Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op7 oktober 2026
Gepubliceerd doorProvincie Zuid-Holland

Besluit wijziging Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2026 Provinciale Staten van Zuid-Holland; Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 23 juni 2026, met kenmerk PZH-2026-892288760; Gelet op artikel 2 van de Waterschapswet; Overwegende dat op 1 januari 2026 de Wet van 10 februari 2025 tot wijziging van de Waterschapswet, de Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met het versterken van de toepassing van het profijtbeginsel bij de watersysteemheffing, het geven van ruimte aan nieuwe ontwikkelingen en het oplossen van enkele knelpunten (Staatsblad 2025, nr. 63), in werking is getreden; Overwegende dat de wetswijziging onder meer artikel 1, tweede lid, van de Waterschapswet aanpast, waarin de hoofdtaken van de waterschappen zijn vastgelegd; Overwegende dat de wetgever met de wijziging de reikwijdte van de zuiveringstaak van de waterschappen ten aanzien van stedelijk afvalwater heeft verduidelijkt; Overwegende dat als gevolg van de wijziging van het wetsartikel de taakomschrijving van het hoogheemraadschap in artikel 3, tweede lid, van het reglement van bestuur dienovereenkomstig moet worden aangepast; Overwegende dat ook artikel 120 en 121 van de Waterschapswet zijn gewijzigd, waarin de kostentoedelingsmethode voor de watersysteemheffing is geregeld; Overwegende dat op basis van artikel 122b, tweede lid, van de Waterschapswet bij reglement van bestuur kan worden bepaald aan welke regels de toedeling van het kostendeel voor de wegenheffing moet voldoen, waarvan in artikel 22 van het reglement van bestuur gebruik is gemaakt; Overwegende dat door de wetswijziging de verwijzing in artikel 22, vijfde lid, van het reglement van bestuur naar artikel 120, vijfde lid, van de Waterschapswet niet meer correct is, omdat de bepaling in dat lid is vernummerd naar het achtste lid, en daarom dient te worden aangepast; Overwegende dat in artikel 121 van de Waterschapswet de heffingsmaatstaf voor de categorie gebouwde onroerende zaken is gewijzigd, als gevolg waarvan de verwijzing naar dit artikel in artikel 22, vijfde lid, van het reglement van bestuur moet worden aangepast; Overwegende dat het hoogheemraadschap bij brief van 9 oktober 2025, met kenmerk 2025.08238, heeft verzocht de begrenzing van het beheergebied van het hoogheemraadschap, zoals weergegeven op de kaart behorende bij het reglement van bestuur, te wijzigen; Overwegende dat de voorgestelde grenswijzigingen voortvloeien uit de realisatie van de verlengde rijksweg A16 bij vliegveld Rotterdam The Hague Airport, waardoor de huidige beheergrens niet langer logisch aansluit op de situatie ter plaatste, aangezien de grens dwars door taluds en watergangen is komen te liggen, en watergangen van het aangrenzende Hoogheemraadschap van Delfland zich ongunstig tussen de nieuwe rijksweg en het beheergebied van het hoogheemraadschap bevinden; Overwegende dat het wenselijk is de watergangen aan de zuidzijde van de rijksweg A16, evenals de watergangen bij de kruising van de provinciale weg N471, aan te sluiten op het watersysteem van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, en dat deze watergangen derhalve binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap dienen te komen te liggen; Overwegende dat de voorgestelde grenswijzigingen van relatief beperkte omvang zijn en ertoe leiden dat de beheergrens tussen de hoogheemraadschappen duidelijker en logischer wordt gelegd, doordat de rijksweg A16 als een duidelijke en gemakkelijk te onderscheiden grens kan worden aangehouden; Overwegende dat het hoogheemraadschap de voorgestelde grenswijzigingen heeft afgestemd met het Hoogheemraadschap van Delfland, alsmede met Rijkswaterstaat in diens hoedanigheid van wegbeheerder; Overwegende dat is geconstateerd dat de waterschapsgrenzen tussen het Hoogheemraadschap van