Lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek
Besluit van het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek tot wijziging van de lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, gelet op: -artikel 33b Wet gemeenschappelijke regelingen; overwegende dat: -het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, in overeenstemming met het Georganiseerd Overleg, enkele bepalingen van de lokale arbeidsvoorwaarden wil wijzigen om deze te verduidelijken, oude termen en data te verwijderen en technisch te verbeteren, o.a. door omzetting van regelingen naar 4-cijferige artikelnummers; besluit: de "Lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek” als volgt te wijzigen: ARTIKEL I A. Artikel 1:1:0:0 vervalt. B. Aan artikel 3:2:0:1 wordt een titel toegevoegd, deze komt te luiden: 3:2:0:1 Salarisbetaling C. Na artikel 3:2:0:1 van de Lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek worden artikelen 3:4:0:1, 3:6:0:1 en 3:8:0:1 toegevoegd en deze luiden als volgt: 3:4:0:1 Periodieke verhoging 1.De periodiekdatum is voor iedere medewerker 1 januari. 2.Jaarlijks ontvangt iedere medewerker standaard op de periodiekdatum een periodieke verhoging tot het maximale van de salarisschaal, tenzij: a.De leidinggevende met de medewerker een traject heeft doorlopen waaruit blijkt (o.a. op basis van gespreksverslagen) dat er sprake is van onvoldoende functioneren, dan volgt geen periodieke verhoging. b.De medewerker dusdanige prestaties heeft geleverd dat de leidinggevende een extra periodiek wil toekennen. In de situatie genoemd onder a en b doet de leidinggevende een gemotiveerd voorstel aan zijn naast hogere leidinggevende voorzien van een advies van HR. 3.In afwijking van het gestelde bij 2 vindt geen periodieke verhoging plaats indien sprake was van indiensttreding na 1 juli van het voorgaande kalenderjaar. 3:6:0:1 Overgang naar hogere salarisschaal (bevordering) 1.De inpassing in een hogere salarisschaal vindt als volgt plaats: a.Verhoog het bedrag van de huidige salarisschaal-trede met 3%. Vervolgens is de trede behorend bij het eerstvolgende bedrag in de nieuwe salarisschaal de trede van de nieuwe salarisschaal. De periodiekdatum wijzigt niet. b.Indien de periodiekdatum gelijk is aan de ingangsdatum van de hogere salarisschaal vindt eerst in de huidige schaal de periodieke verhoging plaats. Vervolgens wordt de bij a. genoemde inschaling in de nieuwe schaal toegepast. Voorbeeld 1: Piet heeft vanaf 1 januari 2022 schaal 7 trede 8 en wordt bevorderd naar schaal 8 per 1 oktober 2022. Het bedrag behorend bij 7-8 is 2902. 3% van 2902 is 87,06. Dit betekent dat de inschaling in schaal 8 minimaal 2989,06 is. Dit betekent dat hij in 8-6 wordt ingeschaald per 1 oktober 2022, zijnde 3088. Per 1 januari 2023 krijgt hij een periodieke verhoging en komt hij in 8-7. Voorbeeld 2: Jan heeft vanaf 1 januari 2022 schaal 6-6 en wordt per 1 januari 2023 bevorderd naar schaal 7. Op 1 januari 2023 ontvangt hij eerst de periodieke verhoging naar schaal 6-7, bijbehorend bedrag is 2551. 3% van 2551 is 76,53. Dit betekent dat de inschaling in schaal 7 minimaal 2627,53 is. Dit betekent dat hij in 7-6 wordt ingeschaald per 1 januari 2023, zijnde 2719. 