Reglement van Wetterskip Fryslân

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op12 oktober 2026
Gepubliceerd doorProvincie Fryslân

Wijziging van het Reglement van Wetterskip Fryslân PROVINCIALE STATEN VAN FRYSLÂN Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 16 juni 2026; Gelet op artikel 2 en 6 van de Waterschapswet en artikel 23 van het Reglement van Wetterskip Fryslân; BESLUITEN, VOOR ZOVER HET HUN BEVOEGDHEID BETREFT: Vast te stellen hetgeen volgt: Artikel I Het reglement van het Wetterskip Fryslân wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1.Onderdeel a vervalt. 2.In onderdeel f wordt “watersysteem als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, Waterwet” vervangen door: watersysteem als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet. 3.Onderdeel h vervalt. 4.In onderdeel i wordt “beheer als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, Waterwet” vervangen door: beheer van watersystemen als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet. 5.De onderdelen b tot en met i worden verletterd tot onderdeel a tot en met h. B. Artikel 4, tweede lid komt te luiden: 2.De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat de zorg voor: a.het beheer van watersystemen als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Omgevingswet; en b.de zuivering van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, onder a, onder 2° van de Omgevingswet en de zuivering van stedelijk afvalwater dat wordt afgevoerd op een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet dat wordt beheerd door of namens het waterschap. C. Artikel 6 komt te luiden: Het algemeen bestuur bestaat uit 25 leden. D. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: 1.Het eerste lid komt te luiden: “Voor de categorie ongebouwd worden 2 vertegenwoordigers benoemd door LTO Noord.” 2.Het tweede lid komt te luiden: “Voor de categorie natuurterreinen worden 2 vertegenwoordigers benoemd door de Vereniging Bos- en Natuurterreineigenaren.” E. Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: 1.Het eerste lid vervalt. 2.Het derde lid komt te luiden: “De tot lid van het dagelijks bestuur benoemde deelt het algemeen bestuur uiterlijk op de tiende dag na de kennisgeving van zijn benoeming mee of hij de benoeming aanneemt. Indien deze termijn verstrijkt zonder mededeling, wordt de benoemde geacht de benoeming niet aan te nemen.” 3.In het vijfde lid wordt “het tweede lid” vervangen door: het eerste lid. 4.De leden 2 tot en met 5 worden vernummerd tot leden 1 tot en met 4. F. Artikel 12, tweede lid komt te luiden: 2.Behoudens het geval dat een lid van het dagelijks bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen. G. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd: 1.In de titel van artikel 18, wordt ‘Benoeming’ vervangen door ‘Aanwijzing’. 2.In artikel 18 wordt ‘benoemd’ vervangen door ‘aangewezen’. F. In artikel 22, onderdeel c, wordt “artikel 5.29, eerste lid, van de Waterwet” vervangen door: artikel 19.14 van de Omgevingswet. G. Artikel 24 vervalt. H.De toelichting bij het Reglement van Wetterskip Fryslân wordt vervangen door de toelichting zoals opgenomen in de bijlage bij deze wijzigingsregeling. I.Als bijlage bij het reglement wordt vastgesteld de kaart van het gebied van het waterschap, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Reglement van Wetterskip Fryslân. ARTIKEL II Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte in het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026. Toelichting Wijziging Reglement Wetterskip Fryslân Aanleiding: 1)De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. 2)De Wet geborgde zetels, die per 17 december 2022 van kracht is geworden. •De categorie bedrijven krijgt geen zetels meer in het algemeen bestuur. •De categorie ongebouwd krijgt twee zetels in het algemeen bestuur. •De categorie natuurterreinen krijgt twee zetels in het algemeen bestuur. •De omvang van het algemeen bestuur blijft gelijk totdat de provincies de reglementen hebben aangepast. •De verplichte geborgde zetel in het dagelijks bestuur van het waterschap vervalt. 3)De Wijzigingswet belastingstelsel waterschappen (Stb. 2025, 63), die per 1 januari 2026 in werking treedt. Deze wet wijzigt onder meer de omschrijving van de taak van de waterschappen in artikel 1 van de Waterschapswet. Algemene toelichting De inhoudelijke aanleiding voor de aanpassing van het Reglement voor Wetterskip Fryslân (hierna: het reglement) is gelegen in drie wettelijke wijzigingen: de invoering van de Omgevingswet, de wijziging van de Waterschapswet met betrekking tot de geborgde zetels en de wijziging van de taakomschrijving van het waterschap. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele onjuistheden in het huidige reglement te corrigeren. Per 17 december 2022 is de Wet tot wijziging van de Waterschapswet in werking getreden. Deze wet voorziet in het schrappen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven, het vervallen van de verplichting dat ten minste één lid van het dagelijks bestuur afkomstig is uit een geborgde zetel, en het introduceren van een vaste verdeling voor de overgebleven geborgde zetels. Het reglement wordt gewijzigd om hiermee in overeenstemming te worden gebracht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 worden de bestaande verwijzingen naar de Waterwet in het reglement aangepast naar de nieuwe systematiek en terminologie van de Omgevingswet. Artikel 23 betreft de wijzigingsbevoegdheid van Provinciale Staten van Fryslân. Dit artikel onderstreept dat Provinciale Staten van Fryslân slechts bevoegd zijn om het reglement te wijzigen, tenzij het wijzigingsbesluit betrekking heeft op een onderwerp als bedoeld in artikel 5 van de Waterschapswet. Artikelsgewijze toelichting Artikel I Artikel 1, onderdeel a, vervalt. De wijziging van de Waterschapswet (Stb. 2022, 517) brengt met zich dat de categorie bedrijven geen zetels meer krijgt in het algemeen bestuur. Daarom wordt de omschrijving van deze categorie geschrapt uit de begripsbepalingen. Artikel 4 Op 1 januari 2026 treedt de Wet tot wijziging van de Waterschapswet, Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 2025, 63) in werking. Hiermee wordt de omschrijving van de taak van de waterschappen, zoals opgenomen in artikel 1 van de Waterschapswet, gewijzigd. Met de wijziging van artikel 4, tweede lid van het reglement wordt de taakomschrijving van het waterschap in overeenstemming gebracht met artikel 1, tweede lid van de Waterschapswet zoals deze komt te luiden op 1 januari 2026. Het zuiveren van afvalwater dat niet via een openbaar vuilwaterriool in een zuiveringstechnisch werk van het waterschap wordt aangeleverd, behoort niet langer tot de taak van het waterschap. Tot de taak behoort wel het zuiveren van stedelijk afvalwater dat via een zuiveringstechnisch werk of een individuele voorziening (IBA) in beheer van het waterschap wordt behandeld. Met genoemde wetswijziging wordt dus een inhoudelijke wijziging in de taken van het Wetterskip Fryslân aangebracht. Artikel 6 Artikel 6 betreft de samenstelling van het algemeen bestuur. Volgens de gewijzigde Waterschapswet (Stb. 2022, 517) krijgen de categorieën ongebouwd en natuurterreinen elk twee zetels. Het aantal leden voor de categorie ingezetenen blijft onveranderd op 21 zetels. Artikel 7 Artikel 7 wordt aangepast vanwege het vervallen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven. Daarnaast wordt vastgelegd dat de vertegenwoordiging van de categorieën ongebouwd en natuurterreinen elk uit twee vertegenwoordigers bestaat. Ten aanzien van artikel 7, eerste lid, is Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Noord aangewezen als de organisatie die de vertegenwoordigers voor de categorie ongebouwd benoemt, overeenkomstig artikel 14, tweede lid, van de Waterschapswet. LTO Noord vervult deze taak in samenwerking met de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) en Agrarische Jongeren Friesland (AJF). De benoemingsprocedure is vastgelegd in de Regeling benoeming bestuursleden in de categorie ongebouwd van het waterschapsbestuur van Wetterskip Fryslân door de besturen van LTO Noord, NMV, NAV en AJF, vastgesteld op 24 juni 2022. Deze regeling is, conform artikel 14, tweede lid, van de Waterschapswet, ter kennis gebracht van het waterschapsbestuur en bekendgemaakt. De aanwijzing van LTO Noord sluit aan bij de bestaande bestuurlijke praktijk en borgt een representatieve en transparante benoeming namens de agrarische sector. Een motie in Provinciale Staten gericht op het verbreden van deze vertegenwoordiging ten behoeve van meer extensieve of natuurinclusieve boeren (motie 'Boerdiversiteit') is op 23 april 2025 verworpen met 26 stemmen tegen en 16 stemmen voor. Ten aanzien van artikel 7, tweede lid, is de Vereniging Bos- en Natuurterreineigenaren aangewezen als de organisatie die de vertegenwoordigers voor de categorie natuurterreinen benoemt. De Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE) is een privaatrechtelijke vereniging die in 2013 is opgericht door Staatsbosbeheer, Vereniging Natuurmonumenten, de Federatie Particulier Grondbezit, De 12 Landschappen en het Nederlandse Ministerie van Defensie. De VBNE vertegenwoordigt bijna alle bos- en natuurgebieden in Nederland en is verantwoordelijk voor het professioneel