Verordening commissie Bezwaarschriften gemeente Bernheze 2026
Verordening commissie Bezwaarschriften gemeente Bernheze 2026 De raad van de gemeente Bernheze; gezien het bijbehorende voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 juni 2026 gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 149 van de Gemeentewet; besluiten: vast te stellen de volgende verordening: Verordening commissie Bezwaarschriften gemeente Bernheze 2026. Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.Awb: Algemene wet bestuursrecht b.College: college van burgemeester en wethouders; c.Commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften; d.Verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen. Artikel 2. Inleidende bepaling commissie 1.Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester; 2.De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken, personele aangelegenheden en sociale zaken met uitzondering van bezwaarschriften op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning of Jeugdwet. Artikel 3. Samenstelling van de commissie 1.De commissie bestaat uit meerdere leden die roulerend als voorzitter optreden. Voor iedere hoorzitting ligt vast wie de voorzitter is van de zitting. 2.De leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen. 3.De leden kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Bernheze, of nevenfuncties vervullen die hun onafhankelijkheid als lid van de commissie in het geding (kunnen) brengen. Ook wonen zij niet in de gemeente Bernheze. Artikel 4. Secretaris Het college wijst één of meerdere ambtenaren aan als secretaris van de commissie. Artikel 5. Zittingsduur 1.De leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk om herbenoemd te worden. 2.De leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.3.De aftredende of ontslag nemende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Artikel 6. Ingediend bezwaarschrift 1.Het bestuursorgaan registreert het ingediende bezwaarschrift met de datum van ontvangst. 2.Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. Artikel 7. Bemiddeling De commissie onderzoekt of de zaak in der minne kan worden geschikt alvorens de zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris verricht daartoe de nodige handelingen. Artikel 8. Uitoefening bevoegdheden 1.De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: a.Artikel 2:1, tweede lid; b.Artikel 6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn; c.Artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie; d.Artikel 7:4, tweede lid; e.Artikel 7:6, vierde lid. 2.De voorzitter kan deze bevoegdheden overdragen aan de secretaris. Artikel 9. Vooronderzoek 1.De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 2.De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel 10. Hoorzitting 1.De secretaris van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2.De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 Awb. Artikel 11. Uitnodiging zitting 1.De secretaris nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk uit. 2.Binnen drie dagen na de datum van verzending van de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3.De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.4.De voorzitter is bevoegd om in bijzondere omstandigheden af te wijken van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid. Artikel 12. Quorum Voor het houden van een zitting is vereist dat tenminste twee leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig zijn. Artikel 13. Niet-deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen. Artikel 14. Openbaarheid zitting 1.De zitting van de commissie is openbaar, tenzij het betreft de behandeling van bezwaren tegen een besluit betreffende de Wet maatschappelijke ondersteuning of Jeugdwet. 2.De deuren kunnen worden gesloten indien de commissieleden het nodig oordelen of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3.Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren. Artikel 15. Verslaglegging 1.Het verslag, bedoeld in artikel 7:7 Awb, bevat in ieder geval: a.Namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid; b.Zakelijke vermelding van wat over en weer is gezegd en wat verder op de hoorzitting is voorgevallen; c.Vermelding als de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of als belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord; d.Verwijzing naar de op de hoorzitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 2.Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Artikel 16. Nader onderzoek 1.Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden. 2.De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3.De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo’n verzoek. 4.Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting van overeenkomstige toepassing. Artikel 17. Raadkamer en advies 1.De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2.De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 3.Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 4.Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 5.Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel 18. Uitbrengen advies en verdaging 1.Het advies wordt, onder medezending van eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2.Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, wijst hij het verwerend orgaan erop de beslissing te verdagen. Artikel 19. Jaarverslag De commissie brengt jaarlijks voor 1 juli verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar aan de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, en met tussenkomst van het college aan de raad. Artikel 20. Intrekking oude regeling De Verordening intergemeentelijke commissie Bezwaarschriften gemeenten Bernheze en Maasdonk 2010 wordt ingetrokken. Artikel 21. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarop hij is bekendgemaakt. Artikel 22. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie Bezwaarschriften gemeente Bernheze 2026. Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van 1 oktober 2026. Leandra Kilian Griffier Mark de ManVoorzitter
Meer informatie