Delfland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard niet overal goed op elkaar zijn aangesloten, dat het gaat om geringe onvolkomenheden, en dat het de voorkeur heeft om de grens van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard aan te sluiten op de grens van het Hoogheemraadschap van Delfland; Overwegende dat de provincie haar medewerking verleent aan de voorgestelde grenswijzigingen, nu er vanuit provinciaal oogpunt geen bezwaren bestaan; Overwegende dat voorts enkele kleine wijzigingen van ondergeschikte aard worden doorgevoerd in artikel 1 van het reglement van bestuur; Besluiten: Artikel I Het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: -In onderdeel c wordt het begrip ‘kunstwerken’ vervangen door ‘ondersteunende kunstwerken’. -In onderdeel d wordt het begrip ‘oppervlaktewaterlichaam’ vervangen door ‘oppervlaktewaterlichamen’. B. Artikel 3, tweede lid, komt te luiden: Deze taak omvat het beheer van watersystemen, de zuivering van stedelijk afvalwater op de voet van artikel 2.17 van de Omgevingswet en de zuivering van stedelijk afvalwater dat wordt afgevoerd op een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet dat wordt beheerd door of namens het waterschap, hieronder mede begrepen het stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheersgebied van een aangrenzende waterbeheerder en dat om doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringstechnisch werk dat in beheer is bij het waterschap. C. Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd: -Het vijfde lid komt als volgt te luiden: 5. De artikelen 116, 118, 119 en 120, eerste en achtste lid, en artikel 121, eerste, derde en vierde lid, van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing. -Aan het artikel wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 6.In afwijking van artikel 121, eerste lid, onderdeel d, van de Waterschapswet, wordt het tarief ter zake van gebouwde onroerende zaken gesteld op een vast percentage van de waarde. D. De bij het reglement behorende kaart waarop het beheergebied van het hoogheemraadschap is aangegeven, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt vervangen door de kaart bij dit besluit waarop het beheergebied van het hoogheemraadschap is aangegeven. Artikel II Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht per 1 januari 2026. Den Haag, 23 september 2026 Provinciale Staten van Zuid-Holland Griffier, drs. B.S.M. Sepers voorzitter, mr. A.W. Kolff Kaart behorende bij artikel I, onder D, van het Besluit wijziging Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2026 Kaart waarop het gebied van het hoogheemraadschap is aangegeven Toelichting behorende bij het Besluit wijziging Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2026 De wijzigingen in dit besluit hebben betrekking op de artikelen 1, 3 en 22, alsmede op de kaart die behoort bij het reglement van bestuur, waarop het beheergebied van het hoogheemraadschap is weergegeven. De voorgestelde wijzigingen worden hieronder nader toegelicht. A. Vervanging begrip ‘kunstwerken’ en ‘oppervlaktewaterlichaam’ In artikel 1 van het reglement van bestuur zijn begripsbepalingen opgenomen. In onderdeel c van dit artikel wordt het begrip ‘kunstwerken’ vervangen door ‘ondersteunende kunstwerken’. Deze wijziging is in lijn met de definitie van ‘waterstaatswerk’ en ‘watersysteem’ zoals opgenomen in de Omgevingswet. In de Omgevingswet wordt waterstaatswerk gedefinieerd als oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk, en wordt ‘watersysteem’ gedefinieerd als samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Met het begrip ondersteunend kunstwerk wordt uitgedrukt dat het gaat om kunstwerken die van belang zijn voor de taakuitoefening van het hoogheemraadschap. Daarnaast wordt in onderdeel d van artikel 1 een taalkundige verbetering doorgevoerd door het begrip ‘oppervlaktewaterlichaam’ te vervangen door de meervoudsvorm ‘oppervlaktewaterlichamen’. B. Wijziging