3:8:0:1 Toepassing functioneringstoelage 1.Het bestuur kan aan de ambtenaar of een groep ambtenaren eenmalig een geldbedrag toekennen voor uitstekend functioneren en/of geleverde bijzondere prestaties. Dit artikel moet worden gezien in samenhang met artikel 3:8. Samen vormen deze artikelen de basis voor een variabel beloningsbeleid, waarmee het bestuur bijzondere prestaties, uitstekend functioneren en/of flexibele projectmatige inzet van ambtenaren extra kan belonen. Dit in tegenstelling tot het toekennen van extra periodieken (art. 3:4 derde lid) die structureel van karakter zijn, en tot gevolg hebben dat de ambtenaar sneller het maximum van de salarisschaal bereikt. Het tijdelijke karakter van de beloningselementen voorkomt dat ze een blijvend beslag op de loonsom leggen, en dat de prikkel die er vanuit gaat, na verloop van tijd, minder wordt, of zelfs helemaal verdwijnt. In de artikelen 3:8 en 3:20 gaat het dan ook nadrukkelijk om het toekennen van tijdelijke en incidentele beloningselementen, die overigens wel meerdere keren opeenvolgend kunnen worden toegekend. 2.De leidinggevende kan een functioneringstoelage van maximaal 10% toekennen voor de periode van een jaar indien de medewerker het maximale van de functieschaal heeft bereikt en deze meerdere jaren zeer goed of uitstekend functioneert en/of bijzondere prestaties levert. D. De titel van artikel 3:13:0:1 wordt gewijzigd en komt te luiden: 3:13:0:1 Functies E. Artikel 3:17a:0:3 lid 3 wordt gewijzigd en komt te luiden: 3.Het bedrag in lid 1 wordt vanaf 2027 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd met de prijsIndex Materiële OverheidsConsumptie (IMOC). Indien deze lager is dan 0%, wordt deze niet toegepast, maar verrekend met toekomstige positieve indexaties. F. Na artikel 3:17a:0:3 van de Lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek wordt § 1 met artikelen 3:17b:0:0 tot en met 3:17b:0:4 toegevoegd en deze luiden als volgt: § 1 Sportregeling 3:17b:0:0 Sportregeling Sporten en bewegen is van belang ten behoeve van vitale ambtenaren. Elke functie heeft eigen specifieke aandachtspunten waarvoor sporten of bewegen van belang is. Fit zijn voor het werk is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever én ambtenaar. De werkgever biedt onderstaande sportregeling aan. Deze sportregeling is niet van toepassing op externen, stagiaires en jeugdbrandweerleden. 3:17b:0:1 Sportfaciliteiten op de posten Alle ambtenaren mogen gebruik maken van de sportfaciliteiten die aanwezig zijn op de posten. 1.Ambtenaren werkzaam in het rooster incl. gekazerneerde vrijwilligers (in afwachting van de ontwikkelingen omtrent het verplichtend karakter) van Brandweerzorg Zuid en West (Flevoland) sporten tijdens de 24-uursdienst binnen werktijd. 2.Overige vrijwilligers kunnen in eigen tijd gebruik maken van de sportfaciliteiten op de posten. 3.Ambtenaren met een beroepsaanstelling (kantoorpersoneel), niet repressief, mogen één uur per week (bij fulltime aanstelling, parttime naar rato) sporten binnen werktijd. 3:17b:0:2 Vergoeding voor sporten 1.Alleen voor vrijwilligers verbonden aan een post zonder sportfaciliteiten is een sportvergoeding beschikbaar. 2.Vrijwilligers bedoeld zoals in het eerste lid mogen aan het eind van het kalenderjaar (een deel van) de kosten voor een sportabonnement, declareren, met een maximum van € 20,- per maand. 