beheer van deze gebieden. De vereniging heeft als doel de natuur te behouden en te verbeteren, en werkt samen met andere organisaties en partijen om deze doelen te bereiken. Artikel 10 Artikel 10 regelt de benoeming van leden van het dagelijks bestuur. Voorheen moest een benoemde zijn benoeming per aangetekende brief accepteren. Dit vormvereiste is komen te vervallen. De aanvaarding is nu vormvrij en kan zowel mondeling als schriftelijk plaatsvinden. Indien de benoemde niet binnen tien dagen na kennisgeving meedeelt de benoeming te aanvaarden, wordt aangenomen dat hij of zij de benoeming niet aanneemt. Deze regeling is in overeenstemming gebracht met de Gemeentewet en de Provinciewet, die eveneens een fictieve weigering kennen met een bedenktijd van tien dagen. Artikel 12, tweede lid Op verzoek van het waterschap is artikel 12 over het ontslag op eigen initiatief van een lid van het dagelijks bestuur gewijzigd. Met de wijziging is het artikel in lijn gebracht met de wijze waarop ditzelfde onderwerp is geregeld in artikel 42 van de Provinciewet en artikel 43 van de Gemeentewet. Artikel 24 Dit artikel vervalt omdat het overgangsrecht bevatte dat verband hield met de inwerkingtreding van de Waterwet. Nu de Waterwet is geïntegreerd in de Omgevingswet per 1 januari 2024, heeft deze bepaling haar werking verloren en is zij niet langer relevant. Het behoud ervan zou geen rechtsgevolgen meer hebben en draagt niet bij aan de actualiteit of duidelijkheid van het reglement. Vervanging van de toelichting bij het reglement Naast de hiervoor genoemde inhoudelijke wijzigingen is aanleiding gezien om de toelichting bij het Reglement van Wetterskip Fryslân integraal te vervangen. De bestaande toelichting bevat diverse verwijzingen naar vervallen wetgeving en sluit op onderdelen niet meer aan bij de huidige wettelijke systematiek en terminologie, met name als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de recente wijzigingen van de Waterschapswet. Om de kenbaarheid, begrijpelijkheid en actualiteit van het reglement te waarborgen, is een geactualiseerde toelichting opgesteld die aansluit bij het gewijzigde reglement en de geldende wetgeving. Daarom wordt de toelichting bij het reglement vervangen door de toelichting zoals opgenomen in de bijlage bij deze wijzigingsregeling. Artikel I, onderdeel I (kaart van het gebied van het waterschap als bijlage) Artikel 2, tweede lid, van het Reglement van Wetterskip Fryslân bepaalt dat het gebied van het waterschap de gebieden in de provincies Fryslân en Groningen omvat “zoals die zijn aangegeven op de bij dit reglement behorende kaart”. In de praktijk was een dergelijke kaart nog niet als bijlage bij het reglement vastgesteld en gepubliceerd. Met onderdeel I wordt deze omissie hersteld doordat de kaart van het gebied van het waterschap, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, als bijlage bij het reglement wordt vastgesteld. Daarmee is duidelijk welke kaart wordt bedoeld waar in artikel 2, tweede lid, wordt verwezen naar “de bij dit reglement behorende kaart”. De wijziging heeft een technisch karakter: de bestaande, juridisch vastgestelde begrenzing van het gebied van het waterschap wordt uitsluitend cartografisch inzichtelijk gemaakt. De omvang en ligging van het gebied wijzigen niet; de kaart dient ter verduidelijking van de reeds in artikel 2 opgenomen gebiedsbepaling. In geval van discrepantie blijft de tekst van het reglement leidend. Bijlage: Toelichting bij het Reglement van Wetterskip Fryslân Algemene toelichting Sinds de totstandkoming van de Waterschapswet in 1991 hebben zich belangrijke ontwikkelingen in het waterbeheer voorgedaan. Het waterbeheer richt zich meer en meer op alle aspecten van watersystemen in hun onderlinge samenhang en de invloed van de omgeving daarop. Dit heeft gevolgen gehad voor de waterschapsorganisatie. Ten tijde van het ontstaan van de Waterschapswet waren er nog ruim 200 waterschappen. Deze waren divers van omvang en ook de taken varieerden. Inmiddels heeft een forse stroomlijning en opschaling plaatsgevonden. Sinds 1 augustus 2018 telt Nederland nog 21 waterschappen. De taken die aan waterschappen zijn of worden opgedragen betreffen het beheer van watersystemen en de zuivering van stedelijk afvalwater op de voet van artikel 2.17 van de Omgevingswet. Daarnaast kan de zorg voor een of meer andere waterstaatsaangelegenheden zijn of worden opgedragen. De wettelijke bevoegdheid waterschappen in te stellen en te reglementeren ligt bij Provinciale Staten. Artikel 2 van de Waterschapswet bepaalt dat de bevoegdheid tot het opheffen en het instellen van waterschappen, tot regeling van hun taken