Subsidieregel Decentrale politieke partijen Heerlen 2026

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op6 oktober 2026
Gepubliceerd doorGemeente Heerlen

Subsidieregel Decentrale politieke partijen Heerlen 2026 Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze subsidieregel wordt verstaan onder: a.ASV: Algemene subsidieverordening Heerlen 2018. b.College: college van burgemeester en wethouders van Heerlen. c.Decentrale politieke partij: -vereniging die met haar conform artikel G 3 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehou-den verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente Heerlen, waarbij aan die lijst ten minste een zetel is toegewezen; of -orgaan zonder rechtspersoonlijkheid dat blijkens de statuten deel uitmaakt van een vereniging die met haar conform artikel G 1 of G 2 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente Heerlen, waarbij aan die lijst ten minste een zetel is toegewezen; d.Gift: door een decentrale politieke partij aanvaarde handeling, niet zijnde subsidie, die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een decentrale politieke par-tij ten koste van zijn eigen vermogen verrijkt; e.Zetel: zetel in de gemeenteraad van de gemeente Heerlen. Artikel 2. Doel van de subsidie Het doel van de subsidieregel is de gemeentelijke democratie te ondersteunen en financiële en organisatorische transparantie van decentrale politieke partijen te bevorderen. Artikel 3. Toepassingsbereik en doelgroep 1.Deze subsidieregel is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.2.Subsidie op grond van deze regel wordt uitsluitend verstrekt aan een decentrale politieke partij. Artikel 4. Subsidiabele activiteiten 1.De subsidie wordt verleend voor uitgaven die direct samenhangen met de volgende activiteiten: a.politieke vormings- en scholingsactiviteiten; b.informatievoorziening; c.het onderhouden van contacten met zusterpartijen buiten Nederland en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van die partijen; d.politiek-wetenschappelijke activiteiten; e.activiteiten ter bevordering van de politieke participatie van jongeren en andere ondervertegenwoordigde groepen; f.het werven van leden; g.het betrekken van niet-leden bij activiteiten van de politieke partij; h.werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers; i.activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes. 2.De in het eerste lid genoemde activiteiten komen alleen voor subsidie in aanmerking voor zover zij plaatsvinden binnen of gericht zijn op het gebied van de gemeente Heerlen. Artikel 5. Subsidietermijn De subsidie wordt verleend voor de periode tot en met 30 juni 2027. Artikel 6. Subsidiebedrag 1.De hoogte van de subsidie die aan een decentrale politieke partij wordt toegekend, is afhankelijk van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze decentrale politieke partij geregistreerde aanduiding, of een afkorting daarvan, heeft gestaan.2.Als bij de laatstgehouden verkiezingen een of meer zetels zijn toegewezen aan een lijst waarop artikel H 3, derde lid, van de Kieswet is toegepast, wordt voor de vaststel-ling van het aantal zetels als bedoeld in het eerste lid uitgegaan van een daartoe strekkende gezamenlijke verklaring van de betreffende decentrale politieke partijen over de toerekening van de toegekende zetels bij de laatstgehouden verkiezingen aan deze partijen.3.Als een decentrale politieke partij als bedoeld in het eerste lid fuseert in de zin artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wordt de som van het aantal zetels als bedoeld in het eerste lid aan de nieuwe decentrale politieke partij toegerekend, met dien verstande dat door de rechtsvoorganger niet al subsidie op basis van de betreffende zetel(s) is aangevraagd.4.De subsidie bedraagt € 742,00 per zetel voor de in artikel 5 genoemde periode van één jaar. Artikel 7. Subsidieaanvraag 1.Een decentrale politieke partij kan subsidie aanvragen voor de in artikel 4 genoemde activiteiten bij het college.2.In afwijking van artikel 27 lid 3 van de ASV en artikel 16 van de ASV legt de aanvrager bewijs van de volgende gegevens over: a.de geregistreerde aanduiding dan wel afkorting daarvan van de aanvrager die bij de laatstgehouden verkiezing boven een lijst heeft gestaan; b.het aantal zetels dat bij de