Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie” met kenmerk 1989137

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op8 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Hilversum

Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie” met kenmerk 1989137 B en W besluit Burgemeester en wethouders van Hilversum, Gelet op het voorstel “Vaststellen Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie” met kenmerk 1989137 Overwegende dat: • het College van Hilversum ernaar streeft alle kinderen een goede start te bieden om hun volledige potentieel in het onderwijs te kunnen bereiken; • hiervoor een kwalitatief hoog aanbod van voorschoolse educatie (VE) voor alle (doelgroep) peuters tussen de 2 en 4 jaar in haar gemeente wenselijk is; • het College dient te zorgen voor voldoende aanbod van voorschoolse educatie voor peuters; Gelet op: • Titel 4.2 en 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht; • Artikel 3, lid 3 van de Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021; • Beleidsregel Subsidieverstrekking Hilversum; • Nadere regel Reserves en voorzieningen gesubsidieerde organisaties Hilversum; • Beleidsregel Subsidieverstrekking Hilversum; • Nadere regel Reserves en voorzieningen gesubsidieerde organisaties Hilversum; • Beleidsregel toepassing Wet Bibob 2022, gemeente Hilversum; • Artikel 166 Wet op Primair Onderwijs; • Wet Kinderopvang; • Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang; • Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; • Hilversumse Educatieve Agenda (HEA); Besluiten 1. De “Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Hilversum ” vast te stellen Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Hilversum Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a) ASV: Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021. b) Awb: Algemene wet bestuursrecht. c) College: Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum. d) Doelgroep peuter: een peuter in de leeftijd van 2 jaar tot het moment waarop hij/zij uitstroomt naar de basisschool, met een risico op een achterstand op het gebied van taal en ontwikkeling die in aanmerking komt voor voorschoolse educatie en als zodanig door Jeugd en Gezin van GGD Gooi- en Vechtstreek (JGGV) is geïndiceerd. e) Doorgaande lijn: van een doorgaande lijn in het kader van voor- en vroegschoolse educatie is sprake, indien een kind in de voorschoolse voorziening voorschoolse educatie volgt en daarna vroegschoolse educatie op de basisschool in groep 1-2. f) Gemeente: de gemeente Hilversum (incl. het grondgebied van gemeente Wijdemeren zoals voor de herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren, zoals besloten in de Tweede Kamer); g) Houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen een locatie die in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) is opgenomen als kinderdagverblijf met VE-registratie. h) Inkomensverklaring: De Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI) (voorheen IB60-verklaring genoemd). Dit is een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens van de ouders over een bepaald belastingjaar. i) Kinderdagverblijf: Locatie waar dagopvang voor kinderen tussen 0 en 4 jaar en/of peuterspeelzaalwerk voor 2 tot 4-jarigen wordt gerealiseerd, volgens wettelijke kwaliteitseisen. j) Kinderopvang: Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. k) Kinderopvangtoeslag (KOT): De tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor een in het LRK geregistreerde kinderdagverblijf. l) Koptarief: De kosten die het maximaal uurtarief voor de kinderopvang, zoals jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst, overschrijden. Dit is het verschil tussen het maximum uurtarief en het subsidiabel uurtarief. m) LRK: Het Landelijk Register Kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang. n) Maximum uurtarief: het jaarlijks door de Belastingdienst vastgestelde landelijk maximum uurtarief voor kinderopvang, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van het besluit Kinderopvangtoeslag. o) Subsidiabel uurtarief: maximum uurtarief + koptarief. p) Ouderbijdrage: inkomensafhankelijke financiële bijdrage die de ouder(s)/verzorger(s) aan de houder moet(en) betalen voor de deelname van hun kind aan de voorschoolse educatie (reguliere plek of VE-plek). q) Ouderbijdragetabel: een overzicht van de ouderbijdrage peuteropvang per inkomensgroep. De adviestabel ouderbijdrage wordt jaarlijks vastgesteld door de VNG. r) Ouder: de juridische ouder of wettelijk verzorger