en inrichting en van de samenstelling van hun besturen en tot de verdere reglementering van waterschappen aan Provinciale Staten behoort en dat de uitoefening van deze bevoegdheid geschiedt bij provinciale verordening. Omdat Wetterskip Fryslân een interprovinciaal waterschap is worden de bevoegdheden op grond van artikel 6 van de Waterschapswet gemeenschappelijk door Provinciale Staten van Fryslân en Groningen uitgeoefend. Op 17 december 2022 is de Wet tot wijziging van de Waterschapswet in verband met het schrappen van geborgde zetels voor de categorie bedrijven, het schrappen van de eis dat ten minste één lid van het dagelijks bestuur houders is van een geborgde zetel en het introduceren van een vaste verdeling van de resterende geborde zetels in werking getreden (hierna: de wijziging van de Waterschapswet). Het Reglement wordt gewijzigd om te voldoen aan bovengenoemde wijzigingswet van de Waterschapswet. In het reglement wordt verwezen naar de Waterwet. Vanwege de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 worden de verwijzingen aangepast. Het onderhavige reglement schept in aansluiting op de Waterschapswet het kader voor het waterschap. Het beperkt zich tot de essentiële aspecten over de inrichting en het functioneren van het waterschap. De belangrijkste onderwerpen die worden geregeld zijn het gebied, de taak, het bestuur, de verdeling van de geborgde zetels over de specifieke belangencategorieën, het aanwijzen van de organisaties die de vertegenwoordigers voor de categorie ongebouwd mogen benoemen en het toezicht. De kostentoedeling wordt geregeld in de Waterschapswet en de daarbij behorende Algemene maatregel van bestuur. Het kiesrecht is geregeld in de Kieswet. Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Op grond van artikel 1, tweede lid van de Waterschapswet kunnen als “hoofdtaken” aan de waterschappen de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van het afvalwater worden opgedragen. In dit reglement is het begrip watersysteem nader gedefinieerd en is aansluiting gezocht bij de terminologie van de Omgevingswet. Het zuiveren van het afvalwater is niet nader gedefinieerd omdat deze definitie afdoende is geregeld in de Waterschapswet en de Omgevingswet. Hoofdstuk 2 Gebied, zetel en taak van het waterschap Artikel 2 Gebied van het waterschap Bij het bepalen van het gebied van het waterschap is acht geslagen op het uitgangspunt voor de bestuurlijke organisatie van de waterstaatszorg, dat bij de vorming van waterschappen zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de waterstaatkundige eenheden. Een waterstaatkundige eenheid bestaat uit een samenhangend stelsel van oppervlaktewateren en gronden (inclusief mensen en gebouwen), die belang hebben bij de instandhouding van dat stelsel. Het gebied van het waterschap is niet gewijzigd. Het gebied van het waterschap wordt aangegeven op een kaart die deel uitmaakt van het reglement. Op de kaart zijn de grenzen van het waterschapsgebied zo eenduidig mogelijk vastgelegd. Er kunnen gebiedsspecifieke situaties zijn waarbij het noodzakelijk is de grens van het waterschapsgebied nauwkeuriger vast te stellen (bijvoorbeeld daar waar de grens door bebouwd gebied loopt). In het reglement is de mogelijkheid opgenomen voor de precieze aanduiding van de grenzen van het waterschapsgebied detailkaarten vast te stellen. Het vaststellen van de detailkaarten is opgedragen aan gedeputeerde staten. Artikel 4 Taak van het waterschap In artikel 1, eerste lid, van de Waterschapswet is het functionele karakter van de waterschappen vastgelegd: hun taak is de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied. Deze taak is in het tweede lid nader gespecificeerd en omvat de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van afvalwater. De omschrijving van de taak van het waterschap sluit aan bij artikel 1, tweede lid, van de Waterschapswet zoals dat luidt sinds de inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de Waterschapswet, de Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 2025, 63). Met deze wetswijziging is de taakomschrijving van de waterschappen verduidelijkt en aangepast. De zorg voor het zuiveren van afvalwater omvat sindsdien uitsluitend het zuiveren van stedelijk afvalwater dat via een zuiveringstechnisch werk of via een individuele behandeling van afvalwater (IBA) in beheer van het waterschap wordt behandeld. Het zuiveren van afvalwater dat niet via een openbaar vuilwaterriool in een zuiveringstechnisch werk van het waterschap wordt aangeleverd, behoort niet langer tot de taak van het waterschap. In artikel 4 van het reglement is aangesloten bij deze wettelijke taakomschrijving