vaststelling van de verkiezingsuitslag aan de onder a. bedoelde lijst is toegewezen; c.de rechtsvorm, de statutaire naam, en het vestigingsadres van de rechtspersoon namens welke de aanvraag wordt gedaan en de handtekeningen van degene(n) die bevoegd is/zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen; d.indien van toepassing: een verklaring van de politieke vereniging waarvan het orgaan zonder rechtspersoonlijkheid deel uitmaakt, waaruit blijkt dat de aanvraag is ingediend door degene(n) die bevoegd is/zijn de vereniging lokaal te vertegen-woordigen; e.dat aan de aanvullende verplichtingen uit artikel 11 lid 2 aanhef en onder a tot en met f wordt voldaan; f.het IBAN-rekeningnummer en tenaamstelling waarop het subsidiebedrag overge-maakt dient te worden. 3.Voor de aanvraag maakt de aanvrager gebruik van het door het college vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 8. Aanvraagtermijn De aanvraag voor de subsidieperiode die loopt tot en met 30 juni 2027 dient voor het aflopen van de subsidieregel plaats te vinden. Artikel 9. Beslistermijn subsidieverlening en subsidievaststelling 1.Het college besluit in afwijking van artikel 29 lid 1 van de ASV binnen acht weken na ontvangst van de in artikel 8 genoemde aanvraag.2.De aanvrager moet op het moment dat de subsidie wordt aangevraagd aan de aanvullende verplichtingen uit artikel 10 lid 2 aanhef en onder a tot en met f, alsmede lid 3 voldoen.3.Het college gaat bij de subsidieverlening direct over tot het nemen van het besluit tot subsidievaststelling.4.Het college kan na de vaststelling controle uitvoeren op verplichtingen uit artikel 10, alsmede op de besteding van de subsidie en kan zo nodig de subsidievaststelling wijzigen en over gaan tot terugvordering. Dit kan naar aanleiding van meldingen, nieuwsberichten en/of op basis van een steekproef. Artikel 10. Aanvullende verplichtingen 1.De subsidieontvanger is verplicht transparant te zijn over zijn organisatie en een zodanige administratie te voeren dat deze een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij.2.Op grond van de in het eerste lid genoemde transparantieplicht maakt de subsidieont-vanger op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch actueel openbaar: a.de statuten van de vereniging; b.een overzicht van zijn neveninstellingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering politieke partijen; c.de procedure voor de kandidaatstelling en de benoeming van de leden van het bestuur en zijn statutaire organen; d.de voorwaarden die aan het lidmaatschap, en aan de benoeming in de organen, bedoeld in onderdeel c, worden verbonden; e.de samenstelling van de in onderdeel c bedoelde statutaire organen; f.de procedure voor de totstandkoming van kandidatenlijsten bij verkiezingen en, indien van toepassing, de criteria op basis waarvan personen daarvoor worden geselecteerd; g.uiterlijk 30 juni 2027 een financieel verslag over het voorafgaande kalenderjaar; en h.uiterlijk 31 augustus 2027 een activiteitenverslag van de met de subsidie (mede) mogelijk gemaakte activiteiten. 3.Op grond van de in het eerste lid genoemde verplichting tot het voeren van een financiële administratie die een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij neemt de subsidieontvanger in ieder geval de volgende zaken in zijn administratie op: a.de ontvangen subsidies; b.de aanvaarde giften met een cumulatieve geldwaarde van meer dan € 250,00 van één donateur in het kalenderjaar, inclusief de naam en het adres van de donateur en de datum van ontvangst; c.de overige inkomsten; d.de vermogenspositie; en e.de schulden boven de € 5.000,00, inclusief de naam en het adres van de schuldei-ser en de datum van het ontstaan, en bewaart deze gedurende zeven jaar. 4. Het in het tweede lid, onderdeel g, bedoelde financieel verslag bevat de in het derde lid genoemde informatie, met uitzondering van het adres van de donateur. Als een donateur gelet op het belang van zijn veiligheid bezwaar heeft gemaakt tegen vermelding van zijn naam, kan deze achterwege blijven, met dien verstande dat in dat geval een omschrijving wordt gegeven van de categorie van instellingen of organisaties waartoe de donateur behoort. Artikel 11. Inwerkingtreding, looptijd en overgangsrecht 1.Deze regel treedt in werking op de dag na publicatie op Overheid.nl.2.Deze regel vervalt per 1 juli 2027.3.In afwijking van het tweede lid blijven de bepalingen van deze regel, voor zover deze betrekking hebben op de verantwoording, vaststelling, controle, terugvorde-ring en overige met het toezicht op verleende subsidies samenhangende verplich-tingen van kracht ten aanzien van subsidies die op grond van deze regel zijn ver-leend. Artikel 12. Naam van de regel Deze regel wordt aangehaald als: Subsidieregel decentrale politieke partijen Heerlen 2026. Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Heerlen op 22 september 2026, de burgemeester drs. R. Wever de wnd. secretaris, J.C.N. Eijkenboom Toelichting Inleiding Deze toelichting behoort bij de Subsidieregel decentrale politieke partijen Heerlen 2026. De toelichting bestaat uit dit algemene deel, gevolgd door een artikelsgewijs deel waarin specifieke bepalingen waar nodig worden toegelicht. Aanleiding Tijdens de begrotingsbehandeling is door de Kamer besloten om de in afwachting van de aanname van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen op de begroting van BZK gereserveerde € 8,15 miljoen voor de subsidiering van decentrale politieke partij-en gedeeltelijk toe te voegen aan het gemeentefonds. Een gewijzigd amendement van de leden Clemminck en Tijs van den Brink (Kamerstukken II 2025/26, 36 800 B, nr. 19) heeft geleid tot een toevoeging van € 5,45 miljoen, waarbij het de bedoeling is om de inhoudelijke voorwaarden uit de Wpp zoveel mogelijk te volgen. Gemeenten worden hiermee in staat gesteld om in afwachting van de Wpp zelf een subsidieregel te treffen voor het ondersteunen van decentrale politieke partijen. Deze subsidieregel voorziet hierin. Doelstelling Deze subsidieregel beoogd de gemeentelijke democratie te ondersteunen en financiële transparantie te bevorderen. Politieke partijen vervullen een belangrijke en onmisbare rol in het Nederlandse politieke systeem. Ze verwoorden en vormen de politieke opvattingen in de samenleving, rekruteren kandidaten voor functies in het openbaar bestuur, en betrekken burgers bij de politieke besluitvorming. Het is voor de gemeentelijke democratie belangrijk dat decentrale politieke partijen budget hebben voor onder meer opleiding en training van kandidaat raadsleden en het organiseren van bijeenkomsten met inwoners. Ook is het belangrijk dat inwoners inzicht hebben in hoe partijen zijn georganiseerd en in belangrijke financieringsstromen en de potentiële invloed daarvan op de gemeentelijke politiek. Omdat deze regel vooruitloopt op de vaststelling van de Wet op de politieke partijen, waarmee de financiering en transparantie van decentrale politieke partijen voor langere tijd moet worden geregeld, is bij het opstellen van deze regel zoveel mogelijk aangesloten bij de criteria uit dit wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting daarbij. In de artikelsge-wijze toelichting wordt hier ook gericht naar verwezen. Deze subsidieregel is geen vervanging of aanvulling op de fractieondersteuning die fracties in de gemeenteraad ontvangen op basis van artikel 33 van de Gemeentewet. Deze subsidieregel is bedoeld voor de ondersteuning van decentrale politieke partijen, ter versterking van de partijorganisatie. Het is niet bedoeld voor de ondersteuning van raadsleden bij raadswerkzaamheden. Effecten Het is de verwachting dat de decentrale politieke partijen door gebruik te maken van de financieringsmogelijkheden op grond van deze subsidieregel beter in staat zijn om kennis te vergaren en activiteiten te organiseren, waardoor de leden van deze partijen en de inwoners van de gemeente beter bij het democratisch proces betrokken kunnen worden. Door het bevorderen van de transparantie bij de subsidieontvangers draagt de regel ook bij aan het vertrouwen in de gemeentelijke politiek. De uitvoeringskosten zijn door de keuze voor directe subsidievaststelling en het publiceren van de gerealiseerde activiteiten op de website van de subsidieontvanger, zo laag mogelijk gehouden. Verwacht wordt dat de transparantie ervoor zorgt dat de subsidiemiddelen goed worden besteed en het terugvorderen van subsidiegelden niet nodig zal zijn. Verhouding tot andere regelgeving De subsidieregel loopt vooruit op de aanname van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Deze