Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op6 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Noordoostpolder

Eerste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening De raad van de gemeente Noordoostpolder, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 juli 2026, No. 26.0001215 gelet op artikel 149 van Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de: Eerste wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Artikel I De Algemene plaatselijke verordening wijzigt als volgt: A.Artikel 1:1 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; Dit artikel wordt gewijzigd conform het VNG model. B.Artikel 2:2a wordt toegevoegd en luidt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging nvt 1.Het is verboden om via digitale middelen, onder andere via internet, virtuele ruimtes en sociale media, uitingen te doen, te delen en/of in stand te laten, die kunnen leiden tot een fysieke verstoring van de openbare orde binnen het grondgebied van de gemeente Noordoostpolder, dan wel tot het ontstaan van een ernstige vrees daarvoor. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht is het beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms verboden om uitingen, als bedoeld in het eerste lid, die via hun communicatiedienst worden gedaan: a.te delen of verder te (laten) verspreiden; b.in stand te laten; of c.online toegankelijk en/of zichtbaar te houden. 3.Beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms zijn verplicht om, op last van de burgemeester, uitingen als bedoeld in het eerste lid, te blokkeren, te verwijderen en verwijderd te houden, al dan niet via hun eigen notice-and-takedown procedures. Het voorstel om dit artikel toe te voegen is gedaan door het RIEC. Het RIEC heeft gekeken naar de handhaafbaarheid van onze Apv en hoe we ondermijning beter kunnen aanpakken. Met dit artikel kunnen we orde verstoring die door digitale middelen tot stand is gekomen aanpakken. C.Artikel 2:24 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 2:24 Definities 1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a.bioscoop- en theatervoorstellingen; b.markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c.kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d.het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f.activiteiten als bedoeld in artikel 2:39; g.sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2.Onder evenement wordt mede verstaan: a.een herdenkingsplechtigheid; b.een braderie; c.een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d.een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e.een straatfeest of buurtbarbecue; f.een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 3.Bij de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.Regulier evenement: Evenement waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-hulpdiensten niet noodzakelijk worden geacht naar oordeel van die hulpdiensten en gelet op de interventiecapaciteit van de organisator van dat evenement bij een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid. b.Aandachtevenement: Evenement waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-hulpdiensten voorstelbaar worden geacht naar oordeel van die hulpdiensten en gelet op de interventiecapaciteit van de organisator van dat evenement bij een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid. c.Risicovol evenement: Evenement waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-hulpdiensten noodzakelijk worden geacht naar oordeel van die hulpdiensten en gelet op de interventiecapaciteit van de organisator van dat evenement bij een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid. Artikel 2:24 Definities 1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a.bioscoop- en theatervoorstellingen; b.markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c.kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d.het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f.activiteiten als bedoeld in artikel 2:39; g.sportwedstrijden binnen de reguliere competitie of binnen de eigen vereniging die plaatsvinden op sportterreinen, in sporthallen of sportzalen, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2.Onder evenement wordt mede verstaan: a.een herdenkingsplechtigheid; b.een braderie; c.een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d.een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt voorzien door artikel 10 jo. artikel 148 Wegenverkeerswet 1994. e.een straatfeest of buurtbarbecue; f.een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 3.Bij de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.Regulier evenement: Evenement waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-hulpdiensten niet noodzakelijk worden geacht naar oordeel van die hulpdiensten en gelet op de interventiecapaciteit van de organisator van dat evenement bij een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid. b.Aandachtevenement: Evenement waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-hulpdiensten voorstelbaar worden geacht naar oordeel van die hulpdiensten en gelet op de interventiecapaciteit van de organisator van dat evenement bij een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid. c. Risicovol evenement: Evenement waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meer OOV-hulpdiensten noodzakelijk worden geacht naar oordeel van die hulpdiensten en gelet op de interventiecapaciteit van de organisator van dat evenement bij een (dreigende) aantasting van de openbare orde en veiligheid. Concretisering van eerste lid onder g. Waarin sportwedstrijden uitgezonderd worden van de vergunningsplicht. Het gaat hier om sportwedstrijden binnen de reguliere competitie of binnen de eigen vereniging. Evenementen zoals de Fish Potatorun en de Schoklandloop zijn wel vergunningsplichtige evenementen. D.Artikel 2:28 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een openbare inrichting te exploiteren. 2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a.de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b.de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a.winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b.zorginstelling; c.museum; of d.bedrijfskantine of – restaurant. 5.De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a.zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, of b.de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. c.Vervallen. 6.De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a. 7.Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid. Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een openbare inrichting te exploiteren. 2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a.de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b.de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a.winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b.zorginstelling; c.museum; of d.bedrijfskantine of – restaurant. 5.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid. Lid 5 en 6 geschrapt. De vrijstelling wordt niet toegepast. Voor iedere openbare inrichting is het wenselijk dat er een exploitatievergunning wordt aangevraagd en het daarbij behorende Bibob-onderzoek wordt doorlopen. E.Artikel 2:65 wordt toegevoegd en luidt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging nvt Artikel 2:65 Bedelen 1.Het is verboden om binnen de bebouwde kom op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw, te bedelen om geld of andere zaken, indien daarbij sprake is van hinderlijk of opdringerig gedrag. Opgenomen op verzoek van de Boa's en Politie. Door het toevoegen van dit artikel kan er gehandhaafd worden bij overlast. De bepaling is in lijn met Europese jurisprudentie. Alleen agressief en opdringerig bedelen kan via een verbodsbepaling worden bestreden. F.Artikel 2:74 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen of substanties als bedoeld in artikel 2, 2a of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Dit artikel wordt gewijzigd conform het VNG model naar aanleiding van de wijziging van de Opiumwet (designerdrugs). G.Artikel 2:74a wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben. Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Dit artikel wordt gewijzigd conform het VNG model naar aanleiding van de wijziging van de Opiumwet (designerdrugs). Artikel II Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 september 2026. De griffier, De voorzitter,

Meer informatie