en de bestaande uitvoeringspraktijk door aan het waterschap zowel de zorg voor het watersysteem als de zorg voor het zuiveren van afvalwater op te dragen, binnen de grenzen zoals deze uit de Waterschapswet voortvloeien. De zorg voor het watersysteem omvat de zorg voor de waterkering en de zorg voor de waterhuishouding, waaronder mede de zorg voor de waterkwaliteit. Tot de zorg voor de waterhuishouding wordt tevens gerekend het reguleren van grondwaterstanden via het peilbeheer van het oppervlaktewater. Het gebruik van de term “zorg voor het watersysteem” benadrukt dat de afzonderlijke onderdelen van deze taak in nauwe samenhang moeten worden bezien en als één integrale taak worden uitgevoerd. De toekenning van deze zorg aan het waterschap impliceert niet dat alle verantwoordelijkheden met betrekking tot het watersysteem binnen het waterschapsgebied uitsluitend bij het waterschap berusten. Ook andere overheden vervullen taken op dit terrein. Daarom is in het eerste lid van artikel 4 bepaald dat het waterschap verantwoordelijk is voor de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet bij andere publiekrechtelijke lichamen is gelegd. Artikel 4, eerste lid, vertoont een duidelijke samenhang met artikel 3:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel schrijft voor dat een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn bevoegdheden de rechtstreeks bij een besluit betrokken belangen afweegt, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de bevoegdheid een beperking voortvloeit. Voor bestuursorganen van het waterschap betekent dit dat zij bij besluiten en handelingen alle relevante belangen in aanmerking nemen, waarbij de waterstaatkundige en waterhuishoudkundige belangen leidend zijn. Deze belangen behoren bij de besluitvorming in beginsel doorslaggevend te zijn. In artikel 4, tweede lid, is de zorg voor de zuivering van afvalwater aan het waterschap opgedragen, conform de gewijzigde wettelijke taakomschrijving. De zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater berust reeds sinds 2002 wettelijk bij het waterschap en is met de wetswijziging nader afgebakend. Daarmee is sprake van een inhoudelijke aanpassing van de taken van het Wetterskip Fryslân, die met dit reglement expliciet en bestendig is vastgelegd. Hoofdstuk 3 De samenstelling en inrichting van het waterschapsbestuur Dit hoofdstuk geeft een aanvulling op de bepalingen in de Waterschapswet en het Waterschapsbesluit. De wet regelt onder meer de vereisten voor het lidmaatschap van het bestuur, de verkiezingen, nevenfuncties, onverenigbare betrekkingen en het afleggen van de eed (dan wel verklaring en belofte). Voorts bevat de wet bepalingen over de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur. Paragraaf 1 Het algemeen bestuur Artikel 6 Omvang en samenstelling algemeen bestuur In artikel 6 is de omvang van het algemeen bestuur geregeld. In de Waterschapswet is uit oogpunt van uniformering maar ook vanwege doelmatigheid en slagvaardigheid de minimale en maximale omvang van het algemeen bestuur vastgelegd. Het waterschapsbestuur kan bestaan uit minimaal achttien en maximaal dertig leden. Wetterskip Fryslân is het grootste waterschap van Nederland. Ingedachte de trend om de besturen van overheidslichamen zoveel mogelijk te verkleinen is ervoor gekozen om niet op het wettelijk maximum te gaan zitten en is besloten te kiezen voor 25 bestuursleden. Om te garanderen dat daadwerkelijk alle belangencategorieën vertegenwoordigd zijn dient niet alleen de omvang van het bestuur te worden vastgesteld maar ook het aantal zetels dat daarbinnen toegekend wordt aan ieder van de specifieke categorieën. Al sinds mensenheugenis zitten in de algemene besturen van de waterschappen zogeheten geborgde zetels. Dat zijn gegarandeerde zetels. De regeling rond de geborgde zetels is veranderd. Door de wetswijziging (zie Stb. 2022, 517) heeft de agrarische sector nog twee gegarandeerde zetels, hebben de natuurbeheerders er twee en zijn de bedrijven hun twee geborgde zetels kwijt. De verplichting dat er sowieso een geborgde zetel in het dagelijks bestuur moet zitten is uit de wet verdwenen. De wet biedt de mogelijkheid om kiesdistricten in te stellen voor de verkiezingen. Vanwege het streven naar zo open en transparant mogelijke verkiezingen en het ontbreken van specifieke motieven om kiesdistricten in te stellen is ervoor gekozen geen afzonderlijke kiesdistricten in te stellen. Het gehele waterschapsgebied vormt daarom 1 kiesdistrict. Artikel 7 Benoemen vertegenwoordigers geborgde zetels De aanwijzing van de organisaties die de vertegenwoordigers van de categorie ongebouwd leveren wordt aan