3.De vergoeding voor een sportabonnement zoald bedoeld in het tweede lid wordt enkel toegekend voor sporten die: -uitsluitend op / vanuit een reguliere fitnessschool worden aangeboden dan wel individuele sporten die op een atletiekvereniging of in een zwembad worden verricht, en -waarbij een sportinstructeur aanwezig is om individuele aanwijzingen te kunnen geven, en -de sport gericht is op een individuele conditieverbetering en spierversterking, en -waarbij sprake is van een regelmatige en behoorlijke fysieke inspanning van het gehele lichaam (dat wil zeggen deze inspanning leidt tot verhoogde hartslag en gebruik van diverse spieren in armen/benen/rug/buik). Dit betekent dat bijvoorbeeld fitness, aerobics, bootcamp, en atletiek in aanmerking komen voor een sportvergoeding. Wedstrijdzwemmen en duikoefeningen in zwembaden voldoen ook; er is een sportinstructeur aanwezig om individuele aanwijzingen te geven. Sporten als (zaal)voetbal, volleybal en tennis vallen niet onder de definitie omdat deze gericht zijn op teamprestaties en/of niet plaatsvinden vanuit een fitnessschool, atletiekvereniging of zwembad met sportinstructeur. Recreatieve sporten en activiteiten zijn eveneens uitgesloten van de sportvergoeding. Samenloop van dienstverbanden. 3:17b:0:3 Meerdere dienstverbanden Indien een ambtenaar meerdere dienstverbanden heeft, telt 1 dienstverband mee voor de sportregeling, in de volgende volgorde: 1.Beroeps repressief/gekazerneerde vrijwilliger 2.Beroeps niet repressief (kantoorpersoneel) 3.Vrijwillig 3:17b:0:4 Interne sportinstructeurs Ambtenaren operationele dienst kunnen binnen hun functie worden opgeleid tot sportinstructeur, zij verzorgen begeleiding en instructies voor het sporten tijdens werktijd van de 24-uursdienst ambtenaren. Met enige regelmaat is een sportinstructeur aanwezig tijdens het sporten tijdens de dienst en geeft gerichte sportinstructie, ten behoeve van de uitoefening en fitheid voor de functie. G. Na artikel 3:18:0:1 van de Lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek wordt artikel 3:20:0:1 toegevoegd en deze luidt als volgt: 3:20:0:1 Toepassing gratificatie 1.Het bestuur kan aan de ambtenaar of een groep ambtenaren eenmalig een geldbedrag toekennen voor uitstekend functioneren en/of geleverde bijzondere prestaties. Dit artikel moet worden gezien in samenhang met artikel 3:8. Samen vormen deze artikelen de basis voor een variabel beloningsbeleid, waarmee het bestuur bijzondere prestaties, uitstekend functioneren en/of flexibele projectmatige inzet van ambtenaren extra kan belonen. Dit in tegenstelling tot het toekennen van extra periodieken (art. 3:4 derde lid) die structureel van karakter zijn, en tot gevolg hebben dat de ambtenaar sneller het maximum van de salarisschaal bereikt. Het tijdelijke karakter van de beloningselementen voorkomt dat ze een blijvend beslag op de loonsom leggen, en dat de prikkel die er vanuit gaat, na verloop van tijd, minder wordt, of zelfs helemaal verdwijnt. In de artikelen 3:8 en 3:20 gaat het dan ook nadrukkelijk om het toekennen van tijdelijke en incidentele beloningselementen, die overigens wel meerdere keren opeenvolgend kunnen worden toegekend. 2.Uitgangspunt bij het toekennen van een gratificatie is, dat sprake is van een bijzondere, veelal eenmalige prestatie. Dat kan binnen het kader van de eigen functie zijn, maar ook bijvoorbeeld voor een bijzondere opdracht, of extra inspanning voor een klus, etc. 3.Een gratificatie wordt derhalve veelal achteraf toegekend voor een éénmalige in tijd begrensde prestatie van de medewerker. Het moet gaan om prestaties die voor de directe collega's duidelijk herkenbaar zijn omdat het een duidelijk zichtbare impact voor het team, het vakgebied of de gehele organisatie heeft. Een gratificatie wordt zo snel mogelijk na de geleverde prestatie toegekend (boter bij de vis). 