Subsidieverordening Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Flevoland 2023-2027
Tweede wijzigingsbesluit van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Flevoland Gedeputeerde Staten van Provincie Flevoland; Gelet op artikel 3.3 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Overwegende dat het wenselijk is de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Flevoland te wijzigen in verband met enkele technische wijzigingen; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: ‘Tweede wijziging van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Flevoland’ Artikel I Wijziging De Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Flevoland wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1.1 wordt in de alfabetische de volgende begripsbepaling ingevoegd: agrarisch collectief: vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond; landbouworganisatie: organisatie in de agrarische sector die aantoonbaar zowel de economische als de sociale belangen van de ondernemers in de agrarische sector behartigt niet-productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het bedrijf; productieve investering: investering in vaste activa of immateriële activa van ondernemingen met het oog op de productie van goederen en diensten, waardoor wordt bijgedragen tot de vorming van bruto kapitaal en het scheppen van werkgelegenheid; 2. In de alfabetische volgorde vervalt de begripsbepaling ‘verordening 2018/1046’ B Aan artikel 1.9b, eerste lid, wordt aan het slot toegevoegd :”, onder de voorwaarden, genoemd in artikel 55, eerste lid, van verordening 2021/1060” C In artikel 1.10, onderdeel g, wordt ‘Verordening (EU) 2018/1046’ vervangen door ‘Verordening (EU) 2024/2509 van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PbEU L 2024/2509) D In artikel 1.11 wordt ‘de toepasselijke interventie’ vervangen door ‘de toepasselijke Europese verordeningen’. E Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma wordt aan artikel 1.12, vijfde lid, een onderdeel toegevoegd, luidende: d.onverminderd onderdeel c wordt bij een aanvraag bestaande uit investeringen binnen meerdere investeringscategorieën, bedoeld onder a, voor de rangschikking het per investeringscategorie aan de investeringen toegekende aantal punten opgeteld en vervolgens door het aantal investeringscategorieën gedeeld. In artikel 1.12, zesde lid, wordt na ‘op een gelijk puntenaantal eindigen’ ingevoegd ‘, en het plafond met toekenning van deze aanvragen zou worden overschreden’ F Artikel 1.14 komt te luiden: Artikel 1.14 Beslistermijn Gedeputeerde Staten beslissen: a.binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag bij de verdelingswijze op volgorde van binnenkomst van de aanvragen; b.binnen 22 weken na afloop van de periode waarbinnen de aanvraag ontvangen moet zijn bij de verdelingswijze op volgorde van rangschikking van de aanvragen. G In artikel 1.15 wordt, onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot zesde en zevende lid, een lid ingevoegd, luidende: 5.De verplichting bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, is niet van toepassing indien de subsidieverlening mede is gebaseerd op het gebruik van de vereenvoudigde kostenoptie bedoeld in artikel 1.9b. H Artikel 2.1.3 komt te luiden: Artikel 2.1.3 Aanvrager Subsidie kan worden verstrekt aan: a.een landbouwer; b.een samenwerkingsverband van landbouwers; c.een agrarisch collectief ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn; of d.een landbouworganisatie ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn. I Artikel 2.1.4 komt te luiden: Artikel 2.1.4 Aanvraagvereisten In aanvulling op artikel 1.6 bevat de aanvraag: a.een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit de biologische bedrijfsvoering blijkt, als deze wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering; b.het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart, als deze wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw; c.voor elke eindbegunstigde de gegevens bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder c, als deze