Publicatie voornemen tot het aangaan van een (onder)huurovereenkomst
Publicatie voornemen tot het aangaan van een (onder)huurovereenkomst Voornemen tot vestigen zelfstandig recht van opstal De gemeente Weert (“de gemeente”) is voornemens een (onder)huurovereenkomst te sluiten met betrekking tot het pand gelegen aan de Boshoverweg 63 te Weert met Stichting Punt Welzijn Object informatie Het betreft het volgende object: -bedrijfsruimte op de begane grond, onderdeel uitmakend van het kadastrale perceel; gemeente Weert, sectie N, nummer 6272 en groot 2.225 m², voor dit gedeelte bestaande uit de bedrijfsruimte totaal groot circa 123,20 m² Deze gegadigde is de enige serieuze gegadigde Gemeente is van oordeel dat er op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de onderhuur van dit pand. Ten overvloede zij erop gewezen dat de gemeente daarbij een ruime mate van beleidsvrijheid toekomt. Bovengenoemde gegadigde komt als enige serieuze gegadigde in aanmerking omdat: -Stichting Punt Welzijn de enige partij is die op een zulke korte termijn het beheer op zich kan nemen; -De enige mogelijke andere gegadigde voor deze onderhuurovereenkomst, SKW Boshoven, heeft aangegeven binnen afzienbare termijn met haar activiteiten te willen stoppen, waardoor deze partij niet meer aan te merken is als serieuze gegadigde voor huur van Boshoverweg 63. -Stichting Punt Welzijn reeds actief is in de wijk Boshoven met welzijnswerk en vanuit dat kader reeds betrokken is bij het buurthuis en de ontwikkelingen daaromtrent. -Het een activiteit betreft die vanuit commercieel perspectief niet interessant is. -Er ondanks openbare beantwoording van schriftelijke vragen, waarin het voornemen om het pand te verhuren reeds werd aangekondigd, zich geen andere gegadigden hebben gemeld. Niet eens met voorgenomen onderhuurovereenkomst? Indien u zich niet kunt verenigen met de voorgenomen onderhuurovereenkomst, dan dient u dit uiterlijk voor 26 oktober 2026, kenbaar te maken door middel van een gemotiveerd bericht aan het college van burgemeester en wethouders van Weert, Postbus 950, 6000 AZ Weert. Indien uw bericht na deze termijn wordt ontvangen, staat het de gemeente vrij om tot contractsluiting over te gaan. Het staat u in dat geval niet meer vrij om hiertegen in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. De gemeente en de bovenbedoelde gegadigde zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de onderhuurovereenkomst zou worden opgekomen. Beoordeling van uw reactie De gemeente zal uw gemotiveerde reactie beoordelen. Er kunnen zich dan twee situaties voordoen: 1. De gemeente is het met uw reactie eens. Dit betekent dat de gemeente de onderhuurovereenkomst met bedoelde gegadigde zal heroverwegen. 2. De gemeente is het niet eens met uw reactie. In dat geval zal de gemeente u een termijn stellen van 20 kalenderdagen waarbinnen u nogmaals kunt aangeven dat u zich niet kunt verenigen met de voorgenomen onderhuursovereenkomst. Dit kunt u doen door betekening van een kortgedingdagvaarding aan het adres van de gemeente. Indien voornoemde termijn wordt overschreden zonder dat de kortgedingdagvaarding aan het adres van de gemeente is betekend, staat het de gemeente vrij om tot contractsluiting over te gaan. Het staat u in dat geval niet meer vrij om hiertegen in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. De gemeente en de beoogde gegadigde zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk kenbaar gemaakte) termijn alsnog tegen het voornemen respectievelijk het aangaan van de overeenkomst zou worden opgekomen. Reden publicatie Met deze publicatie geeft de Gemeente uitvoering aan het op basis van artikel 3:14 Burgerlijk Wetboek geldende gelijkheidsbeginsel en het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778), meer in het bijzonder het bepaalde in rechtsoverweging 3.1.6.
Meer informatie