4.De toekenning van gratificaties tot en met het niveau van directieoverleg-leden is gemandateerd aan de commandant. De toekenning van een gratificatie aan de commandant is voorbehouden aan het dagelijks bestuur. 5.Een gratificatie bestaat uit een nettobedrag: -€ 350,- per medewerker in geval van er sprake is van een bijzondere prestatie van een team (een groepsgratificatie). -€ 500,- of € 700 in geval van een bijzondere prestatie van een individuele medewerker, afhankelijk van het belang van de prestatie. De leidinggevende moet het bedrag motiveren. H. Artikel 4:2:0:1 lid 3, 4 en 5 worden gewijzigd en komen te luiden: 3.Ambtenaren delen zelf over het jaar heen in overleg met hun leidinggevenden hun werkuren in. Dit biedt flexibiliteit om de ene week meer uren te werken en de andere week minder. Te veel gemaakte uren, de zogenaamde plus/compensatieuren worden op een later moment gecompenseerd. Plus/compensatieuren mogen bij jaarovergang niet meer bedragen dan eenmaal de aanstellingsomvang per week en deze uren worden in het nieuwe kalenderjaar zo snel mogelijk gecompenseerd. 4.Indien overschrijding van de arbeidsduur per jaar onvermijdelijk is, dan bespreekt de ambtenaar dit tenminste 3 maanden voor de jaarovergang met de leidinggevende. De leidinggevende maakt dan met de ambtenaar een plan om de uren nog voor de jaarovergang te compenseren. Als dit in uitzonderingssituaties bij langdurige calamiteiten niet mogelijk is, kan de leidinggevende besluiten om de plusuren te laten uitbetalen of om te zetten in bovenwettelijk verlof, naar keuze van de ambtenaar. De leidinggevende meldt dit bij het directieoverleg. 5.Een beperkt aantal ambtenaren bouwt ADV-uren op vanuit afspraken uit het verleden. ADV-urenvervallen aan het einde van een kalenderjaar. Mocht dit tot onoverkomelijke problemen leiden in de uitvoering dan bespreekt de ambtenaar dit tenminste 3 maanden voor de jaarovergang met de leidinggevende. Indien in uitzonderingssituaties bij langdurige calamiteiten het niet mogelijk is de ADV-uren in het lopende kalenderjaar op te nemen, kan de leidinggevende besluiten deze om te zetten in bovenwettelijk verlof. De leidinggevende dient dit wel bij het directieoverleg te melden. I. Artikel 6:3a:0:1 lid 3 vervalt J. Artikel 6:3a:0:1 lid 1 en 4 wijzigen en komen te luiden: 1.De plus/compensatieuren zoals bedoeld in artikel 4:2:0:1 derde lid kunnen niet worden opgenomen in het verlofsparen. 4.Het is niet toegestaan om tijdens de opname van uren van het verlofsparen betaalde werkzaamheden te verrichten. K. De aanhef van artikel 6:4a:01 wordt gewijzigd en komt te luiden: 6:4a:0:1 Verlof huwelijk of partnerschap L. De aanhef van artikel 6:4a:02 wordt gewijzigd en komt te luiden: 6:4a:0:2 Verlof huwelijk of partnerschap voor ambtenaren in 24-uursdienst M. Artikel 6:4a:0:2 lid 2 wijzigt en deze komt te luiden: 2.Aan de ambtenaar wordt de gehele 24-uursdienst buitengewoon verlof verleend als deze start of eindigt op de dag van de gelegenheid. N. Na artikel 12:1:4:1 van de Lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek wordt § 1 met artikelen 17:6:0:0 tot en met 17:6:0:8 toegevoegd en deze luiden als volgt: § 1 Ouderenregeling 17:6:0:0 Overwegingen Overwegende dat: •De AOW gerechtigde leeftijd vanaf 2017 stapsgewijs verder verhoogd wordt boven de 67 jaar; •De pensioenleeftijd de AOW leeftijd volgt; •Ambtenaren derhalve steeds langer zullen moeten doorwerken; •De Veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland vanuit het