Protocol ‘Normoverschrijdend gedrag tegen politieke ambtsdragers’

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op6 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Beuningen

Protocol ‘Normoverschrijdend gedrag tegen politieke ambtsdragers’ De raad van de gemeente Beuningen; B E S L U I T om het volgende protocol vast te stellen: Normoverschrijdend gedrag tegen politieke ambtsdragers. 1 Inleiding en norm Voor democratisch gekozen politieke ambtsdragers is het belangrijk dat zij gemakkelijk benaderbaar zijn, open in de samenleving kunnen staan, het politieke debat vrij kunnen voeren, publieke taken vrij van dwang en drang kunnen uitoefenen en dat besluiten zonder druk kunnen worden genomen. Zij kunnen worden geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag van inwoners: uitschelden, beledigen, persoonlijke bedreiging of bedreiging aan het adres van familie, langdurig stalken, fysieke agressie en in extreme gevallen bijvoorbeeld gijzeling. Grensoverschrijdend gedrag kan de besluitvorming beïnvloeden en raakt dan aan de integriteit van de besluitvorming. De mentale belasting die wordt veroorzaakt door dreiging en agressie, kan daarnaast een grote impact hebben op degene die het overkomt en op zijn of haar omgeving. Ervaring met agressie kan leiden tot vermindering van het plezier in het uitoefenen van de functie, minder goed functioneren of ziekteverzuim. Politieke ambtsdragers vervullen hun publieke taken per definitie in de openbaarheid; de manier waarop zij omgaan met agressie heeft zodoende altijd een voorbeeldfunctie. Grensoverschrijdend gedrag is een verzamelterm voor alle vormen van gedrag waarbij de ene persoon de grenzen van de andere persoon niet respecteert: fysiek, verbaal of non-verbaal. Dat ervaart iemand dan als bedreigend, vernederend of intimiderend. In principe is de persoonlijke grens leidend; gedrag is grensoverschrijdend als iemand dat zo ervaart. Normoverschrijdend gedrag, daarentegen, verwijst naar het overtreden van algemeen aanvaarde sociale, morele of wettelijke regels. Bijvoorbeeld wanneer het gedrag de grenzen overgaat die zijn vastgelegd in de organisatie, zoals in de huisregels van de gemeente. Dit maakt normoverschrijdend gedrag beter meetbaar dan grensoverschrijdend gedrag, wat het makkelijker maakt om het te herkennen en eventuele maatregelen te nemen. Om goed op te kunnen treden tegen bepaald ongewenst gedrag, dient er dus een gezamenlijke norm gesteld te worden. Dan is voor iedereen duidelijk welk gedrag er niet geaccepteerd wordt en kan ook gereageerd worden op gedrag dat deze norm overschrijdt. Daartoe dient dit protocol. Norm: In onze gemeente vinden we het belangrijk dat inwoners hun mening kunnen uiten. Emoties mogen er zijn, maar agressief gedrag, in welke vorm dan ook, tegen politieke ambtsdragers en/of zijn/haar directe omgeving is onacceptabel en wordt niet getolereerd. 2. Afbakening Met politieke ambtsdragers worden alle raadsleden en commissieleden, wethouders en de burgemeester bedoeld. Onder emotioneel gedrag wordt verstaan dat een inwoner op een emotionele manier begrip vraagt voor zijn persoonlijke situatie, kritiek geeft op de regels of op het beleid van de gemeente of bijvoorbeeld boos is over een beslissing van de gemeente. Emotioneel gedrag is van korte duur en laat zich corrigeren. Voor dergelijk gedrag kan (enig) begrip worden getoond. Emotioneel gedrag is niet verboden, boosheid is niet direct normoverschrijdend. Wanneer boosheid echter doorslaat in agressief gedrag, is dit normoverschrijdend. Agressief gedrag kan zich uiten in: • (Non-)verbale agressie Voorbeelden zijn treiteren, uitlokken, grof zijn, schelden, belachelijk maken en beledigen. • Bedreiging en intimidatie Voorbeelden zijn dreigen met geweld, intimideren, seksuele intimidatie, belaging/stalking. • (Poging tot) vernieling Voorbeelden zijn het vernielen/poging doen tot het vernielen van persoonlijke bezittingen, inventaris of gebouw. • Fysiek geweld Voorbeelden zijn spugen, beetpakken, trekken, slaan, schoppen, vernielen en voorwerpen gooien. 