wordt ingediend door een agrarisch collectief of een landbouworganisatie. J Artikel 2.1.6 wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder verlettering van de onderdelen b en c tot d tot c en d wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: d.kunnen Gedeputeerde Staten bepalen een apart subsidieplafond vaststellen voor agrarisch collectieven of landbouworganisaties; K Artikel 2.2.3 komt te luiden: Artikel 2.2.3 Aanvrager Subsidie kan worden verstrekt aan: a.een landbouwer; b.een samenwerkingsverband van landbouwers; c.een agrarisch collectief ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn; of d.een landbouworganisatie ten behoeve van landbouwers die eindbegunstigde zijn. L Artikel 2.2.4 komt te luiden: Artikel 2.2.4 Aanvraagvereisten In aanvulling op artikel 1.6 bevat de aanvraag: a.een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit de biologische bedrijfsvoering blijkt, als deze wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering, b.het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart, als deze wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw; c.voor elke eindbegunstigde de gegevens bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder c, als deze wordt ingediend door een agrarisch collectief of een landbouworganisatie M Artikel 2.2.6 wordt als volgt gewijzigd: 1.Onder verlettering van de onderdelen b en c tot d tot c en d wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: d.kunnen Gedeputeerde Staten bepalen een apart subsidieplafond vaststellen voor agrarisch collectieven of landbouworganisaties; N Aan artikel 2.2.7 worden twee leden toegevoegd, luidende: 3. In aanvulling op het eerste en tweede lid kunnen Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit bepalen dat de subsidie 70% van de subsidiabele kosten bedraagt, of 80% als de subsidie wordt verstrekt aan een jonge landbouwer, indien sprake is van investeringen in: a.agroforestry, te weten landbouwsystemen en -praktijken die houtige meerjarige planten, te weten bomen en struiken, bewust combineren op hetzelfde stuk land waar ook andere landbouwgewassen worden geteeld of veehouderij plaatsvindt, waardoor een ecologische en economische wisselwerking plaats tussen houtige en niet-houtige onderdelen van landbouwsystemen; of b.waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging van oppervlaktewater door erfspoeling. 4.Bij toepassing van het derde lid geven Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit aan op welke specifieke categorieën uit de investeringslijst de investeringen betrekking kunnen hebben. O Artikel 2.3.2 komt te luiden: Artikel 2.3.2 Aanvrager Subsidie kan worden verstrekt aan: a.een agrarisch collectief,; b.een landbouwer; c.een landbouworganisatie d.een organisatie voor landschapsbeheer, te weten een organisatie die aantoonbaar gericht is op het beheer van natuur of landschap; of e.een samenwerkingsverband van landbouwers. P Aan artikel 2.3.3 wordt een lid toegevoegd, luidende: 3.Als de aanvraag wordt ingediend door een agrarisch collectief, landbouworganisatie of organisatie voor landschapsbeheer wordt, in aanvulling op artikel 1.6, de aanvraag vergezeld van de statuten van de aanvrager. Q In artikel 2.5.1 vervalt in de alfabetische volgorde de begripsbepaling ‘GVE’ R In artikel 2.5.4, onderdeel b, wordt ‘de EIP -netwerk’ vervangen door ‘de activiteiten van het samenwerkingsverband’ vervalt onderdeel e, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel d door een punt. S Artikel 2.5.8 komt te luiden: Artikel 2.5.8 Weigeringsgronden Onverminderd artikel 1.5 wordt subsidie geweigerd indien de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband, tenzij het innovatieve samenwerkingsproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd nieuw is voor het reeds bestaande samenwerkingsverband T In artikel 2.6.4, eerste lid, wordt ‘als bedoeld in artikel 2.6.3’ vervangen door ‘als bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid’. U Artikel 2.6.4, eerste lid, komt te luiden: 1.Een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid, bestaat