van de peuter. s) Overdrachtsformulier: het formulier dat door de houder wordt gebruikt om informatie, die is opgenomen in het kindvolgsysteem, over te dragen aan de basisschool. t) Peuter: een kind van 2 jaar tot het moment dat het kind naar de basisschool gaat. u) Peuteropvang (“peuterspeelzalen’’): aparte voorschoolse voorziening voor de opvang van (doelgroep)peuters, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool. De opvang voldoet aan de wettelijke eisen voor kinderopvang en heeft een registratie voorschoolse educatie in het LRK. v) Voorschoolse voorziening: peuterspeelzalen en kinderdagverblijven, die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK. w) VVE-indicatie: indicatie van JGGV van GGD Gooi- en Vechtstreek die recht geeft op voor- en vroegschoolse educatie. x) VE-registratie: een registratie in het LRK waaruit blijkt dat de houder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van VE. y) Voorschoolse educatie (VE): peuteropvang voor kinderen vanaf 2 jaar tot het moment dat zij naar de basisschool uitstromen, waarin aan de hand van een erkend VE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal emotionele ontwikkeling. Artikel 2. Toepassingsbereik 1. In afwijking van de Algemene Subsidieverordening Hilversum 2021 is deze subsidieregeling van toepassing op de doelgroep zoals beschreven in artikel 4, in het grondgebied van de gemeente zoals bedoeld in artikel 1 lid 1f; 2. Deze regeling is voor het eerst van toepassing op subsidies voor activiteiten die vanaf het jaar 2027 worden uitgevoerd. Artikel 3. Doel van de subsidieregeling Het doel van de subsidieregeling is het bieden van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van peuteropvang met voorschoolse educatie in de gemeente Hilversum, zodat er gelijke en optimale ontwikkelkansen zijn voor alle peuters in de leeftijd van 2 jaar tot het moment dat zij uitstromen naar het basisonderwijs. Daarbij mag er voor ouders van (doelgroep) peuters geen financiële belemmering zijn voor deelname als zij geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Artikel 4. Doelgroep 1. Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan houders van voorschoolse voorzieningen die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK voor deelname aan de peuteropvang van: a) Peuters zonder VVE-indicatie, waarvan de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag; b) Peuters zonder VVE-indicatie, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; c) Doelgroep peuters waarvan de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag; d) Doelgroep peuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Artikel 5. Eisen aan de aanvrager 1. Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan houders van voorschoolse voorzieningen die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK. Artikel 6. Hoogte van de subsidie voorschoolse educatie 1. Het College stelt jaarlijks het subsidiabele uurtarief voor voorschoolse educatie vast op basis van: a) Het maximum uurtarief voor de kinderopvang zoals jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst. b) Een opslag per uur (het koptarief) voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen en de door de gemeente Hilversum gehanteerde bovenwettelijke kwaliteitseisen. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. c) Het aantal te subsidiëren uren per (doelgroep) peuter. d) De percentages per uur peuteropvang die voor eigen rekening ouders komen conform de VNG-adviestabel ouderbijdragen peuteropvang. 2. De hoogte van de subsidie is het aantal uren dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een minimum van 960 uur gedurende anderhalf jaar waarin de peuter tussen de 2,5-4 jaar is. 3. De hoogte van de subsidie is het aantal uur dat een peuter contractueel van de opvang gebruik heeft gemaakt keer het geldende uurtarief. Er geldt een maximum van 16 uur per week verspreid over maximaal 2 jaar voor 1280 uur waarin de peuter tussen 2–4 jaar is. Recht op Kinderopvangtoeslag Uurtarief 1e en 2e dagdeel Peuteropvang Uurtarief 3e en 4e dagdeel alleen doelgroep peuters Ja Subsidiabel uurtarief minus Maximum uurtarief (KOT) Subsidiabel uurtarief Nee Subsidiabel uurtarief minus Ouderbijdrage Subsidiabel uurtarief Artikel 7. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen betreffen: a) Het aanbieden van voorschoolse educatie in een voorschoolse voorziening. b) De inzet van een pedagogisch coach/-beleidsmedewerker op hbo-niveau in de voorschoolse educatie. c) De scholing van vaste medewerkers conform het opleidingsplan VE en de bijgevoegde begroting en dekkingsplan. 2. Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van artikel 7 lid 1 sub a dient de voorschoolse voorziening ten minste 16 uur per week peuteropvang per peuter aan te bieden, verdeeld over ten minste 3 dagen per week, met tenminste 640 uur per jaar per peuter. Over een periode van 1,5 jaar (leeftijd 2,5-4 jaar) moet er een aanbod zijn per doelgroep peuter van tenminste 960 uur. Over een periode van 2 jaar moet er een aanbod zijn van 1280 uur. 3. De subsidieverlening voor de inzet van een pedagogisch coach/beleidsmedewerker op grond van artikel 7 lid 1 sub b is berekend op 10 uur inzet per doelgroep peuter. Het uurtarief wordt jaarlijks vastgesteld op basis van het uurtarief schaal 9, hoogste trede. Als teldatum voor het aantal doelgroep peuters per locatie geldt 1 januari van het betreffende subsidiejaar (te verifiëren in de Peutermonitor). De aanvraag voor deze subsidie betreft een inschatting voor het aantal doelgroep peuters. De houder dient dit op te nemen in het aanvraagformulier ‘prognose subsidieaanvraag’. 1. Het college kan tegemoetkomen aan de scholingskosten voor vaste medewerkers op grond van artikel 7 lid 1 sub c volgens de wettelijke vereisten voor kwaliteit beroepskrachten VE zoals beschreven in artikel 4 besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Om hiervoor in aanmerking te komen dient de houder het VE-opleidingsplan inclusief begroting en dekkingsplan bij de aanvraag in te dienen. Artikel 8. Ouderbijdrage 1. Voor ouders zonder recht op Kinderopvangtoeslag (KOT) geldt een inkomensafhankelijke bijdrage per uur op basis van de ‘VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang’ voor de eerste twee dagdelen (8 uur). 2. Ouders van een doelgroep peuter betalen geen ouderbijdrage over het 3e en 4e dagdeel. 3. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage zorgt de houder ervoor dat de ouder een ondertekende ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een recente inkomensverklaring overlegt aan de houder. De houder verplicht de ouder wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie die van invloed zijn op de kinderopvangtoeslag per omgaande te melden bij de aanbieder. De houder past het contract aan en verwerkt de wijzigingen in de verantwoording aan de gemeente. 4. Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie vallen, kunnen ouders een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de aanbieder. Hierbij dient de ouder de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren. 5. Indien een ouder of ouders een eigen onderneming heeft/hebben (inclusief zzp’er) en niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting kunnen of willen overleggen, moeten zij aantonen startend ondernemer te zijn door middel van een bewijs van de Kamer van Koophandel, waarbij ze in de laagste categorie ingeschaald kunnen worden. Indien geen sprake is van een startende onderneming, kan de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie, waarbij het recht op herziening is voorbehouden. 6. Indien de ouder(s) geen inzicht wenst/wensen te verschaffen in de hoogte van het inkomen, middels een Inkomensverklaring of overige documenten waarmee de hoogte van het inkomen kan worden bepaald, kan een kind wel geplaatst worden. De houder ontvangt subsidie voor deze peuter. De ouder valt automatisch in de hoogste inkomenscategorie. 7. Geen ouderbijdrage wordt geheven: a. Indien ouders of de ouder een inkomen heeft dat is overgebleven na aftrek van verplichte inhoudingen voor beslag, WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) of minnelijke schuldenregeling door een gecertificeerd schuldbemiddelaar. b. Voor peuters zonder Burgerservicenummer. Hiervoor volstaat de doorverwijzing van Jeugd en Gezin Gooi- en Vechtstreek (JGGV). 8. De houder int zelf de ouderbijdragen en brengt deze in mindering op de subsidieaanvraag; 9. De houder is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers, met uitzondering van de in artikel 8.7A genoemde ouderbijdrage. Artikel 9. Aanvraag- en beslistermijn 1. De aanvraag voor een subsidie wordt uiterlijk 1 november ingediend in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft; 2. Het College beslist binnen 8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag; 3. Het College kan de in het tweede lid genoemde termijn voor ten hoogste 8 weken verdagen. Artikel 10. Eisen aan de subsidieaanvraag 1. Een aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het College met gebruikmaking van het daarvoor bestemde registratieformulier op www.hilversum.nl/subsidies ; 2. Bij de aanvraag overlegt de aanvrager de volgende gegevens: a. een activiteitenplan: plan waarin waar in ieder geval beschreven is op welke wijze voldaan wordt aan het kwaliteitskader VE; b. het ingevulde aanvraagformulier ‘prognose subsidieaanvraag’; c. het opleidingsplan VE inclusief begroting en dekkingsplan. 