Beleidsregels Vermogen Werkzaak Rivierenland 2025

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op7 oktober 2026
Gepubliceerd doorRegionaalSamenwerkingsorgaan Werkzaak Rivierenland

Addendum beleidsregels Vermogen 2025 1. Inleiding Het dagelijks bestuur van Werkzaak Rivierenland besluit de Beleidsregels Vermogen 2025 te verduidelijken. Het artikel over voertuigen wordt verduidelijkt in de zin dat er maar een voertuig per uitkering kan worden vrijgelaten. Daarnaast dat bij bijstand in de vorm van een lening niet alleen een krediethypotheek, maar ook een stil pandrecht als vorm van zekerheidstelling kan worden toegepast. Dit is in lijn met artikel 50 van de Participatiewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Besluit Het dagelijks bestuur van Werkzaak Rivierenland besluit artikel 11 van de Beleidsregels Vermogen 2025 te wijzigen en als volgt vast te stellen: Artikel 2. Voertuigen 1.Wij vinden (per uitkering) één auto of motor met een waarde tot € 5.500,00 een algemeen gebruikelijke bezitting. Daarom tellen wij deze waarde niet mee als vermogen. Artikel 11. Krediethypotheek en pandrecht 1.Bijstand in de vorm van een lening zoals bedoeld in artikel 50 Pw wordt uitsluitend verstrekt onder de zekerheid van een recht van krediethypotheek dan wel, als het vermogen daartoe aanleiding geeft, onder de zekerheid van een stil pandrecht. 2.Een stil pandrecht wordt toegepast als het vermogen waarop de bijstandsverlening is afgestemd bestaat uit roerende zaken, vorderingen of andere vermogensbestanddelen waarop geen recht van hypotheek kan worden gevestigd. 3.De waarde van de woning wordt vastgesteld aan de hand van de meest recente WOZ-waarde. 4.De krediethypotheek vestigen wij over het bedrag dat de vrijlating te boven gaat zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 sub d Pw. Dit is de overwaarde van de woning. 5.Gedurende de lopende bijstand, zolang de woning niet verkocht is, geldt er geen aflossingsverplichting voor de afbetaling van de lening. 6.Zodra de krediethypotheek is volgelopen beoordelen wij aan de hand van de huidige WOZ-waarde of de bijstand om-niet moet worden verstrekt of dat de krediethypotheek moet worden aangepast in verband met waardestijging van de woning. 7.De aflossing van de lening kan aanvangen op het moment van beëindiging van de bijstandsuitkering en vindt maandelijks plaats. 8.De aflossing bedraagt minimaal 5% van het totale inkomen van belanghebbende totdat de woning is verkocht. 9.Bij onderbreking van de bijstand kan de bijstand onder dezelfde krediethypotheek worden voortgezet. 3. Slotbepaling Dit addendum treedt in werking met ingang van 1 oktober 2026. Voor het overige blijven de Beleidsregels Vermogen ongewijzigd van kracht.

Meer informatie