standpunt van goed werkgeverschap en in aansluiting op de visie inzake duurzame inzetbaarheid, ambtenaren in staat willen stellen gezond en gemotiveerd de pensioengerechtigde leeftijd te bereiken; •Een kortere werktijd een van de factoren is waardoor ambtenaren het werk langer vol kunnen houden; •De optimale werktijd voor ambtenaren verschilt, waardoor een regeling die de mogelijkheid tot maatwerk biedt wenselijk is; •Het gelet op de rechtszekerheid van ambtenaren wenselijk is om de regeling een permanent karakter te geven, maar wel een slag om de arm gehouden moet worden in verband met veranderende wetgeving en eventuele landelijke afspraken waar de Veiligheidsregio’s mogelijk aan gebonden zijn. 17:6:0:1 Doelgroep ouderenregeling 1.Ambtenaren die voor het einde van de looptijd van de regeling een leeftijd hebben bereikt die ligt tussen 10 jaar voor de pensioenrekenleeftijd en de pensioenrekenleeftijd. 2.In tegenstelling tot het bepaalde in het eerste lid is de regeling niet toegankelijk voor ambtenaren die vallen onder het FLO-overgangsrecht en/of de lokale FLO regeling Lelystad. 3.In tegenstelling tot het bepaalde in het eerste lid is de regeling niet toegankelijk voor ambtenaren die een tijdelijke aanstelling hebben, minder dan 5 jaar in dienst zijn, of minder dan 5 jaar geleden op eigen verzoek een uitbreiding van hun uren hebben gehad. 17:6:0:2 Uitgangspunten ouderenregeling 1.Ambtenaren krijgen vanaf 10 jaar voorafgaande aan de pensioenrekenleeftijd de mogelijkheid om minder uren te gaan werken tegen doorbetaling van de helft van het voor deze uren geldende salaris voor een periode van 5 jaar. Na deze 5 jaar kan de ambtenaar het inkomen aanvullen middels deeltijdpensioen. 2.Naast het salaris worden ook de salaristoelagen, een eventuele TOR en het IKB voor 50% doorbetaald. 3.De vermindering van het aantal uren vindt plaats door de toekenning van deels betaald verlof. 4.De pensioenopbouw over het verlofdeel blijft 100% tegen een premieverdeling van 70% werkgever, 30% werknemer. 5.De werknemer heeft de mogelijkheid om 1 x per jaar het te werken aantal uren naar beneden bij te stellen. De bijstelling heeft geen invloed op de datum waarop het recht op doorbetaling eindigt (5 jaar na aanvang deelname regeling). 6.Het minimaal aantal te werken uren is 20. 7.Een aanvraag voor urenvermindering dient minimaal 3 maanden voor ingang van de urenvermindering te worden ingediend. 17:6:0:3 Werktijden, ADV en verlof 1.De werktijden van de ambtenaar worden in overleg met de leidinggevende vastgesteld. 2.Voor het opvangen van piekwerkzaamheden, kan het voorkomen dat de ambtenaar, in overleg met de leidinggevende, compensatie/plus uren opbouwt. Compensatie/plusuren worden opgenomen zoals beschreven in de aanvullende regeling verlofsparen. Deelname aan de ouderenregeling brengt hier geen verandering in. 3.Bij deelname aan de regeling vervalt de mogelijkheid om ADV op te bouwen. 4.Verlof wordt toegekend naar rato van het daadwerkelijk aantal gewerkte uren. 17:6:0:4 Nevenwerkzaamheden 1.Voor het verrichten van nevenwerkzaamheden of uitbreiding van nevenwerkzaamheden tijdens deelname aan de regeling dient de ambtenaar vooraf toestemming te vragen. 