3. Het College is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in dit artikel genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn; 4. Indien de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen. De dag waarop de aanvraag is aangevuld en volledig is, geldt als de datum van ontvangst van de aanvraag. Artikel 11. Beoordeling 1. Het beoordelen van aanvragen vindt plaats op volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen. 2. De aanvraag wordt beoordeeld op de volgende punten: a. Of de aanvraag tijdig en compleet is; b. Of de aanvraag voldoet aan de eisen en voorwaarden uit deze regeling; c. De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelstellingen zoals omschreven in artikel 3, de aanvullende verplichtingen zoals beschreven in artikel 14.1 en het kwaliteitskader VE (bijlage 1); 3. Wanneer uit de beoordeling blijkt dat de aanvraag niet in aanmerking komt voor subsidie, wordt de aanvraag afgewezen; 4. Wanneer uit de beoordeling blijkt dat de aanvraag in aanmerking komt voor subsidie, blijven onverminderd de weigeringsgronden uit de Awb en de ASV van toepassing. Artikel 12. Weigeringsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 8 van de ASV wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien: a. De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in strijd zijn met het gemeentelijk beleid; b. Niet voldaan is aan de eisen en beoordelingscriteria genoemd in deze regeling; c. Eénzelfde subsidieaanvraag bij meerdere gemeentelijke subsidieregelingen/beleidsvelden is ingediend, en toekenning erin zou resulteren dat de gemeente Hilversum meer subsidie zou verlenen dan passend en noodzakelijk is; d. Een vergunning niet is verleend voor een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd; e. De verstrekte gegevens onjuist zijn. Artikel 13. Subsidieplafond en wijze van verdeling 1. Deze regeling is een open-einde regeling. Dit betekent dat de regeling geen subsidieplafond kent. 2. Het behandelen van aanvragen vindt plaats via een eerst-komst-eerst-maalt-systeem. Dit betekent dat aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen. Artikel 14. Verplichtingen 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10 en artikel 12 van de ASV gelden de volgende verplichtingen: a. De subsidieontvanger staat de gemeente toe publicitair gebruik te maken van de met de activiteit behaalde resultaten en te delen met andere belanghebbenden. 2. In de verleningsbeschikking wordt opgenomen welke (meetbare) prestaties de aanvrager dient te leveren voor de verleende subsidie en welke financiële afspraken gemaakt worden. 3. In de verleningsbeschikking kan het College aanvullende subsidieverplichtingen opleggen. Artikel 14.1. Aanvullende verplichtingen Onverminderd het bepaalde in artikel 10, 11 en 12 van de ASV, de wettelijke eisen voor peuteropvang met voorschoolse educatie en het kwaliteitskader VE (zie bijlage) zijn de volgende aanvullende verplichtingen van toepassing: 1. Houder stimuleert maximale deelname aan de VE; 2. De houder verleent doelgroep peuters voorrang bij plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen plekken; 3. Houder streeft naar gemengde groepen van reguliere én doelgroep peuters op de locaties; 4. Indien een doelgroep peuter niet geplaatst kan worden spant de houder zich in voor een realistisch perspectief binnen de eigen organisatie of in samenspraak met een collega-organisatie; 5. Houder verschaft op verzoek informatie aan gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van OCW, de GGD Gooi -en Vechtstreek of aan andere door het College aangewezen instanties; 6. Houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die buiten deze subsidieregels van toepassing zijn; 7. Houder kan deelnemen aan de gemeentelijke regiegroep onderwijskansen; 8. Houder zet zich in voor de verbetering en monitoring van de kwaliteit, bijvoorbeeld met behulp van de VVE-monitor; 9. Houder neemt deel aan scholingsmiddagen voor pedagogisch professionals en (netwerk) gesprekken. De invulling wordt in onderling overleg tussen de houder en de gemeente afgestemd. 