subsidieregel vervalt op 1 juli 2027 in verband met de voorziene inwerkingtreding van een nieuwe Algemene Subsidieverordening. Indien de Wet op de politieke partijen dan nog niet van kracht is, volgt er een nieuwe tijdelijke subsidieregel. Deze vervalt op het moment dat de wet in werking treedt van rechtswege op grond van artikel 122 van de Gemeentewet. VNG-modelsubsidieregel Bij het opstellen van deze subsidieregel is gebruik gemaakt van de VNG Model Subsidieregel decentrale politieke partijen. Omdat lokale verschillen tussen gemeenten ongewenst worden geacht is dit model zo veel als mogelijk overgenomen. In het kader van de lokaal belangrijke thema’s rechtmatig werken en ondermijning zijn enkele bepalingen met betrekking tot controle geëxpliciteerd. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities Decentrale politieke partij Met deze definitie wordt aangesloten bij de Kieswet. De tweede definitie sluit aan bij de wijze waarop landelijke en provinciale politieke partijen in lokale afdelingen zijn georganiseerd met een eigen lokaal afdelingsbestuur. Voor beide geldt dat men moet hebben meegedaan met de laatstgehouden verkiezingen en tenminste één zetel moet hebben behaald om aangemerkt te kunnen worden als decentrale politieke partij. Gift De definitie van gift is ontleend aan artikel 186, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Het gaat om zowel geld als economisch voordeel (een zaak of dienst waar geen of geen evenredige tegenprestatie tegenover staat) die door een decentrale politieke partij wordt ontvangen. Subsidies als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn uitgezonderd. Belangrijk hierbij is dat de gift ook door de decentrale politieke partij wordt aanvaard. Artikel 2. Doel van de subsidie Het doel van de subsidieregel sluit op lokaal niveau aan bij het tweeledige doel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Naast de versterking van de positie van decentrale politieke partijen wordt beoogd de democratie en de weerbaarheid van de decentrale politiek te versterken. Daarbij staat transparantie centraal. Door decentrale politieke partijen te verplichten tot transparantie over de financiering en hun interne organisatie wordt het risico op oneigenlijke beïnvloeding verkleind en wordt de weerbaarheid van politieke partijen en de democratische rechtsstaat versterkt (Kamerstukken II 2024/25, 36 742, nr. 3, p. 2). Artikel 4. Subsidiabele activiteiten De opgenomen subsidiabele activiteiten komen overeen met de in artikel 104 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen genoemde activiteiten. Onder de voorwaarde dat de subsidie wordt besteed aan een of meer van de in het eerste lid genoemde activiteiten mogen decentrale politieke partijen de subsidie naar eigen inzicht besteden. De in deze limitatieve opsomming opgenomen activiteiten zijn zo breed en divers geformuleerd dat in beginsel alle reguliere partijactiviteiten voor subsidie in aanmerking komen, mits zij niet samenhangen met de werkzaamheden van raadsleden in de gemeenteraad. Na afloop van het jaar vindt verantwoording plaats door middel van de publicatie van een financieel verslag en een activiteitenverslag (zie artikel 10). Het college kan controleren of de subsidie correct is ingezet voor reguliere partijactiviteiten, zoals bedoeld in deze subsidieregel. Onderdeel a (Politieke vorming en scholing) Politieke partijen hebben een prominente rol bij de vorming, scholing en coaching van politieke ambtsdragers alsmede van actieve partijleden in de gemeente. De subsidie versterkt de mogelijkheid dat decentrale politieke partijen naar eigen inzicht en politieke opvatting professionele cursussen en opleidingen kunnen realiseren of laten volgen. Onderdeel b (Informatievoorziening) Het informeren van kiezers is een kerntaak van decentrale politieke partijen. Het gaat hierbij zowel om informatievoorziening op papier als om informatievoorziening via andere media zoals het internet. Onder informatievoorziening moet ook worden begrepen de productie van radio- en tv-uitzendingen. De subsidie die partijen ontvangen kan dus ook gebruikt worden voor het maken van politieke uitzendingen, ongeacht het medium dat daarvoor wordt gebruikt. Eventueel kunnen deze uitgaven ook worden ge-bracht onder verkiezingscampagnes (onder