de provincies overgelaten. Vandaar dat in artikel 7 is bepaald dat de Vereniging Bos- en Natuurterreineigenaren en LTO Noord ieder 2 vertegenwoordigers benoemen. De wijziging van de Waterschapswet (zie Stb. 2022, 517) brengt met zich dat er geen geborgde zetels meer zijn voor de categorie bedrijven in het waterschapsbestuur. De selectie van de vertegenwoordigers is een verantwoordelijkheid van de benoemende organisaties. De Waterschapswet geeft aan dat de organisaties die de vertegenwoordigers mogen benoemen de procedure die zij hanteren voor de selectie en benoeming tijdig moeten vastleggen. Het waterschap zorgt vervolgens voor publicatie zodat het voor de leden van de belangengroeperingen (maar ook voor andere betrokkenen) duidelijk is op welke wijze de benoeming tot stand komt. Ook kunnen eventuele kandidaten hun interesse op dat moment kenbaar maken. De benoeming is bindend, dat wil zeggen de status van de benoemde kandidaten is gelijk aan die van gekozen kandidaten. Slechts de toetsing door het algemeen bestuur op grond van artikel 24 van de Waterschapswet kan toelating tot het algemeen bestuur verhinderen. Artikel 8 Reglement van orde De Waterschapswet geeft in de artikelen 35 tot en met 39 een aantal bepalingen over openbare en besloten vergaderingen en over geheimhouding. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen vast. Voor de invulling van dat reglement verdient het aanbeveling zoveel mogelijk aan te sluiten bij de regelingen, die de Gemeentewet en de Provinciewet kennen omtrent onderwerpen van vergaderorde. Met name wordt hierbij gedacht aan het vergaderquorum, het besluitquorum, de wijze van uitschrijven van een nieuwe vergadering en het opstellen van de agenda, stemrecht van de leden, stemprocedures en het bepalen van de stemuitslag. Paragraaf 2. Het dagelijks bestuur Artikel 9 Omvang dagelijks bestuur Ten aanzien van de omvang van het dagelijks bestuur kan het reglement een minimum en maximum aantal leden vastleggen. Bij het bepalen van het meest optimale aantal dient te worden gekeken naar de omvang van het algemeen bestuur, de afspiegeling van het algemeen bestuur, het risico op versnippering, doelmatigheid en voldoende slagvaardigheid. Omdat deze afweging het beste kan worden gemaakt op het moment dat de samenstelling van het algemeen bestuur bekend is en om het waterschap hierin voldoende ruimte te geven wordt geen minimum en maximum aantal vastgelegd. Artikel 10 Benoeming leden dagelijks bestuur Lid 1 vervalt. De benoeming van de leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. In de praktijk lukt het niet om in de eerste vergadering de nieuwe leden van het dagelijks bestuur te benoemen. Dat gebeurt nu veelal na ca. 3 maanden. Dit lid dateert uit de tijd van de oprichting van het waterschap. In de vergadering van het algemeen bestuur vindt de benoeming plaats van de leden van het dagelijks bestuur niet zijnde de voorzitter. De tot lid van het dagelijks bestuur benoemde wordt geacht zijn benoeming niet aan te nemen, als hij op de tiende dag nadat hij in kennis is gesteld van zijn benoeming zijn benoeming niet heeft aanvaard. Aanvaarding van de benoeming dient te geschieden door middel van een aangetekende brief. Hiermee wordt aangesloten bij het stelsel van fictieve weigering zoals ook opgenomen in de Provinciewet en de Gemeentewet. In artikel 41, tweede lid van de Waterschapswet is bepaald dat de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur plaatsvindt uit het algemeen bestuur. Gedeputeerde staten kunnen hiervan ontheffing verlenen als het reglement die mogelijkheid biedt. In het tweede lid is deze mogelijkheid aan gedeputeerde staten gegeven. Dit maakt het mogelijk om geschikte kandidaten voor het dagelijks bestuur te vinden buiten de kring van het algemeen bestuur. Leden van het dagelijks bestuur die op deze wijze zijn benoemd maken daarmee overigens nog geen deel uit van het algemeen bestuur. Dat zou immers leiden tot een wijziging van het aantal zetels van het algemeen bestuur. De omvang van het algemeen bestuur blijft steeds 25. Indien de leden van het dagelijks bestuur uit het algemeen bestuur komen vervullen zij een dubbelrol en zijn zij zowel algemeen bestuurslid als dagelijks bestuurslid. Voor de leden van het dagelijks bestuur die niet tot het algemeen bestuur behoren gelden op grond van artikel 45 Waterschapswet wel de eisen die aan de verkiesbaarheid van leden van het algemeen bestuur worden gesteld alsmede de incompabiliteiten voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur. Ook de verplichting tot het afleggen van de eed of de belofte is op deze leden van het dagelijks bestuur van toepassing. Wel