in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en Venray. In aanloop naar en tijdens de jaarwisseling wordt er veel illegaal en zwaar knalvuurwerk afgestoken. Bewoners melden vuurwerkoverlast, voorzieningen in de openbare ruimte worden vernield, maar ook particulieren en bedrijven leiden schade als gevolg van vernielingen en brand. Als er sprake is van schade of letsel, dan is het van belang dat het slachtoffer iemand aansprakelijk kan stellen voor de geleden schade. Dit kan – afhankelijk van de situatie – de schadeveroorzakende individu zijn, maar ook de houder van een ontheffing, in dit geval een stichting of vereniging. Het kan dan verstandig of - op basis van een voorschrift – zelfs verplicht zijn voor de houder van een ontheffing om een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Voor nu heeft het Verbond van Verzekeraars aangegeven dat - nadat de wet in werking is getreden - de mogelijkheden voor het aanbieden van (betaalbare) aansprakelijkheidsverzekeringen in relatie tot het afsteken van vuurwerk door consumenten duidelijker gaan worden. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij onzorgvuldig handelen, kan de gemeente aansprakelijk gesteld worden. Het is op dit moment niet helder of hiervan ook sprake kan zijn als er geen gemeentelijk toezicht aanwezig is tijdens het afsteken van het vuurwerk. Ook dit aspect speelt mee in de overweging om een nul-beleid te voeren. Artikel 5 Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking op www.overheid.nl en wordt aangehaald als: ‘Beleidsregel Wet veilige jaarwisseling 2026-2027 Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en Venray ‘. Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Mook en Middelaar op d.d. 22 september 2026. Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar, De secretarisDrs. W. Mariman De burgemeester, I.M. van Dijk Toelichting Inleiding De jaarwisseling is een feestelijk moment waarop veel inwoners samen het nieuwe jaar inluiden. Tegelijkertijd brengt deze periode jaarlijks extra risico’s met zich mee op het gebied van openbare orde, veiligheid en leefbaarheid. Om de risico’s op het gebied van openbare orde, veiligheid en leefbaarheid te beperken en ordeverstoringen te voorkomen is op 1 augustus 2026 de Wet veilige jaarwisseling van kracht geworden. Met deze wet geldt er een landelijk verbod op consumenten-vuurwerk. Dit betekent dat de verkoop, het bezit en het afsteken van vuurwerk in de categorie F2 en F3 door consumenten verboden is en aangemerkt wordt als een economisch delict. Afbakening vuurwerkverbod Op het landelijk verbod op consumentenvuurwerk is een uitzondering gemaakt voor F1 vuurwerk, het zogenaamde fop- en schertsvuurwerk. Het afsteken van F1 vuurwerk blijft gedurende het hele jaar toegestaan. Het afsteken van vuurwerk in de categorie F3, zijnde vuurwerk met een hoog risico, was daarentegen al voor de invoering van de Wet veilige jaarwisseling niet toegestaan voor consumenten. De Wet veilige jaarwisseling voorziet verder ook niet in een gemeentelijke ontheffingsbevoegdheid voor F3 vuurwerk. Het verbod op consumentenvuurwerk heeft verder geen invloed op de professionele vuurwerkshows, waarbij vuurwerk in de categorie F4 afgestoken wordt. Hiervoor ligt het bevoegd gezag bij de provincie. Ook carbidschieten valt juridisch gezien niet onder vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit. Daardoor wordt carbidschieten niet geraakt door het landelijke vuurwerkverbod uit de Wet veilige jaarwisseling. Gemeenten kunnen carbidschieten reguleren middels een artikel in de Algemene Plaatselijke Verordening. Discretionaire bevoegdheid burgemeester De uitvoering van de Wet veilige jaarwisseling brengt voor de gemeente nieuwe verantwoordelijk-heden en complexe afwegingen met zich mee. Zo is in de wet een bevoegdheid voor de burgemeester opgenomen om aan verenigingen en stichtingen onder voorwaarden een ontheffing te verlenen om tijdens de jaarwisseling, zijnde het tijdvak tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 2.00 uur, vuurwerk in de categorie F2 op een veilige plek af te mogen steken. Genoemde bevoegdheid is een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat de burgemeester de vrijheid heeft om al dan niet gebruik te maken van deze bevoegdheid. In het driehoeksoverleg d.d. 21 mei 2026 hebben de burgemeesters van Mook en Middelaar, Gennep, Bergen en Venray de door de VNG uitgevoerde Uitvoeringstoets Wet veilige jaarwisseling besproken met het Openbaar Ministerie en de politie. De burgemeesters hebben, rekening houdend met de uitvoeringslast voor de afzonderlijke gemeenten, de handhaafbaarheid met het daarbij behorende capaciteitsvraagstuk en kijkend naar de resterende (voorbereidings)tijd tot de jaarwisseling besloten om voor de jaarwisseling 2026-2027 geen gebruik te maken van de bevoegdheid om ontheffingen te verlenen. Dit besluit is vertaald in voorliggende beleidslijn. De gekozen lijn wordt na de jaarwisseling geëvalueerd en besproken binnen de driehoek basisteam Venray-Gennep. Op basis van artikel 3, lid 4 van de beleidsregel kan de burgemeester overigens in bijzondere omstandigheden van de beleidsregel afwijken. Dit is aan de orde als de toepassing daarvan, gelet op de omstandigheden van het geval, zou leiden tot onevenredige gevolgen. Een beroep op uitsluitend het belang van een particuliere vuurwerkshow, traditie, publieksbelang of financiële investering vormt op zichzelf geen bijzondere omstandigheid.

Meer informatie