3. Weerbaarheid en preventie 3.1 Dialoog en training •Bij de start van een nieuwe raads- en collegeperiode wordt in een bijeenkomst met politieke ambtsdragers stilgestaan bij weerbaarheid en agressie. Tijdens deze training worden verschillende typen agressie geduid en wordt het handelingskader bij normoverschrijdend gedrag toegelicht. •Bij de start van een nieuwe raadsperiode worden gesprekken gevoerd met alle raadsleden door de burgemeester en de griffier, onder andere over wat te doen bij normoverschrijdend gedrag (agressie, bedreiging, intimidatie). Ook met de wethouders wordt bij aanvang van een nieuwe collegeperiode hierover het gesprek aangegaan. •Zowel decentrale bestuurders (wethouders en burgemeester) als volksvertegenwoordigers (raadsleden) kunnen kosteloos een veiligheidsscan aanvragen bij het CCV (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid). Deze scan richt zich op de weerbaarheid binnen de drie veiligheidsdomeinen: wonen, informatie (digitaal) en verplaatsen. Bij de veiligheidsscan voor bestuurders wordt er ook gekeken naar de werkplek. •Voor het bevorderen van de weerbaarheid en integriteit van politieke partijen adviseert de gemeente om een risicoanalyse uit te voeren voor (kandidaat-)raadsleden. De risicoanalyse kan uitgevoerd worden volgens de meest recente handreiking van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Deze risicoanalyse komt voort uit het Gelders Akkoord. Dit akkoord is opgesteld zodat alle Gelderse gemeenten een basisniveau hanteren in het kader van weerbaarheid tegen ondermijning. 3.2 Organisatorische maatregelen •Het advies aan raadsleden en commissieleden is om gesprekken met derden (zoals een inwoner) in een openbare ruimte te voeren, zodat er sprake is van enige sociale controle. Bij gesprekken op het gemeentehuis is het advies om nooit alleen het gesprek te voeren, maar altijd samen met een mede-raads- of commissielid. •Als politieke ambtsdragers tijdens kantoortijden een gesprek met een inwoner voeren in het gemeentehuis en mogelijk problemen verwachten en/of dit nodig achten of zich daar prettiger bij voelen, doen ze dat in de beveiligde zone, bijvoorbeeld in een spreekkamer met alarmknop. Op die manier kan waar nodig een beroep worden gedaan op de binnen de organisatie aanwezige beveiliging of het interne interventieteam. •Als vooraf duidelijk is dat een risico-gesprek moet worden gevoerd, dan wordt bijstand door beveiliger of interventieteam preventief ingeschakeld. Ook kan worden gekozen om een tweede persoon vanuit de organisatie aan het gesprek te laten deelnemen. •Er wordt doorlopend gemonitord of er sprake is van onrust binnen (groepen in) de Beuningse samenleving. Concreet houdt dit in dat de afdeling Communicatie, team Veiligheid en de griffie in de gaten houden wat er online en op straat rondgaat. Mocht het zo zijn dat er onrust is die effect kan hebben op bijeenkomsten van de raad (raads- en commissievergaderingen en informatiebijeenkomsten) of op individuele raads- of commissieleden, dan vindt er overleg plaats met de griffier. Op basis van de ernst van de signalen worden organisatorische maatregelen getroffen (bijvoorbeeld beveiliging). 4. Handelingsprocedure tijdens een incident 4.1 Individueel incident •Als een gesprek plaatsvindt in het gemeentehuis en er sprake is van normoverschrijdend gedrag, wordt het gesprek beëindigd en verzoekt/sommeert de politieke ambtsdrager de inwoner het pand te verlaten. Weigert de inwoner, dan wordt er tijdens kantoortijden indien mogelijk gealarmeerd via de alarmknop. Op deze manier wordt de beveiliging of het interne interventieteam ingeschakeld. Wanneer er geen alarmknop aanwezig is, kan persoonlijk geschakeld worden met de beveiliging of het interventieteam. •Zijn deze voorzieningen er niet, of vindt het gesprek buiten kantoortijden of buiten het gemeentehuis plaats dan belt de politieke ambtsdrager in geval van nood altijd 112 en geeft aan waar hij/zij zich bevindt en (indien mogelijk) wat de situatie is. De eigen veiligheid staat altijd voorop. Geef, tot het arriveren van de politie, de agressor zijn zin en laat dit uit houding en gedrag blijken. Blijf kalm en provoceer niet. 4.2 Incident tijdens een bijeenkomst van (een commissie van) de raad De te nemen stappen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van de burgemeester en of er van tevoren al organisatorische maatregelen (zoals beveiliging) zijn getroffen. In alle gevallen is de voorzitter van (een commissie van) de raad de aangewezen persoon om te reageren op een ordeverstoring. 