i). Informatievoorziening aan de leden beoogt hen inhoudelijk betrokken te houden bij de activiteiten van de politieke partij. Op die manier kan ook bevorderd worden dat het aantal actieve leden groeit (zie ook: werven van leden, onder f). Onderdeel c (Buitenlandse zusterpartijen) Tot de subsidiabele activiteiten behoort tevens het onderhouden van contacten met buitenlandse zusterpartijen en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van deze zusterpartijen. Samenwerking van decentrale politieke partijen met geestverwanten in Europa en elders bevordert de internationale samenwerking op politiek en bestuurlijk niveau. Hierbij is vooral gedacht aan ondersteuning van geestverwanten in landen waar de democratie of het herstel daarvan van recentere datum is. Onderdeel d (Politiek-wetenschappelijke activiteiten) Deze activiteit wordt in de regel verricht door het daartoe aangewezen politiek-wetenschappelijk instituut. De decentrale politieke partij kan echter ook een wetenschap-pelijke onderzoeksopdracht uitzetten bij bijvoorbeeld een hogeschool, een universiteit of een onderzoeksbureau. Onderdeel e (Politieke participatie van jongeren en andere ondervertegenwoordigde groepen) Op basis van dit onderdeel kan de decentrale politieke partij subsidiegelden besteden aan de bevordering van de politieke participatie van jongeren en/of de participatie van andere groepen burgers die in de politiek ondervertegenwoordigd zijn. Er is niet vastgelegd welke groepen burgers minder dan gemiddeld politiek actief zijn. Het staat de decentrale politieke partijen vrij om zelf een groep aan te wijzen. Bijvoor-beeld: vrouwen, personen met een migratieachtergrond of mensen die in een bepaald deel van de gemeente woonachtig zijn. Onderdeel f (Werving van leden) Ledenwerving is van groot belang voor de positie en toekomst van de decentrale politieke partijen en voor het functioneren van het democratisch bestel in de gemeente. De politieke participatie van burgers en de ledentallen van decentrale politieke partijen blijven een punt van aandacht. Het is daarom dat politieke partijen de subsidie ook kunnen aanwenden voor de werving van nieuwe leden. Onderdeel g (Betrekken van niet-leden) Een belangrijke functie van een decentrale politieke partij is het vergroten van de betrokkenheid van burgers bij de gemeentelijke politiek. De meest herkenbare activiteit is het mobiliseren van het electoraat. Decentrale politieke partijen moeten burgers de mogelijkheid geven om te kiezen en moeten burgers stimuleren om hun stem uit te brengen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Een andere manier om niet-leden te betrekken bij de activiteiten van een politieke partij is het uitnodigen van niet-leden bij discussieavonden en bijeenkomsten. Deze activiteiten kunnen er mede op gericht zijn om als politieke partij nieuwe leden te werven en zodoende de politieke participatie van burgers te vergroten (onder f). Onderdeel h (Werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers) Werving en selectie van politieke ambtsdragers is van groot belang voor het democratisch bestel en het functioneren van het openbaar bestuur in de gemeente. Onder “begeleiding van politieke ambtsdragers” wordt niet alleen verstaan de begeleiding van politieke ambtsdragers tijdens het vervullen van hun ambt. Het kan tevens eventuele nazorg na afloop van het vervullen van de politieke functie betreffen. Hierdoor zijn politieke partijen beter in staat om blijvend aandacht te besteden aan de kwaliteit van en de functievervul-ling door politieke ambtsdragers. Opgemerkt zij dat het hier dient te gaan om bekosti-ging van activiteiten die door de politieke partij worden verricht. De individue-le rechtspositionele aanspraken van politieke ambtsdragers zijn geregeld in de Algeme-ne pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) en de andere respectievelijke rechtspositi-onele regels. Onderdeel i (Verkiezingscampagnes) De mogelijkheid goede verkiezingscampagnes te kunnen voeren is van belang voor de gemeentelijke democratie. Subsidiëring van verkiezingscampagnes draagt bij aan het effectief en efficiënt kunnen presenteren door decentrale politieke partijen van hun politieke standpunten en partijprogramma’s. De kiezer wordt zo beter in staat gesteld te kiezen uit verschillende