10. Houder verzoekt ouders om een, door de gemeentelijke regiegroep onderwijskansen vastgestelde, VVE-ouderovereenkomst te ondertekenen; 11. De pedagogisch medewerker van de groep bezoekt minimaal één keer per deelname aan de VE het kind en de ouder(s) thuis, het zogenaamde huisbezoek. Artikel 15. Verantwoording en vaststelling subsidie 1. De aanvrager dient voor 1 mei volgend op het subsidiejaar de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. 2. De aanvraag tot vaststelling wordt schriftelijk ingediend bij het College met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier op hilversum.nl/subsidies 3. De aanvraag tot vaststelling bevat: i. Een inhoudelijke verantwoording die laat zien hoe uitvoering is gegeven aan de peuteropvang met voorschoolse educatie (incl. de opleiding van de vaste medewerkers VE). Hierbij vormt het kwaliteitskader VE (zie bijlage 1) en de aanvullende verplichtingen zoals genoemd in artikel 14.1 het uitgangspunt. 4. Financiële jaarverantwoording, waarin minimaal is opgenomen: i. het aantal kinderen per maand inclusief contractueel afgenomen uren zonder een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag; ii. het aantal kinderen per maand inclusief contractueel afgenomen uren met een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag; iii. opleidingskosten voor vaste medewerkers VE. 5. Voor de te overleggen overzichten genoemd in lid 3b i en ii kan verwezen worden naar de uitkomsten van de Peutermonitor. 6. De houder legt verantwoording af over het gebruik van de subsidie via een upload in de Peutermonitor. Hiervoor levert de aanvrager voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende kwantitatieve gegevens aan: betreffend kwartaal, maand, locatie en LRK-nummer; BSN; NAW-gegevens; geboortedatum; inkomen ouders, eerste kind ja/nee, vve-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod en het aantal uren aanvullend aanbod. 7. Een verantwoording over het aantal doelgroep peuters op 1 januari volgens de Peutermonitor. Dit overzicht dient als basis voor het vaststellen van de subsidie voor de pedagogisch beleidsmedewerker/coach op hbo-werk-en denkniveau. 8. De houder dient, om de subsidie te kunnen ontvangen, de volgende informatie vast te leggen in een digitaal en/of fysiek dossier en toegankelijk te maken voor controle door de gemeente Hilversum: a. Ondertekende overeenkomst tussen de ouder en de houder; b. Inkomensverklaringen van de ouder(s) en overige documenten op basis waarvan de toets niet-recht op kinderopvangtoeslag is uitgevoerd en de inschaling van de ouderbijdrage heeft plaatsgevonden; c. De startdatum van de deelname aan de peuteropvang; d. Het aantal uren peuteropvang per maand; e. Het uurtarief en de ouderbijdrage; f. De aard van de opvang (VE of niet); g. Indien er sprake is van VE, de startdatum en het aantal uren van de extra dagdelen; h. Indien van toepassing de wijziging of einddatum van de deelname aan de peuteropvang; i. Een afschrift van de indicatiestelling van de peuter (op naam) door de JGGV; j. Bevestiging van de opzegging, van ouders met datum; k. Voor (doel)groep peuters die vallen onder: 1. Artikel 8 lid 7a: bewijzen van de gecertificeerd schuldbemiddelaar; 2. Artikel 8 lid 7b: de verwijzing van de JGGV. 9. Goedgekeurde controleverklaring op de beschikking van de houder. 10. Het College kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd. 11. Indien de aanvraag tot vaststelling niet volledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen. De dag waarop de aanvraag is aangevuld en volledig is, geldt als de datum van ontvangst van de aanvraag. 12. Het College beslist binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot vaststelling. 13. Het College kan de in het elfde lid genoemde termijn voor ten hoogste 6 weken verdagen. Artikel 16. Hardheidsclausule 1. Het College kan in bijzondere gevallen van de bepalingen in deze regeling afwijken indien strikte toepassing daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 17. Bijzondere gevallen 1. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het College. Artikel 18. Inwerkingtreding 1. Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel 19. Citeertitel De regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Hilversum Hilversum, 6 oktober 2026 de gemeentesecretaris, de burgemeester, mr. C.P. Torres Barrera dr. ir. G.M. van den Top   Bijlage 1 – Kwaliteitskader voorschoolse educatie Bijlage 2 – Aanvraagformulier ‘prognose subsidieaanvraag’

Meer informatie