Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland van 6 september 2016 houdende regels omtrent natuur (Beleidsregel natuurbescherming Noord-Holland)
Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 24 maart 2026, nr. RNEDMTQYCUNM-1229318533-15626, tot wijziging van de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Holland Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; gelet op artikel 5.1 tweede lid onder g Omgevingswet, Afdeling 11.2 Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 4.6 Omgevingsbesluit; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat de omgevingsDNA-methode als erkende maatregel ex. artikel 4.31b jo. 4.31c Omgevingsregeling, negatieve interferentie kan veroorzaken in de huidige pre-SMP aanpak; overwegende dat deze mogelijke negatieve interferentie teniet wordt gedaan door de percentages maximaal te isoleren woningen te verlagen binnen het pre-SMP gebied; Besluiten: ARTIKEL I De Beleidsregel natuurbescherming Noord-Holland wordt als volgt gewijzigd: A Bijlage 3, Beperking 3 komt als volgt te luiden: Beperking 3: Aantal deelnemende woningen De pre-SMP periode wordt verdeeld in twee fasen met een maximale doorlooptijd van 24 maanden. Fase 1 (max 12 maanden) betreft de periode van “blinde aantasting” (dat wil zeggen wel op aantallen maar niet op locatie van de werkzaamheden). In fase 2 wordt het ecologische veldonderzoek en de ontwikkeling van het SMP doorgezet. In fase 1 mag maximaal 5% per CBS-buurt worden verduurzaamd om negatieve effecten op gebouwbewonende soorten te voorkomen. In fase 2, als de essentiële verblijfplaatsen wel in beeld zijn door gemeentebreed veldonderzoek, mag aanvullend tot maximaal 20% per CBS-buurt worden geïsoleerd. In totaal, na maximaal 24 maanden, is daardoor altijd nog minimaal 80% van de te verduurzamen woningen in particulier bezit onaangetast en wordt een te zware last op de populaties voorkomen. Voor beide fases geldt dat de woningen, waarvan bekend is dat er kraamverblijfplaatsen zitten, massawinterverblijfplaatsen en/of kritische soorten zitten, niet mogen worden geïsoleerd. Deze woningen mogen alleen geïsoleerd worden als er bewezen effectieve vervangende compensatie gerealiseerd is. In de daaropvolgende jaren mogen de andere woningen onder een gebiedsomgevingsvergunning op basis van een SMP worden verduurzaamd. In fase 1 mag op de te isoleren woningen tevens zonnepanelen worden geplaatst op hellende daken. In fase 2 mag ook op niet te isoleren woningen zonnepanelen worden geplaatst op hellende daken. Op platte daken (niet zijnde grinddaken) mogen in zowel fase 1 als 2 zonnepanelen worden geplaatst. ARTIKEL II Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het provinciaal blad, waarin het wordt geplaatst. Haarlem, 24 maart 2026 Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, A.T.H. van Dijk, voorzitter M.J.H. van Kuijk, provinciesecretaris Namens Gedeputeerde Staten van Noord-HollandM.J.H. van Kuijk, provinciesecretaris Toelichting De wijziging van de beleidsregel natuurbescherming Noord-Holland van 6 september 2016 zorgt voor een verlaging van de het aantal woningen dat verduurzaamd/geïsoleerd mag worden binnen de twee fasen van het pre-SMP. Deze wijziging is doorgevoerd vanwege de negatieve interferentie die is ontstaan door invoering van de eDNA-methode die op 7 maart 2025 als erkende maatregel is opgenomen in artikel 4.31b jo 4.31c van de Omgevingsregeling. In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het noodzakelijk dat de verwijzingen naar wetsartikelen en de gebruikte terminologie wordt aangepast in deze beleidsregel. Dat is bij deze wijziging nog niet aan de orde. Totdat de beleidsregel wordt aangepast aan de Omgevingswet, blijft deze onverkort gelden, zij het dat de grondslag nu wel uit de Omgevingswet voortvloeit.
Meer informatie