inhoudelijke alternatieven. Uitgaven tijdens een verkiezingscam-pagne betreffen onder meer het ontwikkelen van een campagne, de facilitaire organisatie van de verkiezingsactiviteiten, het bevorderen van de participatie van leden in de verkiezing, het bevorderen van opkomst en het uitwisselen van standpunten met potentiële kiezers. Uit het tweede lid volgt dat de activiteiten gericht moeten zijn op of ter bevordering van de inwoners, leden en/of ambtsdragers in de gemeente Heerlen. Het kan dus gaan om activiteiten binnen de gemeente, zoals flyeren, alsook om activiteiten die gericht zijn op inwoners, volksvertegenwoordigers of bestuurders van de gemeente. In dat laatste geval kunnen de activiteiten ook buiten de gemeentegrenzen plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan een conferentie of scholingsactiviteit. Artikel 5. Subsidietermijn De subsidietermijn (het subsidietijdvak) komt overeen met de in artikel 105 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen genoemde termijn. De subsidieperi-ode loopt tot en met 30 juni van het volgende kalenderjaar. Voor Heerlen is er een einddatum in deze subsidieregel opgenomen. Op 1 juli 2027 treedt naar verwachting een nieuwe Algemene Subsidieverordening in werking, waardoor er in het volgende subsidiejaar sprake zal zijn van een nieuwe subsidieregel, indien het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen dan nog niet is aangenomen. Artikel 6. Subsidiebedrag De hoogte van het subsidiebedrag is afhankelijk van het aantal behaalde zetels tijdens de laatstgehouden verkiezingen. Deze bepaling is ontleend aan artikel 106, eerste lid, van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Een afsplitsing of een afgesplitste volksvertegenwoordiger die zich aansluit bij een andere politieke partij heeft dus geen invloed op de hoogte van de subsidie. De decentrale politieke partij houdt gedurende de periode tot de nieuwe verkiezingen recht op hetzelfde bedrag. Als meerdere politieke partijen meedoen onder één kandidatenlijst, dan is het aan de partijen zelf om onderling uit te maken welke zetelverdeling wordt gehanteerd bij de subsidieaanvraag. Indien de gezamenlijke kandidatenlijst één zetel krijgt toegewezen dan geldt dat maar één van de partijen of afdelingen een subsidieaanvraag kan indienen. Het is niet mogelijk een zetel te delen. Zonder gezamenlijk ondertekende verklaring kan geen van de partijen een subsidie ontvangen. Dit stemt overeen met artikel 109 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Ook is het mogelijk dat twee of meer politieke partijen met elkaar fuseren. In dat geval kunnen de gefuseerde politieke partijen voor hun subsidie de zetelaantallen corresponde-rend met de “oude” partijen optellen voor het bepalen van de hoogte van de aanspraak op subsidie. Dit stemt overeen met artikel 110 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. Daarbij is het niet mogelijk om zowel voor als na de fusie een aanvraag in te dienen en zo per zetel tweemaal voor subsidie in aanmerking te komen. De hoogte van het subsidiebedrag per zetel is afgestemd op het bedrag dat bij gewijzigd amendement van de leden Clemminck en Tijs van den Brink (Kamerstukken II 2025/26, 36 800 B, nr. 19) aan het gemeentefonds is toegevoegd. Artikel 7. Subsidieaanvraag De bij de subsidieaanvraag over te leggen gegevens zijn ontleend aan artikel 102 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. In afwijking van artikel 16 van de ASV worden bij de aanvraag de in deze bepaling genoemde gegevens overge-legd. Daarbij is vermelding van de voor de partij geregistreerde aanduiding, of afkorting daarvan, welke bij de laatstgehouden verkiezing boven een lijst heeft gestaan nodig, omdat de statutaire naam van een vereniging geen gelijkenis hoeft te vertonen met de aanduiding waarmee zij aan verkiezingen deelneemt. Het risico bestaat dat anders onduidelijk kan zijn aan welke rechtspersoon de subsidie toekomt. Een activiteitenplan en begroting worden niet vereist, nu dit volgens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen voor decentrale politieke partijen als een onnodige administratieve last wordt beschouwd (Kamerstukken II 2024/25, 36 742, nr. 3, p. 55). De aanvraag zal daarnaast moeten voldoen aan de in artikel 4:2, eerste lid, van de Awb. Dit