1.Wanneer de verstoring wordt ervaren door een raads- of commissielid (niet zijnde de voorzitter) en het raads- of commissielid deelt dit mede, grijpt de voorzitter direct in en schorst de vergadering. De voorzitter benoemt dat het verstoren van de vergadering strafbaar is en dat de verstorende gedraging onmiddellijk beëindigd moet worden en gaat daarna over naar stap 3. Als de verstoring (ook) wordt gemerkt door de voorzitter zelf, dan gaat hij/zij over naar stap 2. 2.Het is vervolgens aan de voorzitter om te oordelen of het een vreedzame, relatief rustige verstoring betreft of een agressieve verstoring. a.Als het een vreedzame/rustige verstoring betreft, kan de voorzitter, indien de situatie dit toelaat, de verstoorder(s) kort de ruimte geven om zich te uiten. Als de situatie dit niet toelaat, geeft de voorzitter de verstoorder(s) enkel een waarschuwing. b.Als het een agressieve verstoring betreft, benoemt de voorzitter dat het verstoren van de vergadering strafbaar is en dat de verstorende gedraging onmiddellijk beëindigd moet worden. 3.Als de verstoring wordt gestaakt, kan de voorzitter de vergadering hervatten. Als de verstoring niet wordt gestaakt, schorst de voorzitter de vergadering en verzoekt, indien nodig, de raads- en/of commissieleden om de raadzaal te verlaten. De voorzitter vordert de verstoorder(s) vervolgens te vertrekken. 4.Als de verstoorder(s) het pand verlaat, vraagt de voorzitter de raads- en/of commissieleden om de raadzaal weer te betreden en hervat de voorzitter de vergadering. Als dit niet het geval is, legt de griffier contact met de bode en deze schakelt de beveiliging in (afhankelijk van of er beveiliging aanwezig is). De beveiliging verwijdert de verstoorder(s). In het geval het gaat om een groep demonstranten, neemt de burgemeester (bij aanwezigheid) een beëindigingsbesluit. De griffier legt dan ook contact met de bode die de beveiliging inschakelt. Als de burgemeester niet aanwezig is, kondigt de voorzitter aan dat de beveiliging/politie eraan komt om de demonstranten te verwijderen. 5.Nadat de verstoorder(s) is/zijn verwijderd, worden de raads- en /of commissieleden gevraagd om de raadzaal weer te betreden (als zij de raadzaal hadden verlaten). De voorzitter peilt hoe het met de raads- en/of commissieleden gaat. Wanneer iedereen oké is, hervat de voorzitter de vergadering. Als niet iedereen oké is, wordt de vergadering niet meer heropend en wordt er gezocht naar een nieuwe datum waarop de vergadering wordt voortgezet. 5. Handelingsprocedure na een incident 5.1 Melden 5.1.1 Individueel incident Normoverschrijdend gedrag wordt altijd eerst intern gemeld. •Raadsleden en commissieleden melden incidenten bij de griffier. De griffier stelt de burgemeester en de beleidsadviseur veiligheid en openbare orde op de hoogte. •Wethouders melden incidenten bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris stelt de burgemeester en de beleidsadviseur veiligheid en openbare orde op de hoogte. •De burgemeester meldt een incident bij de gemeentesecretaris. De griffier en de beleidsadviseur veiligheid en openbare orde worden hiervan direct op de hoogte gebracht. •Naast ‘real life’ incidenten, kan er ook sprake zijn van een online incident. Zie voor meer informatie paragraaf 6 Online incident. •Ook als een politiek ambtsdrager twijfelt of er sprake is van normoverschrijdend gedrag, is het altijd mogelijk contact op te nemen met de gemeentesecretaris, de griffier en/of de burgemeester. Tijdens het contact wordt bepaald of er vervolgstappen nodig zijn en zo ja, welke. Alle meldingen worden door de griffier, gemeentesecretaris en/of de beleidsadviseur veiligheid en openbare orde geregistreerd. De griffier respectievelijk de gemeentesecretaris bepalen in samenspraak met de beleidsadviseur veiligheid en openbare orde wie toegang heeft tot de melding. De resultaten van de registratie van incidenten worden zonder vermelding van persoonsgegevens meegenomen in het sociaal jaarverslag. 