ten minste uit twee actoren waarvan ten minste één: a.landbouwer; b.agrarisch collectief; c.landbouworganisatie; of d.gebied specifieke stichting die landbouwers vertegenwoordigt. V Artikel 2.6.5. Aanvraagvereisten Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma wordt aan artikel 2.6.5, tweede lid, een onderdeel toegevoegd, luidende: i.een toelichting op de begroting bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onder b, waaruit blijkt dat de subsidie voor de kosten, genoemd in artikel 2.6.9, tweede lid, onder g of i, maximaal 25% van de totale subsidie bedraagt. W Artikel 2.6.9 wordt als volgt gewijzigd: 1.In het eerste lid vervalt de zinsnede ‘tot een maximum van € 40.000’. 2.Het tweede lid, onderdelen b tot en met e, komt te luiden: b.100% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder b, die niet zijn gericht op het watersysteem; c.70% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder b, die zijn gericht op het watersysteem; d.100% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder c, die niet alleen bijdragen aan waterkwantiteit; e.70% van de kosten voor investeringen als bedoeld in artikel 2.6.2 onder c, die alleen bijdragen aan waterkwantiteit; 3.In het tweede lid, onderdeel h, wordt ‘ontwikkelen en beproeven’ vervangen door ‘ontwikkelen of beproeven’. 4.In het tweede lid, onderdeel i, wordt ‘artikel 2.6.2 onder h’ vervangen door ‘artikel 2.6.2 onder g’. 5.Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 6.In afwijking van het tweede lid, onder h, bedraagt de subsidie 40% van de kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen indien deze deel uitmaken van het ontwikkelen of beproeven van innovaties als bedoeld in artikel 2.6.2, onder f. 7.Het vierde lid (nieuw) komt te luiden: 8.De subsidie voor de som van de kosten bedoeld in het tweede lid, onder g of i, bedraagt maximaal 25% van de totale subsidie. X Artikel 2.7.8 komt te luiden: Artikel 2.7.8 Selectie van aanvragen en verdeling van het subsidieplafond In afwijking van artikel 1.12 vindt selectie van activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen en verdeling van het subsidieplafond plaats door de LAG, op basis van selectiecriteria als opgenomen in de door Gedeputeerde Staten goedgekeurde LOS. Y In artikel 2.10.9, eerste lid, wordt ‘voortgangsverslag en deelbetalingsverzoek’ vervangen door ‘voortgangsverslag of deelbetalingsverzoek’. Artikel II Inwerkingtreding Deze tweede wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Lelystad, 28 augustus 2026 Gedeputeerde Staten van Flevoland, de secretaris, D.J. Tijl de voorzitter,A.J. Gerritsen Toelichting Onderdeel A Artikel 1.1 Als in de tweede wijzigingsbesluit van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Flevoland de term ‘bedrijf’ wordt gebruikt, gaat het om elk mogelijk bedrijf. Om de landbouwbedrijven daarbinnen te kunnen onderscheiden, is aan het artikel de begripsbepaling ‘landbouwbedrijf’ toegevoegd. Deze is gebaseerd op de definitie van de term ‘bedrijf’ in artikel 3, punt 2, van Verordening 2021/21151. In die verordening is de term ‘bedrijf’ synoniem aan landbouwbedrijf. Onderdeel A Artikel 1.1 In de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Flevoland ontbrak een begripsbepaling voor de termen productieve investeringen en niet-productieve investeringen. Aangezien het wenselijk is een term te definiëren die op diverse plekken voorkomt, zijn deze begrippen aan het artikel toegevoegd. De begripsbepaling ‘niet-productieve investeringen’ is identiek aan die in artikel 2, punt 39, van Verordening 2022/24722. De begripsbepaling ‘productieve investeringen’ is ontleend aan randnummer 16 van de preambule van Verordening 2021/10563. Onderdelen B Artikelen 1.9b en 1.10 De aanpassing in artikel 1.9b zorgt ervoor dat deze bepaling hetzelfde is opgebouwd als artikel 1.3a van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021. Onderdeel C Artikel 1.10 De aanpassing in artikel 1.10 zorgt ervoor dat deze naar het actuele Financieel Reglement verwijst, en niet naar het vorige. Inhoudelijk