betekent dat de aanvraag ook is voorzien van de naam en het adres van de aanvrager en de dagtekening. Om het aanvraagproces efficiënt te laten verlopen is het gebruikmaken van een aanvraagformulier verplicht gesteld. Dit formulier zorgt ervoor dat de benodigde informatie eenduidig gestructureerd en compleet wordt aangeleverd. Artikel 8. Aanvraagtermijn Op basis van deze bepaling dient de aanvraag vóór het aflopen van deze subsidieregel te worden ingediend. Artikel 9. Beslistermijn subsidieverlening en subsidievaststelling Eerste lid Op basis van deze bepaling besluit het college binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Tweede lid De subsidieontvangers zullen aan de aanvullende verplichtingen uit artikel 10 lid 2 aanhef en onder a tot en met f moeten voldoen op het moment dat de subsidie wordt aange-vraagd. Derde en vierde lid De subsidie wordt direct en zonder voorafgaande verantwoording door de ontvanger vastgesteld. Artikel 4:29 van de Awb kan dus niet worden toegepast. Dit neemt niet weg dat het college, conform artikel 4:49 van de Awb alsnog de mogelijkheid heeft om ook ná de vaststelling controle uit te voeren op de subsidie en in specifieke gevallen de subsidie terug te vorderen. Dit kan naar aanleiding van meldingen, nieuwsberichten en/of op basis van een steekproef. Artikel 10. Aanvullende verplichtingen In deze bepaling worden aanvullende verplichtingen aan de subsidieontvanger opge-legd. Deze verplichtingen dienen ter verwezenlijking van de in artikel 2 genoemde doelen. Niet naleving kan daarbij, overeenkomstig artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht, leiden tot het intrekken van de subsidie. Tweede lid De onderdelen a tot en met f van het tweede lid zijn gebaseerd op de in artikel 7 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen opgenomen transparantieplicht, die op grond van artikel 73 van het wetsvoorstel ook op decentraal niveau van toepassing is. Onderdeel g, dat toeziet op de openbaarmaking van een financieel verslag, is gebaseerd op artikel 89 van het wetsvoorstel. Opname van deze eisen sluit aan bij het aangenomen gewijzigd amendement van de leden Clemminck en Tijs van den Brink (Kamerstukken II 2025/26, 36 800 B, nr. 19) waarbij de indieners in de toelichting hebben aangegeven dat zij het van belang achten om de transparantie-eisen die in het wetsvoorstel genoemd staan ook te laten gelden voor de tijdelijke subsidiere-gel. Onderdeel h is niet gebaseerd op het wetsvoorstel. Op grond van het tweede lid wordt van de subsidieontvanger verlangd dat deze transparant is over de inhoud van de statuten, organisatiestructuur, de interne procedures en de aanvullende voorwaarden die door de politieke partij worden gesteld om op de kandidatenlijst van de partij te staan. Ook informatie over de financiën en de besteding van de subsidiegelden moet bekendgemaakt worden. Van de subsidieontvanger wordt verwacht dat de informatie actueel en voor derden in digitale vorm publiekelijk en kosteloos raadpleegbaar is op de website van de politieke partij. Leden en kiezers kunnen op die manier hun mening vormen over hoe de partij is ingericht. Bij de organisatiestructuur en interne procedures gaat het om de statutaire organen die men kent, zoals het bestuur, en hoe de benoemingsprocedure is die geldt om lid te worden van die betreffende organen (onderdeel c) en welke voorwaarden er aan de kandidaten voor deze functies worden gesteld (onderdeel d). Daarbij wordt ook vermeld wie er op dat moment deel uitmaken van de betreffende organen (onderdeel e). Ook een overzicht van eventuele neveninstellingen moet openbaar gemaakt worden (onderdeel b). Bij kandidaatstellingsprocedure (onderdeel f) gaat het om voorwaarden die door de partij zelf als voorwaardelijk worden gesteld om op de kandidatenlijst plaats te nemen, aanvullend op de wettelijke voorwaarden zoals beschreven in de Kieswet. Dit kan bijvoorbeeld gaan om lidmaatschap van de partij, de wens om een gelijk aantal mannen als vrouwen op de lijst te plaatsen of voorwaarden in het kader van het waarborgen van integriteit, zoals het overleggen van een zogenoemde Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). In onderdeel g is ook een transparantieverplichting opgenomen met betrekking tot het publiceren van een financieel verslag. De