omschrijving zuiveringstaak Per 1 januari 2026 is de Wet van 10 februari 2025 tot wijziging van de Waterschapswet, de Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met het versterken van de toepassing van het profijtbeginsel bij de watersysteemheffing, het geven van ruimte aan nieuwe ontwikkelingen en het oplossen van enkele knelpunten (Stb. 2025, nr. 63), in werking getreden. Deze wet wijzigt onder andere de kostentoedelingsmethode voor de watersysteemheffing en vergroot de mogelijkheden voor waterschappen om bij te dragen aan klimaatadaptatie, de energietransitie en de circulaire economie. Een van de wijzigingen die de wet doorvoert, betreft artikel 1 van de Waterschapswet. In dit artikel is de taakomschrijving van de waterschappen vastgelegd. In het tweede lid worden de twee hoofdtaken van het waterschap genoemd: het beheer van watersystemen en de zuivering van stedelijk afvalwater. Omdat de omvang van de zuiveringstaak op verschillende manieren werd geïnterpreteerd, heeft de wetgever dit verduidelijkt. De zuiveringstaak werd namelijk zodanig opgevat dat deze zich beperkte tot stedelijk afvalwater dat via het openbaar vuilwaterriool naar een zuiveringtechnisch werk wordt geleid. De wetgever is bij de wetswijziging uitgegaan van een ruimere interpretatie van de zuiveringstaak. Ook afvalwater dat via een aparte leiding of per as (vrachtwagen of tankwagen) op een zuiveringtechnisch werk wordt afgevoerd, evenals afvalwater dat wordt afgevoerd naar een systeem voor de individuele behandeling van afvalwater (hierna: IBA) in beheer bij het waterschap, valt onder de zuiveringstaak. In het tweede lid van artikel 1 Waterschapswet is toegevoegd dat ook de zuivering van stedelijk afvalwater dat wordt afgevoerd op een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet dat wordt beheerd door of namens het waterschap onder de zuiveringstaak valt. Dit artikel uit de Omgevingswet maakt het mogelijk dat in plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringstechnisch werk, andere passende systemen kunnen worden toegepast, mits hiermee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. Een dergelijk systeem kan bijvoorbeeld een IBA zijn. Artikel 3 van het reglement van bestuur legt de taken het hoogheemraadschap vast. Het tweede lid van dit artikel bevat de taakomschrijving zoals opgenomen in artikel 1, tweede lid, van de Waterschapswet. Daarbij is aanvullend bepaald dat onder de zuiveringstaak ook valt het stedelijk afvalwater uit het beheergebied van een aangrenzende waterbeheerder, dat om doelmatigheidsredenen op het zuiveringstechnisch werk van het hoogheemraadschap wordt gezuiverd. Als gevolg van de wetswijziging wordt de taakomschrijving in artikel 3, tweede lid, dienovereenkomstig aangepast. C. Wijziging begrenzing beheergebied Artikel 2 regelt de begrenzing van het beheergebied waarin het hoogheemraadschap zijn taken uitoefent en verwijst daarbij naar de kaart die behoort bij het reglement van bestuur, waarop het beheergebied van het hoogheemraadschap is weergegeven. De taken van het hoogheemraadschap worden nader gespecificeerd in artikel 3. Bij brief van 9 oktober 2025 heeft het hoogheemraadschap verzocht de begrenzing van het beheergebied aan te passen. Dit verzoek is tot stand gekomen in samenspraak met het Hoogheemraadschap van Delfland en Rijkswaterstaat in diens hoedanigheid als wegbeheerder. Voorgesteld wordt om de begrenzing op twee locaties aan te passen. De eerste grenswijziging heeft betrekking op een locatie langs de nieuwe rijksweg verlengde A16 bij vliegveld Rotterdam The Hague Airport. Door ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse, waaronder het enkele meters verplaatsen van het fietspad, bevindt de beheergrens zich in het midden van enkele watergangen. Dit heeft ertoe geleid dat beide hoogheemraadschappen op basis van de huidige beheergrens gezamenlijk beheerder zijn van de betreffende watergangen. Door de beheergrens