wijzigt er niets in deze artikelen. Onderdeel D De aanpassing in artikel 1.11 zorgt ervoor dat de [Verordening / regeling] dezelfde opbouw kent als de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021. Onderdeel E Artikel 1.12 De toevoeging van onderdeel d aan het vijfde lid betekent een aanpassing van de toepassing van dit artikel. Dit betreft gevallen waarin een aanvraag investeringen binnen meerdere investeringscategorieën betreft. Ongeacht het aantal investeringen binnen een investeringscategorie, telt de score bij een investeringscategorie één keer. Dit was al zo (onderdeel c). Als een aanvrager daarnaast investeringen doet in andere investeringscategorieën, wordt het puntenaantal nu gemiddeld over de scores per toepasselijke investeringscategorie (onderdeel d). Door deze aanpassing van de puntentelling vermindert de prikkel om investeringen in verschillende investeringscategorieën te doen. Voorbeeld 1: Twee investeringen in categorie a van 17 punten, en een investering in categorie b van 12 punten, leverden samen 29 punten op: -17 punten voor de twee investeringen in categorie a. Dit gelet op onderdeel c van het vijfde lid: de punten worden opgeteld (17+17 = 34) en vervolgens door het aantal investeringen gedeeld (2); -12 punten voor de investering in categorie b. -samen 29 punten. Het aan de investeringen toegekende aantal punten wordt nu per investeringscategorie opgeteld en door het aantal investeringscategorieën gedeeld. Deze aanvraag zou nu 14,5 punt halen: -17 punten voor de twee investeringen in categorie a. Dit gelet op onderdeel c van het vijfde lid: de punten worden opgeteld (17+17 = 34) en vervolgens door het aantal investeringen gedeeld (2). -12 punten voor de investering in categorie b. -samen 29 punten, gedeeld door het aantal investeringscategorieën (2): 29/2 = 14,5 punt. Voorbeeld 2: Een investering in categorie a van 17 punten, een investering in categorie b van 12 punten en een investering in categorie c van 18 punten leverden samen 47 punten op: -17 punten voor de investering in categorie a. -12 punten voor de investering in categorie b. -18 punten voor de investering in categorie c. Deze aanvraag zou nu 15,67 punten halen: -17 punten voor de investering in categorie a. -12 punten voor de investering in categorie b. -18 punten voor de investering in categorie c. 47 punten, gedeeld door het aantal investeringscategorieën (3): 47/3 = 15,67 punt. De aanpassing in het zesde lid zorgt ervoor dat een loting alleen plaatsvindt als door toekenning van de aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden. Volgens de eerdere tekst moest altijd worden geloot wanneer aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen. Dat is een overbodige administratieve last in het geval er genoeg budget is om de betreffende aanvragen toe te kennen Onderdeel F Artikel 1.14 Dit artikel bepaalde eerder dat Gedeputeerde Staten binnen 22 weken na de aanvraagperiode beslissen. De aanpassing zorgt ervoor dat een aanvrager niet te lang hoeft te wachten op een beslissing bij een lange aanvraagperiode. Onderdeel G Artikel 1.15 Op grond van artikel 1.15, vierde lid, onder c, is de subsidieontvanger, kort gezegd, verplicht een urenadministratie bij te houden. Deze verplichting past niet bij een project waarin de subsidiabele kosten worden berekend met de vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten (artikel 1.9b). Daarom is in het zevende lid expliciet opgenomen dat de verplichting uit het vierde lid, onder c, in die situatie niet van toepassing is. Onderdelen H en K Artikelen 2.1.3 en 2.2.3 2.1.3, 2.2.3: uitbreiding aanvragers Artikelen 2.1.3 en 2.2.3 zijn aangepast, waardoor nu ook agrarische collectieven en landbouworganisaties subsidie kunnen aanvragen. Eerder gold dit alleen voor (jonge) landbouwers en samenwerkingsverbanden van (jonge) landbouwers. De aanpassing vergroot de toepasbaarheid van de paragraaf. Hierbij geldt dat een collectieve aanvraag leidt tot vermindering van administratieve last voor de (eind)begunstigde. Voor sommige productieve investeringen, zoals EC- of