Participatieverordening gemeente Bladel 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op6 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Bladel

Participatieverordening gemeente Bladel 2026 De raad van de gemeente Bladel; gelezen het voorstel R26.040 van burgemeester en wethouders van 28 juli 2026; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit; overwegende dat het noodzakelijk is een verordening omtrent participatie vast te stellen; besluit: De ‘Participatieverordening gemeente Bladel 2026’. Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: -beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren; -bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester; -college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel; -inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet; -inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet; -inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid; -maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, sociale ondernemingen en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente; -ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten; -overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen; -participatie: de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonersparticipatie en overheidsparticipatie begrepen. -uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Hoofdstuk 2 - Kaders en uitgangspunten Artikel 2. Doelstelling Het doel van deze verordening is: a.duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is; b.de samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken; c.de kwaliteit van lokale democratische processen te optimaliseren; d.de samenhang binnen de gemeente te versterken. Artikel 3. Reikwijdte 1.Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of participatie wordt toegepast en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht.2.Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.3.Er vindt geen participatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als: a.het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat; b.participatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; c.de uitkomst van de participatie of de toepassing van het uitdaagrecht vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; d.de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; e.sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; f.het om interne (organisatorische) aangelegenheden van de gemeente gaat; g.het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat. Hoofdstuk 3 – Inwonersparticipatie Artikel 4. Plan voor inwonersparticipatie 1.Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde ‘Participatiebeleid gemeente Bladel 2026’ een plan op waarin de keuze wordt toegelicht of wel of geen participatie wordt toegepast. Wanneer voor participatie wordt gekozen wordt in het plan conform het beleid het in te zetten participatieproces toegelicht.2.De toelichting op het participatieproces bevat in elk geval: a.een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt; b.informatie over het doel, het proces en de planning van de inwonersparticipatie; en c.informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid. 3.Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud. Artikel 5. Inspraak Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt. Artikel 6. Eindverslag inwonersparticipatie 1.Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag van de inwonersparticipatie op.2.Het eindverslag bevat in elk geval: a.een beschrijving van het proces dat is gevolgd; b.de uitkomsten van het proces en de argumenten die naar voren zijn gebracht; c.een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten waarbij is aangegeven of en hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en d.een evaluatie van het proces dat is gevolgd. 3.Als het college op grond van artikel 4, derde lid (plan voor inwonersparticipatie) het plan voor de inwonersparticipatie heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud. Hoofdstuk 4 – Overheidsparticipatie en uitdaagrecht Artikel 7. Verzoek om overheidsparticipatie of toepassing uitdaagrecht 1.Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om overheidsparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht indienen.2.Het verzoek bevat: a.een omschrijving van de gewenste overheidsparticipatie of van de taak die de indiener voor ogen heeft; b.de reden dat de indiener het verzoek indient; en c.het resultaat dat de indiener beoogt. 3.De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan: a.wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is; b.welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; c.hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen. 4.De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.5.Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 8. Beoordeling verzoek om overheidsparticipatie of toepassing uitdaagrecht 1.Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.2.Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.3.Onverminderd artikel 3, derde lid (reikwijdte), wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a.het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen overheidsparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht verzet; b.het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; c.het verzoek niet voldoet aan de in artikel 7 tweede en derde lid (verzoek toepassing uitdaagrecht), gestelde eisen. 4.Het bestuursorgaan kan een verzoek om overheidsparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht afwijzen als: a.het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met overheidsparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; b.als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt. 5.Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn verdagen.6.Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek. Artikel 9. Uitvoering overheidsparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a.het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie of uitvoering van de taak; b.het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie of uitvoering van de taak; c.het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de overheidsparticipatie of uitvoering van de taak; d.de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie of uitvoering van de taak; e.de evaluatie van de overheidsparticipatie of uitvoering van de taak. Hoofdstuk 5 – Slotbepalingen Artikel 10. Nadere regels college Het college kan over participatie nadere regels vaststellen. Artikel 11. Hardheidsclausule Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt. Artikel 12. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1.Artikel 6.8 ‘Onderwerpen van inspraak’ in de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving Bladel 2024’ wordt ingetrokken.2.De ‘Verordening burgerinitiatief gemeente Bladel’ van 01-01-2004 wordt ingetrokken.3.Voorgaande artikel en verordening blijven van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een participatieprocedure, burgerinitiatief of inspraakprocedure op grond van dat artikel of die verordening was gestart. Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.2.Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Bladel, 2026. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 24 september 2026 . De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter,

Meer informatie