moet worden geregeld dat deze leden van het dagelijks bestuur gelijktijdig met de andere leden af treden. Het derde lid voorziet hierin door van overeenkomstige toepassing te verklaren. Daarbij dient expliciet te worden opgemerkt dat de leden van het dagelijks bestuur die via de ontheffing van artikel 41, tweede lid van de wet in het dagelijks bestuur zijn terecht gekomen alleen lid zijn van het dagelijks bestuur. Zij mogen dus alleen de bevoegdheden uitoefenen die horen bij het dagelijks bestuur. Ze zijn geen lid van het algemeen bestuur en kunnen dan ook geen bevoegdheden uitoefenen van het algemeen bestuur. De invulling van een opengevallen plek in het dagelijks bestuur geschiedt zo spoedig mogelijk. Dit kan anders zijn indien het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen. Artikel 11 Ingang benoeming leden dagelijks bestuur In dit artikel wordt het aanvangstijdstip van de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur geregeld alsmede de opvolging van het gehele dagelijks bestuur na de verkiezingen. Artikel 12 Ontslag op eigen initiatief Dit artikel vormt een aanvulling op artikel 41 van de wet, waarin het ontslag van de leden van het dagelijks bestuur - met uitzondering van de voorzitter - summier wordt geregeld. De leden van het dagelijks bestuur, die hun ontslag nemen, geven hiervan, om bewijsrechtelijke redenen, schriftelijk kennis aan het algemeen bestuur. Deze bepaling komt overeen met de artikelen 42 en 43 van respectievelijk de Provinciewet en de Gemeentewet. De Waterschapswet bevat ter zake geen bepalingen. Uit de aard van de rechtshandeling vloeit voort dat opzegging niet met terugwerkende kracht mogelijk is (vergelijk artikel 43 Gemeentewet en 42 Provinciewet). Artikel 13 Vervanging leden dagelijks bestuur Leden van het dagelijks bestuur kunnen worden vervangen door leden van het algemeen bestuur. De vervanging kan door het algemeen bestuur worden geregeld op verzoek van het dagelijks bestuur, het betreffende lid van dat bestuur, of uit eigen beweging. Bepalend is of de vervanging nodig is voor een goede taakuitoefening van het dagelijks bestuur. Algemene regels kunnen hiervoor niet worden gegeven. Het tweede lid regelt de vergoeding bij vervanging van een lid van het dagelijks bestuur. Artikel 14 Reglement van orde Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Een verschil tussen de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is, dat de vergaderingen van het dagelijks bestuur met gesloten deuren worden gehouden, tenzij dit bestuur anders heeft bepaald. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven over de openbaarheid van de vergaderingen van het dagelijks bestuur (artikel 42 Waterschapswet). Met de toevoeging van de woorden “en andere werkzaamheden” wordt aangesloten bij wat daaromtrent in de praktijk is gegroeid en hetgeen is bepaald in de Provinciewet en de Gemeentewet. In de reglementen van orde worden meer activiteiten geregeld dan alleen de vergaderingen. Andere werkzaamheden kunnen betrekking hebben op de bekendmaking van besluiten, de schriftelijke afdoening van zaken en de procedurele voorbereiding van de in het dagelijks bestuur te bespreken nota’s. Paragraaf 3. De voorzitter Artikel 15 Benoeming voorzitter Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet, wordt opgemaakt, wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd. Met een open sollicitatie wordt bedoeld een bekendmaking in de daarvoor geëigende kranten en of vakbladen. Artikel 17 Ontslag voorzitter Het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers bepaalt onder meer dat aan de voorzitter die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, eervol ontslag wordt verleend. In bijzondere omstandigheden kan hiervan, op advies van gedeputeerde staten en het algemeen bestuur van het waterschap gehoord, worden afgeweken. Ook de ongevraagde ontslagverlening is in dit besluit geregeld. Niet geregeld is de situatie waarin de voorzitter zelf om ontslag verzoekt. Artikel 17 regelt dit, naar analogie van de Provinciewet en de Gemeentewet. Paragraaf 4. De secretaris Artikelen 18 en 19 Benoeming, taken en bevoegdheden secretaris De vervanging van de secretaris wordt geregeld door het dagelijks bestuur. De secretaris zelf is geen bestuursorgaan. Hij is eerste adviseur van het algemeen en dagelijks bestuur. In verband met die functie is het verbod tot het verrichten van bepaalde handelingen, dat geldt voor leden van het algemeen bestuur, ook van toepassing verklaard op de secretaris. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast omtrent de taak en de bevoegdheid van de secretaris. Hierbij is aansluiting gezocht bij de Gemeentewet (artikel 103, lid 2) en de Provinciewet (artikel 100, lid 2). Hoofdstuk 4 Toezicht Artikel 20 Toezichtsbevoegdheid In verband met het interprovinciaal karakter van het waterschap moet, ingevolge artikel 164 van de Waterschapswet, in het reglement een regeling over het toezicht worden opgenomen. Het beheersgebied van Wetterskip Fryslân ligt grotendeels in de provincie Fryslân en voor een klein deel in de provincie Groningen. In het reglement is vastgelegd dat beide provincies het toezicht voor het eigen grondgebied uitoefenen. Het toezicht moet hier in ruime zin worden opgevat. Het omvat bijvoorbeeld ook het (in het artikel duidelijkheidshalve vermelde) beroep op gedeputeerde staten tegen besluiten van het waterschapsbestuur en voorts de rol van Gedeputeerde Staten in het kader van taakverwaarlozing, de begroting, de rekening, de waterschapsbelastingen en de benoeming van de dijkgraaf. De Commissaris van de Koning is genoemd in verband met diens bevoegdheid op grond van artikel 107, lid 5, van de wet. Artikel 21 Goedkeuring De Waterschapswet geeft limitatief aan in welke gevallen vooraf toezicht kan worden uitgeoefend. Wel blijft het voor Gedeputeerde Staten mogelijk om alle waterschapsbesluiten die met het recht of met het algemeen belang in strijd zijn, achteraf te vernietigen (artikel 156 van de Waterschapswet). Toezicht kan worden onderscheiden in preventief toezicht (bijvoorbeeld goedkeuring en ontheffing) en repressief toezicht (administratief beroep en vernietiging). De Waterschapswet beperkt het aantal besluiten dat aan goedkeuring is onderworpen tot: overige besluiten door de wet aangewezen (artikel 148 van de Waterschapswet). Hiertoe behoren onder meer waterbeheerprogramma’s op grond van de Omgevingswet. Daarnaast laat de wet de mogelijkheid open om bij reglement goedkeuring te eisen voor: c. besluiten die betrekking hebben op de regeling van de waterbeheersing (onder andere peilbesluiten); d. besluiten tot de aanleg en verbetering van waterstaatswerken. Beleidsafstemming (tussen functioneel en algemeen belang) is voor deze beide laatstgenoemde soorten besluiten belangrijk. In het kader van de provinciale goedkeuring kan aan dit aspect de nodige aandacht worden besteed. Het is niet nodig álle besluiten uit deze categorieën aan goedkeuring te onderwerpen. Alleen voor belangrijke werken of maatregelen, die van wezenlijke betekenis zijn voor handhaving of wijziging in de waterstaatkundige situatie in het waterschapsgebied, moet dan ook het vereiste van een afzonderlijke goedkeuring gelden. Artikel 22 Meldingen Voor besluiten die niet aan preventief toezicht zijn onderworpen geeft de Waterschapswet in artikel 156 de mogelijkheid van schorsing, eventueel gevolgd door vernietiging. Gedeputeerde Staten kunnen hiertoe spontaan overgaan, dan wel een ingediend verzoekschrift honoreren. Het spontane vernietigingsrecht strekt zich uit over alle waterschapsbesluiten. De regels die gelden voor de uitoefening van het schorsings- en vernietigingsrecht zijn in de Waterschapswet beschreven. Volgens de Waterschapswet moeten in ieder geval aan Gedeputeerde Staten worden toegezonden: a. besluiten tot vaststelling of wijziging van de keur (artikel 80 van de Waterschapswet); b. de begroting en begrotingswijzigingen (artikel 101 van de Waterschapswet); c. de rekening (artikel 107 van de Waterschapswet); d. de verordeningen met betrekking tot de organisatie van de administratie, het beheer en de controle van de vermogenswaarden alsmede de verordening met regels over periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur (artikel 109b van de Waterschapswet). Ook op grond van andere wetten bestaan voor de waterschappen verplichtingen tot toezending van besluiten aan Gedeputeerde Staten. Het reglement vult de wettelijke opsomming aan met besluiten tot oprichting of deelneming in een rechtspersoon, voor zover hierbij een belangrijk deel van de waterschapstaak betrokken is (artikel 22). Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 23 Wijzigingen van beperkte strekking Artikel 6 van de Waterschapswet maakt het mogelijk bij een interprovinciaal waterschap bij reglement te bepalen dat reglementswijzigingen van beperkte strekking kunnen worden opgedragen aan één van de Provinciale Staten. Artikel 23 voorziet hierin. Alleen reglementswijzigingen die aan goedkeuring van de Minister van Verkeer en Waterstaat onderhevig zijn moeten bij gemeenschappelijke besluitvorming plaatsvinden. Daarvan is sprake als de taken of het gebied van het waterschap wordt gewijzigd. Bijlage kaart beheergebied Wetterskip Fryslân behorende bij Reglement van Wetterskip Fryslân

Meer informatie