debietmeters, is vanwege het lage eenheidsbedrag per investering een collectieve aanvraag een oplossing. Een agrarisch collectief of landbouworganisatie kan de investeringen collectief aanvragen, zodat één grote aanvraag ontstaat. Het collectief of de landbouworganisatie draagt vervolgens zorg voor de verdeling van de aangeschafte productieve investeringen onder de deelnemende landbouwers. Onderdelen I en L Artikelen 2.1.4 en 2.2.4 Als een agrarisch collectief of een landbouworganisatie aanvraagt, geldt dat de eindbegunstigde een (jonge) landbouwer moet zijn. Om dit te waarborgen, is in artikelen 2.1.4 en 2.2.4, telkens onderdeel c, een aanvraagvereiste opgenomen. Dit houdt in dat voor elke (jonge) landbouwer die als eindbegunstigde geldt, de aanvrager het btw- of fiscaal identificatienummer overlegt en, indien van toepassing, de naam van de moedermaatschappij of iedere dochteronderneming met het daarbij behorende btw- of fiscaal identificatienummer. Dit vereiste waarborgt dat de steun uiteindelijk bij landbouwers terecht komt. Onderdelen J en M Artikelen 2.1.6 en 2.2.6 Aan deze artikelen is in onderdeel b de mogelijkheid toegevoegd een apart subsidieplafond vast te stellen voor agrarisch collectieven of landbouworganisaties. Dit geeft Gedeputeerde Staten meer mogelijkheden tot maatwerk. In onderdeel d is verduidelijkt dat Gedeputeerde Staten een bevoegdheid hebben, het gaat niet om een verplichting. Onderdeel N Artikel 2.2.7 Voor investeringen in agroforestry en in waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging van oppervlaktewater door erfspoeling zijn in de eerste openstelling te weinig aanvragen gedaan. Bij agroforestry gaat het om landbouwsystemen en -praktijken die houtige meerjarige planten, te weten bomen en struiken, bewust combineren op hetzelfde stuk land waar ook andere landbouwgewassen worden geteeld of veehouderij plaatsvindt, waardoor een ecologische en economische wisselwerking plaats tussen houtige en niet-houtige onderdelen van landbouwsystemen. Het steunpercentage (40% van de subsidiabele kosten van de productieve investering) had bij deze investeringen te weinig effect op potentiële aanvragers. Daarom is het Nederlands Nationaal Strategisch Plan GLB 2023-2027 (hierna: NSP) aangepast. Voor deze twee investeringen kunnen Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit bepalen dat het steunpercentage 70% bedraagt, dan wel 80% bij jonge landbouwers. Hierdoor wordt het voor landbouwers aantrekkelijker investeringen te doen in agroforestry of in waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging van oppervlaktewater door erfspoeling. Hierbij geldt dat Gedeputeerde Staten in het openstellingsbesluit aangeven voor welke specifieke categorieën uit de investeringslijst dit verhoogde steunpercentage geldt. Onderdelen O en P Artikelen 2.3.2 en 2.3.3 Artikel 2.3.2 De eerste openstellingen voor paragraaf 3 hadden een beperkt resultaat. Om het effect van deze interventie te verhogen, is het NSP aangepast. Hierbij is rekening gehouden met de omstandigheid dat niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven vaak collectief worden gedaan. Het aantal categorieën van aanvragers is hierdoor uitgebreid van twee naar vijf. Naast landbouwers en samenwerkingsverbanden van landbouwers kunnen de volgende categorieën aanvragers een aanvraag doen: -agrarisch collectieven; -landbouworganisaties; en -organisaties voor landschapsbeheer. Bij agrarisch collectieven gaat het primair om de collectieven die de subsidies voor agrarisch natuurbeheer uit het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) uitvoeren. Dit laat onverlet dat ook partijen die niet bij het SNL betrokken zijn een collectief kunnen oprichten. Bij landbouworganisaties en organisaties voor landschapsbeheer gaat het om organisaties die respectievelijk de sociale belangen van ondernemers in de agrarische sector behartigen, en die gericht zijn op het beheer van natuur of landschap. Artikel 2.3.3, derde lid Om te kunnen toetsen of een aanvrager een agrarisch collectief, landbouworganisatie of organisatie