onderdelen die in dit verslag in elk geval moeten terugkomen zijn opgenomen in het derde lid. Als er bijvoorbeeld geen giften met een cumulatieve waarde van meer dan € 250,00 zijn ontvangen, wordt dit ook vermeld in het financieel verslag. Deze verplichting stelt een breed publiek in staat om onder andere kennis te nemen van giften die de decentrale politieke partijen hebben aan-vaard (zie ook de algemene toelichting en de toelichting bij artikel 3). In het vierde lid wordt dit nader uitgewerkt. Onderdeel h is opgenomen omdat de subsidie direct wordt vastgesteld. Dit stimuleert de subsidieontvangers om de subsidievoorwaarden na te leven omdat door de voorgeschre-ven transparantie publieke controle mogelijk is. Uiteraard kan het college ambtshalve of op basis van signalen ook controleren of aan de aan de subsidieverstrekking verbonden verplichtingen is voldaan. Derde lid Het derde lid is gebaseerd op de in artikel 78 van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen opgenomen verplichtingen over het voeren van een zodanige administratie dat deze een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij. Daarbij zijn de registratie van gegevens over donateurs en schuldeisers ontleend aan de artikelen 79 tot en met 81 van het wetsvoorstel. De waarde van de te registreren giften is afkomstig uit artikel 83 van het wetsvoorstel, voor de waarde van de schulden betreft dit artikel 77 van het wetsvoorstel. Daarbij is ter beperking van de lastendruk geen verder onderscheid gemaakt naar de herkomst van de giften. Op grond van het derde lid wordt van de subsidieontvanger verlangd dat er een administratie wordt gevoerd die een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de decentrale politieke partij. Deze administratie moet hiertoe tenminste de in de bepaling genoemde elementen bevatten. Daarbij is bijzondere aandacht voor giften en schulden, omdat deze kunnen leiden tot financiële afhankelijkheid van de decentrale politieke partij. Bij giften gaat het om giften die een cumulatieve geldwaarde vertegenwoordigen van meer dan € 250,00 in een kalenderjaar. Hieronder vallen dus ook giften die gedurende het jaar optellen tot meer dan € 250,00. Denk bijvoorbeeld aan een donateur die elke kwartaal € 100,00 overmaakt aan de decentrale politieke partij. In totaal komt dit op € 400,00 in een kalenderjaar. Ook giften in natura, zoals het gratis of beneden de economische waarde beschikbaar stellen van goederen aan de decentrale politieke partij valt hieronder. Bij giften wordt geen onderscheid gemaakt tussen giften die afkomstig zijn van leden- en niet-leden van de partij. Ook de contributie en afdrachten vallen onder de giftenregeling. Door leden van de partij zelf verrichtte activiteiten, zoals het meeschrijven aan een verkiezingsprogramma, vallen niet onder het giftenbegrip. Dit valt onder vrijwilligerswerk dat een wezenlijk onderdeel vormt van het zijn van een politieke partij. Vierde lid Het vierde lid regelt de elementen die in het openbare financieel verslag terug moeten komen. Dit zijn dezelfde elementen als de elementen die deel uitmaken van een deugdelijke financiële administratie als geregeld in het derde lid, met uitzondering van de adressen van donateurs. Als een donateur gelet op het belang van zijn of haar veiligheid bezwaar heeft gemaakt tegen vermelding van zijn naam in het openbare financieel verslag, dan kan de vermelding daarvan achterwege blijven. Het is aan de subsidieont-vanger zelf om deze afweging te maken of de donatie terug te storten. Als de donatie wordt aanvaard, dan moet er in het openbare financieel verslag wel een omschrijving worden gegeven van de categorie van instellingen of organisaties waartoe de donateur behoort. Op die manier wordt toch transparantie verschaft waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden met betrekking tot de veiligheid van de donateur. Artikel 11. Inwerkingtreding, looptijd en overgangsrecht Tweede en derde lid Deze subsidieregel vervalt op 1 juli 2027 in verband met de voorziene inwerkingtreding van een nieuwe Algemene Subsidieverordening. Indien de Wet op de politieke partijen dan nog niet van kracht is, volgt er een nieuwe tijdelijke subsidieregel. Gelet op de mogelijkheid van controles achteraf is overgangsrecht geformuleerd.

Meer informatie