2.Inkomsten uit nevenwerkzaamheden, die zijn ontstaan na aanvang van de deelname aan de regeling worden gekort op het doorbetaalde verlof. Bij uitbreiding van de nevenwerkzaamheden dient de ambtenaar aan te tonen welke inkomsten uit nevenwerkzaamheden hij voor aanvang van de deelname aan de regeling al had. 17:6:0:5 Langdurige ziekte 1.Bij deelname aan de ouderenregeling vindt de loonbetalingskorting op grond van artikel 7:3, tweede lid tot en met het vierde lid plaats op het salaris over de gewerkte uren. 2.Bij re-integratie kan de ambtenaar maximaal worden ingezet voor het aantal uren dat hij op grond van de ouderenregeling werkt. Het salaris over de gewerkte uren kan bij definitieve herplaatsing op grond van artikel 3:5 derde lid worden aangepast. De doorbetaling over de verlofuren blijft ongewijzigd. 3.In geval van volledige arbeidsongeschiktheid, waarbij geen zicht is op herstel, kan op verzoek van de ambtenaar de ouderenregeling na 1 jaar worden beëindigd. Over het zicht op herstel wordt advies gevraagd aan de bedrijfsarts en eventueel de arbeidsdeskundige. 17:6:0:6 Boventalligheid Wanneer de ambtenaar die gebruik maakt van de ouderenregeling boventallig wordt, wordt een herplaatsingstraject gestart voor de aangepaste betrekkingsomvang. 17:6:0:7 ABP-keuzepensioen in combinatie met de ouderenregeling 1.De ambtenaar kan tijdens deelname aan de ouderenregeling onder de voorwaarden vermeld in het pensioenreglement deeltijdpensioen opnemen. 2.Bij opname van deeltijdpensioen meer dan 5 jaar voor het bereiken van de pensioenrekenleeftijd geldt dat niet meer pensioen mag worden opgenomen dan de vermindering van het aantal gewerkte uren en nevenwerkzaamheden niet zijn toegestaan. 17:6:0:8 Werkingsduur 1.Deze regeling geldt voor onbepaalde tijd. 2.De regeling kan worden ingetrokken als wet- of regelgeving (zoals fiscale maatregelen) voortzetting van de regeling niet meer mogelijk maakt of voor de organisatie extra kosten met zich mee brengt, dan wel op landelijk niveau afspraken worden gemaakt die hetzelfde doel beogen. Voor ambtenaren die op het moment van intrekking van de regeling al deelnemen aan de regeling, blijft de urenvermindering van kracht tot de pensioenrekenleeftijd en voor zolang het dienstverband voortduurt. Zij behouden tevens het recht op de in artikel 2, vijfde lid genoemde bijstelling van het aantal uren. O. Artikel 19:15:0:1 Activiteiten vrijwilligers (geldt tot 1 september 2026) vervalt. P. De titel van artikel 19:15:0:1 Activiteiten vrijwilligers (geldend vanaf 1 september 2026) wijzigt en komt te luiden: 19:15:0:1 Activiteiten vrijwilligers Q. Aan artikel 19:19:0:1 wordt een titel toegevoegd, deze komt te luiden: 19:19:0:1 Feestdagcompensatie voor gekazerneerde vrijwilligers R. De titel van artikel 20:1:1:1 wijzigt en komt te luiden: 20:1:1:1 Toelichting S. De titel van artikel 20:1:2:1 wijzigt en komt te luiden: 20:1:2:1 Geen vergoeding in verlof T. De titel van artikel 20:1:3:1 wijzigt en komt te luiden: 20:1:3:1 Vergoeding in geld U. De titel van artikel 20:1:4:1 wijzigt en komt te luiden: 20:1:4:1 Gepland werk voor piketfunctie V. De titel van artikel 20:1:5:1 wijzigt en komt te luiden: 20:1:5:1 Oproepen tijdens piketdienst W. De titel van artikel 20:1:6:1 wijzigt en komt te luiden: 20:1:6:1 Afkoop X. De beloningsregeling vervalt. Y. De ouderenregeling BGV/VRF vervalt. Z. De sportregeling vervalt. ARTIKEL II. Inwerkingtreding De in artikel I genoemde wijzigingen treden na bekendmaking van dit besluit in werking met terugwerkende kracht tot 1 september 2026. Aldus besloten door het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Gooi & Vechtstreek d.d. 23 september 2026. de voorzitter, dhr. G.M. van den Top de ambtelijk secretaris,dhr. J. Rozendal
Meer informatie