voor landschapsbeheer is, stuurt de aanvrager de statuten mee met de aanvraag. Het gaat bij een landbouworganisatie of organisatie voor landschapsbeheer dan ook om rechtspersonen. Onderdelen Q Artikel 2.5.1 Het samenwerkingsverband dat een projectaanvraag indient, wordt een operationele groep genoemd. Alle deelnemers binnen deze operationele groep buigen zich over het vraagstuk waar het project zich op richt en werken gezamenlijk aan een innovatieve oplossing. Een operationele groep moet zo zijn samengesteld dat de deelnemers beschikken over de vereiste expertise voor het welslagen van het samenwerkingsverband. Artikel 2.5.1 bevatte een begripsbepaling voor de term ‘operationele groepen’. Deze term stond niet in paragraaf 2.5. Wel werden de termen ‘samenwerkingsverband’ en ‘EIP groep’ gebruikt. Ter verduidelijking wordt in deze paragraaf na deze wijziging slechts gesproken over ‘samenwerkingsverband’. In artikel 2.5.3, eerste lid, staan bij de eisen die aan een samenwerkingsverband worden gesteld de elementen opgesomd die dit verband tot een operationele groep maken. Een dergelijk samenwerkingsverband maakt deel uit van een EIP (zie artikel 127, derde lid, van verordening 2021/2115). In dat kader verspreidt het samenwerkingsverband kennis met gebruik van de hiertoe geëigende netwerken, waaronder het nationale en Europese EIP-netwerk (zie ook het vereiste uit artikel 2.5.4, onder b, en de verplichting uit artikel 2.5.12, onder a). Het EIP-netwerk is een Europees netwerk dat hoort bij de European Innovation Partnerships. De aanvrager kan er informatie vinden over lopende projecten en bijeenkomsten. Daarnaast staat op de website de EIP-AGRI multiplier toolkit voor startende Operationele Groepen. De toolkit heeft hulpmiddelen om de informatie van het samenwerkingsverband makkelijk te delen. Het EIP-AGRI Facility Point werkt als mediator binnen het netwerk. Het Facility Point is voor vragen en ondersteuning bereikbaar via servicepoint@eip-agri.eu. De termen ‘ketenpartij’ en ‘verdienmodel’ vervallen eveneens. De term ketenpartij (te weten instellingen of dienstverleners waarmee de eigen activiteiten worden afgestemd omdat deze een rol spelen in het gezamenlijk te doorlopen traject) komt niet voor in de regeling, doch wordt slechts in de toelichting gebruikt. De term ‘verdienmodel’ is algemeen bekend en behoeft geen begripsbepaling. Met de aanpassing van het begrip ‘GVE’ is verduidelijkt dat voor GVE wordt aangesloten bij UItvoeringsverordening (EU) 2021/2290. De GVE worden gelet daarop als volgt bepaald: Soort Leeftijd/categorie Coëfficiënt Runderen jonger dan zes maanden 0,4 van zes maanden tot en met twee jaar 0,6 ouder dan twee jaar 1,0 Paardachtigen ouder dan zes maanden 1,0 Schapen en geiten 0,15 Varkens fokzeugen > 50 kg 0,5 andere varkens 0,3 Pluimvee leghennen 0,014 ander pluimvee 0,03 Onderdelen Q, R, Artikelen 2.5.1, 2.5.4 De term ‘GVE’ vervalt in artikel 2.5.1, net als de eis het verwachte aandeel GVE op te geven in de artikelen 2.5.4, 2.5.11 en 2.5.12. De reden hiervoor is dat het bij nader inzien niet noodzakelijk is hierover aan de Europese Commissie te kunnen rapporteren. Onderdeel S Artikel 2.5.8 Het project dient innovatief te zijn, waarbij de innovativiteit kan bestaan uit nieuwe praktijken of uit bestaande praktijken in een nieuwe milieu- of geografische context. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking als de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband. Deze weigeringsgrond geldt niet als het innovatieve samenwerkingsproject een nieuwe activiteit is voor het samenwerkingsverband. Het is daarnaast mogelijk dat hetzelfde samenwerkingsverband meer dan één keer voor subsidie in aanmerking komt, als het project nieuw is ten opzichte van eerdere gesubsidieerde projecten. Hierbij is het van belang dat een aanvrager goed uitwerkt dat het project zich in voldoende mate onderscheidt van eerdere projecten van het samenwerkingsverband. Dit gezien het rangschikkingscriterium 'mate van innovatie' Onderdeel Y Artikel 2.5.11 en 2.10.9 In de artikelen 2.5.11 en 2.10.9 