Verkeersmaatregel Hazendansplein
Verkeersmaatregel Hazendansplein Ruimte / Mobiliteit / 2026-2724838 Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het doortrekken van de fietsstrook aan het Hazendansplein. Overwegingen Het Hazendansplein is gelegen binnen de bebouwde kom van Maastricht en betreft een gebiedsontsluitingsweg die in beheer is bij de gemeente Maastricht. Het Hazendansplein vervult een gebiedsontsluitende functie en heeft daarmee een belangrijke functie voor de afwikkeling van het verkeer in de omgeving. Langs het Hazendansplein is een fietsstrook aanwezig. Deze fietsstrook loopt in de huidige situatie niet door tot aan de aansluiting van het Hazendansplein op de Hazendanslaan. Tussen het einde van de bestaande fietsstrook en de kruising met de Hazendanslaan bevindt zich daardoor een gedeelte van de rijbaan dat door voertuigen wordt gebruikt om te parkeren. Het parkeren van voertuigen op dit gedeelte van de rijbaan beperkt de beschikbare ruimte voor het overige verkeer. Dit doet zich met name voor bij het naderen en oprijden van de kruising met de Hazendanslaan. Door de aanwezigheid van geparkeerde voertuigen kan onvoldoende ruimte beschikbaar zijn om de benodigde rijbeweging op een veilige en vloeiende wijze uit te voeren. Bestuurders kunnen hierdoor genoodzaakt worden hun rijlijn aan te passen of aanvullende manoeuvres uit te voeren. Het uitvoeren van dergelijke manoeuvres ter hoogte van een kruising is vanuit verkeersveiligheidsoogpunt ongewenst. Ter hoogte van een kruising komen verschillende verkeersstromen samen en is het van belang dat bestuurders voldoende ruimte hebben om hun voertuig op een voorspelbare en veilige wijze te positioneren en hun aandacht op het overige verkeer te richten. Daarnaast kunnen geparkeerde voertuigen in de nabijheid van de kruising de overzichtelijkheid van de verkeerssituatie beperken. Het wordt daarom uit oogpunt van verkeersveiligheid en een goede bruikbaarheid van de weg wenselijk geacht om het betreffende gedeelte van de rijbaan vrij te houden van geparkeerde voertuigen. Door de bestaande fietsstrook door te trekken tot aan de kruising met de Hazendanslaan wordt de voor het fietsverkeer bestemde ruimte duidelijker afgebakend en wordt tevens voorkomen dat dit gedeelte van de rijbaan voor parkeren wordt gebruikt. Het doortrekken van de fietsstrook zorgt daarnaast voor een herkenbare en zoveel mogelijk continue fietsvoorziening richting de kruising met de Hazendanslaan. Fietsers behouden hierdoor bij het naderen van de kruising een duidelijke en herkenbare positie op de rijbaan. Tevens wordt de beschikbare ruimte ter hoogte van de kruising zodanig ingericht dat geparkeerde voertuigen de noodzakelijke manoeuvreerruimte voor het verkeer niet langer beperken. Met het treffen van deze maatregel wordt beoogd de verkeerssituatie ter hoogte van de aansluiting van het Hazendansplein op de Hazendanslaan overzichtelijker en veiliger te maken. De maatregel draagt bij aan een herkenbare positie van het fietsverkeer en aan een betere bruikbaarheid van de rijbaan voor het overige verkeer. Gelet op het vorenstaande wordt het, uit oogpunt van het verzekeren van de veiligheid op de weg, het beschermen van weggebruikers en passagiers en het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer, noodzakelijk geacht om de bestaande fietsstrook op het Hazendansplein door te trekken tot aan de aansluiting met de Hazendanslaan en het betreffende gedeelte van de rijbaan daarmee vrij te houden van geparkeerde voertuigen. Belangenafweging De maatregel draagt bij aan het voorkomen van situaties waarbij geparkeerde voertuigen gedeeltelijk op de rijbaan staan en daarmee de beschikbare ruimte voor het overige verkeer beperken waarmee zowel de verkeersveiligheid als een veilige en doelmatige afwikkeling van het verkeer op het Hazendansplein wordt bevorderd. De maatregel wordt genomen met het oog op de in artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 voor het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers. Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht. BESLUITEN: 1.een fietsstrook langs de westzijde van het Hazendansplein aan te brengen van Hazendansplein 14 tot de kruising met de Hazendanslaan door het aanbrengen van een onderbroken streep en het toepassen van een fietssymbolen zoals bedoeld in artikel van het RVV 1990; Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden 2.de borden B6 uit bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 om een voorrangsregeling in te stellen waarbij bestuurders komende van de Hazendansplein voorrang moeten verlenen aan bestuurders op de Hazendanslaan-Hazendansplein; 3.de borden B6 uit bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 om een voorrangsregeling in te stellen waarbij bestuurders komende van de Hazendansplein voorrang moeten verlenen aan bestuurders op de ‘s Herenelderenlaan-Hazendansplein; 4.de borden C2, C3 en C4 uit bijlage I van het RVV 1990 en onderborden OB07 om in de Hazendansplein eenrichtingsverkeer in te stellen waarbij de rijrichting tegen de klok in wordt aangewezen en de doorgang voor bestuurders van motorvoertuigen in de richting met de klok mee wordt gesloten. Gelet op: •artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2023” is gemandateerd aan de teammanager Mobiliteit; •artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd; •artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken; •artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit; •artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht; •artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps. Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht, Wethouder Noteborn, voor deze, E. Westbroek Teammanager Mobiliteit (Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend) Maastricht, 6 oktober 2026 Bezwaar en voorlopige voorziening Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend. U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen. Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken. U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:. de naam en het adres van de indiener;. de dagtekening;. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;. de gronden van het bezwaar. Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw e-mailadres te vermelden. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht. Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond. Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling. U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. Bijlage
Meer informatie