5.2 Afhandeling 5.2.1 Individueel incident Na het doen van een melding wordt besproken welke maatregel tegen de veroorzaker wordt genomen. De beleidsadviseur veiligheid en openbare orde geeft advies en ondersteuning. In het algemeen zijn de volgende maatregelen mogelijk (niet per se in deze volgorde): •De persoon mondeling of schriftelijk (door middel van een waarschuwingsbrief) waarschuwen; •De persoon oproepen voor een stopgesprek met een daartoe aangewezen •vertegenwoordiger van de gemeente over het normoverschrijdend gedrag; •(Tijdelijk) de dienstverlening beperken (in hoeverre dit mogelijk is) of (tijdelijk) de toegang ontzeggen tot de gemeentelijke gebouwen. Politieke ambtsdragers zijn altijd bevoegd een inwoner te verzoeken en/of op te dragen een gebouw te verlaten. De schriftelijke ontzegging voor een bepaalde tijd is een besluit van de burgemeester, het college van B&W, de gemeentesecretaris of leden van het managementteam. Als hier geen gevolg aan wordt gegeven dan wordt de politie eveneens direct in kennis gesteld en is er sprake van een strafbaar feit (waaronder huisvredebreuk) waarvan aangifte zal worden gedaan; •Het voorval melden bij de politie (als het gedrag niet strafbaar is, maar wel normoverschrijdend, kan melding worden gedaan bij de politie, zodat het incident in ieder geval bekend is bij de politie); •Aangifte doen bij de politie. De griffier kan anoniem aangifte doen namens een raads- of commissielid. Belangrijk: bij vervolging wordt de naam van het raads- of commissielid wel bekend. Zie voor meer informatie paragraaf 5.4 Aangifte doen en schade verhalen; •Er wordt afstemming gezocht met politie of het mogelijk is om een afspraak op locatie of persoon te maken. •De burgemeester informeert, waar dat passend is, Openbaar Ministerie (hierna: OM) en politie en bespreekt incidenten in het overleg binnen de driehoek. Bij het bepalen van de maatregel wordt meegenomen of er sprake is van een eerste of herhaald incident, zowel gericht tegen politieke ambtsdragers, als tegen ambtenaren van de gemeente. 5.3 Opvang en nazorg 5.3.1 Individueel incident Naast het regelen van praktische zaken is met name de emotionele ondersteuning van politieke ambtsdragers (en hun families) van groot belang voor het behoud van persoonlijk welzijn en voor adequaat functioneren in de toekomst. De impact van een incident kan groot zijn en daarom wordt altijd opvang en nazorg aangeboden. Er zijn verschillende mogelijkheden voor ondersteuning: •Burgemeester en gemeentesecretaris verlenen opvang en nazorg aan de wethouders en burgemeester en de griffier aan de raadsleden en commissieleden. •Afhankelijk van de aard van het incident kan er ook voor gekozen worden om het ambassadeursnetwerk van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (raadsleden voor raadsleden) een rol te geven in de emotionele ondersteuning. •Er kan gebruik worden gemaakt van Slachtofferhulp, via 0900 0101. •Ook de Vertrouwenslijn is voor politieke ambtsdragers een (vertrouwelijk) kanaal voor advies en een luisterend oor. Deze helpt bestuurders met nazorg na vormen van ongewenst gedrag, zoals bedreiging, intimidatie en geweld. De Vertrouwenslijn is opgericht in opdracht van het Ministerie van BZK om politieke ambtsdragers bij te staan en te adviseren. Er kan anoniem worden gebeld naar de Vertrouwenslijn op 0800 2800 200 (zeven dagen per week van 10.00 tot 17.00 uur). Voor persoonlijke of zakelijke vragen kan er contact worden opgenomen via de kantoorlijn op 