is verduidelijkt dat de gevraagde gegevens zowel bij een voortgangsverslag als bij een deelbetalingsverzoek moeten worden ingediend. Onderdelen T Artikelen 2.6.4 Artikel 2.6.4, eerste lid In het eerste lid is verduidelijkt dat de eis aan het samenwerkingsverband (tenminste twee actoren, waarvan tenminste één landbouwer) geldt voor een samenwerkingsverband dat de subsidie aanvraagt voor het in samenwerking uitvoeren van een integraal gebiedsplan. Onderdeel U Artikel 2.6.4 De aanpassing vergroot de toepasbaarheid van de paragraaf. Landbouwers gaven aan een hoge drempel te ervaren om deel te nemen aan een samenwerkingsverband. Een landbouworganisatie, agrarisch collectief of gebied specifieke stichting kan een goede rol vervullen om landbouwers aan te laten sluiten bij een gebiedsproces. Deelname van een landbouworganisatie, agrarisch collectief of gebied specifieke stichting leidt daarnaast tot vermindering van administratieve last voor individuele landbouwers Onderdelen V en W Artikelen 2.6.5 en 2.6.9 Artikel 2.6.9 is op diverse plekken gewijzigd. Dit heeft tot gevolg dat aan artikel 2.6.5, tweede lid, een onderdeel is toegevoegd. De aanpassingen in het eerste en zesde onderdeel vloeien voort uit een aanpassing van het NSP. De aanpassingen in het tweede tot en met vijfde onderdeel dienen ter verduidelijking van de regelingstekst. De aanpassingen staan hieronder achter het onderdeel uit de wijziging. Aanpassingen vanwege aangepast NSP: 1.De subsidie van maximaal € 40.000 voor de voorbereidende activiteiten bleek voor grotere gebiedsplannen te laag. Daarom is dit maximum geschrapt. 6.De hoogte van de subsidie voor een project bedraagt de optelsom van de per product of activiteit, bepaalde respectievelijk berekende bedragen, waarbij de kosten voor draagvlakontwikkeling en samenwerking en voor de voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling niet meer mogen bedragen dan 25% van de totale subsidie. Het gaat hierbij om activiteiten als coördinatie, planvorming, monitoring en het intekenen van percelen en landschapselementen. In de regeling hoorden de kosten voor kennisoverdracht en innovatie eerder tot dit maximum van 25%. Kennisoverdracht en innovatie bleken vaak een belangrijk onderdeel van de gebiedsplannen (bijvoorbeeld kennis over voer- en managementmaatregelen die bijdragen aan de doelen in het gebied). Daarom past het beter om deze kosten niet langer onder het maximum van 25% te laten vallen. Dit maximum geldt zowel bij de aanvraag om verlening als bij vaststelling. In artikel 2.6.5, tweede lid, onder i, is toegevoegd dat uit de toelichting op de begroting moet blijken dat de subsidie voor deze kosten maximaal 25% van de totale subsidie bedraagt. Als een aanvraag hieraan niet voldoet, wordt deze afgewezen. Dit op basis van de weigeringsgrond in artikel 1.5, onder h. Bij de vaststelling volgt een correctie als de begunstigde de kosten een aanvraag tot vaststelling doet die niet voldoet aan de kostenverdeling uit artikel 2.6.9, derde lid. Verduidelijkingen: 2. Tweede lid, onderdelen b tot en met e: Dit betreft cosmetische aanpassingen, zoals ‘investeringen voor’ in plaats van ‘investeringen van’. 3.Tweede lid, onderdeel h: In de tekst stond ‘het ontwikkelen en beproeven van innovaties’, terwijl ‘het ontwikkelen of beproeven van innovaties’ eveneens onder de paragraaf past. Dit is aangepast. 4.Dit betreft de aanpassing van een verschrijving: er is geen artikel 2.6.2, onderdeel h. Wel een onderdeel g. 5.De kosten voor het ontwikkelen en beproeven van innovaties als bedoeld in artikel 2.6.2, onder f, kunnen kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen omvatten. Deze investeringen zijn voor 40% subsidiabel. En dus niet, zoals de overige kosten voor het ontwikkelen en beproeven van innovaties, voor 100%. Dit is in het nieuwe derde lid expliciet vastgelegd. Onderdeel X Artikel 2.7.8 Deze aanpassing verduidelijkt dat selectie van aanvragen en verdeling van het subsidieplafond plaatsvindt door de lokale actiegroep als bedoeld in artikel 33 van verordening 2021/1060.
Meer informatie