te corrigeren (terug over het fietspad) komen de watergangen weer in beheer bij één hoogheemraadschap. De tweede voorgestelde grenswijziging betreft de kruising van de nieuwe rijksweg A16 met de provinciale weg N471. Door de aanleg van de rijksweg is de oude duiker van het Hoogheemraadschap van Delfland onder de N471, die voorheen de watergangen in de oksel van de opritten naar de rijksweg van water voorzag, onbruikbaar geworden. De watergangen aan de zuidzijde van de rijksweg worden momenteel vanuit het watersysteem van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van water worden voorzien. Met deze grenswijziging komen alle watergangen rondom de kruising van de rijksweg met de provinciale weg in beheer bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Dit heeft als voordeel dat het Hoogheemraadschap van Delfland geen investeringen hoeft te doen voor de vervanging van de oude duiker. De grenswijzigingen zorgen voor een duidelijkere en logischer positie van de beheergrens, aangezien de snelweg als een duidelijke, gemakkelijk te onderscheiden grens fungeert. Dit biedt praktische voordelen voor het beheer en onderhoud door beide hoogheemraadschappen. Aangezien het hier om relatief beperkte grenswijzigingen gaat, zijn deze weergegeven op de bijgevoegde detailkaarten bij dit besluit. De kaart bij het reglement waarop het beheergebied van het hoogheemraadschap is aangegeven wordt vervangen door een nieuwe versie. D. Kostentoedeling wegenheffing Artikel 122b, tweede lid, van de Waterschapswet bepaalt dat bij reglement van bestuur wordt bepaald aan welke regels de kostentoedeling ten aanzien van de wegenheffing moet voldoen. Hierbij kunnen de regels voor de kostentoedeling ten aanzien van de watersysteemheffing van overeenkomstige toepassing worden verklaard. In artikel 22 van het reglement van bestuur is hiervan gebruik gemaakt. In artikel 22, vijfde lid, wordt onder andere het bepaalde in artikel 120, vijfde lid, en 121 van de Waterschapswet van overeenkomstige toepassing verklaard op de kostentoedeling voor de wegenheffing. Artikel 120, vijfde lid, van de Waterschapswet bepaalde dat de kostentoedelingsverordening voor de watersysteemheffing ten minste eenmaal in de vijf jaar wordt herzien. Als gevolg van de wetswijziging is artikel 120 van de Waterschapswet met aantal artikelleden uitgebreid, waardoor de bepaling in het vijfde lid is vernummerd naar het achtste lid. Hierdoor is de verwijzing in artikel 22, vijfde lid, naar artikel 120, vijfde lid, niet meer correct. Daarom wordt in artikel 22, vijfde lid, de verwijzing naar artikel 120, vijfde lid, van de Waterschapswet vervangen door een verwijzing naar het achtste lid van dat artikel. Artikel 121 van de Waterschapswet is ook gewijzigd en bevat een regeling over de te hanteren heffingsmaatstaf en tariefbepaling voor de watersysteemheffing. Voor de categorie gebouwde onroerende zaken is in het eerste lid, onder d, en het tweede lid van dit artikel nieuw bepaald dat het hoogheemraadschap voor de watersysteemheffing een tariefdifferentiatie moet toepassen voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woningen dienen en onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woningen dienen. Dit vindt het hoogheemraadschap voor de wegenheffing niet wenselijk. Om te voorkomen dat de tariefdifferentiatie ook op de wegenheffing van toepassing is, wordt het bepaalde in artikel 121, eerste lid, onder d, en het tweede lid, van de Waterschapswet niet van toepassing verklaard. Voor de tariefbepaling ten aanzien van de wegenheffing wordt voor de categorie gebouwde onroerende zaken de oude situatie in stand gehouden, waarbij het tarief wordt gesteld op een vast percentage van de waarde van de betreffende onroerende zaak, ongeacht of het daarbij gaat om een woning of niet-woning. Den Haag, 23 september 2026 Provinciale Staten van Zuid-Holland Griffier, drs. B.S.M. Sepers voorzitter, mr. A.W. Kolff

Meer informatie