088 5543 218. •Indien uitgebreidere externe hulp nodig is, is dat bespreekbaar. De precieze nazorg is afhankelijk van waar behoefte aan is bij de betreffende persoon. Mocht hier behoefte aan zijn, kunnen er in de periode na het incident verschillende gesprekken gevoerd worden. Hieronder wordt geschetst hoe deze gesprekken ingevuld kunnen worden. Het kan ook dat de betreffende persoon aan één gesprek genoeg heeft of überhaupt geen behoefte heeft aan een gesprek. Het is aan de griffier (in geval van raadsleden en commissieleden) en de gemeentesecretaris (in geval van wethouders en burgemeester) om de behoefte te peilen en deze gesprekken te organiseren. Het kan ook voorkomen dat iemand na een wat langere periode behoefte heeft aan nazorg. Ook dan kan nazorg worden geboden. Eerste gesprek (binnen 24 uur) Direct na een agressie-incident gaat het erom de veiligheid te herstellen en steun te bieden aan de betrokkene(n). Het eerste gesprek heeft als doelen: veiligheid, emotionele ondersteuning en praktische hulp bieden, informatie geven over het verwerkingsproces en vervolgafspraken maken. Het is vooral belangrijk om betrokkene het verhaal te laten vertellen en te onderzoeken waar hij of zij behoefte aan heeft. Wellicht moeten er (praktische) zaken worden geregeld (informeren thuisfront, aangifte doen, schade e.d.). Tweede gesprek (binnen drie dagen na het incident) Het doel van dit gesprek is net als bij het eerste gesprek het bieden van een luisterend oor en steun (emotioneel en praktisch). Daarnaast is het belangrijk dat samen met de betrokkene het verloop van de afgelopen dagen in kaart wordt gebracht en zodoende meer informatie wordt verkregen over het verwerkingsproces. Derde gesprek (na 4 - 6 weken (of eerder voor zover nodig)) Naast emotionele ondersteuning, gaat het tijdens het derde gesprek om de terugblik op de gebeurtenis en de periode daarna. Het is belangrijk om stil te staan bij eventuele veranderingen in de kijk op het ambt en het functioneren daarbinnen, het privéleven en persoonlijke beleving. Bij signalen van stagnatie in het verwerkingsproces wordt de betrokkene zo nodig doorverwezen naar professionele hulpverlening. De gemeente vergoedt uitsluitend de redelijkerwijs noodzakelijke kosten van deze hulpverlening, voor zover deze niet door de zorgverzekeraar of een andere voorziening worden gedekt, en uitsluitend voor zover de vergoeding vooraf door de gemeente is goedgekeurd. 5.3.2 Incident tijdens een bijeenkomst van (een commissie van) de raad •De raadzaal wordt, indien hier behoefte aan is, na de vergadering nog een tijd ter beschikking gesteld om na te praten. •Ergens in de dagen na het incident wordt er een bijeenkomst georganiseerd waar betrokkenen met elkaar na kunnen praten en hun ervaringen kunnen delen. •Het kan per persoon erg verschillen hoe veel impact het incident heeft gemaakt. Het is belangrijk dat de politieke ambtsdrager het aangeeft (bij de gemeentesecretaris of de griffier) wanneer hij/zij behoefte heeft aan meer nazorg. 5.4 Aangifte doen en schade verhalen 5.4.1 Individueel incident •Als sprake is van strafbare feiten, doet de gemeente daarvan, met instemming van de getroffen ambtsdrager, aangifte. De gemeente staat zo voor haar ambtsdragers en ontlast deze ook. De griffier of burgemeester kan anoniem aangifte doen namens een raads- of commissielid. De gemeentesecretaris kan anoniem aangifte doen namens een wethouder of burgemeester. Bij de aangifte wordt het adres van de gemeente als domicilieadres opgegeven zodat het privéadres van betrokkene geheim blijft. Wanneer een incident bij iemand thuis heeft plaatsgevonden, moet wel het eigen adres worden opgegeven bij de aangifte. •Politie en OM geven agressie en geweld tegen politieke ambtsdragers hoge prioriteit. •De getroffen politieke ambtsdrager verleent als benadeelde volledige medewerking aan het politieonderzoek. •Het OM wordt, voor zover nog niet betrokken in een eerdere fase, door de politie of de burgemeester op de hoogte gesteld bij een dreigingsmelding