Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Maashorst 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op12 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Maashorst

Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Maashorst 2026 De raad van de gemeente Maashorst; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 1 september 2026: gelet op artikel 96 lid 1 Gemeentewet, artikel 149 Gemeentewet en artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t vast te stellen de Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Maashorst 2026: Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: -college: college van burgemeester en wethouders; -commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften; -verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen. Artikel 2. Inleidende bepaling commissie 1.Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.2.De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 3. Samenstelling van de commissie 1.De commissie bestaat uit een voorzitter en meerdere leden.2.De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.3.De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.4.De voorzitter en de leden kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Maashorst, of nevenfuncties vervullen die hun onafhankelijkheid als lid van de commissie in het geding (kunnen) brengen. Ook wonen zij niet in de gemeente Maashorst. Artikel 4. Secretaris Het college wijst één of meerdere ambtenaren aan als secretaris van de commissie. Artikel 5. Zittingsduur 1.De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden.2.De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.3.De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Artikel 6. Ingediend bezwaarschrift 1.Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.2.Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. Artikel 7. Bemiddeling De commissie onderzoekt of de zaak in der minne kan worden geschikt alvorens de zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris verricht daartoe de nodige handelingen. Artikel 8. Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: a.artikel 2:1, tweede lid; b.artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn; c.artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie; d.artikel 7:4, tweede lid; e.artikel 7:6, vierde lid. Artikel 9. Vooronderzoek 1.De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.2.De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel 10. Hoorzitting 1.De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.2.De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht.3.Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan. Artikel 11. Uitnodiging zitting 1.De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.2.Binnen drie dagen na de datum van verzending van de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.3.De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.4.De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid. Artikel 12. Quorum en horen door de voorzitter of één lid 1.De commissie houdt zitting met de voorzitter en twee leden.2.In afwijking van het eerste lid kan de commissie, overeenkomstig artikel 7:13, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, het horen opdragen aan de voorzitter of een lid van de commissie, uitsluitend als: a.een geplande hoorzitting als gevolg van ziekte of andere persoonlijke omstandigheden op korte termijn voor de zitting anders geen doorgang kan vinden, en uitstel van de zitting tot aanzienlijke vertraging zou leiden; of b.in korte tijd een zeer groot aantal bezwaarschriften over hetzelfde onderwerp is ingediend, de commissie in één of meer vergelijkbare zaken al advies heeft uitgebracht, en de zaak voldoet aan alle volgende voorwaarden: 1º. het betreft een relatief eenvoudige zaak; 2º.er is sprake van een duidelijk toetsingskader; 3º.de juridische uitkomst is, bijvoorbeeld als gevolg van een bestendige lijn in de jurisprudentie, op voorhand redelijk helder; 4º. er is geen complexe belangenafweging tussen meerdere partijen nodig. 3.Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, worden de belanghebbenden en het verwerend orgaan daarvan onder vermelding van de grond in kennis gesteld: •in het geval van het tweede lid, onder a, zo spoedig mogelijk en uiterlijk bij aanvang van de zitting; en •in het geval van het tweede lid, onder b, in de uitnodiging voor de zitting. 4.In het geval van het tweede lid, onder b, kan een belanghebbende de voorzitter verzoeken te worden gehoord door de voorzitter en twee leden. De voorzitter willigt het verzoek in, tenzij dit tot onevenredige vertraging leidt.5.Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wordt het verslag van de hoorzitting voorafgaand aan de beraadslaging ter beschikking gesteld aan alle leden die aan het advies meewerken. Artikel 13. Niet-deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen. Artikel 14. Openbaarheid zitting 1.De zitting van de commissie is openbaar, tenzij het betreft de behandeling van bezwaren tegen een besluit betreffende de sociale zekerheid of sociale voorzieningen.2.De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.3.Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren. Artikel 15. Nader onderzoek 1.Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.2.De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.3.De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.4.Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel 16. Raadkamer en advies 1.De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.2.De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.3.Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.4.Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.5.Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel 17. Uitbrengen advies en verdaging 1.Het advies wordt, onder medezending van eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.2.Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, wijst hij het verwerend orgaan erop de beslissing tijdig te verdagen. Artikel 18. Jaarverslag De commissie brengt jaarlijks vóór 1 maart verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar aan de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, en met tussenkomst van het college aan de Raad. Dat doet het college door zijn verantwoording in het gemeentelijk jaarverslag en het commissieverslag daarbij te voegen. In het verslag wordt vermeld in hoeveel zaken toepassing is gegeven aan artikel 12, tweede lid, en op welke grond. Artikel 19. Vergoeding 1.De leden van de commissie bezwaarschriften ontvangen per middag of avond waarop één of meer hoorzittingen worden gehouden een vergoeding. De vergoeding bedraagt 195 % van de vergoeding waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak maakt.2.De (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie bezwaarschriften ontvangt per middag of avond waarop één of meer hoorzittingen worden gehouden een vergoeding. De vergoeding bedraagt 292,5 % van de vergoeding waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak maakt.3.Een meelezend lid ontvangt per vergadering 50% van de vergoeding als genoemd in het eerste lid.4.De bedragen in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel zijn niet bedoeld voor gemaakte reiskosten ingevolge artikel 96 lid 1 onder b van de Gemeentewet. Daarvoor ontvangen de commissieleden, per kilometer afstand tussen hun adres en de plaats waar de hoorzitting/vergadering is gehouden, een bedrag van 37 cent per kilometer. De afstand wordt berekend op basis van de snelste route volgens de ANWB-routeplanner.5.De in deze verordening bedoelde vergoedingen worden aan de rechthebbenden halfjaarlijks achteraf uitbetaald. Artikel 20. Intrekking oude regeling De Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Maashorst 2022 wordt ingetrokken. Artikel 21. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarop hij bekendgemaakt is en werkt terug tot en met 1 juli 2026. Artikel 22. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Maashorst 2026. Vastgesteld in de openbare vergadering van 1 oktober 2026. De raad voornoemd, de griffier,N.E. Gradisen de voorzitter,J.A. van der Pas

Meer informatie