en/of een aangifte. •Bij een acute, ernstige dreiging tegen een persoon ligt de verantwoordelijkheid voor de beslissing over het treffen van beveiligingsmaatregelen, in het kader van de strafrechtelijke handhaving en het bewaken en beveiligen, bij de Hoofdofficier van Justitie en doet de politie voorstellen over de te nemen maatregelen. •Als de burgemeester zelf onderwerp is van acute, ernstige dreiging, blijft de Hoofdofficier van Justitie verantwoordelijk en kan worden overlegd met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Als de burgemeester slachtoffer is, wordt tevens de Commissaris van de Koning op de hoogte gesteld. •De werkgever is, ook als sprake is van een “fictief dienstverband” verplicht de Nederlandse Arbeidsinspectie binnen 24 uur te waarschuwen als sprake is van een ernstig incident waarbij een politieke ambtsdrager lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, in het ziekenhuis moet worden opgenomen, blijvende schade overhoudt aan de gezondheid of overlijdt aan de gevolgen. •De gemeentesecretaris en/of de griffier bewaken terugkoppeling aan de benadeelde en desgewenst aan het seniorenconvent over de strafrechtelijke vervolging en de resultaten daarvan. •Bij de gemeente is de mogelijkheid om begeleid en ondersteund te worden in de aangifte. •Indien noodzakelijk wordt de benadeelde ondersteund door een advocaat via de gemeente, bijvoorbeeld voor civielrechtelijke maatregelen. •Er kan een veiligheidsscreening van huis/thuisomgeving van de benadeelde worden uitgevoerd om risico’s te beperken. •Schade aan persoonlijke eigendommen of aanvullende kosten die een benadeelde moet maken door een incident worden in eerste instantie vanuit de gemeente vergoed aan de benadeelde. •De gemeente verhaalt de kosten op de veroorzaker. 5.4.2 Incident tijdens een bijeenkomst van (een commissie van) de raad •De griffier en/of burgemeester vragen aan de beveiliging/politie of zij gegevens hebben genoteerd van de verwijderde verstoorder(s). •De griffier kan anoniem aangifte doen namens één of meerdere raads- of commissieleden. Bij de aangifte wordt het adres van de gemeente als domicilieadres opgegeven zodat het privéadres van betrokkene geheim blijft. •Politie en OM geven agressie en geweld tegen politieke ambtsdragers hoge prioriteit. •De voorzitter van de vergadering stelt eventueel een besluit op waarin de verstoorder(s) een ontzegging van toegang tot de vergadering op wordt gelegd van maximaal 3 maanden. Hierin moet in ieder geval staan: de overweging, motivering en mogelijkheid tot bezwaar. Denk bij motivering aan: herhaaldelijke verstoring door orde verstorend gedrag, verbale agressie of bedreiging, weigering om bevelen van de voorzitter op te volgen, (mogelijke) eerdere incidenten. 6. Online incident Politieke ambtsdragers krijgen steeds vaker te maken met online beledigingen en bedreigingen. Ondanks dat één naar bericht al impact kan hebben op een politieke ambtsdrager, wordt in dit protocol wel onderscheid gemaakt in de maatregelen die worden getroffen wanneer het om een eenmalige belediging/bedreiging gaat of wanneer het om structureel normoverschrijdend gedrag gaat. In beide gevallen kan de politieke ambtsdrager bij de griffier of gemeentesecretaris terecht. Zij kijken samen met de beleidsadviseur veiligheid en openbare orde naar de casus. Op basis hiervan wordt besloten of er een reactie/maatregel volgt. In het geval van structurele beledigingen/bedreigingen is de handelswijze als volgt: •De politieke ambtsdrager reageert niet zelf; de reactie gebeurt namens de gemeente/gemeenteraad. Daarbij wordt zo mogelijk een ander kanaal gekozen dan waarop de agressie is geuit. Door het op deze manier isoleren van het incident wordt olievlekwerking voorkomen. •Haal de afzender (voor zover deze bekend is) uit de anonimiteit door deze uit te nodigen/op te roepen voor een incidentgesprek. Doe dit samen met de burgemeester, griffier, secretaris en/of de beleidsadviseur veiligheid en openbare orde. Evenals bij uitingen van agressie die via andere kanalen de gemeente binnenkomen, wordt de betrokkene in dit gesprek aangesproken op zijn/haar gedrag, worden afspraken voor de toekomst gemaakt en kan ook naar de ontstaansbeleving van de inwoner gekeken worden, zodat de gemeentelijke organisatie ook een eventueel eigen aandeel kan onderzoeken (wederkerigheid in en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het contact tussen inwoner en overheid). •Als er door de afzender onjuiste informatie wordt verspreid, kan dat eventueel gecorrigeerd worden, door als reactie op het bericht op hetzelfde platform de juiste informatie te delen. In een incidentgesprek kan de inwoner gesommeerd worden te stoppen met het verspreiden van ‘fake news’. •Werk aan dossiervorming: verzamel accountgegevens, bewaar het bericht (bijvoorbeeld door het maken van schermafdrukken met datum- en tijdvermelding) en alle andere relevante berichten die eerder of later geplaatst zijn. Kopieer de gegevens en sla die op in een eigen document of systeem op. Eventueel kunnen de op deze manier bewaarde gegevens als bijlage worden toegevoegd aan de melding. Maak altijd melding bij de gemeentesecretaris of de griffier. •Doe van een strafbaar feit altijd aangifte bij de politie. Uitingen die face-to-face, via e-mail of per brief strafbaar zijn, zijn dat ook via online kanalen. Bij twijfel kan contact opgenomen worden met de politie. Het telefoonnummer is 0900 - 8844. •Bij de aangifte wordt het adres van de gemeente als domicilieadres opgegeven zodat het privéadres van betrokkene geheim blijft. Wanneer een incident bij iemand thuis heeft plaatsgevonden, moet wel het eigen adres worden opgegeven bij de aangifte. •Politie en OM geven agressie en geweld tegen politieke ambtsdragers hoge prioriteit. •Voor het snel stoppen van online beledigingen en bedreigingen kan een kort geding worden aangespannen tegen de afzender. Een kort geding is niet mogelijk als de dader niet bekend is. In dat geval: •Vraag, als aangifte is gedaan, de politie om te helpen bij het opsporen van de afzender; •Vraag de provider of host van het platform waarop de agressie is geuit om de gegevens van de afzender door te geven. Als de provider of host dat niet wil, dan is het mogelijk een kort geding aan te spannen om hen aan dit verzoek te laten voldoen. 7. Communicatie De burgemeester is ten overstaan van de gemeenteraad (al dan niet vertrouwelijk) woordvoerder als het gaat om bedreiging van één of meer wethouders of raadsleden en commissieleden. De burgemeester kan zich desgewenst laten bijstaan door de Gebiedsofficier van Justitie. Als de burgemeester direct betrokken is, wordt in overleg met de burgemeester, de locoburgemeester en eventueel de Commissaris van de Koning de handelwijze bepaald. Andere politieke ambtsdragers worden met instemming van het slachtoffer op de hoogte gebracht van een incident, tijdens een collegevergadering (in geval van wethouder) of seniorenconvent (in geval van raads- of commissielid). Vertrouwelijkheid wordt daarbij, zo nodig, in acht genomen. In het geval van voortdurende dreiging is het van groot belang dat niemand uitspraken doet die leiden tot verhoging van veiligheidsrisico’s. Zodra er een strafrechtelijk onderzoek is begonnen, ligt de woordvoering bij het OM. Communicatie en contacten met de pers worden overgelaten aan het OM in samenspraak met de woordvoerder van de gemeente Beuningen, Politie en de beleidsadviseur veiligheid en openbare orde. De woordvoerder stemt, over een eventuele communicatieboodschap bij een ernstige (be)dreiging, altijd af met de afdeling voorlichting van het Openbaar Ministerie. Getroffen (politionele) maatregelen in de publieke ruimte worden nooit naar de pers gecommuniceerd. Afspraken over woordvoering worden altijd in acht genomen. Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen in haar vergadering van 1 september 2026De gemeentesecretaris,De burgemeester,Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 30 september 2026De griffier, De voorzitter,

Meer informatie